COCCIDIOSE.
Met  dit  artikel  wil  ik  graag  de  coccidiose  onder  uw  aandacht  brengen.
In  de  volksmond  bekend  als  roodbuikziekte  en  zeer  veel  voorkomend  onder  kanaries  en  andere  soorten  zangvogels, met  name  Europese  vogels, maar  in  feite  onder alle  zaadetende  vogels.
Coccidiose  komt  vooral  onder  de  jonge  vogels  voor- van  1  tot  4  maanden- maar  ook  bij  oudere  vogels.
De  vogel  maakt  een  zieke  indruk  en  kenmerkt  zich  door  sterke  vermagering, diarree, veel  drinken  en  neemt  vaak  steentjes  op.
Bij  deze  ziekte  zien  we  naast  de  vermagering  en  diarree  een  roodgezwollen  buikje  en  ook  duidelijk  roodgezwolle  darmen.
Vooral  bij  jonge  vogels  kan  coccidiose - meestal  acuut - een  hoge  sterfte  veroorzaken, maar  ook  bij  volwassen  vogels  komt coccidiose  veel  voor.
Dan  echter  meestal  in  chronische  vorm, de  belangrijkste  oorzaken  van  deze  ziekte  zijn  naar  mijn  mening  een  verkeerde  voeding  en  onvoldoende  hygiëne.
VOEDING.
Wat  betreft  de  voeding  ben  ik  van  mening, dat  met  name  de  jonge  vogels  te  snel  op  voornamelijk  zaad  worden  gezet, waardoor  de  voedingstoestand  nogal  te  wensen  overlaat.
Hierdoor  zijn  de  vogels  veel  vatbaarder  voor  coccidiose  en  andere  infecties.
Wanneer  de  jongen  zelfstandig  zijn, dient  men  ze  zoveel  zaad  te  geven ( ong,  4  gram ) dat  ze  ook  alle  zaden  opeten.
Daarnaast  dient  men  tot  na  de  rui  2  gram  eivoer  per  dag  te  geven, geen  krachtvoer, ook  grit  en  scherpe  maagkiezel  dient  altijd  aanwezig  te  zijn.
De  verwaarlozing  van  de  hygiëne  is  ook  een  belangrijke  factor  bij  coccidiose.
Regelmatig  goed  schoonmaken  van  de  kooien, vluchten  e.d.  maar  ook  zaad - en  eivoerbakjes, en  niet  te  vergeten  de  drinkwaterflesjes  is  van  het  grootste  belang.
Hier  kan  niet  genoeg  op  gehamerd  worden, wie  daar  geen  tijd  voor  heeft, heeft  misschien  ook  geen  tijd  voor  om  vogels  te  houden.
Voer  en  drinkwater  dienen  zodanig  geplaatst  te  worden, dat  daar  in  geen  geval  uit  werpselen  van  de  vogels  in  kunnen  komen, bovendien  geen  volle  bakken  voer, maar  zoveel, dat  u  ze  elke  dag  opnieuw  moet  vullen.
Een  niet  minder  belangrijke  rol  speelt  de  bodembedekking, evenals  bij  atoxoplasmose  geldt  ook  bij  coccidiose  dat  wanneer  zand  op  de  bodem  licht en  eenmaal  vochtig  is, het  ook  vochtig  blijft  en  daarmee  een  ideale  voedingsbodem  is  voor  coccidiose.
De  oocysten  van  de  coccidien  gaan  dan  namelijk  rijpen  en  worden  ze  infectieus, d.w.z.  dat  ze  dan  in  een  stadium  komen  waarin  ze  infectie  bij  de  vogels  veroorzaken.
Om  dit  alles  te  voorkomen  of  zoveel  mogelijk  te  beperken  doet  men  er  goed  aan  in  plaats  van  zand, kattenbakkorrels, vurenhouten  krullen,  of  beuken  snippers  te  gebruiken.
Deze  houden  de  bodem  goed  droog  en  onttrekken  het  vocht  uit  de  ontlasting, echter  nooit  zeven  en  opnieuw  gebruiken.
Tenslotte, zet  na  de  kweek  de  ouders  en de  jongen  apart  tot  na  de  rui, waardoor  de  kans  op  een  uitbarsting  aanmerkelijk  kleiner  wordt.
N.B.  bij  vermoeden  van  coccidiose,  ontlasting  of  liever  de  vogel  laten  onderzoeken, is  de  diagnose  juist, dan  moet  een  behandeling  met  sulfapreparaat  ingezet  worden.
Meestal  is  dit  BAYCOX  of  E.S.B.3  30 %;  Hopelijk  hebt  u  het  niet  nodig.
LET  OP, coccidiose  en  lankesterella;
Coccidiose  wordt  veroorzaakt  door  eencellige  parasieten, die  coccidien  genoemd  worden  en  in  de  cellen  van  de  darmwand  zitten, onder  normale  omstandigheden  is  er een  soort  evenwicht  tussen  de  aanwezigheid  van  occidien  en  de  welstand  van  de  vogel.
Dit  betekent, dat  de  aanwezigheid  van  coccidien  niet  perse  tot  een  infectie  hoeft  te  leiden.
Dit  neemt  niet  weg, dat  met  uitzondering  van  kromsnavel er  regelmatig  uitbarstingen  van  coccidiose  voorkomen  bij  veel  soorten  vogels.
Oorzaken;  verminderde  weerstand  door  bv. Verkeerde  voeding   maakt  de  vogel  kwetsbaar.
Overbevolking  geeft  hetzelfde  resultaat,gebrek  aan  hygiëne  eveneens.

Het knippen van nagels bij vogels

Enkele dagen voor de koppeling moeten we alle vogels zowel de mannen als de poppen onder handen nemen welke wij van plan zijn te gaan koppelen. (en of TT gaan spelen) Zo zijn er sommige bij waarvan de teennagels wel wat te lang zijn. Het nagels knippen moet zeer omzichtig gebeuren (met de schaar of nagelknipper). In sommige gevallen wordt het wel eens vergeten en wordt het pas later opgemerkt wanneer de eieren doorboord liggen in het nest.

We gaan de pootjes eerst wassen met lauw water en vervolgens de nagels knippen. Met duim en wijsvinger van dezelfde hand houden we een pootje vast en keren het naar een sterke lichtbron. Doorheen het nageltje zien we een adertje lopen. In ieder geval opletten niet te dicht tegen dat adertje af te knippen. Moest het adertje toch geraakt zijn, lichte bloeding, dan moet men met het puntje van een gloeiende naald of punt van gloeiende sigaret, de wonde dichtbranden en daarna ontsmetten met jodium. Wanneer U het echter voorzichtig doet gaat alles zonder problemen. Met een zacht nagelvijltje of een fijn schuurpapiertje nog iets schuin bij vijlen. In sommige gevallen, en dat vooral bij oudere vogels, kan de bovensnavel ook te lang geworden zijn. Deze knippen we bij en met een fijn zacht nagelvijltje terug de goede vorm geven. Boven en ondersnavel moeten even lang zijn.

Een vogel met te lange bovensnavel kan minder goed voedsel tot zich nemen. laat staan het door te voederen aan de jongen. Deze vogels zullen ook eerder magerder zijn dan anderen met een normale snavel. Het zal duidelijk zijn dat deze verzorging van de teennagels en snavel zeker ook moeten worden uitgevoerd bij onze TT vogels. Ook bij het koppelen van kanarie vogels is het van belang dat de nagels geknipt worden, de reden is ook hier weer eenvoudig bij het bevliegen van de pop door de man zal de pop zeker proberen onder de man vandaan te komen als deze voorzien is van te lange nagels met het gevolg weinig of geen bevruchte eieren, en dan de vogels maar de schuld geven terwijl de fout bij je zelf ligt.

Het is raar maar waar, te lange nagels geeft problemen, zoals:
Beschadiging van de vogel zelf door te lange nagels.
Puntenverlies bij de tentoonstellingsvogels.
Grote kans op veel onbevruchte eieren.
Kans op darmstoornissen bij en te lange bovensnavel.

Ik wens u succes en let op dat men niet te ver knipt in het leven want het bloedt erg hard en dat is zeker niet de bedoeling van het knippen van de teen nagels.
 VOOR  U  GELEZEN  EN  OVERGENOMEN:
                                       APPELAZIJN  VOOR  ONZE  VOGELS   !!!!

De  laatste  jaren  komt  dit  product  ook  steeds  meer  voor  bij  het  houden  van  vogels:
Dit  is  te  lezen  op  internet, de  kanarie  homepage  WOUT  VAN  GILS, keurmeester  A.o.B./
C.O.M    , een  keurmeester  uit  Belgie.
Dit  product  wordt  door  vele  vogel  liefhebbers  gebruikt  tijdens  de  kweek  in  het  drinkwater.
Het  zou  erg  goed  zijn   voor  de  darmflora  van  de  vogels  het  remt  namelijk  de  schadelijke
bacteriën  en  schimmels  in  de  darmen, dus  het  zal  zeker  goed  zijn  voor  de  bestrijding  van  de  megabacteriën.
Het  is  dus  wederom  een  natuurproduct  en  kan  dus  zeker  geen  kwaad  voor  onze  vogels.
Ik  heb  van  erg  goede  kwekers  positieve  reactie,s  vernomen  als  men  dit  product  3  maal  per  week  aan  de  vogels  geeft, zeker  in  de  kweek  periode.

WAT  IS  APPELAZIJN ?

Appelazijn  is  niet  alleen  een  van  de  beste  soorten  azijn, maar  wordt  ook  vaak  als  geneesmiddel  voor  geschreven.
Het  is  een  natuurproduct  dat, zoals  de  naam  het  al  zegt  gemaakt  van  appelsap.
De  bijzondere  eigenschappen  zijn  o.a.

    Bevat  nogal  wat  vitamine  B 1 - B 2 - B 6 - B 12.
    Is  erg  rijk  aan  calcium, fosfor  en  kalium.
    Bevat  klein  hoeveelheden  ijzer, chloor, natrium, magnesium, koper, zwavel, fluor  en  nog  andere  sporenelementen.
    Eigenschappen  door  gebruik  van  appelazijn  kunnen  zijn.
    Verbeterd, en  versterkt  het  afweer  systeem  van  de  vogels.
    Hersteld  en  geeft  een  gezonde  darmflora.
    Remt  de  groei  van  schadelijke  bacteriën  en  schimmels  in  de  darmen.
    Is  goed  tegen  de  megabacteriën.
    Houd  een  goede  darmflora  op  peil.
    HOE  TOE  TE  DIENEN.

Men  geeft  dit  tijdens  de  voorbereiding  op  de  kweek, 3  maal  per  week  10  ML  op  anderhalve  liter  water  drie  dagen  lang.
Het  zelfde  doet  men  tijdens  de  kweekperiode  ook  10  ML  op  anderhalve  liter  water, en  dit  doet  men  de  hele  kweekperiode  door, drie  achter  een  volgende  dagen  per  week, en  de  kans  dat  de  megabacterie  toeslaat  wordt  flink  gereduceerd.
Men  dient  wel  op  te  letten  dat  men  geen  andere  producten  of  medicamenten, en  of  vitamine   toevoegd  aan  appelazijn  oplossing , dit  geeft  een  reactie, en  is  niet  goed  voor  onze  vogels.
Dus  ook  na  het  geven  van  de  appelazijn  kuur, flesjes  goed  zuiver  maken, dat  moet  natuurlijk  in  principe  altijd  gebeuren.
Maar  belangrijk  is  te  weten, dat  men  er  totaal  niets  kan  bijvoegen.
Koop  je  appelazijn  in  een  bioform  winkel  zodat  je  zeker  weet  dat  je  een  zuiver  en  goed  product  heb, is  wel  iets  duurder  maar  je  weet  zeker  dat  het  een  goed  kwaliteit  is.

BESLUIT:

Ik  hoop  dat  U  met  dit  artikel, en  door  het  gebruik  van  appelazijn  bespaart  blijft  van  de  megabacterie, en  dat  U  volgend  jaar  goede  en  gezonde  kweek  mag  hebben,
Ook  dank  aan  mijn  collega  kwekers  die  mij  ook  op  de  hoogte  hebben  gehouden  over  het  gebruik  van  dit  product.

  A.G.DUIS     ONS  GENOEGEN .
Vedermijt, niet gekeurd!
Sinds vijf jaar bestaan er voor het keuren van kleur- en postuurkanaries aangescherpte regels ten aanzien van ongedierte en vanaf keurseizoen 1997 ook voor de tropische vogels en parkieten. Kon het constateren van luizen of mijten in het verleden door de keurmeester nog worden afgedaan met een punt aftrek in de rubriek conditie, bij toepassing van de nieuwe regel wordt de vogel niet meer gekeurd en krijgt in de catalogus de vermelding NG.

Het zal geen verbazing wekken dat er de laatste tijd veel te doen is geweest over ongedierte bij tentoonstellingsvogels. Inzenders die bestraft werden voor de aanwezigheid van luizen of mijten op hun showdiertjes ervaren dit vaak als een vernedering, omdat zij denken dat zij gezien worden als een liefhebber die het niet zo nauw neemt met de hygiëne in zijn vogelverblijven. Deze gedachte berust echter op een misverstand, want...

IEDEREEN DIE WELEENS VOGELS TENTOONSTELT OF AANSCHAFT KAN EEN LUIZEN- OF MIJTENBESMETTING OPLOPEN!!!

Het grote gevaar schuilt namelijk in het feit dat de meeste liefhebbers niet op de hoogte zijn van de verschillende luizen en mijten die bij de vogels kunnen voorkomen en ze daarom niet altijd kunnen waarnemen. Dit artikel is bedoeld om duidelijkheid te verschaffen over de verschillende soorten ongedierte die bij kanaries kunnen worden aangetroffen. Mijn kennis op het gebied van tropische vogels en parkieten schiet in deze materie tekort.

Bij kanaries kunnen drie soorten luizen en mijten voor problemen zorgen, namelijk de rode bloedmijt, de veerluis en de vedermijt.
Rode bloedmijten worden meestal niet op vogels aangetroffen en zullen op tentoonstellingen niet voor problemen zorgen. Dit is wel de mijt die de meeste schade kan aanrichten in de kweekperiode. Door het zuigen van bloed uit nestjongen, maar ook oudervogels (denk aan broedende poppen), kunnen deze binnen een dag worden gedood.

Veerluizen worden wel op de vogel aangetroffen, namelijk in de donsbevedering. Deze beestjes kunnen zich snel in de bevedering en van vogel op vogel verplaatsen. Veerluizen zijn donker van kleur en één tot twee millimeter lang. Hierdoor zijn ze goed waarneembaar en zal de liefhebber de besmetting meestal snel opmerken.
Vedermijten zijn echter beduidend kleiner en daardoor veel minder goed waarneembaar. Bovendien zijn vedermijten veel minder bekend dan veerluizen. Juist door deze onbekendheid hebben deze mijten bij showvogels de meeste problemen veroorzaakt. Vedermijten zijn roodbruin van kleur en slechts ongeveer een halve millimeter lang en maar ongeveer eentiende millimeter breed! Toch kan een vedermijtbesmetting goed met het blote oog worden waargenomen, met name doordat de verblijfplaats van deze mijten zeer karakteristiek is.

Vedermijten bevinden zich altijd, schijnbaar bewegingloos, aan de onderkant van vleugel- en staart- pennen, meestal dicht aan de schacht van de veer. Bovendien liggen ze vaak op rijen in de groeven van de veer. Met het blote oog kunnen de mijten het beste worden waargenomen door de onderkant van de staartveren bij voldoende opvallend licht, dus niet met doorschijnend licht, te bekijken. Een besmetting met vedermijt begint meestal in de staartpennen, pas bij een langdurige besmetting zullen ook de vleugelpennen mijten vertonen. Veel mensen verwarren een vedermijtbesmetting met vervuiling in de staart door ingedroogd bloed of denken dat het ontlasting van mijten betreft. Een ander wijdverbreid misverstand is dat een vedermijtbesmetting altijd gepaard gaat met gaten in de bevedering doordat deze door de mijten is weggevreten. Dit treedt echter alleen op bij een langdurige en zware besmetting door vedermijlen. Veel vaker is het ontstaan van gaten in de bevedering het gevolg van een verontreiniging met bloed die niet of niet tijdig is uitgewassen.
Behandeling van vogels met een luizen- of mijtenbesmetting dient voor veerluizen en vedermijten plaats te vinden door gebruik te maken van een geschikt insecticide. Hiervoor zijn een aantal doelmatige middelen in spuitbussen in de handel verkrijgbaar. Een kleine hoeveelheid van één van deze producten aanbrengen op de rug- en borstbevedering (veerluis) of op de vleugels en staart (vedermijten) zal er voor zorgen dat na enkele dagen de bevedering vrij is van luizen of mijten. Als dan nog ongedierte aanwezig is moeten we de behandeling herhalen. Omdat eieren van luizen of mijten niet of nauwelijks te lijden hebben van het insecticide kan het noodzakelijk zijn de behandeling na een paar weken een keer te herhalen. In de meeste gevallen is het aan te bevelen alle vogels uit een vlucht waar veerluizen of vedermijten zijn aangetroffen te behandelen. Bedenk altijd bij het gebruik van insecticide dat u met vergif werkt. Lees daarom goed de gebruiksaanwijzing en test de doelmatigheid en eventuele schadelijkheid van het te gebruiken middel door eerst één vogel te behandelen en na een aantal dagen het resultaat te beoordelen, alvorens alle vogels te behandelen. Zorg er ook altijd voor dat de behandeling in een zeer goed geventileerd vertrek wordt uitgevoerd!

Bestrijding van rode bloedmijten vereist een andere aanpak. Alle kieren en naden in het vogelverblijf, zitstokken, broedkooien (met name onderkant van zandladen) moeten worden behandeld met insecticide. Er zijn voor dit doel een aantal langdurig werkzame preparaten te koop. Voor sommige van deze is het echter vereist dat de vogels gedurende enkele dagen uit de vogelruimte verwijderd worden!

Ter afsluiting wil ik iedere kanariekweker aanraden de eigen kanaries, en vooral ook recent aangekochte vogels, nauwkeurig te inspecteren op de aanwezigheid van met name vedermijten zoals hierboven is beschreven. Herhaal dergelijke controles steekproefsgewijs gedurende het hele jaar. De kans dat bij uw vogels vedermijten voorkomen is waarschijnlijk groter dan u denkt. Op basis van ervaringen op vogelkeuringen en bezoeken aan kanariekwekers schat ik in dat momenteel 5 tot 10 procent van de kanarieliefhebbers problemen hebben met vedermijt. Wanneer deze problemen niet goed onderkend worden zal dit percentage de komende jaren drastisch kunnen toenemen. Ik hoop dan ook dat dit artikel een positieve bijdrage mag leveren aan het terugdringen van het mijten- en luizenprobleem bij kanaries en dat keurbriefjes met "Vedermijt, niet gekeurd!" in het komende niet meer voorkomen tentoonstellingsseizoen