Piet van Baal


Geboren Alphen 6 okt 1842, aldaar ongetrouwd overleden 27 okt 1924 op 82-jarige leeftijd. Leerlooier te Alphen. Zijn vader Jan van Baal begon als wagenmaker, maar stapte in 1871 over naar de leerlooierij. In 1875 opende hij een geheel nieuwe looierij in de Molenstraat. De zoons Piet en Gust traden daar in dienst, nadat zij elders het vak hadden geleerd. Piet noteert in zijn aantekenboek dat hij als leerlooiersknecht in dienst is getreden van J. Puls te Kaatsheuvel 5 april 1875 en op 11 feb 1877 is teruggekeerd naar Alphen (p.71). Het contact met de familie Puls bleek van lange duur:
Op woensdag den 14 november 1917 met Eduward naar de kinderen J.Puls te Kaatsheuvel geweest. PHF van Baal.

Piet wordt in 1883 vermeld als lid van het Algemeen Armbestuur van Alphen. Vader Jan overleed in 1886, waarna zijn drie zoons de looierij voortzetten. In 1899 overlijdt de middelste zoon Jan. Zijn zus Clasina trouwt twee maanden later met de leerlooierszoon Sebastiaan (Chrisje) Vermeulen uit Riel, die een eigen leerlooierij begint in Alphen, naast die van de gebroeders Van Baal. In 1904 neemt hij hun bedrijf over en betrekt de ouderlijke woning van zijn vrouw aan de Molenstraat. De firma komt tot grote bloei. Op 14 januari 1909 noteert Piet:
Hier in Alphen zijn 14 looiers die meest [met] gerunte en drooge huiden van Antwerpen werken waar van wij de grootste zijn
Een belangrijke concurrent vormden de firma's van de familie Baeten, verderop in de Molenstraat en in de Kerkstraat. Een familielid schopt het zelfs tot bisschop: Joseph Wilhelmus Baeten (1893-1964), zoon en kleinzoon van leerlooiers uit Alphen, leidde tussen 1951 en 1961 het bisdom Breda. De drie zoons van Chrisje Vermeulen viel die eer niet ten deel, maar ze werden wel alledrie priester gewijd op het Groot Seminarie te Hoeven, in 1926 en 1930. Piet van Baal noemt zijn neven regelmatig in zijn boeken, ondermeer als Heere studenten te Huijbergen, toen zij aldaar de Broederschool volgden.

Enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog bereikt Nederland het nieuws dat in Oostenrijkse steden kinderen nauwelijks te eten hebben. Kerken en vakbonden lanceren initiatieven om via een systeem van gastgezinnen hulp te bieden. Het gezin Vermeulen-Van Baal neemt twee kinderen op uit Oostenrijk en Piet vermeldt hun namen:
De twee kinderen uit Wiener Neustadt in Oosterijk zijn den 31 mei 1922 hier aangekomen en den 3 september 1923 weder terug gegaan. Ze heeten Metzie en Gertie Beurer. In het jaar 1923 heb ik geen enkele noot op de notebomen gezien. (p.50)

In deze jaren noteert Piet, die vanaf 9 december 1919 een ouderdomspensioen ontving van drie gulden per week, met regelmaat de gebeurtenissen in zijn dorp op:
In december 1919 is den planke molen van F. van Gorp afgebroken, en den steene molen van V. van Gorp verkocht aan Bartje de Jong.
In januari 1920 is de stoom maalderij van den boerenbond aan de statie ingezegend.
Op den 29 maart 1920 zijn ze met het mestels werk (sic) aan de Sint Willibrordus school van de Zusters begonnen en er aan gewerkt tot 9 juni 1921. Op 9 juni 1921 wert zij door den pastoor van Alphen (Verschrage) ingezegend en daar na eene mis met drie Heeren om den zegen van God over de school te verkrijgen en op maandag den 13 juni is er den eersten keer school in gedaan. Wat die school wel heeft gekost?
Paus ZH Benedictus den XV is op den 22 januari 1922 om 6 uur gestorven. Het conclaaf voor een nieuwen paus is den 2 Februari begonnen. Uit het avond blad de Maasbode van 6 februari 1922: heden den 6 februari smorgens om 11 uur 35 is gekozen tot paus kardinaal Achilles Ratti geboren te Desio in het diocess Milaan op 31 maart 1857 en neemt den naam aan van Pius XI

Op 10 juni 1924 tekent hij zijn laatste wilsbeschikking op in zijn notitieboekje:
Testament van P:H:F: van Baal

Mijnen uitersten wil is als dat ik naar mijn dood met eenen mis van half tien tweede klas vol begraven worde in mijne kist die ik zelf heb gemaakt en dat het kruis dat ik zelfs heb gemaakt op mijn graf zal worden geplant en den datum van mijn sterven zal worden ingevuld en de letters uitgekapt en dan de letters en cijfers niet wit zoo als de anderen maar tweemaal worden rood geverft.
Dringend is zoo mijnen wil en als daar niet aan word voldaan dan is het recht tegestrijdig van mijnen wil. Alphen 10 juni 1924

Als ook is mijn wensch dat den eersten morgen naar mijne dood een H: lerende mis voor mij zal worden gelezen en het nog overzijnde gelden van mijn ouderdomspensjoen aan de eene of andere missie word verdeeld en den overschot van de missie pijpen aan het St Jozef gesticht te Tilburg.