Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit het eerste huwelijk:
Uit het tweede huwelijk volgden:
Uit het eerste huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
In 1695 pachtte hij de Galge tienden onder Heukelom van de abdij St. Geertruid in Leuven, en in 1698 (zie noot 33) de kleine tienden, eveneens onder Heukelom. Hij wordt in 1699 genoemd als gebruiker van een stede met schuur, akker, wei- en heilanden ende verder landerijen te Heukelom. Huurder is dan Simon Hendrick Emmen, die daarvoor jaarlijks 30 gulden, een mud rogge, een zak boekweit en een zak haver betaalt aan Johan Spinel, gehuwd met Josina Wijtmans weduwe Johan de Weer (Notarieel archief Oisterwijk 5290g, 17 dec 1699).
Op 3 april 1715 verschenen Geertruyd Adriaen Peetersz van Ros en haar echtgenoot en voogd Cornelis Hendrick Emmen voor Schepenen van Oisterwijk, tonende clinkende penningen. Een eerdere verkoop voor Schepenen van vier erfpercelen in Heukelom was hiermee definitief afgehandeld: de koper had zijn schuld gelost ende gequeten (RO 410). Geertruyt en haar man leefden nog in 1718: Geertruyt trad op als doopgetuige (14 juli 1718) en Cornelis attesteerde op 15 oktober van dat jaar voor schepenen van Oisterwijk. Mogelijk is hij te Oisterwijk 22 feb 1732 begraven als Cornelis Emme.
De onroerende goederen van Cornelis Hendrick Emmen werden op 15 november 1729 geïnventariseerd en vervolgens op 14 maart 1730 in twee delen openbaar geveild, omme daar aan te verhalen de inhoude van sekere vonnis den 15e november des jaars van 1729 ten sijne lasten geobtineerd bij Wouter van Heeswijk.
De ene helft van het bezit bestond uit een schoone hoeve of stede bestaande in huijs, schuur, schop, mitsgaders hof, weij, groes, acker en heylanden in verschijde parceelen te same groot ontrent sestig loopen saet, staande ende leggende onder de Dingbank van Oosterwijck, soo onder de voorschreven vrijheyt als tot Huijclom, met alle deselfs houtwassen en geregtigheden en verder soo als de voorschreven stede jegenwoordig bewoont en gebruykt wert bij Jan Cornelis Hendrix en een tweede stede van 33 loopens staande ende leggende als voor, nevens de voorschreven eerste stede soo als die voorheen gebruijkt is geweest bij Cornelis Hendrik Emmen en nu ten deele bij Aart Willem Roosen.(RO 697, 14 maart 1730. Dezelfde overdrachten ook voor schepenen van Den Bosch opgedragen onder sH R. 1719, 322-323, 3 aug 1730). Uitgezonderd enkele percelen die waren belast in een rente aan het Sint Martensgasthuis te Den Bosch, werd dit bezit voor 2.000 gulden verkocht aan Johan Hartongh, stadhouder van het Kwartier Oisterwijk. Op 26 juni blijkt Jan Janse Verhoeven nog een hoger bod te hebben uitgebracht, waarop Hartongh zich terugtrekt.De andere helft van de onroerende goederen bestond uit een stede met woonhuis van 3 loopens op de Oisterwijkse hoeve te Heukelom, en vier percelen land te samen 28 ½ loopens, eveneens te Heukelom. Deze erfenis, die jegenwoordig gebruykt wert bij Adriaan Denis van den Boer, was voor de helft bij koop verkregen van Jan van den Boogaert. Er rustten lasten op de goederen: 1 gulden 10 stuivers in een meerdere pacht van 9 guldens aan de rentmeester der bischoppelijke goederen te 's Hertogenbosch; 5 voeten rogge en een gulden 10 stuivers, aan dezelfde rentmeester; en 15 stuivers cijns aan de domeinen van Brabant. Het geheel werd voor 1.500 gulden verkocht aan Antonie Glavimans, secretaris van Oisterwijk.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
In 1730 genoemd als bewoner en gebruiker van een hoeve met woonhuis te Heukelom naast de ouderlijke boerderij (zie boven)
Uit het eerste huwelijk:
Uit het derde huwelijk:
Op 24 oktober 1719 legt 'Adriaen Cornelis Hendrick Emmen, omtrent 20 jaar oud' als inwoner van Heukelom getuigenis af voor Schepenen van Oisterwijk (RO 505). Er is enige verwarring met een ander huwelijk dat vier jaar later plaatsvindt: te Oisterwijk trouwt op 12 okt 1721 Adriaan Cornelis Hendricx Emmen gewoond hebbende op de Hoeve te Oisterwijk met Maria Jacobs van Rijswijk uit Kerkhoven, onder getuigenis van Thomas van de Wiel en Cornelis van Ceulen. Drie kinderen uit dit huwelijk worden te Drunen gedoopt. Mogelijk gaat het hier om twee broers, Adriaan de oudere en Adriaan de jongere.
Uit het eerstgenoemde huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk: