Het geslacht Rijsbroeck uit Oisterwijk:


 

I   Paulus Willemssoen Rijsbroeck de Cremer

Overleden tussen 22 mrt 1516 en 24 jan 1524. Op 6 november 1508 geeft Lenaert Geryts die Raeymeeker voor schepenen van Oisterwijk al zijn goederen over aan Pauwelse sone wijlen Willem Rijsbroeck, waarna Pauwels aan Lenaert belooft hem gedurende diens leven te voorzien van eten, van drincken, van clederen -lijnen ende wollen- van schoenen ende van alles dat hem nootlijcken wesen sal temelijcke nae sijnen staet (RO 212,f.42v-2). Op 3 augustus 1509 verkoopt Pauwels sone wijlen Willem Rijsbroeck voor schepenen van Oisterwijk aan Henrick Willem Emmen een jaarlijkse erfcijns van 36 stuivers op Pinksteren uit zijnen huyse en hoeve gronde en toebehoren daar hij nu in woont binnen de vrijheid van Oisterwijk in die Kerckstraat. De schuld is losbaar met 36 peters van 18 stuivers (RO 213,f.29v-2). Op paesavont 22 mrt 1516 verkoopt Rijsbroeck een streepken lants hem toebehorende in de Kerkstraat te Oisterwijk aan de broers Claesse en Geryde, zonen van Henrick vanden Hout en Lenarde Boeyens, man van Peteren dochter Henrick vanden Hout, hun zwager. De kopers op hun beurt dragen een stuk lant 8 voeten breed, in de Hoogstraat, over aan Pauwel (RO 220,f.19v). Op 18 feb 1517 wordt in de schepenprotocollen nog opgetekend dat Pauwel die Cremer een perceel grond bezit tussen de Kerkstraat en de Hoogstraat en bovendien nog een 'boerenweg' vijftalve voet breet voer uut gaende totte Kerckstraeten over der erffeniss van Pauwelse, die hij eertijds had gekocht van de broers Claes, Gerit en Dirck, zonen van Henrick vanden Hout (RO 221,f.8r).

Getrouwd met Jacoba dochter wijlen Wijtman Mathijss. In 1524 draagt zij, inmiddels weduwe, het vruchtgebruik in een huis te Oisterwijk in die Kerckstrate, grenzend met de oostkant aan Michiel die Roey, westelijk aan Claes Hoeffslegers, en een daarnaastgeleden boriwech (boerenweg) tussen de Kerkstraat en de Hoogstraat, over aan de volgende acht kinderen (RO 228,f.4r-2 dd 27 jan 1524):

  1. Willem Pauwels Rijsbroeck de cremer Volgt II-1
  2. Cornelis Pauwels Rijsbroeck  Volgt II-2
  3. Jacop Pauwels Rijsbroeck die cremer
    Op 28 feb 1523 koopt Jacop Pauwels Rijsbroeckss voor schepenen van Oisterwijk een huis met toebehoren omtrent der Lynden aldaar van Geryt zoon wijlen Ghijsbrecht Wernars (RO 227, f. 13r-1). Op 20 feb 1525 belooft Jacop zoon wijlen Pauwels Rijsbroecks gemeynlijck geheyten die Cremer een niet gespecificeerde geldschuld af te betalen met anderhalve rijngulden op Lichtmis, te betalen aan Claese zoon wijlen Jacop Hoeffs als meester en provisor van de Heilige Geesttafel te Oisterwijk ten behoeven van die tafel. Als onderpand stelt Rijsbroeck een huis en hoeve grond, hem toebehorende, te Oisterwijk ontrent der Lynden aldaer. In de akte is bepaald dat de schuld is af te lossen met 30 rijnguldens (RO 229, f.12v-1).

    Getrouwd met Marie, dochter van Jan Andries Wijtmans bij Matheeus dochter Jacop Lipprichs (RO 225,f.11v-2 dd 1 feb 1521).

    Kinderen:

    1. Willem Jacob Pauwels Rijsbroeckx
      Vermeld in 1538 (RO 245,f25, de dato 7 september). Hij verkoopt voor schepenen van Oisterwijk op 28 jan 1539 een stuk weiland geheten den Laeracker, groot 4 loopens en gelegen after die moelen geheyten ter Nedervonder aan Joost zoon wijlen Arts van Eerssel (RO 243,f.3v).
    2. Pauwel Jacob Pauwels Rijsbroeckx
      Vermeld in 1538 (RO 245,f25, de dato 7 september)
    3. Anna Jacob Pauwels Rijsbroeckx
      Vermeld in 1538 (RO 245,f25, de dato 7 september)

  4. Adriaan Pauwels Rijsbroecx
    Op 27 jan 1560 nog in leven, als hij als weduwnaar van Marie met zijn zoon Pauwel en schoonzoon Cornelis Janss, man van zijn dochter Marie, voor schepenen van Oisterwijk een huis in de Kerkstraat verkoopt aan Adriaen Claes Goyaerts (RO 264, f.6). Hij had het huis eerder gekocht van de erfgenamen van Juet Appels.

    Getrouwd met Meriken dochter van Mathijs Gerrit Gestelmans bij Jenneken dochter Wouter van Haeren, zie RO 241,f. 5 de dato 2 feb 1537 en RO 255,f.18v dd 25 feb 1551. Hertrouwd met Elisabeth Henrick Ghoessens, dochter van Henrick zoon wijlen Goossen Rutten bij Elyzabeth [NN], zie RO 240,f.18v de dato 6 maart 1536. Uit haar naam verkoopt hij op 18 mei 1549 een erfpacht van 1 malder rogge op Maria Boodschap uit goederen te Haaren int Steenbroeck aan Willem Willems Schuppen (sH.R.1352,f.264). De erfenis van Henrick Goessens wordt op 21 maart 1541 voor schepenen van Oisterwijk bij versterf gedeeld, zie RO 245,f.33. Een in deze bron genoemde zwager van Adriaen Rijsbroecx is Michiel zoon wijlen Goyarts die Wijse, getrouwd met Guedele Henrick Goessens.

    Op 9 december 1533 verklaart Adriaen zoon wijlen Pauwels Rijsbroecx ontvangen te hebben van Claesken Henricx van Hout de penningen van 37 steen wollen en 5 pondt wollen vanden steen daeraf, zie RO 237,f.169.

    Kinderen:

    1. Pauwels Ariaen Pauwels Rijsbroecx
      Verkoopt 25 feb 1551 met zijn zus een jaarlijkse erfcijns uit een huis in Netersel, parochie Blader, zie RO 255,f.18 en 19. Genoemd in een cijnsverkoop dd 13 jan 1554, zie RO 258,f.2.
    2. Meriken Ariaen Pauwels Rijsbroecx
      Verkoopt 25 feb 1551 met haar broer een jaarlijkse erfcijns uit een huis in Netersel, parochie Bladel, zie RO 255,f.18 en 19. Getrouwd met Cornelis zoon Jan de Becker alias Pistoris.
    3. Lenaert Ariaen Pauwels Rijsbroecx
      Genoemd en nog in leven op 8 mei 1602 bij de verkoop van een erfcijns (RO 297,f.38).
  5. Sebastiaen Pauwels Rijsbroeck
    Gestorven na 23 jan 1565 en voor 23 nov 1582 (RO 269,f.2 en RO 283,deel 1,f.36v). In 1550 verkrijgt Bastiaen Pauwels Rysbroeck een hofstede in Oisterwijk van Marycke, dochter van Herman Back als weduwe van Joost Willems van den Dyck (RO 254, f. 71v), welk bezit hij op 3 jan 1562 overdraagt aan Adriaen Lambrecht Bax (RO 265, f. 35). De erfgenamen Bastiaen Pauwels Rijsbroeck worden op 4 feb 1611 gemeld als bezitters van onroerend goed in Oisterwijk (sH.R.1485,f.234v). Getrouwd met Emken, dochter van Willem Damen, die voor 3 jan 1562 is overleden (RO 265,55-1562.

    Kinderen:

    1. Adam Bastiaen Pauwels Rijsbroecx
      Koopt als man van Merijken dochter wijlen Laureys Bacx op 19 feb 1564 een jaarlijkse erfcijns van een half mud rogge in de parochie Goirle, in het dorp aldaar, aan Merijken weduwe Aert Appels (RO 268,f.10v).

    Een zoon bij Ida:

    1. Goyaerd Sebastiaen Pauwels Rijsbroecx
      Zijn moeder Ida, weduwe Sebstiaen Pauwels Rijsbroecx, draagt op 5 dec 1582 aan hem het vruchtgebruik over van een huis met hof in Oisterwijk aen de Steenwech (RO 283,deel 1,f.36v), waarna hij het op 27 nov 1582 overdraagt aan Cornelis zon wijlen Aelbert Willem Rijsbroecx (RO 283,deel 1,f.37).
  6. Agnees Pauwels Rijsbroeck
  7. Beatrise Pauwels Rijsbroeck
    Getrouwd met Jan Pap, zie RO 264,f.34 de dato 15 juli 1560. Ook getrouwd met Gerit van Asten, uit welk huwelijk in 1602 vier kinderen genoemd worden: Henrick, Pauwels, Magdalena en Dymphna van Asten (zie boven, RO 297,f.48v de dato 8 mei 1602).
  8. Marien Pauwels Rijsbroeck
    Getrouwd met Henrick Lambrechts van Huesden (RO 228,f.44r-2)


II-1   Willem Pauwels Rijsbroeck de cremer

Gezworene van Oisterwijk in 1527 (RO 231,f.1r). Op 13 nov 1522 koopt Willem zoon wijlen Pauwels Willems, cremer een cijns van 10 loopens rogge op Pasen van Goris van Eersel (sH.R.1299,f.28). Op 31 dec 1523 koopt Willem Pauwels Rijsbroecx een cijns van anderhalve gulden op Sint Andries uit een huis te Oisterwijk van Lambert Peter Bey (sH,R.1300,f.329).

Getrouwd met Jenneke Jan Blanckaert, zie RO 233,f.5v anno 1528; De kleine Meijerij 18 (1965) nrs. 1-2, p.12 ev. Erfdeling van zijn goederen in 1532 en 1533, zie RO 237,f.145v.

Kinderen:

  1. Aelbrecht Willemsoen Rijsbroeck Volgt III-1
  2. Jan Willemssoen Rijsbroecx
    Gestorven 12 okt 1553. Schepen van Oisterwijk in 1545, 1547 en 1549; borgemeester van Oisterwijk in 1550; secretaris van Oisterwijk van 29 jan 1552 tot zijn dood. Op 18 aug 1547 verkoopt hij een jaarlijkse erfcijns van zes gulden op St Jacob uit een huis met hof van 13 roeden te Oisterwijk, in de Koestraat, aan Wigardus zoon wijlen Johannis vander Heyde ten behoeve van diens moeder Adriana (sH.R.1347,f.304v) Als voogden over zijn vier onmondige kinderen treden op 3 aug 1560 op: Aelbert Willems Rijsbroecx en Roeloff Wouters Peynenborchs, bij de schout van Otw onder ede gesteld (sH.R.1378,f.216). Uit deze akte blijkt dat Jan Willemssoen een huis had nagelaten in Oisterwijk, grenzend met de westkant aan het kerkhof van de Petruskerk, oostelijk aan Anna weduwe Claas Goyaerts, noordelijk een straat (de Hoogstraat?) en zuidelijk een muur toebehorende de persoonschappe van Oisterwijk. Dit huis was door de voogden op 8 okt 1557 in schepenbrieven van Oisterwijk verkocht aan Jan van Tzevel, schout van Boxtel, en door diens huwelijk met Yken Wouter Poeynenborch een zwager van Jan Willemssoen Rijsbroeck. In 1601 blijkt dit huis te zijn geërfd door Wouter Jan Timmermans, man van Margriet Willem van Tzevel als enig erfgenaam van haar oom jonker Jan van Tzevel (sH.R.1441,f.381, 27 sep).

    Getrouwd met Adriana, dochter van Wouter Roelof Poynenborch (c.1470-1541), schepen van Oisterwijk, bij Barbara Peter Crillaers (sH.R.1356,f.298v anno 1551). Adriana hertrouwt met Cornelis Adam Boon.

    Uit dit huwelijk:

    1. Wouter Jan Willemssoen Rijsbroeck
    2. Willem Jan Willemssoen Rijsbroeck
    3. Cornelis Jan Willemssoen Rijsbroeck
      Gestorven tussen 29 nov 1583 en 8 mei 1602. Getrouwd met Marie de Smit, dochter van Adriaan Gijsberts de Smit bij Agnees Aart Nulants. Als haar voogd verkoopt Cornelis in 1576 een cijns uit een huis in Oisterwijk aan het Lindeind, dat Marie van haar ouders is aangekomen, zie RO 273,f.7. Zijn vrouw en hij erven de meeste rechten in dit huis met brouwhuis (tapperij), maar op 29 november 1583 draagt hij het geheel over aan zijn zwager Peter Adriaan Gijsberts de Smit alias Verhoeven (RO 283,f.24v).

      Vader van:

      1. kinderen, onmondig in 1602
        De schepenen van Oisterwijk benoemen op 8 mei 1602 Peter Ariën Verhoeven tot voogd over het onmondig kind van wijlen Cornelis Jan Willem Rysbroecx (RO 98,f.24 v). Diezelfde dag volgt voor schepenen van Oisterwijk een verkoop van drie erfcijnzen door de erfgenamen van wijlen Willem en Anna, kinderen van Jacob Pauwels Rijsbroeck. Peeter Ariens Verhoeven treedt daarbij op voor de onmondige kinderen van wijlen Cornelis sone Jan sone Willem Pauwels Rijsbroecx (RO 297,f.38v).
    4. Barbara Jan Willemssoen Rijsbroeck
  3. Pauwel Willemsoen Rijsbroeck
    Getrouwd met Geertruijdt Dirk Pauwels Beekenzoon, die na 22 april 1563 (RO 267,f.26v) en voor 23 aug 1568 (RO 272,f.34) is overleden. In haar naam verkoopt hij op 28 nov 1552 een erfcijns uit land te Oisterwijk in de Schijf aan Huybert Henricx Huyberts ten behoeve van Maryken dochter wijlen Adriaen van Ghorinchem, weduwe Jan van Oss Geraerts (sH.R. 1363,f.28v; 28 nov 1552, zie ook sH.R.1403,f.200 - 9 juli 1578). Op 21 feb 1556 verkoopt Pauwels zoon wijlen Willem Rijsbroecx man van Gertrudis dochter wijlen Theodoricus Beken een mud rogge op St Petrus uit een akker- en weiland van tien loopens te Carchoven, Oisterwijk, aan Arnoldus van Laerhoven, kannunik in de Sint Jan de 's-Hertogenbosch (sH.R.1370,f.176). In 1545 blijkt Pauwels Willem Rijsbroeck alias de Cremer een grondcijns van twee stuivers en twee mud rogge te ontvangen op een dagmaat hooibeemd in Oisterwijk, op de Diese, van Adriaan Willem Henric Hixpoer (sH.R. 1343, f.30v-16 april). Op 22 nov 1554 verkoopt hij als man van Geertruit Dirc Bijken een mud rogge jaarlijkse erfpacht op St Andries uit een huis, erf en hof te Oisterwijk aan Jacobus Henric Emmen. Het huis grenst met de oostzijde aan dat van Jan van Gilze, westelijk aan Michiel die Roeye, zuid aan de Kerkstraat en noord aan de Hoogstraat, en lag derhalve in de dorpskern van Oisterwijk (sH.R.1366,f.33). Op 25 juni 1563 verkoopt hij nog een mud rogge, te betalen op festum navitatis Johannis Baptista (24 juni), uit een huis en hof te Oisterwijk, in de Kerkstraat, tussen Jan van Gheelst, Aert Swaen en de straat, aan Petrus die Gruyter Janss, voogd over Cornelis die Gruyter Janss. Deze schuld is gelost op 21 april 1626 (sH.R.1382,f.615v). Op 13 maart 1590 draagt Egidius zoon wijlen Cornelis de Gruyter de erfcijns op aan Willem zoon wijlen Thomas Neyts (sH.R.1416,f.440), die het op zijn beurt in juni 1624 opdraagt aan Pauwels Diercx van Brouckhuysen, man van Elisabeth Willem Thomas Neyts (sH.R.1535,f.485v). De hier genoemde twee huizen zijn vrijwel zeker identiek: genoemde Aert Jacobs Swaen was graankoper te Boxtel en getrouwd met Antonia dochter Michiel Hendricx de Roij, die dan dezelfde zou zijn als de hier genoemde Michiel die Roeye.

    Bij Geertruijdt heeft hij kinderen, voor wie in 1568 Aelbert Willem Rijsbroecx en Adriaen Poirters als momboiren optreden (RO 272,f.34 de dato 23 aug 1568).

    In 1606 wordt nog een Pauwel Willem Rijsbroex gemeld, man van Elisabeth dochter van Peter Jacobs de Molder bij Margriet Henrick Jan Wijtmans. Hij is betrokken bij een erfdeling in de familie van zijn vrouw, waarbij een stuk grond aan de watermolen van Heukelom wordt genoemd (sH.R.1471, f.178v dd 1 april).
  4. Wigardus (Wijt) Willem Paulus Rijsbroecx
    Verkoopt met zijn broer Jan op 12 okt 1543 een jaarlijkse erfcijns van 24 gulden op St Jacob Apostel uit goederen in Oisterwijk aan Ghijsbert Henricx (sH.R.1339,f.7v).

    Kinderen:

    1. Willem Wijtmans Rijsbroecx
      Gertrouwd met Jenneke Claes Willems van Bocxtel, die hertrouwt met Aalbert Jasper Embert Roosen alias Blanckaerts. Haar tweede man had in 1567 een huis te Oisterwijk op de Lind gekocht, zie: De Brabantse Leeuw 22 (1973), p.137 voor deze vermelding en RO 271,f.6v voor de aankoop van het huis.

      1. Geertruyt Willem Wijtmans Rijsbroecx
        Gertrouwd met Jan Peter Moij. Peter Jan Moij en Claes Joost de Beir worden op 24 juli 1609 door de schepenen van Oisterwijk benoemd tot voogden over de onmondige kinderen van Jan Peter Moij en Gertrudis dochter wijlen Willem Wijten Rijsbroecx (RO 98,f.43). Op 29 juli 1609 draagt haar moeder Jenneken het vruchtgebruik in een akkerland van vier lopens in de Coppenstraat in Oisterwijk over aan haar dochter Geertruyt en aan Margriet, haar dochter bij Albert Blanckerts (RO 303,f.84v).
  5. Elisabeth Willem Pauwels Rijsbroecx
    Getrouwd met Peter zoon wijlen Peter Crillarts, zie RO 243,f.9, de dato 11 feb 1539. Op 28 feb 1536 verkoopt Peter zoon wijlen Peter Cryllaerts een jaarlijkse erfcijns uit een huis met land bij de watermolen van Heukelom aan Adriaen Thuenis? ten behoeve van Jan, Aelbrecht, Marie en Anne, allen kinderen van Willem Pauwels Rijsbroecx, zie RO 240,f.14v. Uit dit huwelijk meerdere kinderen, onder wie Wijtman, Peter en Jenneken. Zij is hertrouwd met Cornelis Aart Jan Aarts de stoeldreyer, zie RO 257,f.106 en RO 264,f.58v.
  6. Anna Willem Pauwels Rijsbroecx
    Getrouwd met Art Rut Timmermans, zie RO 256,f.52v. In 1550 verkoopt Arnt sone wijlen Rutger Tymmermans man van Anna dr. wijlen Willem Pauwels Rijsbroeck een jaarlijkse erfcijns uit een huis in Oisterwijk, zie RO 254,f.49 de dato 16 mei 1550.
  7. Marijken Willem Pauwels Rijsbroecx
    Getrouwd met Henrik Aart Gerit Lombaerts, zie GAT 331,f.14 en RO 239,f.73 en RO 252,f.53. Hij wordt in 1550 genoemd als bewoner van Den Zegelhuyse te Oisterwijk. Zie RO 254 en De Brabantse Leeuw 1 (1952) p.43.

 

 

III-1   Aelbrecht Willemsoen Rijsbroeck

Overleden voor 1576. Getrouwd (RO 265,f.49v anno 1560) met Marie, dochter van Henrick Herman Appels, die negen maal schepen van Oisterwijk was tussen 1534 en 1555 en zegelaar van het Wollenambacht in 1526, bij diens eerste vrouw Catharina dochter Anthoenis Heer Floren, zie: KM 18 (1965) p.14-15.

Kinderen:

  1. Willem Aelbertssoen Rijsbroeck
    In 1561 nog onmondig (RO 278,f.28; zie ook RO 265,f.49v). Getrouwd met Marie, dochter van Roelof Wouter Roelof Peynenborch, zegelaar van het Wollen Ambacht in Oisterwijk, bij Anna dochter Elias Jan Jacop Sberen. Niet te verwarren met Willem zoon van Aalbert Willem Aelberts van den Dijck (sH.R.1318,f.246v dd 18 juli 1533).

    Uit dit huwelijk:

    1. Aelbert Willem Rijsbroeck
      In 1610 verkoopt Albert sone wijlen Willem sone Albert Willem Rijsbroecx voor den helft goederen voor schepenen van Oisterwijk met de kinderen van Jan Henrick Schuermans (RO 304,f.18v). Op 10 mrt 1615 vernadert Albert Willem Albert Rijsbroecx een perceel te Oisterwijk op de Cleijn Heijde (RO 308,f.69v), zie De Brabantse Leeuw 35 (1986) p.33. Op 25 aug 1615 vernadert Jan Heesters een perceel op de Cleijne Heijde dat de erfgenamen van mr. Dierck van den Hoevel aan Wouter Reijniers Heesters en Albert Willems Rijsbroeck verkocht hadden (RO 309,f.51v). In hetzelfde schepenboek omschreven als Albert eenige voorsone wijlen Willem Albert Rysbroecx (RO 309,f.37v). Nog een vermelding in 1616 (RO 310,f.6v). Op 18 nov 1617 verkoopt hij een akker in De Schijf te Oisterwijk aan Willem Adriaan Cornelis van Beurden (RO 311,f.106). De schepenen van Oisterwijk benoemen op 5 aug 1613 Albert Willem Albert Rijsbroecx tot voogd over Adriaen, onmondig kind van wijlen Adriaen Adriaen de Bont bij Jenneke dochter wijlen Herman Cornelis Rijsbroecx (RO 98,f.49 v).

      Op 9 april 1639 verschijnt Willem zone wijlen Aelbert Rijsbroecx voor schepenen van 's-Hertogenbosch. Hij verkoopt een stuk teulant van 3 lopens te Oisterwijk, aldaar in De Schijve, aangekomen van zijn ouders en leenroerig aan het Leenhof van Brabant, aan Jan Willem de Moy als vader en Jan Adriaen Gijsberts als momber van Wouter en Adriaantje, de onmondige kinderen van Jan Willem de Moy bij Elisabeth dochter Wouter Reynder Heesters (sH.R. 1557,f.256r-257v).

    2. Dympna Willem Albert Rijsbroecx
      Overleden voor 28 april 1613. Getrouwd met Wouter Heesters, zoon van Reijnier Gijsbert Reijnier Heesters bij Elisabeth Wouter Colen. Hij hertrouwt met Dympna, dochter van Jan Marcus de Beer, en is voor 21 feb 1626 overleden.
  2. Cornelis Aelbertssoen Rijsbroeck (RO 265,f.49v)
    In 1561 nog onmondig (RO 278,f.28) net als zijn broer. In 1574 mondig (ibidem). Getrouwd (RO 279,f.4v anno 1575) met Lucia N, die voor 23 nov 1584 hertrouwde met Adriaen Peter Dekens (RO 283,2e deel,f.2v).

    Uit dit huwelijk (tenzij hij eerder getrouwd was):

    1. Herman Cornelis Rijsbroecx
      Overleden voor 1613. De schepenen van Oisterwijk benoemen op 5 aug 1613 Albert Willem Albert Rijsbroecx tot voogd over Adriaen, onmondig kind van wijlen Adriaen Adriaen de Bont bij Jenneke dochter wijlen Herman Cornelis Rijsbroecx (RO 98,f.49v).

      Uit een van zijn huwelijken:

      1. Jenneken Herman Cornelis Rijsbroecx
        Getrouwd Oisterwijk (RK) op 28 jan 1606 met Adriaan Adriaen de Bont, die voor 5 aug 1613 is oveleden.

 

II-2  Cornelis Pauwels Rijsbroeck

Overleden na 15 juli 1560 en voor 23 jan 1565 (RO 264,f.34 en RO 269,f.2). Getrouwd met Marijken, dochter van Lambrecht Back. Zij heeft een halfbroer Jan Willem Joosten van Bladel. Later is Cornelis hertrouwd met Marijken dochter van Wouter Dierick sLedders, ook wel sLedden.

Op 11 juni 1557 verkoopt Cornelis zoon wijlen Pauwels Rijsbroecx een jaarlijkse erfcijns van 55 stuivers brabants op Lichtmis uit zijn huis met hoven en gronden gelegen binnen de Vrijheid van Oisterwijk opte Hoochstrate aan Jan Henrickx van Gorop. De schuld is losbaar met 42 karolusguldens en 10 stuivers (RO 261,f.63v).

Op 16 juli 1558 verkoopt Cornelis zoon wijlen Pauwels Rijsbroecx een jaarlijkse erfcijns van 3 carolusguldens uit zijn huis aan Wouter Jan Henricx vander Veken. Ook genoemd zijn Adriaen z.w. Joost van Dijck, daar moeder aff was Marie dochter Herman Bax, Bastiaen z.w. Pauwels Rijsbroecx (RO 262,f.41v).

In 1565 treden Ariaen Lambert Bax en Sebastiaen Pauwels Willem Rijsbroex op als voogden over Herman en Willem, zonen van Cornelis Pauwels Rijsbroeck bij diens eerste vrouw Marijken, dochter van Lambrecht Bac; een derde, meerderjarige zoon Pauwel wordt ook genoemd (RO 269,f.2 de dato 23 januari 1565).

Op 10 februari 1570 verkoopt Marie dochter wijlen Wouter sLedden nagelaten weduwe wijlen Cornelis Pauwels Rijsbroecx, een ledige affgebrande hoffstadt staande binnen de Vrijheid Oisterwijk, aan Adriaen, zoon van wijlen Lenaert de Roy. Het onroerend goed ligt ten zuiden van de Hoogstraat, ten noorden van de erfgenamen Adriaen Joost van Dijck, ten westen van de erven van Anthonis Gijsberts Luenis, en ten oosten van de erven van Lijn Symons (RO 274,f.7v).

Uit het eerste huwelijk met Marijken Lambrecht Back:

  1. Pauwel Cornelis Pauwels Rijsbroeck
    Genoemd in 1565 als meerderjarige zoon.
  2. Herman Cornelis Pauwels Rijsbroeck
    Genoemd in 1565 als minderjarig kind.
  3. Willem Cornelis Pauwels Rijsbroeck
    Genoemd in 1565 als minderjarig kind.

Uit een van de huwelijken nog vader van:

  1. Wouter Cornelis Pauwels Rijsbroeck Volgt III-2

 

 

III-2  Wouter Cornelis Pauwels Rijsbroeck

Overleden na 8 mei 1602 en voor 17 sep 1610 (RO 297,f.38-41 en RO 304,f.60).. Wouter Cornelis Rijsbroecx is in 1601 met Geraert Aerts van den Wiel borgemeester van Oisterwijk, zie RO 296.

Naamlijst van de borgemeesters van Oisterwijk voor het jaar 1601: Geraert Aerts vanden Wiel en Wouter Cornelis Rijsbroecx. Bron: RO 296.

Getrouwd vóór 1588 met Lijsken, dochter van Wouter Jan Hessels, molenaar op de Creijtenmolen in Udenhout, bij Geertruijt Willem van Laarhoven. Wellicht is zij identiek met Elisabeth weduwe Wouter Cornelissen die op 12 okt 1627 te Oisterwijk (RK) wordt begraven (Bron: Begraafboek rooms-katholieke parochie Oisterwijk, inv.nr. 3, folio 70.) Als de boedel van Lijskens vader op 4 april 1588 wordt verdeeld, erft zij een huis aan het Lindeind in Oisterwijk (op de plek van het huidige pand Dorpsstraat 20). Het pand is volgens de schepenakte afgebrand, mogelijk tijdens een overval door Staatse troepen onder leiding van Filips graaf van Hohenlohe-Neuenstein in juni 1587.

.....Wouter Cornelis Rijsbroecx als man ende momboir [van] Lijsbeth sijne huysvr[ouwe] d[o]ch[ter] wijlen Wouter [Jan Hessels] ende Gertruyden [dochter wijlen Willem van Laerhoven] [.....] Overmits welcke erfdeylinge ende erfscheydingen soo is den v[oor]s[chreven] Wouter bij lote te delen gevallen ende erfelijck aengecomen een stuck lants vijf loopens [.....]
[folio 17 verso:]
Nog ene [..] afgebranden hoffstaet met ene huyse daer achter en staende [..] binnen de Vrijheyt van Oijsterweyck tussen een....
Bron: RO 285, f.17, 2 april 1588.

Voor Elisabeth Wouter Jan Hessels was dit een tweede huwelijk; uit een eerdere echtverbintenis met Gerard Sebastiaan Smits had zij een dochter Geertruij, die trouwde met Dierk Peter Willems van de Wiel. Dit blijkt als Elisabeths erfgenamen in maart 1628 een deling aangaan:

Dierck sone wijlen Peter Willemsen vande Wiel als man ende momboir Gertruij sijnen huysvrouwe dogchter wijlen Geraert Sebastiaenssen daer moeder aff was Elisabeth dogchter wijlen Wouter Hessels in dye qualiteyt ter eenre — Geraert sone wijlen Wouter Cornelis Rijsbroecx bijde selven Wouter en bij den voorschreven Elisabeth in haere tweeden houwelijck tsamen verweckt ter tweede — ende Ida nagelaten weduwe wijlen Cornelis oyck sone wijlen Wouter ende Elisabethen voorschreven..
Bron: RO 322,f.19v. Zie ook GA 241,f.6v

In 1588 voert Jacob Wouter Jan Hessels, een oudere halfbroer van Elisabeth, een proces tegen de kinderen van zijn vader uit diens tweede huwelijk. Wouter Cornelis Rijsbroeck als voogd over zijn vrouw is een van de aangeklaagden, zie RO 284,f.64. De zaak wordt beslecht op 5 maart 1588.

Wouters naam wordt in een huurakte uit 1590 genoteerd als Wouter zoone wijlen Cornelis Pauwels Rijsbroecx als man ende momboir Elysabeth zijne huysvr. dochter wijlen Wouter Jan Hessels. Wouter verhuurt uit naam van zijn vrouw drie stukken weiland te Haren (int Ghever) en een stuk beemd int Haarens Broeck, voor drie jaar aan Jan Ariaen Aert Goidtschalx tegen 20 karolusguldens, zie RO 284,f.99 de dato 10 september 1590.

Op 18 nov 1594 verkoopt Wouter zoon wijlen Cornelis Pauwels Rijsbroecx, man van Elisabeth dochter wijlen Wouter Jan Hessels een stuk hooiland ter grootte van 4 lopens in de parochie Haaren tussen de beide stromen, hem na de dood van Wouter Jan Hessels toegevallen, aan Henrick, de zoon van wijlen Anthonis Henricx van Zomeren. De grond is belast met een halve stuiver grondcijns, te betalen aan de prelaat van Tongerlo op St. Lambertsdag. Bron: RO 289,f.52v.

Op 16 mei 1596 koopt Wouter zoon wijlen Cornelis Rijsbroecx een affgebrande en desolate hoffstadt met zijn rechten en toebehoorten binnen de vrijheid van Oisterwijk van de kinderen van wijlen Goossen Embrechts vander Borcht bij Claria Gielis Lucas van der Schoot.
Bron: RO 291,f.24.

Wouter zoon wijlen Cornelis Pauwels Rijsbroecx, man van Elysabeth dochter wijlen Wouter Jan Hessels verkoopt op 3 juli 1596 een stuk land, deels akkerland deels weiland, ter grootte van 8 lopens in de parochie Haaren, ter plaatse genaamd De Ghever, hem deels na de dood van Wouter Jan Hessels, deels bij koop van Adriaen Jacobs de Comen voor schepenen van Oisterwijk aangekomen, aan Jan, de zoon van wijlen Adriaen Aert Goidtschalcx. Bron: RO 291,f.34v.

Op 18 sep 1596 koopt Wouter Cornelis Rijsbroecx opnieuw een affgebrande hoffstadt binnen de vrijheid van Oisterwijk, dit keer van Jacob Goyaerts de Bunger, provisor van het Arme Mannenhuys te Oisterwijk. Rijsbroecx belooft het Arme Mannenhuys een jaarlijkse erfcijns te betalen van 12 lopens rogge.
Bron: RO 291,f.42v.

Op 13 april 1598 verkoopt Wouter zoon wijlen Cornelis Rijsbroecx man en momber van Elisabeth dochter Wouter Jan Hessels een stuk land van 1 lopen in de parochie Haaren, hem aangekomen bij deling voor schepenen van Oisterwijk na de dood van Wouter Jan Hessels. Koper is Henrick, zoon van wijlen Anthonis Henricx van Zomeren. Bron: RO 293,f.23v.

Op 3 juni 1599 verkoopt Wouter zoon wijlen Cornelis Rijsbroecx man van Elisabeth dochter Wouter Jan Hessels een stuk land, deels akkerland, van 7 lopens in de parochie Haaren, ter plaatse genaamd De Ghever, als Wouter Rijsbroecx deels na dood [zijn] huysvrouws ouders had verkregen. Hij bezit het land met de kinderen van Geritken, dochter Wouter Jan Hessels en Adriaen zoon Jan Jacobs. Koper is Jan, zoon van wijlen Adriaen Aert Goitschalcx. Bron: RO 294,f.35.

Wouter Cornelis Rysbroecx en Peter Cornelis Appels worden voor schepenen van Oisterwijk op 29 okt 1599 aangesteld tot voogden over de onmondige kinderen van Willem Aelberts & Lijnke.3

Op 8 mei 1602 volgt verkoop van drie erfcijnzen door de erfgenamen van wijlen Willem en Anna, kinderen van Jacob Pauwels Rijsbroeck. Wouter sone wijlen Cornelis Pauwels Rijsbroecx treedt daarbij op voor zichzelf, als mede inden namen ende van wegen de andere kynderen ende erfgenamen Cornelis Pauwels Rijsbroecx voorschreven, voor de kinderen van wijlen Pauwels Willem Pauwels Rijsbroecx; en met Peeter Cornelis Appels als momboiren voor Aelberden zoon wijlen Willem Aelbert Pauwels Rijsbroecx.
Bron: RO 297,f.38-41.

Uit dit huwelijk:

  1. Gerrit Wouter Cornelis Rijsbroeck  Volgt IV-1
  2. Cornelis Wouter Rijsbroeck
    Overleden tussen augustus 1627 (conceptio filii sui) en 31 maart 1628. Getrouwd Tilburg 27 okt 1618 met Eijken (Ida) Marten Peter Vrancken, dochter van Marten Peter Peter Vrancken & Margriet Willem Claes Verhoeven. Getuigen (RK): Marten Peters en Gerit Wouters. Zij hertrouwde met Thomas Joosten van Breda, zie sH.R.1511,f.241 waarin het huwelijk op 7 juli 1649 wordt vermeld.

    Uit dit huwelijk:

    1. Maria Cornelis Wouter Rijsbroeck
      Gedoopt Tilburg 28 april 1619, overleden na 28 april 1687 (doopgetuigen: Dirick Peters & Aleijdt van Vrijssen). Getrouwd met Joost Thomas van Breda.
    2. Wouter Cornelis Wouters
      Gedoopt Oisterwijk 8 april 1620 (doopgetuigen: Valerius Wouterssen & Maria Cornelius)
    3. Maria Cornelis Wouters
      Gedoopt Oisterwijk 3 januari 1623 (doopgetuigen: Gualterus Theodorus & Jodoca Petrus)
    4. Petrus Cornelis Wouterssen
      Gedoopt Oisterwijk 10 feb 1626 (doopgetuigen: Gerarda Johannes Willemssen & Petrus Nicolaus Ketelaers)

    5. Cornelius Cornelius Wouters
      Gedoopt Oisterwijk 25 juni 1628 (doopgetuigen: Adrianus Cornelius van Beurden & Mechteldis Gerardus)

     

    Geertruijt Wouters Smits
    Dochter van Elisabeth Wouter Jan Hessels uit haar eerste huwelijk met Gerard Sebastiaans Smits. Halfzuster van de broers Gerard en Cornelis Rijsbroeck. Getrouwd met Dirick Peter Willems van de Wiel. In een akte gedateerd 15 juni 1628 wordt Dierck Peeters van de Wiel uit Oisterwijk genoemd, getrouwd met Geertruyt dochter Gerart Bastiaens.4

    Dirck Peters van de Wiel is op 23 september 1636 hertrouwd te Oisterwijk met Johanna Willems, onder getuigenis van Gerardus Wouters en Cornelis Jans van Buerden; eerste getuige zal Gerrit Wouter Rijsbroecks zijn, de tweede getuige de zoon van een schepen van Oisterwijk. Op 7 oktober 1658 maakt Jenneken dogter wijlen Willem Goossens weduwe Dirick Peters vande Wiel voor de Oisterwijkse notaris Marten van Hees haar testament op. Ze benoemd haar twee dochters bij Dirick als haar gerechte erfgenamen, en draagt hen op een derde deel van de erfenis aan haar onwettige dochter Willemken af te staan. (NO 16,f.26v)

    Uit dit huwelijk:

    1. Peter Dirk Peter van de Wiel
      Gedoopt Oisterwijk 21 nov 1604 (testes: Jordanus Jansse de G[..] en Barbara [Gijsberts?] Bossers). Moeder heet Gertrudis Wouters.
    2. Gerit Dirk Peters van de Wiel
      Gedoopt Oisterwijk 18 jan 1609 (t: Nicolaus Ferdinandus en Juetta Colijn (of Colen). Vader heet Theodoricus Peters van de Wiel, waarbij de voornaam een correctie is op het doorgestreepte Gerardus.
    3. Leonarda Dirk Peters van de Wiel
      Gedoopt Oisterwijk 7 jan 1618 (t: Cornelis Wouters en Anna Jansen). Op 27 mei 1661 maken Jan Claessen van Tilborch en Leonora dogter wijlen Dirick Peters van de Wiel, echtgenoten wonende binnen de Vrijheid Oisterwijk, voor notaris Marten van Hees hun testament op. (NO 19,f.14r(206)
    4. Wouter Dirick Peters van de Wiel
      Gedoopt Oisterwijk 13 nov 1620 (t: Anthonis Adriaans en Ida Cornelissen). Getrouwd met Catharina (gedoopt Oisterwijk 8 juni 1620, overleden tussen 10 maart 1654 en 5 feb 1656), dochter van Henric Leunis van Irsel bij Adriana Andreas. Hij gaat vervolgens te Oisterwijk 26 nov 1656 in ondertrouw met Adriaentken dochter van Henrick Elias van Boxtel. Op 5 februari had hij voor notaris Marten van Hees de huwelijkse voorwaarden laten vastleggen, daarbij geassisteerd door zijn zwager Leunis Henrick van Megen en oom Geraert Wouter Rijsbroecx. De bruid werd geassisteerd door haar oom Geraert Eliassen en neefken Adam Aerts de Brouwer, met getuigen mr. Wouter Rijsbroeck en Gerit Bartolomeus Vos.5 De akte verwijst naar een testament dat Wouter en Catharina voor Van Hees maakten op 10 maart 1654. Leunis Henricx van Megen was 15 jaar schepen van Oisterwijk tussen 1653 en 1681, en hoofdman van het Sint Bastiaensgilde aldaar in 1678.6 Van deze Leunis weten we dat hij te Oisterwijk is gedoopt op 13 juli 1609 als zoon van Henrik Lonis van Iersel en Adriana Andreas. Hij werd Van Megen genoemd omdat hij te Megen als schoenmakersknecht had gewerkt.7 Leunis stierf na 15 juni 1690, wanneer hij zijn laatste wilsbeschikking maakt. De schepenen van Oisterwijk benoemen op 7 feb 1681 Dirck van de Wiel en Joost Thomas van Breda tot voogden over de vier onmondige kinderen van Wouter Dirck van de Wiel en Adriana Henrick Elias van Boxtel.

      De relatie met neefken Adam Aerts de Brouwer is niet meteen duidelijk. Een gelijknamige man, Adam Arnoldus de Brouwer, is te Moergestel geboren c.1620 en overleden aldaar in 1681. Zijn ouders Aert Jan Cornelis Goijaerts en Marij Adriaen Jan Aelberts waren op 25 feb 1612 in de kerk van Oisterwijk getrouwd. Zij was een dochter van Adriaen Jan Aelberts bij Marij Gerard Pauwels.

 

 

IV-1  Gerrit Wouter Cornelis Rijsbroeck

Geboren rond 1591, overleden tussen 11 maart 1662 en 19 feb 1664.9 Molenaar in Oisterwijk op de Kerkhovense molen, die hij in pacht houdt van de eigenaren.
De houten Kerkhovense molen was van het hier getoonde standerdtype. Jan Breughel de oude (1568-1625), Landschap met molen (detail). Olie op koper, c1611. Fitzwilliam Museum, Cambridge.
Op 21 januari 1621 is de molen nog in pacht bij Philibert Adriaens de Molder, een Cauwenbergh (sH.R.1532,f.163), maar op 19 augustus 1638 wordt Geraert Wouters van Rijsbroeck genoemd als gebruiker van de cooren wijntmolen metten geregten van tgemael ende wijnt ende sijne gronden, rechten ende toebehoorten gestaen inden gehuchten van Carckhoven onder de parochie van Oisterwijck.
Bron: sH.R.1549,f.538.

Getrouwd Oisterwijk 19 mei 1624 met Mechteld Jan Tiberis van Beurden , die nog leeft op 16 april 1668. Getuigen: Cornelis Wouters, Jan Cornelis van Buerden, Adriaen Cornelis van Buerden en Cornelis Janssen.

Gerit, zoon wijlen Wouter Cornelis Rijsbroecx en Peter Marten Peter Francken worden te Oisterwijk 31 mrt 1628 tot voogden benoemd over de onmondige kinderen van wijlen Cornelis Wouter Cornelis Rijsbroecx en Ida Marten Peter Francken. Diezelfde dag verdelen Dierck sone wijlen Peter Willems vande Wiel en Geraert sone wijlen Wouter Cornelis Rijsbroecx de erfenis van Gerits moeder, Lijsbeth Wouter Jan Hessels. Aan Dierck vallen twee huizen in Oisterwijk toe aen de Plaetse, waaronder een afgebrande hofstad genaamd de Doirenboom, omtrent het Zegelhuis. Geraert valt toe eenderde part van een weiveld van acht lopens opte Cleyn Heye omtrent het Sieckgasthuys.
Bron: RO 322, f.19v.

Op 3 aug 1635 koopt Geriden Wouter Rijsbroecx moldere een stede met woonhuis en 7 lopens gronden in Heukelom van Laureys zoon van Adriaen Laureys, man van Heylken dochter wijlen Anthonis Peters bij Meriken dochter Goyaert Cornelis Hixpoirs in tweede huwelijk. Het huis grenst aan de erven Adriaen Lenaert Huenen en aan de gemene straat.
Bron: RO 329,f.53r-54v.

Op 29 april 1636 lost Gerart Wouters van Rijsbroeck, inwoner van Oisterwijk, als eigenaar van een huys, erve, hoff, ende dries, malcanderen aenliggende groot tsamen ontrent vijf lopens lants en een stuk akkerland van 4 loopens, beide in Heukelom, parochie Oisterwijk, een schuld van 150 gulden af die rust op dit onroerend goed, bij Laureyns zoon van Willem Antonissen wonend te Vucht. De schuld was op 15 april 1633 ontstaan toen Jan zoon van Willems Thonis tot Vucht geld leende aan de toenmalige eigenaar van het huis, Laureyns zoon wijlen Adriaen Laureynsse man van Heylken Anthonis Peeters. Het huis met de 5 lopens grond ligt tussen de gemeyne straet aldaer oosten ex uno, en tussen erfenis Adriaen genoemt Hoonen [=Heunen] soo ten westen ex alio
Bron: sH.R.1510,268v dd 15 april 1633.

Volgens het Kommerboek 1636 is Gerit Wouter Rijsbroeck molder bewoner van een huis tegenover (ten westen van) de Kerkhovense windmolen, tussen het erf van Herman Ketelaars en de plaetse of stadt vanden rosmolen, ofwel de plek waar voorheen een rosmolen stond (Rosmolenberg). Eigenaresse van de woning is Jenneke Jan Damen, weduwe Gerit Peter Vromans. Haar kinderen delen 28 jan 1651 waarna het huis toevalt aan Gerit Bartholomeus Vos, getrouwd met Lijsken Vromans. RO 345,f.19. Een huis naast de windmolen zelf (eertijts totten molen behoort hebbende) wordt volgens het Kommerboek bewoond door Adam Marten Jans van Boxtel, mede-eigenaar van diezelfde windmolen en vader van de Oisterwijkde notaris Marten van Hees.

Op 23 okt 1639 koopt Gerid sone wijlen Wouter Rijsbroeck met Jan zoon wijlen Aert Diercx een stuk akkerland van 7 lopens in Carchoven omtrent de Langhvennen van Jan zoon wijlen Henrick Wouters van Nuys en diens mede-erfgenamen. Bron: RO 333,f.64. In maart 1643 ontstaat er een geschil over het gebruik van een weg over deze akker, zie RO 337,f.40v.

Op 20 dec 1640 treden Gerit Wouter Rijsbroeck en Goossen Emberts van der Borcht op als voogden over Adriaen en Joorden, zonen van Cornelis Adriaens van Beurden, bij de erfdeling van Adriaen van Beurden en Adriana dr. Hiëronimus Claess, hun grootouders. Tot de nalatenschap van het overleden echtpaar behoort de windmolen Ter Nedervonder te Oisterwijk. Bron: RO 334,f.84. Een voortzetting van de deling vindt plaats op 3 jan 1641, wederom met Rijsbroeck als een van momboiren. Bron: RO 335,f.1.

Op 7 juni 1646 benoemen de schepenen van Oisterwijk Gerit Wouter Rijsbroeck en Aert Henrick Roestenborch tot voogden over Jan, onmondig kind van Jan Peter van de Wiel.

Op 7 juli 1649 bekent Thomas Joosten van Breda, man van Iken weduwe Cornelis Rijsbroecx, dat Gerart Wouter Rijsbroecx een schuld van 50 gulden op het (onder sH.R.1510,f.268v) genoemde onroerend in Heukelom heeft afbetaald. De schuld was op 1 april 1634 voor schepenen van 's-Hertogenbosch door Hendrick Adriaen Lamberts gekocht van Laureyns zoon van Adriaen Vreynsse, inwoner van Heukelom en man van Heylken Anthonis Peters, ten behoeve van Yken weduwe Cornelis Wouter Rijsbroecx. Bronnen: sH.R.1511,f.241 en sH.R.1548,f.390 dd 23 januari 1636.

Op 2 aug 1652 verklaren Adriaen Willemssen Verhoeven en Johan van Dale, schepenen van Oisterwijk,

ten versoecke van Geerit Wouter Rijsbroeck molder vanden Kerckhovense molen ende Wouter Peeter Ketelaers molder vanden molen staende tusschen Haeren ende Oisterwijck
dat eerder diezelfde dag is gekomen op beide molens de vorster van Oisterwijk, Jan de Gier. Die trof "op ijdere molen twee loperen (?) waervan in ydere molen een was geeijckt [..] ende de andere wesende twee oude lopens die hij deponent op heden heeft gebracht". Volgens de twee molenaars nam De Gier twee lopers mee, belovende dat hij die "soude correct maecken alsoo sij de selven dickwils van doen hebben ende soo t'blijckt bijden brandt voor desen verschijdene mael bij officier ende schepenen geeijckt ijs gebracht".
(Bron: RO 395, scan 154)

Oisterwijk, rechtszitting 13 jan 1660: "Gerit Wouter Rijsbroeck aenlegger [tegen] Hendrick Janssen de Lepper / Aenlegger eijst ses gulden twee stuivers ter saecke van gelevert roggen meel"
(Bron: RO 3, ongefolieerde Rol der Dinghtaele, scan 9)

Op 2 maart 1662 getuigt Gerit Wouters Rijsbrouck met andere naburen van Oisterwijk, onder wie zijn zoon Jan Gerrit Rijsbroeck, voor de Tilburgse notaris Charles de Roy. Jan tekent de akte, vader Gerrit geeft zijn handmerk. Bron: Charles de Roy, inv. nr. 15, f. 113-113v.

Op 11 maart 1662 legt de ongeveer 71-jarige Gerit Wouter Rijsbroeck voor de Oisterwijkse notaris Jan Peynenborch een verklaring over het eigendom van een stuk grond in de Hupperinge, bij Heukelom. Bron: NO 6,f.86v.

Oisterwijk, rechtszitting 19 feb 1664: "Mechtelt wed. Gerrit Rijsbroeck aenlegger [tegen] Aleijd wed. Huijbert van Laerhoven gedaegde".
(Bron: RO 3, ongefolieerde Rol der Dinghtaele, scan 187. Zittingen volgen op 4 maart, 29 april, 16 sep en 27 jan 1665: scans 192, 200, 221, 230)

Oisterwijk, rechtszitting gehouden 12 jan 1665: "Mechtel wed. Gerrit Rijsbroeck aenlegger [tegen] d'erffgenamen Jan van Esch".
(Bron: RO 3, ongefolieerde Rol der Dinghtaele, scan 223-224, zie ook 267 en 287. Genechten volgen op 27 okt 1665 (scans 267 en 273), 11 jan 1666 en 4 mei 1666)

De weduwe van Gerit Wouter Rijsbroeck begint 6 maart 1668 in Tilburg een civiel proces tegen de weduwe van Adriaen Phileberts, zie Civiele Procesdossier Tilburg inv.nr. 5490.10 In een notariële akte gedateerd 16 april 1668 lezen we meer over de zaak. "Mechtelt van Beurden naergelaeten weduwe Geraert Wouter Rijsbroecx woonende onder de vrijheyt van Oijsterweyck" verklaart dat
Adriaen Filiberts molenaer in sijn leven tot Tilborch over de vier jaeren geleden van haer heeft gecocht ene parthye kammen tot omganghe in ene molenrath voor de somme van tien gulden tien stuivers die den voorschreven Adriaen door sijn knecht ook heeft doen halen, verclaert oock dat de voorschreven somme onbetaelt.. [etc]
11
Het betreft de in Oisterwijk geboren Adriaan Phielebeerts, die overleed te Tilburg 16 apr 1665.

De vijf nog levende kinderen delen op 15 maart 1674. Voor de tekst van de akte: klik hier

Tilburg, 2 maart 1662: handmerk van Gerit Wouters Rijsbrouck (Charles de Roy, inv. 15, f.113v) Oisterwijk, 16 april 1668: Mechtelt van Beurden, naergelaten weduwe Geraert Wouters Rijsbroex, tekent met de naam Mechgel Gert Rijsbroecx (NO 5269,f.402v)

Uit dit huwelijk:

  1. Maijken Gerrit Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 22 aug 1624. Doopgetuigen: Theodoricus Petrus en Adriana Johannes, de eerste moet Dirick Peters van de Wiel zijn geweest, een oom. Getrouwd Oisterwijk 11 feb 1649 met Adriaen soone Peter Cornelis Roos uit Kerkhoven. Als getuige treedt op de vader van de bruidegom, terwijl de bruid wordt geassisteerd door haar broer Cornelis. Een zoon Jan Adriaen Peters Roosen uit dit huwelijk noemt zich Jan Adriaan Mulders en is de stamvader van de Moergestelse families met die naam.

  2. Cornelis Gerrit Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 11 jan 1626, overleden na 30 sep 1664 doch voor 28 april 1665. Doopgetuigen: Godefridus Henricus namens Gualterus Wouterssen en Ida Cornelis. Getrouwd Oisterwijk 18 nov 1657 met Maeij Peter Cornelissen Michielsen Roosen. Zij hertrouwde met Adriaen Peter Smouts. Jan Gerit Rijsbroecx en Adriaen Peter Cornelis werden 28 april 1665 aangesteld als voogden over de onmondige kinderen van wijlen Cornelis Gerit Rijsbroecx en Maijke Peter Cornelis.

    Oisterwijk, rechtszitting 30 sep 1664: Cornelis Gerrit Rijsbroeck aanlegger contra Jacob [Janss?] vander Voort:

    "Aenlegger eijst de somme van vier guldens en twee stuivers ter saecke van gelevert meel inden jaere 1664"
    (RO 3, scan 222

    Op 19 juli 1665 vindt er in Oisterwijk een gerechtelijke behandeling plaats van een geschil tussen Maria wed. Cornelis Rijsbroeck aenlegger en Jan Wouter Maes, gedaagde:

    "d'aenlegger eijst 2 gulden 2 stuivers ter saecke van afgehaelden boeckweyt ende voeder cooren volgens haeren mans schultboeck"
    (RO 3, scan 253. Op scan 254 dezelfde vermeling, met 'afgecochten' in plaats van 'afgehaelden').

    Op 19 juni 1668 vindt voor de schepenbank van Oisterwijk een rechtszitting plaats waarin Adriaentje Cornelis Heesen, weduwe van Adriaen Filiberts de som van 30 gulden 10 stuivers eist van Adriaen Smout, "als getrouwt hebbende de weduwe Cornelis Rijsbroeck, ter saecke van affgecochte en geleverde molendeijlen" (RO 73, ongefolieerd, 4e fiche). Op 22 feb 1676 wordt melding gemaakt van Aeltjen, dochter Cornelis Gerrit Rijsbroeck & Maijken Peeter Roosen en haar voogd Adriaen Peeter Roosen, des voorschreven Aeltjens moederlijcken oome.12

    Uit dit huwelijk:

    1. Elisabetha Cornelis Geertse Rijsbroeck
      Gedoopt Oisterwijk 27 feb 1660, overleden vóór 22 feb 1676. Doopgetuigen: Adriana Lievens namens Emmert van de Wiel, en Antonia Peeters

    2. Wouter Cornelis Rijsbroeck
      Gedoopt Oisterwijk 11 aug 1662, overleden vóór 22 feb 1676. Doopgetuigen: Gosuinus Cornelius & Maria Bucken

    3. Aeltgen Cornelis Gerit Rijsbroeck
      Ook vermeld als Alet, Aleyd, Aleidis en Aldegundis. Vermeld in 1674 als onmondige dochter en enig nog levend kind van Cornelis Gerrit Rijsbroec. Getrouwd te Berlicum 29 jan 1679 met Symon Adam Tilemans (getuigen: Joannes Geurts & Theodorus Voets) zoon van Adam Tielemans & Catelijn Simon Goijarts Banniers. Symon Adriaen Tielemans, “als man en momber van Alet syne huysv., dogter Cornelis Gerrit Rijsbroeck” verkoopt op 14 januari 1683 voor schepenen van Oisterwijk een stuk akkerlant van 3 lopens aldaar, gelegen tussen de erfenis Peter Ariens van Roy, de erfgenamen Jan Embert Vromans en Joachim sone Adriaen van Esch, aan Joachim Adriaenszn van Esch, zie RO 377,II,3v.
  3. Wouter Gerrit Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 28 maart 1628 (getuigen: Johannes Adrianus en Arnolda Adrianus). Naar het zich laat aanzien was hij juridisch geschoold: op 5 feb 1656 getuigt mr. Wouter Rijsbroeck voor notaris Marten van Hees.13
    5 feb 1656: de handtekening van mr. Wouter Rijsbroeck (NO 5260,f.16r)
    Op 20 maart 1674 verschijnt voor dezelfde Van Hees mr. Wouter Rijsbroecx soone wijlen en mede erftgenaem van wijlen Geraert Rijsbroecx. Hij machtigt zijn broer Jan om de helft westwaarts in een stuk akkerland van twee lopensaet in de Boxtelstraat te Oisterwijk te verkopen. De andere helft behoorde aan Willem Rijsbroeck. Als getuige treedt op Michiel Peeter Roosen.14

  4. Elisabeth Gerit Wouters
    Gedoopt Oisterwijk 18 nov 1629 (getuigen: Petrus Nicolaus Ketelaers en Dijmpna Willems).

  5. Jan Gerrit Rijsbroeck volgt V-1

  6. Willem Gerrit Rijsbroeck
    Geboren ca. 1639, op 12 april 1695 nog in leven. Op 22 feb 1669 verschijnen voor notaris Marten van Hees: Willem Geraert Rijsbroec oudt ontrent 30 jaeren en Jan Wouters Ketelaers oudt ontrent 26 jaeren, beyde molenaeren van haeren ambacht woonende binnen de Vrijheit van Oisterwijck [..] ter instantie van Cornelis Henrix Verstijnen, oock molenaer.15 Vermeld in 1674 als poirter deser Vrijheyt Oisterwijck.16 Op 3 april 1674 stelt Willem zich borg voor de kosten van een proces dat zijn broer Jan bij de schepenbank van 's-Hertogenbosch voert tegen Joachim Wijtmans en Henrick Wernaerts.17 Dit waren twee Oisterwijkse lakenkopers en beiden oud-borgemeesters. Wernaerts was bovendien lakenbereider.18

    Op 12 april 1695 geeft Willem Rijsbroeck, oud 58 jaar, voor notaris Abraham van Rotterdam een verklaring af ten behoeve van Johan van den Elsacker, molenaar in Oisterwijk. Rijsbroek had circa vier jaar geleden als knecht gewoond bij requirant op de watermolen tot Heukelom (NA 5289,f.125)

    Getrouwd met Hendricxke Peters, die op 5 nov 1674 een getuigenis aflegt voor de Dingbank van Oisterwijk: haar dienstmeid Elysabeth Goyaerts was op 26 juli van dat jaar bevallen van een buitenechtelijk kind.19

    3 april 1674: De handtekening van Willem Gerts Rijsbroeck

    Uit dit huwelijk:

    1. Gerit Willem Geerts
      Gedoopt Oisterwijk 28 dec 1663, moeder heet Henrica Peeters (Jan Peeters & Engelberta Cornelis).

    2. Jan Willem Gerrits Rijsbroeck
      Gedoopt Oisterwijk 14 sep 1672 (Jan Gerits Rijsbroek & Maria Peters).

    3. Maria Willem Gerrits Rijsbroeck
      Gedoopt Oisterwijk 12 okt 1673 (Jan Peters & Maria Ariaen Peters). Aldaar getrouwd 19 feb 1696 met Servatius Roeters.

 

 

V-1  Jan Geerritsen Rijsbroeck (1631-1682)

Gedoopt Oisterwijk 30 aug 1631, overleden tussen 21 juli en 22 okt 1682. Doopgetuigen: Anthonius Adrianus Janssen en Aleijdis Hubertus.
Molenaar in Oisterwijk op de Kerkhovens molen, die hij pacht van de eigenaar mr. Marten van Hees, en voller te Moergestel.

Getrouwd Oisterwijk 12 juli 1659 met Geertruyt van Roessel, dochter van Jan Aert Diercx (alias van Gestel) & Yken Jacob Claes Schramm. Getuigen bij het huwelijk: Gerardus Lievens & Joanna de Bever. De 60-jarige Gerart Guilliaemsz Lievens was wollenlakenkoper te 's-Hertogenbosch, maar woonde rond 1660 enige tijd in Oisterwijk, zie De Brabantse Leeuw 41 (1992) p.249. Johanna de Bever was de enige — zij het onwettige — dochter van jonker Willem de Bever, eigenaar van het goed Weyenberch te Oisterwijk; in januari 1660 zou ze trouwen met Jan, een zoon van Gerart Lievens. Deze Jan Lievens vraagt in mei 1660 toestemming aan de Raad van State om een olieslagmolen op te mogen oprichten op het terrein van het huis Weyenberch, zie RANB inv.nr.202,f.252v, 22 mei 1660. Toestemming volgt volgens resolutie van de Raad van State van 11 mei 1661.

3 april 1674: De handtekening van Jan Gerit Reijsbroeck (Notarieel archief Oisterwijk, inv.nr. 5272)

Jan Rijsbroeck duikt op in een groot aantal archiefbronnen:

  1. 22 feb 1661, Oisterwijk: Jan Gerit Rijsbroeck, aenlegger, tegen Laureijs Ariens woonende tot Enschot, gedaegde / De aanlegger eist 20 gulden ter saecke van vercochte rogge ende gelevert aenden gedaegde, conden. t'een tot betalinge vandien
    (RO 3, scan 44).
  2. 22 april 1662, Oisterwijk: Jan Adriaen Lathouwers verhuurt aan Jan Gerit Rijsbroeck twee stukken akkerland in Oisterwijk, aldaar gelegen in de Schijf. Akte ondertekend door huurder en verhuurder.
    (RO 622, folio 311, scan 314).
  3. 3 maart 1664, Oisterwijk: Jonker Franchois Beijherts, out drossart der baronnye van Boxtel, aenlegger, teghens Jan Gerit Rijsbroeck, gedaegde. De aanlegger eist 138 gulden en 5 stuivers ter saecken ende als rechte van vijfentwintich mudden roggen, bij den voorschreven gedaechgde vande huysvrouwe des voorschreven jonker Beijherts aenlegger inne desen, in maio lestleden gecocht
    (RO 71, scan 9-13).
  4. 16 sep 1664: rechtszitting van de schepenbank van Oisterwijk voor behandeling van de zaak tussen Jan Rijsbroeck molenaer alhier, aenlegger, contra Cornelis Lambert wonende in Udenhout, gedaegde. Aenlegger eijst vier guldens tien stuivers per reste van roggemeel anno 1660 volgens schultboeck (RO 3, Rol der Dingtaele, scan 217).
  5. Jan Gerit Rijsbroecx en Adriaen Peter Cornelis voogden over de onmondige kinderen van wijlen Cornelis Gerit Rijsbroecx en Maijke Peter Cornelis, Oisterwijk 28-4-1665.

  6. Jan Gerits Rijsbroecx 'executant, contra Anthonij Adriaen Corsten de Molder, 'geexecuteerde'. etreft een haaflijk gericht voortvloeiend uit het niet betalen van meel, 1659-1661. Laatstgenoemde datum in de stukken is 18 maart 1661.
    Tilburg Civiele procesdossiers nr.4352, anno 1659-1661.

  7. Den Bosch 6 juni 1663: Jan Gerit Wouter Rijsbroeck bekent als eigenaar een erfcijns te hebben gelost bij Catharina van Voorn, op een huis met brouwhuis genaamd De Swaen omtrent de Capel te Oisterwijk, een afgebrande hofstad aldaar en nog twee stukken akkerland. Catharina had de erfcijns op 11 mei 1657 gekocht van Jan sone wijlen Adriaen Lathouwers, inwoner van Oisterwijk
    (sH1587, f.192v de dato 11 mei 1657)
  8. Jan Gerritsen Rijsbroeck, molenaar wonende onder Kerkhoven en Cornelis Henrix Stynen, ook molenaar, getuigen over de slechte kwaliteit van door Wouter Wilborts coopman van molensteenen geleverde molenstenen, 29 mrt 1665, handtekening van Adriaen Jansen mulder, getuige. In de akte heet deze Adriaen van der Sterre (Protocol notaris Marten van Hees 1665, inv.nr. 22, f.10r).

  9. Jan Gerrits Rijsbroeck molder tot Oisterwijk genoemd in een getuigenis van Adriaen Janssen vande [Hielen?] ende Jan Adriaenssen vande Laer, respective gewesen molders soon ende knecht (Notaris Roelof van Vleuten, inv.nr. 25, folio 137-137v de dato 16 augustus 1668.
  10. Jan Gerritsen Rijsbroek, molenaar op de Kerkhovense molen, beledigt op 2 augustus 1669 de stadhouder en de vorster van Oisterwijk bij inning van achterstallige belastingen die hij de borgemeester van het jaar 1668 nog schuldig is (sH. criminele procesdossiers 64-6). Zijn voordeur blokkerend, waarschuwde de molenaar stadhouder Pieter Duercant, die zijn geld kwam halen:
    "neemt het clein gericht dan mede, maer den eersten die daer komt om 't groot gericht te haelen, die sal ick omver schieten oft doot schieten"
    Jan Breughel de oude (1568-1625), Landschap met molen (detail). Olie op koper, c1606. Privé-eigendom.
    De stadhouder probeert zich vervolgens toch een weg naar binnen te banen, waarop Jan al vloekend een houweel grijpt en dreigt de stadhouder daer mede de kop in te slaen. Duercant ziet zich genoodzaakt zijn degen te trekken en Rijsbroeck vlucht door de keukendeur naar buiten. Als daarna de officier in de stal probeert eenige beesten tot voldoeninge van den voorschreven lasten in beslag te nemen, staat daar plots weer die dekselse Rijsbroeck in de deuropening:
    "ende weder in de stal comende heeft Rijsbroeck meerder als te vooren gevloeckt ende getiert ende weder met eene groote furie den voorschreven stadthouder invaderende, den selven weder seer hevich met een dorstvlegel tot verscheijde maelen naer den selven geslaegen, hebbende Rijsbroeck ondertusschen veel vuijle injuriens en scheltwoorden gebruijckt"
    . Hoewel er duidelijk sprake was van fysieke en verbale bedreiging, om maar niet te spreken over een poging tot mishandeling, karakteriseert Jan zich tijdens de zitting in Den Bosch als
    "een man met eeren, staende ter goeden name ende fame, die niemanden ter werelt een hair van syn hooft en heeft gecrenct, verongelijct, ofte de waerde van een stroijhalm ontdraegen."
    Bron: sH.R. criminele procesdossiers 61-6. Zie ook een afschrift van het verslag van de stadhouder en de vorster van hun bezoek aan Rijsbroeck in het Oisterwijkse schepenbankarchief: RO 57,f.76. Zie ook dossier 77-01 waar Cornelis (achternaam ontbreekt) de knecht van Rijsbroeck in 1666 terechtstaat wegens bedreiging met brandbrieven.

  11. Oisterwijk, gerechtszitting 19 okt 1669:
    Jan Gerrit Rijsbroeck, aenlegger, & Jan Jan van Swaens, gedaegde. Aenlegger eijst veertien gulden [..] stuijvers ter zaecke van gelevert meel volgens schultboeck
    (RO 3, scan 279.
  12. Oisterwijk, gerechtszitting 21 jan 1670:
    Handrick Wernaerts gewesene borgemeester deser Vrijheyt aenlegger [tegen] Jan Geritssen Rijsbroeck verweerder / Actor eijst restitutie van twee gehele deelen aende verweerder inden jaere 1668 geleent oftewel i – 100 in plaetse van dien ter waerheyt ende ter eede cum appen.
    (RO 4. De zaak heeft meerdere vervolgzittingen in de hierop volgende jaren, tot in 1674. Daarna gaat Rijsbroeck in beroep in Den Bosch)
  13. Oisterwijk, gerechtszitting 8 jan 1674:
    Hendrick Wernaers ende Jochem Wijtmans, aenleggers [tegen] Jan Gerrits Rsijbroeck / Den aenleggers versoecken recht (RO 4, scan 150)
  14. Jan Gerrit Rijsbroeck en Michiel Adriaen Roose als momboiren; boedelinventaris van Aeleide dochter Cornelis Gerrit Rijsbroeck (RO 368,f.55r-56v) 19 juli 1674
  15. Lambert van Hees (geb.1651–gest.1691) zoon van de Oisterwijkse notaris mr. Marten van Hees bij wijlen Maria Johansdr. Peynenborch, draagt op 25 februari 1677 zijn vader en "Johan Vromans sijne aengetrouden oom" op om zijn kindsdeel "in de helft in eenen kooren molen ten wijnde en metten rechten van gemael staende onder dese vrijheyt tot Kerchoven mette voorstede daer bij gelegen in al sulcken voegen, ende groot in rechten ende toebehoorten, gelijck Jan Geraert Rijsbroeck desselven goederen tegenwoordich is gebruykckende" [....] "neffens den momboiren van sijne minderjarige broederen openbaerlijck te vercoopen". Lambert van Hees is gestorven in Leiden en was vermoedelijk weinig in Oisterwijk.
    Bron: RO 371, folio I 30v, 25 feb 1677.

  16. De Raad van Brabant, corrigerende de respectieve vonnissen van [zowel] wethouders van Oisterwijck als schepenen der stadt s'hertogenbosch in datis 8. januarij en 18 september 1674 in questie veroordeelt Jan Gerritse Rijsbroeck, corenmolenaer wonende tot Karchoven, om tweederde van de kosten te betalen in het proces tegen Jochem Wijtmans en Hendrick Antonis Wernaerts, gewesene borgemeesters der vrijheyt Oisterwijck. Het andere derde deel wordt door de Raad gecompenseerd om redenen den Raadt daer toe moverende.
    RANB, toegang 19, inv.nr.820, vonnis nummer 4176 de dato 23 maart 1677.
  17. De regeerders van Tilburg contra Jan Gerrits van Rijsbroeck, 7 december 1677.
    Bron: Civiele procesdossiers Tilburg, inv.nr. 5844
  18. Jan Geraert Rijsbroecx molder tot Carchoven contra Jan, Geraert en Maria, gebroederen en zusteren, kinderen Jan Jans Heunen. RO 78, scan 355-365 anno 1677 voor uitvoerige weergave van de standpunten der partijen. Zie ook de Rolle der Dingtalen
  19. Op 28 april 1678 ontvangen de schepenen van Oisterwijk per brief juridisch advies van advocaat Jakob van Affoirden in Den Bosch in een voorliggende rechtszaak. Hij adviseert de schepenbank om Jan Gerits Rijsbroeck bij vonnis te bevelen de molen en huysinge mitsgaders de weyen en hoff , die Rijsbroeck zo hij verklaart van Marten van Hees naer behoeven heeft gehuert gehadt voor de tijt van acht jaren op meiavond (oftewel 30 april) te verlaten. Marten van Hees en François Strijbosch hadden de schepenen als supplianten hierom verzocht.
  20. Schepenbankarchief Oisterwijk, Protocol van losse vonnissen 1648-1690, inv.nr. 35,f.17r. Zie ook folio's 11 en 15 voor meer informatie over deze zaak.

  21. Jan Gerit Reijsbroeck, borg principael voor Peeter Peeter Priems, 20 juli 1678 (RO 372, f.37r)
  22. Jan Gerrit Reijsbroeck, molder, belooft een zak roggemeel te voldoen aan armmeester mr. Johan Scholt 1678 (RO 372, f.47r)
  23. Jan Geeritssen Rijsbroeck, molenaar te Kerkoven en 'volder tot Moergestel', aanlegger, tegen Adriaen Joost Wouters, 'coopman alhier aen den Heycant', gedaagde. Betreft betaling voor het vollen van lakens, 14 december 1680. De rechtszaak kwam op 15 juli 1680 voor het eerst voor bij de schepenbank van Tilburg. Vervolgzittingen vonden plaats op 23 september, 7 oktober en 21 oktober. Bron: Civiele procesakten Tilburg, inv. nr.5986, scans 1-24.
    De aanklacht luidt als volgt:
    Dat den voorschreven aenlegger in den voorleden jaere 1679 voor den gedaeghde in desen heeft gevolt ende dick gemaeckt thien halve stucken laeckenen, waer aen den aenlegger heeft verdient ende hem competeert te weten van ijeder stuck de somme van vijffentwintich stuyvers eene, maeckende alsoo over de voorschreven thien halve laeckens de somme van twaalf guldens ende thien stuyvers eenen, volgens het volboeck daer van sijnde, tegen den aenlegger presenteert t' allen tijde des vercocht sijnde met solemnelen eede te bevestigen.

  24. Jan Geeritsen Rijsbroeck, 'molder ende volder, aenlegger', contra Adriaen Aert Geerits, 'inwoonder alhier, gedaegde'. Betreft betaling van een som geld. De schepenen van Tilburg veroordelen Geerits op 15 juli 1680 tot het betalen van vijf gulden plus de proceskosten. Op 3 december 1680 verklaart Rijsbroeck dat de schuld is voldaan.
    Bron: Civiele procesakten Tilburg, inv.nr. 6002.
  25. Juni 1680, gerechtelijke verklaringen van Jan Geraert Rijsbroecx, aanlegger, contra Peter Goijaerts vander Schoir RO 79, scan 124-146, juni 1680.
  26. Juli 1680, afhandeling van rechtszaak aangespannen door Jan Geraert Rijsbroecx, tegen Laureijs Dircx Vercoijen, met verwijzing naar eerdere vonnissen en appel in Den Bosch RO 79, scan 88-118.
  27. 1 januari 1681: Jan Gerrit Rijsbroeck en Cornelis vander Linden, gewezen borgemeester van Oisterwijk over het jaar 1677, hebben met elkaar
    "affgereekent ende geliquideert vande Vrijheyts lasten van alle de parceelen die hij inden voorschreve jaere gebruyckt heeft ende bevonden dat den voors[chreven] Rijsbroeck schuldig blijft aenden voorn[oemden] Vander Linden de somme van tseventich car[olus]gul[dens] die hij Rijsbroeck belooft te betaelen in vier termijnen, te weten den lesten Jan[uar]rij dese jaere XVII gl X st, den lesten feb 17:10:0 den lesten meert XVII gl X st ende den lesten April de resterende XVII gl X st" [et cetera]
    (RO 375, dd. 1 jan 1681).
  28. Jan Gerraert Rijsbroeck belooft als schuldenaar 63 gulden te betalen over 6 maanden aan de secretaris van Oisterwijk, Abraham Verster (RO 375, dd. 25 jan 1681).

  29. Oisterwijk 29 juli 1681:
    Compareerde voor schepenen der Vrijheyt ene Dingbancke van Oysterwijck ondergenoemt Jan Gerit Rijsbroeck molder opden Kerckhovensche moolen den welcke verclaerden te contradiceren van alsulcke vonnisse als Theodorus van Esch tot laste ende nadeel van hem comparant opden 3 junij 1681 heeft geobtineert gelovende onder verbant als naar rechten dese zijne contradictie te zullen prosequeren daer ende des alsoo behoort
    (RO 5, scan 115)
  30. Jan ende Willem gebroederen, sonen wijlen Geraert Rijsbroeck compareren voor schepenen van Oisterwijk, 22 aug 1681 (RO 375, f.70, met beider handtekeningen)
  31. Oisterwijk, ontvangen 2 nov 1681: aanspraak voor "Jan Geraert Rijsbroex molenaer tot Carckhoven, resenterende onder dese Vrijheyt van Oisterwijck teghens Jan Embertsen vanden Wiel, inwoonder derselven Vrijheyt".
    RO 80, scans 309-315.
  32. Oisterwijk, gerechtszitting 13 mei 1682: Jan Gerit Rijsbroeck aenlegger [tegen] Jan Emberts vande Wiel gedaegde (RO 5, scan 124)
  33. Oisterwijk, gerechtszitting 2 juni 1682: Jan Gerit Rijsbroeck contradictur contra Jacob ende Jan gebroederen soonen Jan Jan Aerts gecontradiceerden (RO 5, scan 128)
  34. Oisterwijk, gerechtszitting 16 juni 1682: Jan Gerit Rijsbroeck aenlegger contra Maijken weduwe Anth. Gijsberts ged[aegde] (RO 5, scan 130)
    Zitting voortgezet ('continuatur' op 21 juli 1682 (RO 5, scan 133)
  35. Op 22 oktober 1682 maken Abraham Verster, rentmeester van het Kwartier van Oisterwijk, en Marten van Hees als curateurs vanden geabandonneerde boedel van wijlen Jan Gerit Rijsbroeck een inventaris van die boedel ten huyse van den voors[chreven] Rijsbroeck. In de stal staan onder meer vier roij koijen en drie peerden. Verderop meldt de lijst een koets met twee roy gordijnen, die toecomen aen Maria de dochter. Onderaan op de lijst: stuk moolen steen opden moolen (RO 376, deel 1, f.56-57v, de koets vermeld op 56v).
  36. Verkoopcedulle voor de curateuren van de verlaten boedel van wijlen Jan Gerit Rijsbroeck, 18 november 1682:
    "Inden eersten een stuck ackerlants groot omtrent vijff loopens, offwel soo groodt ende cleijn t'selve gelegen in den vrijheyt van Oysterwijck ter plaetse genoemt Kerchoven, tussen erff. Henrick Aerts van Diesen ex uno ende tussen erff. der kinderen Bernart Schalcken ex alio, streckende met beyde eynden aen erff. Peeter Corn. Hoevenaers" [et cetera]
    Leonart Stocvis mijnt op 18 november 1682 na 20 slagen het stuk grond af voor de geldsom van 250 gulden. Hij wordt hierin bevestigd op 25 november.
    "Den 2 coop sal wesen een stuck weyvelt groodt omtrent twee loopens off daer omtrent begrijpende gelegen inde Vrijheyt voorschreven opde Cleyn Heye tussen erfennis vanden Armen Gasthuyse alhier ex uno, ende tussen erffenis Joost Thomas van Breda ex alio, streckende voor vande straet tot aen den gemeene Rack loop, los ende vrij, aen te veerden ter stondt. [...] soo heeft Adriaen Peeter Roosen het voornt. weyvelt ten beurden affgemijnt voorde voorschreven somme van een hondert ende vierendertig guldens ende heeft daerop geslagen tien slaghen" [dato ut supra = 18 en 25 november 1682]
    (RO 628, scans 87-93).
  37. Oisterwijk, 23 dec 1682: Abraham Verster en Hendrick van Hees, "t'samen in qualiteyt als bij mijn heeren schepenen der Vrijheyt ende Dinghbanck van Oysterwijck aengestelde curateuren vanden verlaten boedel van wijlen Jan Gerit Rijsbroeck, volgens acten ende opgevolgde authorisatie wesende van date den 12 oktober 1682" laten bij de schepenen van Oisterwijk transportakten opmaken voor de voornoemde verkochte percelen uit de boedel van wijlen Jan Gerit Rijsbroeck. Leonard Stockvis wordt bevestigd in zijn aankoop (230 gulden), maar het stuk weiveld waarop Adriaen Peeter Roosen een bod had uitgebracht, blijkt voor 154 gulden naar Abraham Verster te zijn gegaan. Een derde stuk grond, van een lopens saet groot, gaat voor 115 gulden naar Wouter Jan Embert Sijmons (RO 376, deel 2,f.36-37 de dato 23 december 1682)
  38. Op 10 feb 1683 sturen de regenten van Oisterwijk een rekest aan de Raad van State, met het verzoek om het proces met de inmiddels overleden Jan Gerrits Rysbroeck, molenaar van de Kerkhovense molen, betreffende de H. Geestgoederen, te mogen voortzetten met de erfgenamen, die dat van hun kant weigeren. Zij verzoeken intrekking van de surséance en verlof om met het proces voort te gaan. Kopieën van de brief gaan naar de weduwe Geertruyt, mr. Marten van Hees als eigenaar van de molen en Hendrick van Hees als curator.

 

Uit dit huwelijk:

  1. Maria Jan Geertsen
    Gedoopt Oisterwijk 18 juli 1660 (Sebastianus Jan Alberts en Angelina Cornelissen van Beurden). Op 20 feb 1683 als Maria Jans van Rijsbroeck, omtrent 23 jaar te Oisterwijk ondertrouwd met Adriaen Leendert Janssen alias Lommers, die omtrent 26 jaar oud is.
  2. Lijsbeth Jansen Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 6 juli 1662. Ondertrouwd (NH) op 23 aug 1687 te Oisterwijk met de 27-jarige Jan Hendrik Heessels. Hij hertrouwt te Oisterwijk 12 apr 1721 met Jenneke Peters van Gorcom uit Heukelom. Volgens het huwelijksregister woonde hij daar zelf ook. Op 16 februai 1722 is Cornelis van Reijsbroeck in Oisterwijk doopgetuige voor Elizabeth Hessels, dochter van Joannes Hessels en Joanna van Gorcom.
  3. Cornelis Jan Rijsbroeck Volgt VI-1
  4. Gerardus Joannes Gerardus Rijsbroeck
    Gedoopt Otw 18 mei 1668 (Jacobus Joannis en Maria Strijbers). Tot nu toe zijn enkel vermeldingen in kerkelijke trouwboeken gevonden: op 22 sep 1696 is Gerardus Janssen van Rijsbroeck met Johannes van Asvelt in Oisterwijk getuige bij het kerkelijk huwelijk van Jan Adriaens van Heukelom en Maria Jan Adriaen Cruysen. Beide huwelijkspartners woonden in Berkel. De relatie met Rijsbroek is onbekend. Voor Maria was dit een tweede huwelijk: op 12 juni 1689 was zij te Oisterwijk voor de kerk getrouwd met Adriaan Adriaans van der Sterre uit Udenhout, zoon van Adriaen Janssen van der Sterre (vermeld in 1665 en 1688 als molenaar op de Creitenmolen aldaar) bij Peterken (Perijntje) Jan Adriaen Hamels, ook wel Samuels.
    Op 7 okt 1696 is Gerard Janssen van Rijsbroeck met Joannes Arien van Heuclom getuige bij het kerkelijk huwelijk te Oisterwijk van Jan van Asvelt uit Oisterwijk en Adriaentje Adriaens.

 

 

VI-1  Cornelis Jan Rijsbroeck (1665-1748)

Gedoopt Oisterwijk 16 mei 1665, aldaar begraven op 9 maart 1748. Doopgetuigen: Mr. Marten van Hees [notaris te Oisterwijk] en Maria Cornelis Rijsbroeck. Sinds 1696 pachter van eenen coorn wintmolen met alle hare rechten van gemaal ende toebehoorten genaamt den molen Ter Nedervonder, mitsgaders een woonhuys, schuer, ende aengelegen hof te Oisterwijk voor acht jaren.21 Verhuurders waren Matheus van Hemert, koopman in wijnen, namens zijn vrouw Elisabeth Adriaens van Esch, voor driekwart; en Maria, dochter Adriaan Melis, weduwe Goyaart van der Aa, gewezen schepen van Oisterwijk, voor een kwart. De jaarlijks op te brengen pachtsom bedroeg 20 gulden, 24 mudden rogge en 2 mudden boekweit.

Op 6 juni 1705 leggen Joseph Theulincx, molder op de watermolen van Oisterwijk, en Cornelis Jansen Rijsbroeck gewezene molder aldaer een verklaring af bij notaris Abraham van Rotterdam ten behoeven van Adriaan van Heeswijk, molder tot Boxtel, over het gedrag van de vorster van Boxtel. NO 57,f.13.

Rond 1729 deelt Cornelis voor schepenen van Oisterwijk in de erfenis van zijn schoonouders. Hij krijgt 3 loopens weiveld in Oisterwijk aan de Cloosterdijk; anderhalf loopen akkerland in de Leege Baen; een half loopens akkerland Het Speelvelt, rondom de weg; een loopens weiveld in Heukelom en een bogt van 5 loopens aldaar.22

Getrouwd Oisterwijk 5 feb 1696 met Maria Emmen, dochter van Wouter Jan Emmen bij Jacomijna Anthonissen Bestiaens Hoppenbrouwers.

Uit dit huwelijk:

  1. Jacoba Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 17 mrt 1697 (getuigen: Wouter Jan Emmen & Gertrudis Janssen Rijsbroeck)
  2. Joanna Rijsbroeck Gedoopt Oisterwijk 3 nov 1698 (getuigen: Bernardus Janssen van Rijsbroeck & Arnolda Peer Jan Emmen)
  3. Gertrudis Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 26 okt 1699 (getuigen: Jacob van Irsel & Maria Wouter Jan Emmen)

  4. Joanna Cornelis Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 16 dec 1702 (getuigen: Antonius Wouter Jan Emmen & Elizabeth Jan Heesels), kinderloos begraven te Tilburg 4 nov 1782. Als inwoonster van de Hoeven (Tilburg) getrouwd te Tilburg op 1 nov 1744 met Claes Peter van Beurden, die op 4 april 1789 te Tilburg wordt begraven. Op 6 mei 1748 erft hij namens zijn vrouw een stuk erffenis so land als wey in Heukelom van Cornelis Reijsbroek, die het weer van Wouter Jan Emmen had geërfd.23 Johanna Cornelis Rijsbroek maakt in 1767 te Tilburg haar testament op.24 Zij heten dan te zijn ‘bejaarde echte lieden, woonende alhier aan het Kwaadendt’.

    Claes Peeter van Beurden hertrouwd in Tilburg (NH) op 19 okt 1783 met Goverdina Vos, die op haar beurt op 16 april 1792 voor schepenen van Tilburg hertrouwt met Peter Cornelis van Oudheusden.

  5. Joannes Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 12 okt 1705 (getuigen: Joannes Hessels & Gertrudis van Roessel)
  6. Gerardus Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 13 nov 1708 (getuigen: Wouter Jan Emmen & Elisabetha Hessels)
  7. Maria Rijsbroeck
    Gedoopt Oisterwijk 1 april 1712 (getuigen: Joannes Hessels & Guilielma Wouter Jan Emmen)
  8. Jacoba Rijsbroeck (tweeling)
    Gedoopt Oisterwijk 12 juli 1716 (getuigen: Jacoba van Irsel & Petronilla Antonius Emmen)
  9. Elisabeth Rijsbroek (tweeling)
    Gedoopt Oisterwijk 12 juli 1716 (getuigen: Joannes Hesters & Wouter Jan Emmen)



 

Een Oisterwijkse tak Rijsbroeck in Rotterdam:

I  Cornelis Rijsbroeck

Uit een nog onbekend huwelijk:

  1. Wouter Cornelis Rijsbroeck
    Lakenkoopman en drapenier te Oisterwijk en Rotterdam, overleden 1628. Volgt II
  2. Neeltgen Cornelisdr Rijsbrouck
    Overleden tussen 20 mei 1627 en 8 jan 1630. Woont in 1627 in Brielle, zie testament van haar broer Wouter (Rotterdam, archief notaris Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr. 188, akte 1, f.1 de dato 20 mei 1627). Getrouwd met Cornelis Jansz Hootdonk, die op 8 jan 1630, inmiddels weduwnaar van Neeltje Cornelis, een financieel akkoord sluit met Willem Cornelis Rijsbroek te Rotterdam, haar broer. Rijsbroek krijgt een deel van de kleding en sieraden, Hootdonk mag 950 gulden op rente houden. De akte is opgemaakt in herberg Het Vergulde Hoofd in Brielle (Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, notarieel archief Brielle, notaris Jan de Bruyne,minuten van allerlei akten 1630-1658, inv.nr. 1013).
  3. Willem Cornelis Rijsbrouck
    Overleden na 8 jan 1630 en voor 1633. Wellicht identiek met Willem Cornelisz, begraven te Rotterdam 16 mei 1632, gewoond hebbende in de Sint Jacobsstraet (Bron: Overledenen Weeskamer Rotterdam, 269, f.191) Getrouwd met Anneken Jansdr, zie Rotterdam, archief notaris Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr. 188, akte 1, f.1. De voogden van zijn kinderen verrekenen in 1633 voor schepenen van Rotterdam de nalatenschap van hun oom Wouter.1

    Vader van:

    1. Cornelis Willemsz Rijsbroeck
      Woont als jongeman bij zijn oom in Rotterdam, zie Archief notaris Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr. 188, akte 1, f.1. Op 9 dec 1631 legateert hij, voorafgaand aan een reis naar Oost-Indiën, 60 gulden aan zijn moei (=tante) Anneken Willems. Hij machtigt haar om tijdens de reis en zijn verblijf in de Oost jaarlijks twee maanden gage in ontvangst te nemen van de Oost-Indische Compagnie te Delt. De akte begint als volgt:
      Cornelis Willemsz Rijsbroeck van Rotterdam, de reyse na Oost Indien met 't schip genaemt sHartogenbos daer schipper op is Jacob Jansz Coorencray, als onderkuijpers jongen voorgenomen' [....] 'dat ingevalle hij testateur op dese sijne Oostindisen reyse deser werelt quame te overlijden, in zulcken gevallen Anneken Willems sijne moeyen, weduwe wijlen Wouter Cornelisz Rijsbroeck, burgerinne deser stat Rotterdam, in recompense van [et cetera]
      Rotterdam, 12 aug 1640 Huwelijksafkondiging van Cornelis Willems Rijsbroeck en Anneken Frans van Bommel. Bron: Huwelijksafkondigingen 1631-1643, alle gezindten, inv.nr. 179,f.35.

      Bron: Rotterdam, archief notaris Jacob Duyfhuysen junior, inv.nr.191, akte 325,f.428. Hij ondertekent de akte met 'Cornelis Wijllems Rijsbroeck'.

      Het spiegelretourschip 's-Hertogenbosch was in 1631 op de VOC-werf in Delfshaven gebouwd en vertrok onder leiding van Jakob Jansz Koonekraai op 18 januari 1632 uit Goeree, om op 27 juli aan te komen in Batavia. Op 5 januari 1635 vertrok het van Suratte (in India) om, na een stop op Kaap de Goede Hoop in maart, op 17 juli in Goeree terug te keren. Met een lengte van 177,5 voet en een 286-koppige bemanning was het een van de grootste driemasters van de VOC.

      In Rotterdam trouwt op 12 augustus 1640 Cornelis Willems Rijsbroeck met Anneken Frans van Bommel. Bron: Huwelijksafkondigingen 1631-1643, inv.nr.179,f.35.

      Jacob Duijffhuijsen, notaris, verkoopt op 30 nov 1651 zijn huis, erf en schuur aan de westzijde van de Botersloot aan Cornelis Willemsz Rijsbrouck, cuyper. Bron: Archief notaris Jacobus Delphius, inv.nr. 367, akte 305, f.752.

      Huybrecht van der Wetering verkoopt op 16 feb 1661 aan Cornelis Willems Rijsbroek zijn huis in de Calverstraet in Rotterdam, genaamd "de Sael" voor 825 gulden. Bron: Rotterdam, archief notaris Gerrit van der Hout, inv.nr.277,akte122,f.288.

      Jan Pietersz Moliers bekent op 13 okt 1661 bij de Rotterdamse notaris Jacobus Delphius zijn zwager Cornelis Willemsz Rijsbroeck 150 gulden schuldig te zijn. Bron: Jacobus Delphius, inv.nr. 377, akte 282, f.562. Moliers, 32 jaar oud in 1633, wordt in andere notariële akten omschreven als laeckencooper, wollecoper, nieucleercoper en cleercooper. Hij was getrouwd met Geertruyt Franssen, kennelijk een zus van Anneken Frans van Bommel, zie Archief notaris Jan van Aller Andriesz, inv. nr., akte 145, f. 480 voor hun testament de dato 6 nov 1635.. Ze woonden in 1638 in een huis op de hoek van de Mandemakersbrug en Het Steiger dat Moliers daar had laten bouwen op de plek van een ouder huis dat Moliers had laten afbreken, zie Archief notaris Jac. Delphius, inv. nr. 390, akte 189, f. 300 de dato 26 okt 1638

    2. Annetgen Willems Rijsbroecq
      Woont in 1650 als weduwe van Henrick Henriks in Dordrecht. Bij het overlijden van haar tante Annetgen Willems, weduwe van Wouter Cornelis Rijsbroeck, komt haar en haar zus en broer 1050 guldens toe, als ook het huis van hun oom staande aan de westzijde van de Botersloot.
      Bron: Rotterdam, archief notaris Hartman de Custer, inv.nr. 569, akte 130, f.202 waarin een verwijzing naar het testament dat Wouter bij notaris Jacob Duyfhuysen junior liet opmaken op 20 mei 1627.
    3. Aerjaentgen Willems Rijsbroecq
      Inwoner van Dordrecht in 1650, net als haar zus.

 

 

II  Wouter Cornelis Rijsbroeck

Begraven Rotterdam 6 aug 1628, volgens het overlijdensregister van de Weeskamer woonde hij op de Botersloot en Oostenrijck (Bron: Overledenen Weeskamer Rotterdam, 269/107; overgenomen uit de digitale online toegang, origineel register niet gezien). Afkomstig uit Oisterwijk, vestigt zich als drapenier en lakenkoopman in Rotterdam.

Getrouwd als jongeman van Oosterwijck wonende in de Romboutssteegh te Rotterdam op 9 maart 1603 met Annitgen Willems Rover, dochter van Willem Hendrick Gheridt Smulders uit Tilburg bij Lijsken Peter Jan Adriaen Smulders, en weduwe van Cornelis Denijs Huybert Leyten, drapenier te Rotterdam. Zij wordt als Annetge Wijllems weduwe van Wouter Cornelisz, op de Meent, begraven te Rotterdam op 27 mrt 1650, zie Nederduits Gereformeerde Gemeente Rotterdam, Begraafboek 1646-1652, inv.nr. 85, fiche 185. Het huwelijk bleef naar het zich laat aanzien kinderloos.

Rotterdam, 23 feb 1603 Ondertrouw (NH) van Wouter Cornelis, jongeman van Oosterwijk wonende inde Romboutsteeg en Anneken Willems van Tilburg wed.e Cornelis Denijs w. inde Lombaertstraet, getrout den 9 martij 1603. Bron: Trouwregister Nederduits Gereformeerde Gemeente Rotterdam 1573-1631, inv.nr. 56,f.238.

Wouter Cornelisz, man van Anneken Willems, machtigt op 26 feb 1607 Pieter Willemsz, om voor Wethouderen van Tilburch aan Gerrit Cornelis Heyndricxsz een gedeelte over te dragen dat hem toebehoort van een huis, erf en landen te Tilburch. Bron: Rotterdam, Archief notaris Gerrit Jansz van Woerden, inv.nr. 25, aktenr. 33, f.88.

'Wouter Cornelissen Rijsbrouck, laeckencoopper binnen dese stadt als man en voocht ende getrouwt hebbende Annitgen Willemsdr sijne huysvrouw die eertijts weduwe was van Cornelis Denijs' machtigt op 2 okt 1620 Pieter Willemsz zijn zwager te Tilburg, en Jan Denijsz te Tilburg om over te dragen aan zijn vrouws neefs Ary Pietersz te Tilburg en Jan Pietersz drie kwartieren land uit de erfenis van Cornelis Denijs de eerste man van zijn vrouw en vader van haar dochter Elysabeth Cornelisdr. Bron: Rotterdam, Archief notaris Jan van Aller Andriesz., inv.nr. 88, aktenr. 114, f.240, met fraai handmerk van Wouter Cornelissen Rijsbrouck.

'Wouter Cornelissen Rijsbrouck laeckencoopper binnen dese stadt', machtigt 2 okt 1620 zijn zwager Pieter Willemsz Tilburch om van Jan Deonijs Huybrechtsz te Tilburg het bedrag te innen dat hij schuldig is aan Elysabeth Cornelisdr de voordochter van comparants vrouw. Bron: Rotterdam, Archief notaris Jan van Aller Andriesz., inv.nr. 88, aktenr. 115, f.242.

Drapenier Wouter Cornelisz Rijsbroeck machtigt op 7 mei 1622 lakenmaker Peter Hubrechtsz om hem als borg te verbinden t.b.v. Henrick NN, schout van Catwijck op Zee en Catwijck Binnen voor het huis genaamd de Halve-Maen te Catwijck op Zee, gekocht door, Michiel Bastiaensz van Henrick NN, schout. Bron: Rotterdam, archief notaris Jacob Duyshuysen, inv.nr. 50, akte 200, f.360.

Op 20 mei 1627 maken 'Wouter Cornelisz Rijsbrouck, lakenvercooper en drapier' en Anneken Willemsdr, 'echte man ende vrouwe, poortere en poorteresse deser stat Rotterdam' hun testament op bij de Rotterdamse notaris Jacob Duyfhuysen junior. Hij legateert:

Wouter Cornelisz Rijsbroeck woonde bij zijn huwelijk in 1603 in de Rombout de Vriesesteeg in Rotterdam, hier te zien op een kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1626. De straat verbond de Lombardstraat, waar zijn bruid woonde, (nr. 151 links, parallel aan de Rotte) met de westzijde van de Botersloot (nr. 156, het water rechts). Al in 1623 draagt de steeg de naam Wildezeesteeg, naar herberg De Wildezee aan de Botersloot. Na het bombardement van Rotterdam werd de naam in 1942 ingetrokken.

Anneken Willemsdr legateert aan haar man jaarlijks 1000 gulden. Zij benoemen tot executeurs: Denijs Christiaensz, drapier, en Jan Jansz van Duyren, 'burgeren deser stat'; met uitsluiting van de weeskamer.
Bron: Rotterdam, archief notaris Jacob Duyfhuysen junior, inv.nr. 188, akte 1, f.1. Wouter zet dit keer geen handmerk maar een handtekening. Zie ook archief notaris Hartman de Custer, inv.nr. 569, akte 130, f.202 waarin een verwijzing naar Wouters testament.

De erfgenamen van Jan Henricxsz, drapenier, machtigen op 7 feb 1632 Denis Corstiaensz, drapenier, om voor schout en schepenen van Rotterdam in eigendom over te dragen volgens de koopvoorwaarden de dato 6 feb 1632, twee huizen met erven aan Annitgen Willemsdr Rover, weduwe van Wouter Cornelisz Rijsbroeck. Bron: Rotterdam, archief notaris Adriaan Kieboom, in.nr. 149, akte 47, pagina 114.

Op 30 jan 1645 prelegateert Annitgen Willemsdr, laatst weduwe van Wouter Cornelisz Reijsbrouck, lakenkoopvrouw wonend op de Botersloot Mattgen Eliasdr van Riel (kind van dochter) haar kleding en compleet bed en 600 gulden. Zij benoemt tot enige erfgenamen Mattgen Eliasdr en Cornelis Elias van Riel, ieder voor de helft. Bron: Rotterdam, archief notaris Leonard van Zijl, inv.nr.455, akte 78,f.232.

Bij een machtiging gedateerd 15 april 1650 blijkt Annetgen reeds te zijn overleden. Bron: Rotterdam, archief notaris Hartman de Custer, inv.nr. 569, akte 130, f.202.

Een greep uit het familienetwerk: Jan Willems (overleden voor 27 feb 1619), een halfbroer van Annitgen, vestigde zich als wolwerker en lakenmaker in Rotterdam. Zijn zus Dingen Willems was getrouwd met de Tilburgse drapenier Cornelis Denys. Pieter Huybrechts, een neef van Annitgen Willems en afkomstig uit de Tilburgse buurt Hasselt, was drapenier en lakenbereider. Huybrechts vestigde zich te Rotterdam, waar hij in 1615 aandeelhouder werd in een nieuwe windvolmolen op Pompenburg, later vervangen door de Blauwe Molen.



 

Overige vermeldingen van Rijsbroeck in Holland:

 

 

Een geslacht Rijsbroeck uit Oisterwijk en Zundert:


 

I   Frans Aert Rijsbroecx

Bezit een huis binnen de Vrijheid van Oisterwijk in de Kerkstraat, dat hij nalaat aan zijn vijf kinderen; zoon Lucas verkoopt het, ook namens zijn broers en zussen, op 11 maart 1562 aan Peeter Janss Verdoolt (RO 266,f.10v de dato 11 maart 1562).

Vader van:

  1. Henrick Frans Aert Rijsbroekcx  Volgt II-1
  2. Adriaen Frans Aert Rijsbroekcx
    Adriaen zoon wijlen Frans Aert Rijsbroecx geeft 6 juni 1561 de rechten over zijn eenvijfde deel in bovengenoemd huis aan zijn broer Lucas; in de marge verklaart broer Henric hetzelfde te hebben gedaan op 24 januari 1561 (RO 265,f.31v.)

    Op 27 januari 1612 verschijnt Frans soene wijlen Adriaen Frans van Rijsbroeck "woonende tot Hilvarenbeeck als wettige man ende momber soo hij verclaerden van Maria sijne huysvrouwe dochtere wijlen Sijmon soene Diercx [Even?]" voor schepenen van 's-Hertogenbosch in zake vernadering van een hofstad land te Hilvarenbeek ter plaatse genaamd in de Geldestraat (sH.R.1486,f.249v).

  3. Lucas Frans Aert Rijsbroekcx  Volgt II-2
  4. Anneken Frans Aert Rijsbroekcx
  5. Heylken Frans Aert Rijsbroekcx

 

II-1   Hendrick Franssen Rijsbroeck alias Glaesmaeker

Overleden voor 7 mei 1591 (RO 286,f.14). Op 20 sep 1558 verkoopt Henrick zoon wijlen Frans Aert Rijsbroecx, man van Jenneken dochter wijlen Jan Janss de Brouwer, de helft hem toebehorende in een huis binnen de Vrijheid van Oisterwijk tegenover de Linde, aan Jan zoon wijlen Jan Janss de Brouwer, zijn zwager (RO 262,f.47). Op 14 maart 1570 koopt Henrick zoon wijlen Frans Aert Rijsbroecx het deelgebruik in een weg binnen de Vrijheid van Oisterwijk after de Lijnde van Wouter zoon wijlen Peeter Wouter Peynenborch (RO 274,f.14v). Deze weg liep tussen het huis van Henrick Frans Glaesmaker en dat van Wouter Peter Peynenborch (RO 273,f.18v de dato 18 april 1569).

Getrouwd met Jenneken Jan Janss de Brouwer. Vader van:

 

III-1   Jan Hendrick Franssen Rijsbroecx alias glaesmaeker

Gegoed in Oisterwijk, overleden tussen 28 feb 1645 (Bron: RO 339,f.10) en 13 juni 1648 (RO 342,f.53v).

Jan zoon wijlen Henrick Frans Rijsbroecx koopt op 7 mei 1591 een jaarlijkse erfcijns van 3 gulden uit een huis te Oisterwijk achter de Lijnde aenden dreyboom van Peter zoon wijlen Adam Bogaerts daer moeder aff was Elysabeth w. Cornelis de Looze. Bron: RO 286,f.14. Op 2 mei 1595 verkoopt hij die cijns door aan Mattheeus zoon wijlen Anthonis Roosen, rademaker; eigenaar van het huis is op dat moment Willem de Loze als momber over de kinderen Adam Bogaerts, zie RO 290,f.17v. De kinderen van Jan Hendrick Franssen Rijsbroek worden nog genoemd als eigenaren van een huis aan het kerkeind in Oisterwijk. Bron: RO 346,f.7v anno 1652.

Op 19 jan 1602 vernadert Jan zoon wijlen Henrick Frans Rijsbroecx zijn recht op een afgebrande hofstede aan de steenweg te Oisterwijk dat op 19 feb 1601 door Geraert zoon wijlen Adriaen Poirters is verkocht aan Geraert zoon wijlen Aert Gerits van de Wiel, zie RO 296,f.14 anno 1601.

Op 18 aug 1605 koopt Jan zoon wijlen Henrick Frans Rijsbroecx een huis in de Kerkstraat te Oisterwijk van de erven Claes Willems van Bocxtel. Bron: RO 299,f.60v.

Bij een erfdeling op 24 okt 1605 wordt zijn vrouw genoemd: Elisabeth dochter wijlen Rutgher Timmermans (die weer een zoon is van Jan Ruth Timmermans bij Anna dochter Willem Heymans). Bron: RO 299,f.66v.

Op 24 jan 1611 verkoopt Christiaen zoon van wijlen Laureys Henricx van Ravesteyn de helft in de Calverweyde, zijnde een stuk land van 12 loopens en twaalfenhalf roedens omtrent de Banbrugge, aan Henrick zoon wijlen Steven Jan Leyten alias Molders en Jan zoon Henrick Frans Rijsbroecx. Van Ravesteyn had de grond, samen met de watermolen Ter Borcht in Oisterwijk, in 1605 gekocht van Gielis Kievits voor schepenen van Den Bosch. In de marge van de akte staat dat Henrick Molders de helft in zijn helft op 6 april 1611 heeft doorverkocht aan Jan Henrick Franss de Glaesmaker. Bron: RO 305,f.8.

Jan sone wijlen Henrick Fransen Rijsbroeck glaesmaker verkoopt op 28 feb 1645 een afgebrande hofstad met huis met hof in Oisterwijk aen de plaatse aan Cornelis Janss van de Velde. Bron: RO 339,f.10.

Verheven voor het Leenhof van Brabant op 19 aug 1645 voor zijn aandeel in de Calverweide (gekocht in 1611, zie boven):

Jan Cornelis de Bont, als gehouwden mombor oock swager van Catelijn naerglaeten wed.e wijlen Jan Lambert Janssen, ende Jan Hendrick Franssen, woonende tot Oisterwijck, den 19. august 1645 een stuck weyvelts genoemt de Calverweyde, groot ontrent anderhalf bunder, gelegen binnen de vrijheyt van Oisterwijck voors. ontrent de Bambrugge
Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, voorheen RANB, toegangsnummer 19, inv.nr. 1129, aldaar pagina 1562.
N.B.: Jan zoon van Cornelis Bartholomeus de Bont bij Angelken Henrick Monen deelt met anderen 5 juni 1635, zie RO 331,f.54.

Mr. Cornelis en Heylken broeder en susteren kijnderen wijlen Jan Henrick Franss van Rijsbroeck daer moeder aff was Lijksen dochter wijlen [leeg vlak waar de naam moest komen] verkopen op 13 juni 1648 een huis in Oisterwijk ontrent Den Raidthuyse aan Jeronimus zoon wijlen Cornelis Adriaen van Beurden. Bron: RO 342,f.53v.

Jans erfgenamen (twee nog levende kinderen en twee kleinzoons) verkopen voor schepenen van 's-Hertogenbosch op 6 sep 1660 een stuk land van 6 lopens te Oisterwijk omtrent de Banbrugge en leenroerig aan het Leenhof van Brabant, hun aangekomen van hun ouders, aan Jan Peter Bogaerts. Het betreft: mr Cornelis van Rijsbroeck secr. en stockhouder heerl. Grtoot Sundert Cleyn Sundert en Rijsbergen en Heyltje Jan van Rijsbroeck voor twee derde; en Jan Adriaen Wagemaeckers daer moeder aff was Engeltje Jan van Rijsbroeck ook voor zijn broer Franciscus voor een derde. Bron: sH.R.1615,f.376v

Het leengoed in Oisterwijk wordt als volgt vermeld in het leenregister bewaard in Den Bosch:

Cornelis van Rijsbroeck, outste sone van Jan Hendrick Franssen heeft opden 5 maert 1660 verheven t navolgende goet oft weyvelt als sterffman mits dode van sijne vader ter broeders ende susterlijcken rechten.
---------------
Jan Peter Bogaerts heeft opden 8. julij 1661 verheven een stuck erff soo lant als groese te samen ses loopen saet ofte daerontrent begrijpende gelegen inde parochie van Oisterwijck ontrent de Banbrugge nu tusschen erffenisse Adriaen van Esch aen d’een sijde westwaert, ende tusschen erffenis Catalijn weduwe Jan Lamberts te voorens haer [...] oostwaerts aen d’andere sijde, streckende meten eene eijnde aen den molendijck aldaer, ende metten andere eijnde aen erffenis Hendrick Cornelis de Bont cum suis, bij hem in coope vercregen tegens Jan Adriaen Wagemakers ende Cornelis van Rijsbroeck.
---------------
Martinus van Boxtel woonende tot Oosterwijck out 42 jaren, heeft opden 9. meij 1698 verheven de voors[chreven] ses lopense, hem aengecomen bij coope, ende transport opden 23. april voor schepenen van Den Bosch gedaen en heeft overmits vers[..] betaelt [..?]

Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, voorheen RANB, toegangsnummer 19, inv.nr. 1129, aldaar pagina 1623.

Elisabeth Therese Boogaerts verkoopt het stuk leengoed te Oisterwijk op 23 april 1698 aan Martinus van Boxctel, die het op 2 jan 1699 weer doorverkoopt aan Jan van Ameloo. Bron: sH.R.1657,II,f.163v.

Kinderen bij Lijsken Rutger Timmermans:

  1. mr. Cornelis van Rijsbroeck  Volgt IV-1

  2. Angela Jan Henrick Glaesmaker
    Gedoopt te Oisterwijk 21 okt 1601, moeder heet Lijsken. Doopgetuigen: Wouter Cornelis en Dingen Peter Anthonis. Waarschijnlijk jong overleden.

  3. Engeltje Jan van Rijsbroeck
    Gedoopt als Angela Jan Glaesmaker te Tilburg 28 okt 1604, overleden tussen 11 sep 1633 en 18 jan 1641. Vader heet in de doopakte ex Oisterwijck. Doopgetuigen: Peter Cornelis Appels en Lijsken Jan Gerart. Getrouwd met Adriaen Hermans Wagemaeckers, die voor schepenen van Breda op 18 jan 1641 hertrouwt met Sijke (Lucia) Adriaens van der Hulst. Uit dit huwelijk:

    1. Jan Adriaen Wagemaeckers
      Met zijn broer Franciscus voor 1/3 eigenaar van het leengoed te Oisterwijk. Getrouwd als Johannes Wagemakers, glasemaker ende jongman van Breda voor schepenen van Roosendaal op 17 sep 1662 met Digne Michiels Boot, jongedochter geboren te Roosendaal.

      Uit dit huwelijk:

      1. Agatha Joannis Adriaenssen Wagemakers
        Gedoopt (RK) Roosendaal 22 feb 1668. Doopgetuigen: Franciscus van Rijsbroeck en Agatha Bavelaers.
      2. Clara Joannis Wagemaekers
        Gedoopt (RK) Roosendaal 6 maart 1672. Doopgetuigen: Andreas van Rijsbroeck en Joanna Boot in plaats van Michael Boot.
      3. Cornelius Joannis Wagemaekers
        Gedoopt (RK) Roosendaal 296 mei 1675. Doopgetuigen: Roelandus van Rijsbroeck en Engeltjien Maes in plaats van Cornelia van Immerseel.
    2. Franciscus Adriaen Wagemaeckers
      Borger van de stad Breda en meester glazemaker aldaar. Gedoopt te Breda op 11 sep 1633 (getuigen: Gertrudis van de Venne en Cornelia Cornelis van Langenberch). Getrouwd voor schepenen van Breda 14 mei 1656 met Maria Floris van der Wien, geboren te Breda beyde woonende op het Gasthuyseynde alhier tot Breda (ondertrouw 29 april 1656). Hertrouwd voor de predikant in de Grote Kerk van Breda 13 feb 1672 met Cornelia Schoormans ook wel Schoremans, jongedochter wonende op de Haegdeyck.

      Op 14 juli 1707 benoemt Francis Cornelis van Rijsbroeck woonende tot Zundert ten overstaan van de Bredase notaris Jeremiah de Graeff tot zijn enige erfgenaam sijnen neeff Francois Wagemakers borger ende meester glasemaecker alhier ter stede, voor zover Francis (i.e. Van Rijsbroeck) geen kinderen of kindskinderen nalaat. Tot de erfenis behoren twee leengoederen voor het leenhof van Brabant verheven 16 maart 1705: een parceel zaailand genoemd Wolferheijning omtrent negen lopens saet groot, gelegen te Klein Zundert; en een bunder zaailand gelegen als voor genaamd Mettendijck.
      Bron: Archief notaris Jeremiah de Graeff, Allerhande acten (Minuten), 1707, akte nr. 41, de dato 14 juli 1707.

      Uit het eerste huwelijk:

      1. Floris Wagemaeckers
        Gedoopt Breda 29 mei 1657 (Adriaan Hermans Waghemaeckers en Catharina Floris)
      2. Angela Wagemaeckers
        Gedoopt Breda 15 feb 1660 (Jan Waghemaeckers en Cornelia Langenbergh)

      Uit het tweede huwelijk:

      1. Adrianus Wagemaeckers
        Gedoopt Breda (RK) 29 nov 1672 (Joannes Wagemakers en Ida Laurijs)
      2. Adrianus Wagemaeckers
        Gedoopt Breda (RK) 4 mei 1674 (Peter Bonaert en Digna Boot), begraven aldaar 22 dec 1750.
        In 1727 genoemd als borger ende meester glasemaker te Breda en broer van Michiel Wagemakers, zie Notariële archieven Breda, C. van Bommel, Verkoopconditiën (Minuten), 1722-1728, akte 34 de dato 19 dec 1727.

        Op 28 okt 1750 maakt mons. Adriaen Wagemaakers borger en meester glasemaker alhier ter steede .. door sijn hooghgaende ouderdom swack zijnde ende meester tijt te bed leggende, edoch nu opsittende bij het vuur zijn laatste wilsbeschikking, renuncerende een eerder testament dat hij voor dezelfde notaris had gepasseerd op 18 okt 1748. Zijn oudste dochter Maria Cornelia Wagemakers ontvangt de som van 300 gulden, met het waagschotte ledicant en behangen van groene saey, alsmede het beste bed en en hoofdpeuluw, met twee hoofdkussens en een catoene deeken, eensdeels in erkentenisse van haar getrouwe diensten aen hem testateur altijd gedaen en bewesen. Andere ontvangers van (on)roerende zaken zijn de oudste zoon Pieter, een zoon Hubertus (die het glas en gereetschap dat aen en tot de glasemakers winkel behoort ontvangt); en een dochter Ida Wagemakers. Universele erfgenamen zijn ‘sijne ses kinderen, met naemen Maria Cornelia, Pieter, Lucia, Cornelia, Hubertus, ende Ida, mitsgaders Francis Wagemakers, soone van sijn testateurs overleden soon Franciscus Wagemakers, bij hem in eghten staat verwekt aen Maria Stoops’.
        Bron: Notariële archieven Breda, C. Bollaerts, Allerhande acten (Minuten), 1750, akte 74 de dato 28 okt 1750.

        Vader van:

        1. Franciscus Adriaen Wagemakers
          Getrouwd 10 nov 1732 voor de predikant in de Grote Kerk van Breda met Maria Stoops, weduwe van Johannes Corsius. (RK-huwelijk in de Waterstraat te Breda, vermoedelijk 31 okt 1732, getuigen Catherina van Dorst en Adriana Boonaerts). Op 18 mei 1737 benoemt Maria Stoops, weduwe van Sr. Francis Wagemakers ... het kint oft kinderen waer van sij testatrice (bij de voorn. Francis Wagemaeckers haere man zo als voor) alnu nogh swanger is gaende tot universeel erfgenaam, zie Breda, Archief notaris M.C. van der Hult, Allerhande acten (Minuten), 1737, akte 2.
        2. Uit dit huwelijk:

          1. Franciscus Francisci Waghemaeckers
            Gedoopt (RK, Waterstraat) Breda 26 mei 1737 (getuigen: Adriana Stoops en Adrianus Waghemaeckers)

            Noot 1: een zekere Franciscus Wagemakers, jongeman geboortig van Breda, trouwt voor de predikant van Standaardbuiten op 26 aug 1759 met Anna Maria Bukkums, weduwe Christiaen Bakkers. Attestatie vanuit de Grote Kerk te Breda 9 aug 1759.

            Noot 2: een zekere Francois Wagemakers uit Breda, in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie als glazemaker bij de Zeeuwse kamer in Middelburg, vertrekt op 13 december 1773 op het spiegelretourschip Willem V naar Batavia. Hij komt daar op 28 juli 1774 aan. Op 30 november 1774 is hij absent bij de afvaart.
            Bron: Nationaal Archief, Verenigde Oostindische Compagnie, archief 1.04.02, inventaris­num­mer 13199, folio 332.

      3. Cornelis Wagemaeckers
        Gedoopt Breda (RK) 19 dec 1675 (Gerrit van Wijck en Mayke Hereborg)
      4. Michiel Wagemaeckers
        Gedoopt Breda (RK) 6 okt 1686 (Rudolphus Rijsbroeck en Anna Bullens)
      5. Cornelia Wagemaeckers
        Gedoopt Breda (RK) 17 mei 1688 (Francijs Rijsbroeck en (sic) Ida Schoolmans)

  4. Heyltje Jan van Rijsbroeck
    Begraven in Groot Zundert op 15 sep 1676, nalatende haar kinderen, quade siekte. In 1660 is het stuk grond in Oisterwijk, eertijds van haar ouders geërfd, verkocht voor schepenen van 's-Hertogenbosch. Vermeld in een akte gedateerd 19 mei 1638: Heyltien, schoonzus van Andries Hermans (en bij hem wonende), aangeklaagd wegens uitschelden van de vrouw en dochter van Peeter Groenrijs (NA Breda, inv.nr.93,f.11v, met getuigenverklaring van Andries Hermans).

    Op 2 nov 1650 wordt gedoopt (RK) te Groot Zundert: Petrus, onwettige zoon van Franciscus Georgius van Gymnich en Helwigis van Rijsbroeck, misschien dezelfde vrouw. De grootvader van het kind zal Joris van Gymnich zijn, geadmitteerd op 27 jan 1637 door de Soevereine Raad van Brabant te Brussel als notaris te Zundert en tevens secretaris van Wernhout; hij is op 7 sep 1662 te Zundert in het koor van de kerk begraven, nalatende kinderen en zijn weduwe Catharina Visschers (zij waren 12 nov 1618 te Groot Zundert getrouwd'.

 

IV-1   mr. Cornelis van Rijsbroeck

Gedoopt Oisterwijk (RK) 4 mei 1598 als Cornelis Jan Hanricx de Glaesmacker, begraven in de kerk van Zundert op 16 mei 1675, met achterlating van soonen ende dochter. Doopgetuigen: Jan Anthonis Francken [..??] en Geertruyt Janssen van Esch.

Bij bovengenoemde verkoop in 1660 aangeduid als secretaris en stockhouder van de heerlijkheid Groot- en Klein Zundert en Rijsbergen. In een andere bron in 1647 genoemd als secretaris van de Eninge van Rijsbergen (Regionaal archief West-Brabant, Dorpsarchief Rijsbergen, inv.nr.1.2, omslag nrs.3 en 5). Op 18 mei 1651 ondertekent hij als secretaris en stokhouder van Klein Zundert een verklaring waarin vorster Cornelis Pauwelszn van Lanschot (stamvader van de Van Lanschot-bankiers) zweert van gereformeerde huizen te zijn.

Hij zal een opvolger zijn van Adriaen Cornelis Cools, die als secretaris van Zundert en Rijsbergen op 23 oktober 1625 te Zundert wordt begraven. Deze Adriaen Cools, die te Leuven had gestudeerd, was een zoon van Mr. Cornelis Adriaen Cools (overleden voor 1604), secretaris van Sundert 1586-1593, bij Cathelijn Jan Geert van den Buijs; deze Cornelis Cools was op zijn beurt zoon van een secretaris van Zundert: Adrian Cornelis Cools (in functie c1560-c1580). Tot wanneer Cornelis van Rijsbroeck in functie was, is nog niet uitgezocht; hij moet voor maart 1662 zijn afgetreden, als Johan R(e)ijers wordt vermeld als secretaris.

Op 27 juni 1628 verkoopt hij namens zijn vrouw Neelken Roeloffs van den Langenberch met zijn zwager mr. Andries Roeloffs van den Langenberg en schoonzus Dingna, dochter Roelofff vanden Langenberch, voor schepenen van Breda een stuk beemd genoemd de Leege Swaluwe te Chaam omtrent de kerk aan Frans Cornelis Stouts (SA Breda, inv.nr. 771,f.159v-160r).

Uit het NH-begraafregister van Zundert, 16 mei 1675: Cornelis van Rijsbroeck out secretaris van Sundert en Rijsbergen naer gelaten soonen ende dochter. Groot Sundert. [in margine:] begraven in de kerck op de kist van Opijnen, desselfzs Rijsbroeck vrouwen kist.  

Getrouwd voor 27 juni 1628 met Cornelia Roeland van den Langenbergen, ook Neelken Roeloffs genoemd, gedoopt (RK) te Groot Zundert op 24 mei 1600 als dochter van Roeland Aert Roeland van den Langenbergen (begraven aldaar op 24 mei 1622) bij Cornelia Adriaen Maes alias Zibben. Zij overlijdt te Groot Zundert op 13 maart 1667 en wordt op de 16de aldaar begraven in de kerk: 'gestorven de huysvrouw van Cornelis van Rijsbroeck gesworene secretaris van Groot Sundert en Rijsbergen, Cornelia van den Langenbergh' (Niet te verwarren met een gelijknamige, oudere zuster Cornelia Roelant Arnout Ruelens, gedoopt te Zundert 12 okt 1597, aldaar getrouwd 9 jan 1626 met Jan Jan Haest en aldaar begraven op 17 feb 1634.)

Uit dit huwelijk:

  1. Roeloff (of Roeland) Cornelis van Rijsbroeck (1628-1702)
    Gedoopt (RK) Dongen 9 juli 1628, begraven te Zundert 23 april 1702, in de kerk aldaar onder Langenberge sarck. Bij de doop heet de moeder Cornelia van Langenberge; de "patrinus" is Jan Henrick van Rijsbrouck, de "matrina" Cornelia Aertss Vermeeren. Borgemeester van Groot Zundert in 1680, collecteur aldaar in 1668. Getrouwd in de kerk van Groot Zundert op 11 sep 1655 met Anna Hendrik Cornelis van Aerde, weduwe Dielis Gerrit Havermans. Zij was een dochter van Hendric Cornelis Hendricks van Aerde alias de Molder, molenaar van Groot Zundert en (sinds 1617) van Kalmthout, bij Maria Cornelis Hendrik Peter Sibs.
    Uit het NH-begraafregister van Zundert: Roeloff van Rijsbroeck weduwnaer, laat na sijn 2 broeders int dorp, begraven in de kerck onder Langenberge sarck, daervoor Peter Cocx, laet na vrouw en kinderen tot Wernhout.

  2. Huibrecht soone meester Cornelis van Rijsbrouck
    Gedoopt (RK) Dongen 12 april 1630. Moeder Cornelia Roeloffs van Langhberch. Van Rijsbrouck heet te zijn van Oisterwijck.
  3. Jenneken Cornelis van Rijsbroeck
    Gedoopt Groot Zundert 6 april 1632 (testes: Roelandus Adrianus Zips, Dympna van den Langenberch namens Maria Peters). Getrouwd voor schepenen van Zundert op 17 nov 1672 met Jan Anthonissen Janssen.
  4. Francis van Rijsbroeck (1634- na 1707, voor 1715)
    Gedoopt Groot Zundert 12 feb 1634 (t: Dympna Adrianus namens Anna Nicolaus Willems). Getrouwd met Engela Maes. Op 17 dec 1704 wordt te Zundert begraven: Engela Maes, huijsvrouw van Francis van Rijsbroeck, out 93 jaer, laet na haer man en bastaerd doghter, sijnde een nonneken tot Antwerpen, begraven inde kerck ontrent de toren deur, bij van de Langenberge serck.

    Hij is hertrouwd voor de schepenen van Zundert op 24 maart 1706 met Catharina van Dijck, weduwe wijlen [Pius?] Wijnen, tot Antwerp geboren en tot Hoogstraten wonende.

    Op 14 juli 1707 benoemt Francis Cornelis van Rijsbroeck woonende tot Zundert ten overstaan van de Bredase notaris Jeremiah de Graeff tot zijn enige erfgenaam sijnen neeff Francois Wagemakers borger ende meester glasemaecker alhier ter stede, voor zover Francis geen kinderen of kindskinderen nalaat. Tot de erfenis behoren twee leengoederen voor het leenhof van Brabant verheven 16 maart 1705: een parceel zaailand genoemd Wolferheijning omtrent negen lopens saet groot, gelegen te Klein Zundert; en een bunder zaailand gelegen als voor genaamd Mettendijck.
    Bron: Archief notaris Jeremiah de Graeff, Allerhande acten (Minuten), 1707, akte nr. 41, de dato 14 juli 1707.

    De inventaris van Rijsbroecks nalatenschap is te vinden in het stadsarchief van Breda, zie Staet ende inventaris gedaen maecken ende opstellen bij Catharina van Dijck, weduwe ende erffgenaem testamentaris van Francois van Rijsbroeck, die weduwnaer ende testamentaeren erffgenaem was van Angela Hendrick Maes. Bron: Archief notaris C. van Bommel, Allerhande acten (Minuten), 1715-1716, akte nr. 70, de dato 26 okt 1715.
    Tot de erfenis behoren een huis bij het dorp Zundert (getaxeerd op 1300 gulden) en een bunder land genoemd de Mettendijck, leen van de heer van Breda (900 gulden); opgeteld 3150 gulden aan onroerende goederen.
    Duurste stuk roerend goed: drie bedden ende twee hooftpeuluwen (hoofdkussens), tezamen getaxeerd op 92 gulden. Verder bezat Rijsbroeck een twee jarigh merriepeert (60 gulden); vier melck koeijen ende twee kalveren (89 gulden). Ook werd 386 gulden 50 stuivers aan ongemunt goud en zilver aangetroffen. Catharina van Dijck verklaart voorts dat zij bij haar huwelijk 250 gulden contant goet in de gemeenschap heeft ingebracht.
    Opgeteld en met aftrek van lasten en schulden werd de totale nalatenschap getaxeerd op 3461 gulden 8 stuivers en 2 penningen. Omgerekend naar de koopkracht in 2016 komt dit bedrag neer op € 38.083.

  5. Jan Cornelis van Rijsbroeck
    Gedoopt te Groot Zundert op 22 juli 1640, aldaar begraven in september 1643, oud 3 jaar.

 

II-2  Lucas Frans Rijsbroecx

Overleden tussen oktober 1581 en juli 1600. Op 14 feb 1560 koopt hij een huis met gronden binnen de Vrijheid Oisterwijk inde Eckerstrate van Lambert zoon wijlen Gerits de Bont (RO 264,f.11v). Op 30 juni 1576 in Oisterwijk genoemd als momber over de onmondige kinderen van Ariaen zoon wijlen Henrick Gielis Goidstauwen (RO 280,f.47). Op 14 okt 1581 koopt hij de tocht in een stuk weiland van 5 lopens 45 roeden bij Swanenberch in de Dweersche Steegh belast met 4 stuivers hertogcijns per bunder (RO 282,f.94v). In een akte gedateerd 4 juli 1600 heet hij te zijn overleden (RO 295,f.39v).

Noot: In de archieven van Oisterwijk komt ook een Lucas zo Frans Aerts Glaesmaker voor, zie RO 260,f.81 (3 juni 1551), 261,f.18 (1557).

Vader van:

  1. Elisabeth Rijsbroecx
    Genoemd in 1619 wegens een afgebrande hofstede in de Kerkstraat in Oisterwijk. Getrouwd met Hessel zoon van Joost Hessels (sH.R.1519,f.133 de dato 21 jan 1619). Verkoopt op 2 maart 1616 een stuk grond van 3 lopens in de Schijf in Oisterwijk met haar zus Adriana, hun aangekomen door het overleden van hun vader, aan Jan zoon Cornelis Jans Verafter (RO 310, f.15). Op 27 jan 1618 verkoopt zij met haar zuster Adriana een huis met grond in Kerkhoven en een huis in de Kerkstraat in Oisterwijk, hun aangekomen van hun vader, aan Hessel zoon van Joost Hessels (RO 312, f.4.)
  2. Adriana Rijsbroecx
    Overleden voor 21 jan 1619. Getrouwd met Adriaen z.w. Luycas Adriaen Goeyaerts, zie sH.R.1519,f.133.
  3. Marij Lucas Franss Rijsbroecx
    Overleden voor 9 april 1610. Getrouwd met Joost Jan Henricx, zie RO 304, f.26v de dato 9 april 1610..

    Uit dit huwelijk:

    1. Jenneke Joost Jan Henricx
      Overleden voor 13 mrt 1614. Getrouwd met Frans Stevens de Molder ook wel Frans Steven Jan Leyten genoemd, zie RO 304,f.26v en RO 308,18v de dato 13 mrt 1614.

 

Noten:

  1. Gemeentearchief Rotterdam, oudrechterlijk archief, inv.nr. 938, f.135. Zie ook L. Adriaenssen, 'Tilburgse lakenmakers in Rotterdam rond 1600,' in: De Brabantse Leeuw 50 (2001) p. 213.
  2. RO 285, f.17, 2 april 1588.
  3. RO 98,f.18. Waarschijnlijk gaat het hier om Willem Aelberts van Dijck. Vergelijk het huwelijk te Oisterwijk op 17 okt 1599 tussen Peter Cornelis Appels & Lijntken Jan Martens.
  4. sH.R.1543,f.375v
  5. NO 5260,f.15r.
  6. De kleine Meijerij 50 (1999) p.10 en 7 (1953) p.5.
  7. RO 408,f.60, 1710.
  8. RO 478, 103v; zie ook De Brabantse Leeuw 35 (1986) p.149 e.v.
  9. Op 11 maart 1662 verschijnt Gerit Wouter Rijsbroeck, oud ongeveer 71 jaar, voor de Oisterwijkse notaris Jan Peynenborgh, zie NO 6,f.86v. Verder nog in leven op 5 februari 1656 (NO 5260,16r). Zijn weduwe genoemd op 16 april 1668 (NO 5269,f.420v).
  10. Civiele procesdossiers Tilburg nr. 4195.
  11. NO 5269,f.402v dd 16 april 1668.
  12. RO 370,f.16r.
  13. NO 5260,f15v.
  14. NO 5272,f.48.
  15. NO 5270, 22 feb 1669.
  16. RO 368, f.36v-37r, 24 oktober.
  17. NO 5272,f.50r.
  18. Zie De Kleine Meijerij LI nr.3 (2000) p. 77.
  19. De Brabantse Leeuw XXIX (1980) p.101.
  20. RO 428, f.17 23 mei 1770; RO 429, f.79, 5 feb 1774; f. 137v, 9 feb 1775; f. 176, 21 nov 1775.
  21. NO 5290d, 23 jan.
  22. RO 487,f.5v.
  23. Verpondingskohier Heukelom, nummer 318.
  24. GAT, notarieel archief, inv.nr. 105,f.18.