Peter, Jan en Goyaert, zonen van Peter Adriaenssen Wouters Vermeer, kochten tussen 1645 en 1652 van Wouter de Jeger het Helmonds Broek, een Brabants leengoed van vier hoeven land te Udenhout. Delen ervan lagen bij de kleine Hesseldonk, bij 't Asschot, bij de Langrijt, de Leegrijt, de Groenstraat, en het Harens Broek. Op 9 maart 1652 wordt het drietal voor het goed (dan 37 roeden groot) verheven aan het Leenhof van Brabant. Adriaen Peter Peters Vermeer evenzo op 15 februari 1707, ook voor de andere erfgenamen van Peter Adriaensse Vermeer: Jan Jan Peters Vermeer en diens broers, en Peter Goyaert Peters Vermeer, ook voor diens broers en zusters, na de dood van Jan Peter Adriaen Wouters Vermeer. De laatste leenverheffing volgt voor Hendrik Peters Vermeer op 10 april 1766. Het Helmonds Broek, 77 lopens en 39 roeden groot, wordt op 22 oktober 1772 gesplitst bij appointement van de Raad van Brabant.
Het leen is genoemd naar de heren van Helmond, die het al in 1450 bezaten. Hun erfgenamen verkopen het vr 17 april 1645 aan Wouter de Jeger, weduwnaar van Catharina van de Line, die op die datum voor het goed wordt verheven.

Zie: F. Smulders, 'Het Helmondse broek in Udenhout,' in: De Kleine Meijerij 5 (1951) 7, pp.2-3.