Bespreking: Binnen de oorlogsliteratuur is een nieuwe trend bezig zich te ontwikkelen en dat is de literatuur, die geschreven wordt door de naoorlogse generatie. Het onderwerp in deze boeken is veelal de zoektocht naar het familiegeheim dat ontstaan is als gevolg van de oorlog. Jarenlange zwijgzaamheid van de oorlogsgeneratie  heeft niet geleid tot het doen verdwijnen van de traumatische ervaring. Integendeel, ook de naoorlogse generatie gaat gebukt onder datzelfde trauma, zonder dat zij dit bewust heeft ondervonden. Dus gaat zij wanhopig op zoek naar een verklaring voor die schaduwen van het verleden. Dit is ook het thema van het boek “Het Familieportret”  de semibiografische debuutroman van Jenna Blum.

 

Van kinds af aan heeft de gouden hanger met daarin het familieportret Trudy Swenson, een hoogleraar Geschiedenis, bezig gehouden. De foto is een afbeelding van haarzelf als heel jong meisje samen met haar moeder en een SS-Obersturmführer van wie zij denkt een dochter te zijn. Denkt, want haar moeder zwijgt volledig over het verleden. Dankzij een collega, die een nagedachtenisproject voor Joden tijdens de oorlog opzet, besluit Trudy onderzoek te gaan doen naar de handelwijze van de Duitsers in diezelfde periode, ze wil hen interviewen. Deze zoektocht vormt één van de twee lijnen, waaruit het boek is opgebouwd. De andere lijn is het verhaal van Anna Schlemmer, Trudy’s moeder, dat de periode 1939-1945 omvat. Anna is aan het begin van de oorlog zwanger geraakt en vlucht van huis weg. Ze  vindt werk bij Mathilde, die bakker is. Dan wordt Anna’s dochter geboren en vervolgens krijgt ze een gedwongen relatie met een SS-Obersturmführer. Hij heeft de leiding in kamp Buchenwald en biedt haar en haar dochter bescherming en eten in ruil voor sex met Anna. Zo overleeft ze uiteindelijk, samen met haar dochter Trudy, de oorlog. Bij de bevrijding van Buchenwald ontmoet ze Jack, een Amerikaanse soldaat. Ze trouwen en het hele gezin emigreert naar Amerika.

 

Zo op het eerste gezicht lijkt het boek een moeder-dochter roman, de relatie tussen de beide vrouwen staan immers centraal, maar “Het Familieportret” behelst meer. Hoewel nadere uitleg over bepaalde handelingen ontbreekt, neigt het boek toch ook naar het genre psychologische roman. Anna’s karakter, zoals beschreven door Blum, is namelijk kenmerkend voor iemand, die lijdt aan het Stockholmsyndroom. Dit syndroom heeft als kenmerk onder meer dat het slachtoffer sympathie voelt voor diegenen, die hem/haar (sexueel) misbruikt heeft. Een misbruik wat vaak gepaard gaat met dreigingen als intimidatie, zoals in het geval van Anna. Door zijn machtsmisbruik  heeft de SS-officier  ” haar vermogen om lief te hebben, verwoest,” stelt Anna resoluut vast. Door dit gebrek aan oprechte moederliefde is haar dochter Trudy op latere leeftijd evenmin in staat om een vaste relatie op te bouwen. Dat Anna toch sympathie is blijven koesteren voor de Obersturmführer,  blijkt uit het bewaren van de decoratieve hanger met daarin het familieportret, ondanks haar latere huwelijk met Jack. Ook verzwijgt ze voor haar dochter het feit dat de SS-officier niet haar biologische vader is, alsof ze hem nog in ere wilt houden. Zo wordt het onderzoek van Trudy  in wezen is het een zoektocht naar haar eigen verleden, ze gaat immers gebukt onder het schuldgevoel, omdat haar vader een SS-officier was. Ze zoekt naar een reden om het goede in hem te zien, voor zichzelf, maar ook om haar moeder te kunnen begrijpen. Met dit facet laat de schrijfster duidelijk aan de lezer zien hoe de ervaringen van de moeder later hun weerslag vinden op de dochter. Echter, doordat dit psychologische gegeven niet verder uitgediept wordt, zal helaas niet iedere lezer de link met het Stockholmsyndroom kunnen leggen, waardoor Anna’s houding richting haar dochter betreffende het vaderschap voor menige lezer  onbegrijpelijk zal blijven. Daartegenover blijft de schrijfster wel diverse malen uitvoerig stilstaan bij de sexuele handelingen van de SS-officier. Deze beschrijvingen zijn zeker niet onbelangrijk om Anna’s gedrag te kunnen begrijpen, doch vooral de wederkerigheid van deze uitgebreide aandacht herbergt het risico in zich dat al snel de grens van banaliteit wordt bereikt, wat de zinderende sfeer verstoort, die in het boek zo goed is opgebouwd en ook na dit gedeelte weer voortgezet wordt.

 

Ondanks deze punten van kritiek is “Het Familieportret” een krachtig en overtuigend geschreven boek dat de lezer in zijn greep houdt tot aan het einde. De beide verhalen van Anna en Trudy lopen weliswaar door elkaar heen, maar zijn voor de lezer goed te volgen, omdat ze telkens een afgerond geheel vormen. Daarin schuilt de ervaring van Jenna Blum, die ze al heeft als schrijfster van korte verhalen. Boeiend zijn ook de weergaven van de interviews, die Trudy houdt met enkele Duitsers in kader van haar onderzoek. Die vraaggesprekken zijn overigens geïnspireerd op Jenna Blums eigen ervaringen als interviewer voor de Shoah Foundation van Steven Spielberg, zo kwam zij in contact met overlevenden van de Holocaust. Met “Het Familieportret” is een goede debuutprestatie neer gezet. Het boek verdient het zeker  om gelezen te worden. In het bijzonder, omdat het toont hoe oorlogsleed nog steeds zijn doorwerking vindt, ook in de latere generaties.

 

Het familieportret – Jenna Blum

 

Zag “Het familieportret” bij een vriendin in de kast staan: het meest verkochte boek van 2011 en nog steeds niet uit de top-20 weg te slaan. En dat als ‘slow burner’ (stil succes), dus enkel door mond-op-mond reclame. Hoog tijd dat ik het eens zou lezen. Heb het gelijk achterover gedrukt.

 

Gaat over een moeder-dochterrelatie. Dochter, hoogleraar Duitse geschiedenis aan een universiteit in de V.S., is geobsedeerd door een oude foto waarop zij als peuter op schoot zit bij haar moeder, met achter hen een onbekende man in SS-uniform. Is dat haar vader? Haar Duitse moeder zwijgt al vijftig jaar in alle talen over wat er ooit allemaal gebeurd is. De lezer krijgt het verhaal van die moeder, Anna, in flashbacks, echter wél voorgeschoteld. Hier is dus met recht sprake van wat je noemt: een ‘auctoriale’, een ‘alleswetende’ verteller.

 

Anna’s geschiedenis begint met dat ze met de hond van haar vader (moeder is overleden), een vadsige teckel die dreigt te stikken doordat iets zijn luchtpijp verstopt, naar de dichtstbijzijnde huisarts rent, om zijn leven te redden. Blijkt een hele leuke dokter te zijn, en wat haalt hij uit de keel van het dier: een stuk maandverband. Jawel. Ik dacht even dat ik in de bouquetreeks was beland. Van alles wat zo’n beest ingeslikt zou kunnen hebben, uitgerekend maandverband… Echter: niets menselijks is die huisarts vreemd, en de beschaamde Anna is zo mooi, dat de meeste mannen die ze tegenkomt bijna omvallen: dus daar komt een relatie van. Het zou een prachtig sprookje kunnen zijn ware het niet dat het anno domino 1939 is, de plaats van gebeuren: Weimar, de vader: een lompe nazi en de arts: een joodse man. Anna laat hem stiekem onderduiken in haar eigen huis. En eindelijk, eindelijk (we zijn inmiddels op blz. 53) durft hij haar op een dag op de trap te zoenen, en met zo’n heftigheid haar jurk open te rukken dat “… de knopen eraf springen en worden verstrooid op de treden…”. In het NRC van 16 januari 2012 luidt de titel van een artikeltje over dit boek dan ook niet voor niets: “Liefdesroman of Holocaustkitsch?”.

 

Eerlijk is eerlijk: hiermee houdt de clichématigheid eigenlijk wel zo’n beetje op en ontrolt zich een razend spannend en vooral ook zeer makkelijk leesbaar verhaal met soms zelfs opvallend verrassende beeldtaal: “… Hoewel voor de Duitsers ‘stunde null’ is aangebroken en zij de tektonische platen van hun leven in nieuwe, onherkenbare patronen schuiven, …”, en dit, over traumatische herinneringen: “… Anna is niet de enige die geplaagd wordt door dergelijke beelden; in hun constante gesmeek om aandacht ellebogen deze hardnekkige verschijningen zich langs de realiteit. Ze heeft anderen gezien, inwoners van Weimar net zo goed als Amerikaanse soldaten, die op het midden van de weg als een klok stilstonden en niet naar iets voor hun ogen staarden, maar naar iets wat zich voor hun geestesoog afspeelde. De wetenschap dat zij niet de enige is, biedt weinig troost en dit jubelende voorjaarsvertoon is niet te vertrouwen. Het leven is een geglazuurde taart gemaakt van wormen (Anna is bakker)….”, of dit, over haar eenzelvigheid: … Als Anna, de meest teruggetrokken vrouw aller vrouwen, gedwongen zou worden om als klap op de vuurpijl een kamergenoot te verdragen (in een verzorgingstehuis), zou ze volgens Trudy (haar dochter) het glas in de badkamer breken en op haar gemak alle stukjes opeten…".

 

Op een dag komt Anna thuis en is haar arts verdwenen, waarschijnlijk door toedoen van haar vader. Ze ontvlucht haar ouderlijk huis en vindt onderdak in een bakkerij, waar ze een kindje ter wereld brengt: Trudy. Ze weet alles van het nabijgelegen concentratiekamp Dachau, gaat zich samen met de bazin van de bakkerij bezig houden met het verzet - een levensgevaarlijke onderneming die de laatste met een liquidatie bekoopt, en Anna in de macht brengt van hauptsturmführer Von Schöner. Zij mag leven: in ruil voor seks. De man heeft haar volkomen in de tang, doet met haar wat hij wil, en dat wordt allemaal zeer ‘plastisch’ omschreven, zal ik maar zeggen. Is dat nu nodig voor dit verhaal, vragen sommige recensenten zich af. “Seks sells”; denk ik dan maar. In dit boek net zo goed als in iedere flutroman of hoog literair genre à la Giphart. Kijk maar naar de verkoopcijfers. Ik heb me er ook niet aan geërgerd. Ik denk dat dit het universele verhaal is van alle vrouwen die overal, in allerlei omstandigheden en over de hele wereld, onderdrukt worden door mannen. Misschien brengt seks zo-bij-zo altijd wel een element van 'macht' met zich mee. Het verhaal vertelt vanuit de vrouwelijke beleving, wat ik alleen maar toejuich, omdat dat naar mijn idee veels te weinig gebeurt.

Bovendien: Anna is niet totaal machteloos. Die hauptsturmführer is zo verslaafd aan haar lichaam dat ze hem op de een of andere manier ook weer in haar macht heeft. Ze gebruikt die macht net zo goed: terwijl de rest van Weimar omkomt van de honger, heeft zij het in het begin redelijk goed door alle spullen die haar minnaar meebrengt. Iets wat de stadsbewoners haar hoogst kwalijk nemen aan het eind van de oorlog. Terwijl ze haar belagen wordt ze ‘gered’ door een Amerikaanse soldaat die haar meeneemt naar zijn boerderij in Minneapolis. Later, in een heftige confrontatie met haar dochter, zegt ze: “…Ik deed het allemaal voor jou…”.

 

Aan het eind van het boek worden er indringende lezersvragen gesteld in de trant van ‘wat zou jij hebben gedaan?’. Daar kun je best een poosje over nadenken. Natuurlijk is de situatie van Anna onvoorstelbaar, maar ik maak mij geen illusies. Ik denk dat ik heel wat, er zo niet alles voor over zou hebben, om mijn ‘vege lijf te redden’. Ik moest aan die geïdealiseerde rooms-katholieke heiligenlegendes denken waarin vrome maagden zichzelf laten opspietsen om hun eer te bewaren. Dat slaat toch helemaal nergens op; zo zitten we niet in elkaar. Tenminste; ik niet. Ik denk dat ik mijn godsdienstige principes al heel gauw aan mijn laars zou lappen.

 

Voor haar werk interviewt Trudy Duitsers. Vraagt hen hoe ze de oorlog hebben verwerkt (de schrijfster heeft in het echt ook interviews afgenomen voor de Shoah Foundation van Steven Spielberg). Allerlei zienswijzen passeren de revue. Iedereen kampt met schuldgevoelens na de oorlog. Niets is zwart-wit: “… Rainier (een geliefde van Trudy) buigt zijn hoofd. Hij blijft even zo zitten en staart naar het tapijt. Dan wendt hij zich tot Trudy. ‘Dus je ziet, zegt hij zacht, ‘we schamen ons allemaal wel op de een of andere manier. Wie van ons is niet besmet door het verleden?’…”.

Tijdens die interviews komt Trudy iemand tegen die de oorlog heeft overleefd dankzij de heldendaden van haar moeder, en zo komt ze er alsnog achter dat zij de dochter is van een omgekomen joodse arts. Ze kan opgelucht ademhalen. Eind goed, al goed, zou je denken – alhoewel niet helemaal: Trudy blijkt geen relatie aan te kunnen. En haar collega doet nog wel zo haar best: “… Na Trudy’s scheiding heeft de goedbedoelende Ruth, die ontzettend graag wilde dat Trudy hertrouwde, haar een tijd lang aan een reeks potentiële huwelijkskandidaten voorgesteld. En Trudy heeft een tijdje meegespeeld, zich door eindeloze etentjes heen geslagen, waar ze altijd werd neergezet naast de beschikbare vrijgezel die Ruth weer tevoorschijn had weten te toveren – het maakte niet uit of die opgeblazen, kalend, dik of blufferig was, als hij maar ademhaalde en vrijgezel was…”. Tsja… Ook voor Anna is het onmogelijk haar Amerikaanse echtgenoot onbelemmerd te beminnen. Als een spook schuift de obersturmführer steeds tussen hen in. Ze denkt dat hij haar vermogen om lief te hebben voorgoed heeft verwoest. In ieder geval is Anna niet meer in staat zich aan wie dan ook te hechten.

 

Iemand had het in dit verband in een bespreking over het Stockholmsyndroom: het psychologische gegeven dat je van je belager gaat houden. Ik weet het niet. Dit is natuurlijk een heel heftige situatie. Wat ik wel denk is dat meiden/vrouwen in onze cultuur veels te makkelijk en naïef over seksuele relaties denken. Seks gaat je niet in de koude kleren zitten. Hoe jij nu met je seksuele contacten omgaat, heeft invloed op je contacten later. Ik herinner mij een column in de Volkskrant waarin Ronald Giphart schrijft dat mannen aan het eind van hun leven zeggen dat ze spijt hebben van de kansen op seks die ze hebben laten lopen, terwijl vrouwen zeggen dat ze spijt hebben van die keren waarop ze seks hebben gehad met anderen dan hun geliefde. Dat bracht mij weer bij een stukje uit de Bijbel. Heb je haar weer met die Bijbel, hoor ik sommigen al roepen. Ik ben nu eenmaal christen; voor mij is de Bijbel belangrijk – ik denk gewoon dat bepaalde oude teksten een kern van waarheid bevatten die misschien wel oneindig veel dieper gaat dan wij beseffen. Nou, in die Bijbel dus, staat dat de vrouw als straf voor het eten van de verboden vrucht in het paradijs, ‘met smart kinderen zal baren’, maar ook dat ‘naar haar man haar begeerte zal uitgaan’. Wat dat dan ook mag betekenen: in ieder geval staat dat er niet over mannen. Het lijkt erop te duiden dat vrouwen hopeloos verknocht raken aan degene met wie ze het bed delen. Daar zouden ze uit zelfbescherming veel meer over na moeten denken. Soms denk ik wel eens: wat doe je jezelf aan!? Trouwens, na dat gedeelte van die tekst volgt: ‘en de man zal over u heersen’… Het zou zo als motto op de omslag van dit boek kunnen. Genesis 3:16.

 

De roman haakt in op een trend die we de laatste jaren, en met name ook tijdens de afgelopen 5-mei herdenkingen, steeds vaker zien: naarmate wij verder van de oorlog af komen te staan krijgen we steeds meer oog voor het lijden van de Duitsers zelf. Vaak zijn ze neergezet als monsters; maar de meesten waren mensen ‘van gelijke beweging als wij’. Jan de Laender zegt in “Het hart der duisternis. Psychologie van de menselijke wreedheid”: “…Wat is ons ware gelaat? Het ziet ernaar uit dat wij vele gezichten hebben. Welke wij daarvan de wereld tonen hangt af van de situatie waarin wij worden gebracht…”

 

Liefdesroman of Holocaustkitsch?

Het familieportret

door Maartje Somers

 

Het familieportret, het best verkochte boek van 2011, lijkt erg op Haar naam was Sarah, de grootste bestseller van 2010. Wat verklaart de populariteit van deze ‘stille successen’?Is dit een oorlogsroman, een moeder-dochterroman of een liefdesroman? Zo luidt de eerste ‘leesclubvraag’ achterin Het familieportret van Jenna Blum, verschenen bij De Boekerij, met 261.559 exemplaren het best verkochte boek van 2011. Het antwoord luidt natuurlijk: alledrie.

 

Het familieportret is het debuut van de Amerikaanse auteur Jenna Blum. Het boek gaat over de docent geschiedenis Trudy die probeert het oorlogsverleden van haar hardnekkig zwijgende moeder Anna Schlemmer te ontrafelen. Is Trudy het kind van de SS’er met wie zij en haar moeder op dat vervaagde portretje staan? Aan hardvochtige vaders, onschuldige en onechte kinderen, gedoemde liefdesrelaties, nobele, heldhaftige vrouwen, en gruwelijke naziwreedheden in het boek geen gebrek. De 460 pagina’s drama worden bijeengehouden door de even wrevelige als onverbrekelijke band tussen moeder en dochter.

 

Het familieportret is een zogeheten slow burner (‘stil succes’). Zonder noe menswaardige aandacht in kranten of aandacht op televisie staat het al anderhalf jaar bovenaan de wekelijkse bestsellerlijsten. „Dat komt vooral door het enthousiasme van boekverkopers, die zeggen: ‘heeft u Haar naam was Sarah gelezen? Dan moet u dit ook eens proberen’”, zegt Ilse Arkesteijn, uitgever van De Boekerij.

 

Inderdaad doet Het familieportret in veel, zo niet alles, denken aan de bestseller van Tatiana de Rosnay, het best verkochte boek van 2010 en het op één na best verkopende boek van 2009. Ook in Haar naam was Sarah gaat een vrouw op zoek naar het oorlogsverleden van haar familie aan de hand van een voorwerp; bij De Rosnay een symbolische sleutel in plaats van een foto. Beide boeken spelen afwisselend in heden en verleden, en beide schrijfsters laten aan het slot alle puzzelstukjes keurig in elkaar vallen. Uitgeefster Maike LeNoble van Meulenhoff/Boekerij kocht het boek van Jenna Blum toen dit al vier jaar oud was. Ze had eerst tevergeefs geboden op Haar naam was Sarah, dat uiteindelijk naar uitgeverij Artemis ging.

 

         Geestelijk levenslang

dinsdag 29 juni 2010 / door: Liza Meurs0 Sterren

 

Het familieportret, de debuutroman van de Amerikaanse schrijfster Jenna Blum, beschrijft het harde leven van Anna Schlemmer en haar dochter Trudy in de stad Weimar onder het naziregime. Na de oorlog heeft Anna altijd gezwegen over haar belevenissen tot grote frustratie van Trudy. De enige aanwijzing over haar verleden is een familieportret van Anna, Trudy en een SS-officier. Gedreven door schuldgevoel gaat Trudy op onderzoek uit. Niets kan haar echter voorbereiden op de gruwelen die zij op haar pad tegenkomt.

 

Weimar, 1945. Een grote groep Duitse burgers, onder wie Anna en Trudy, wordt bovenop de heuvels van Weimar door de geallieerden bijeengedreven in het concentratiekamp Buchenwald. Hier worden zij gedwongen de overgebleven doden te begraven. De Amerikaanse soldaat Jack, die al een aantal weken een oogje heeft op Anna, besluit Anna een uitweg te bieden uit haar geboortestad. Ze trouwen en kort daarna vertrekken zij, Jack en de vijfjarige Trudy naar de stad New Heidelburg in Minnesota. In de VS besluit Anna haar verleden voor altijd en eeuwig te begraven. Trudy kan dit echter niet verkroppen, zeker niet wanneer zij in een sokkenlade een familieportret met een SS-officier vindt. Als universiteitsdocent Duitse geschiedenis besluit zij mee te werken aan een onderzoek waarbij getuigenverklaringen van Duitsers uit Nazi-Duitsland worden vastgelegd. Onbewust gaat zij op zoek naar de waarheid over haar verleden. Wie is die SS-officier op het familieportret? En belangrijker nog, is Trudy een nazi-kind?

 

Schuldgevoel als rode draad

Met Het familieportret heeft Jenna Blum een klein meesterwerk afgeleverd. Op briljante wijze weet zij de andere kant van de oorlog, die van de Duitse slachtoffers, tot in het kleinste detail uit te diepen. De roman slingert de lezer heen en weer tussen het traumatische verleden van Anna en de schuldbewuste hedendaagse realiteit van Trudy. Opvallend is dat schuld deze twee levensverhalen onlosmakelijk verbindt, zonder dat de twee personages dit van elkaar bewust zijn. Moeder en dochter leven krampachtig langs elkaar heen, maar beiden voelen zich schuldig over hun verleden.

 

In feite hebben zowel moeder als dochter een geestelijke levenslange straf gekregen voor hun verleden, waardoor zij totaal verlamd zijn geraakt. Dit beklemmende gevoel weet Blum goed op de lezer over te brengen. Voor zowel Anna’s zwijgzaamheid als Trudy’s frustratie hierover, is begrip op te brengen, waardoor de lezer zich eigenlijk in een emotionele patstelling bevindt. Trudy’s zoektocht draait onbewust om de ijdele hoop op innerlijke bevrijding, want hoe gruwelijk de waarheid ook is, het is beter deze te kennen. Wanneer zij ontdekt dat Anna’s levensverhaal veel gecompliceerder is dan zij ooit heeft kunnen vermoeden, kan zij zich eindelijk oprecht identificeren met haar moeder.

 

 

 

 

Jenna Blum – Het Familieportret

Door Kim Raven 17 januari 2011

De debuutroman van schrijfster Jenna Blum Het Familieportret heeft prachtige recensies. En dit boek is oprecht een meeslepend verhaal. Eentje die je niet snel zult vergeten, en meer van dat soort clichés. Maar zonder deze clichés in recensies blijft het een goed verhaal. Maar maakt dat het dan ook een goed boek?

 

Jenna Blum beschrijft, zoals de titel al zegt, een portret van een familie. Deze familie is zoals vele families niet helemaal normaal. Het verhaal speelt zich zowel in de Tweede Wereldoorlog als in het einde van de jaren negentig af. Deze gedeelten zijn duidelijk gescheiden door een pagina met de namen plus de jaartallen waarin het verhaal zich dan afspeelt. In dat opzicht is het een vrij simpel boek, er zijn weinig tot geen flashbacks beschreven, dus de tijden door elkaar halen is absoluut niet aan de orde. De beschrijvingen van de tijd zijn erg gedetailleerd, waardoor de lezer zich echt in de tijd van de hoofdpersonages waant. Het nadeel is dat er absoluut geen vaart in het verhaal zit. Ellenlange herhalingen van dezelfde (vaak schokkende) gebeurtenissen, maken het verhaal niet levendiger, maar eerder een beetje saai. Terwijl de gebeurtenissen op zichzelf alles behalve saai te noemen zijn.

 

Het verhaal is verdeeld in twee hoofdpersonages. Anna Schlemmer en haar dochter Trudy. Anna en Trudy hebben anno jaren negentig geen goede band met elkaar, Anna praat zelfs al jaren niet meer tegen Trudy. Anna is een Duitse vrouw en haar dochter is ten tijde van de Tweede Wereldoorlog geboren. Jenna Blum neemt ons mee naar de beginjaren van de oorlog, door te vertellen wie de vader van Trudy is en hoe haar relaties lopen. Op de achterkant van het boek staat te lezen dat het “een gepassioneerd, maar gedoemd liefdesverhaal” is, en dat is het zeker. Tussen deze terugkijk op de oorlog door zitten de verhalen vanuit het perspectief van Trudy, die al jaren op zoek is naar de waarheid over wie haar vader is. Het enige wat Trudy als aanknopingspunt heeft is een doosje met daarin een foto van haar op schoot bij haar moeder Anna en een SS-officier achter hen met zijn hand op de schouder van Anna.

 

Al vrij snel in het boek dat 455 pagina’s telt, weet de lezer wie de vader van Trudy is. En de frustratie dat Trudy hier niks van weet en zich niks herinnert van de dingen die de lezer leest over Anna zijn erg duidelijk. Toch krijgt Jenna Blum het voor elkaar dat de lezer net zo goed meevoelt met Anna tijdens de stukken vanuit haar perspectief. De lezer slingert heen en weer tussen verschillende gevoelens, van schaamte, tot woede, van schuldgevoel tot verdriet. Het is hierdoor geen makkelijk boek om te lezen, het leest absoluut niet makkelijk weg, maar het verhaal en het einde maakt het toch de moeite waard.

 

Recensie

 

 

Trudy woont in Amerika en ze weet dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren is in Duitsland. Haar moeder Anna heeft nooit iets willen vertellen over die tijd. Omdat Trudy meer over de vrouwen in die tijd wil weten start ze aan de universiteit waar ze werkt een onderzoek naar het verleden van Duitse vrouwen in de oorlog. Zo komt ze ook iets meer te weten over haar eigen verleden.

Wat haar het meest dwars zit is dat ze niet weet wie haar vader is. Ze heeft weleens een foto gezien waar zij opstaat met haar moeder en een nazi-officier. Ze is ervan overtuigd dat dit haar biologische vader is.

 

Tijdens de bevrijding heeft haar moeder een Amerikaanse soldaat leren kennen en met hem is ze getrouwd en in Amerika gaan wonen. Wat er met de nazi-officier is gebeurd zal Trudy waarschijnlijk nooit weten.

 

De zoektocht van Trudy wordt afgewisseld met fragmenten van het leven van de jonge Anna in Duitsland. Haar leven is niet makkelijk en er gebeuren dingen waar ze weinig invloed op heeft. En op deze geschiedenis is ze niet trots en mogelijk zijn de ervaringen zelfs traumatisch voor de jonge vrouw. Dat zijn aannemelijke redenen waarom ze het verleden wil laten rusten en ze nooit verteld heeft wie de vader van Trudy is. De gezondheid van Anna is inmiddels heel slecht. Als zij sterft zal Trudy nooit de waarheid over haar afkomst kennen.

 

Het familieportret is een buitengewoon interessant verhaal. Na romans over onderduikers, het verzet en de Joodse kant van het verhaal staat nu de Duitse vrouw centraal. Gewone vrouwen die ten prooi vallen aan de lusten van hooggeplaatste Duitse functionarissen. Vrouwen die weinig keus hebben en vaak kiezen voor lijfsbehoud en eten voor hun kinderen.

 

Jenna Blum heeft dit verhaal bijna perfect geconstrueerd en de lezer slingert heen en weer tussen heden en verleden. Er is de spanning die je voelt bij de gebeurtenissen in de oorlog, maar je wilt ook dat Trudy in het heden progressie maakt en ontdekt waar ze nu echt vandaan komt.

 

Blum weet op overtuigende wijze een verhaal over de oorlog te vertellen waarin een hoop ellende centraal staat. En in die oorlog leven mensen die koste wat het kost willen overleven. Ze moeten simpelweg door al was het maar om hun kinderen een toekomst te geven.

 

Na Haar naam was Sarah van Tatiana de Rosnay is dit boek een andere terechte bestseller over gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Ook dit verhaal blijft je bij en zet je aan het denken over de positie van de Duitse vrouwen die evengoed slachtoffer van de tijd waren. En dat onderwerp leek tot nu toe taboe in de literaire wereld. Alleen al daarom een aanrader.

 

Het familieportret

 

 

Een Duitse vrouw maakt het een en ander mee in de Tweede Wereldoorlog, dat zijn neerslag heeft in de moderne tijd en wat naar buiten komt als haar dochter onderzoek gaat doen naar wat Duitsers, vooral vrouwen, zoal deden in de oorlog.

Om en om zijn we in het verleden en in het heden. Anna’s verhaal speelt in Weimar, vlak bij het concentratiekamp Buchenwald. De oorlog is nog maar net begonnen als ze verliefd wordt op een joodse arts. Maar ze beseft wel dat haar vader, een autoritaire man, met sympathieën voor die Partei, het niet goed zal keuren. Na de dood van zijn vrouw heeft hij Anna tot huishoudster gebombardeerd, en  hij komt regelmatig met officieren aanzetten voor een maaltijd, maar eigenlijk om zijn Anna uit te huwelijken. Anna heeft daar natuurlijk helemaal geen zin in, maar ze houdt de schijn op, terwijl ze na Kristalnacht Max een schuilplaats biedt in hun huis met al zijn geheimzinnige aanbouwen waar haar vader toch nooit komt. Maar haar vader is niet gek. Max wordt opgepakt, en Anna, die weet dat ze zwanger is, verlaat het huis. Ze vindt onderdak bij de Arische bakker in de joodse wijk, en helpt Mathilde bij haar verzetswerk. Ze brengen onder anderen brood naar het kamp. Trude wordt geboren, en Max blijft weg. Dan staat er een Duitse officier in de winkel, die belangstelling heeft voor de mooie Anna.

Het is met deze man dat ze op een familieportretje staat, als waren ze een gelukkig gezinnetje: De obersturmfuhrer, die consequent zo aangeduid wordt, Anna en Trude.

Als jaren later, in Amerika, (in New Heidelberg!) Trudy haar moeder onderbrengt in een tehuis, en het huis opruimt, vindt ze dat portret. Trudy is docent geschiedenis gespecialiseerd in de Duitse geschiedenis, en is voor een onderzoek begonnen interviews op te nemen met overlevenden.

Trudy weet niets van Anna’s verleden, die heeft er nooit over gepraat, en ook nu, als ze ontdekt dat Anna wel geïnteresseerd is in de video-opnames van de interviews weigert ze te praten.

Het is een meeslepende roman, over liefde in de oorlog. Maar vooral over de vraag hoe je omgaat met herinneringen die pijn doen. Door Anna’s verhaal wordt ook een thema aangesneden dat nog steeds aandacht krijgt. Mag je alles doen om zelf te overleven? Trudes studenten zijn geschokt als ze horen hoe vrouwen zich prostitueerden om maar aan eten te kunnen komen. As zij beweren dat men in iedere situatie ethisch verantwoord gedrag moet vertonen, valt Trudy uit:

 

 

‘Ik krijg de indruk dat er geen andere manier is om jullie uit die genotzuchtige verdoofde toestand te schudden, om het tot jullie botte hersens te laten doordringen dat dit niet zomaar iets is wat ik jullie in een geschiedenisboek laat lezen. Dit is écht gebeurd. Dit is iets wat echte mensen is overkomen.’

 

 

Het is een roman vol tegenstellingen. De schrijfster verliest zich vaak in overbodige details - er had best flink geschrapt kunnen worden -, en ze heeft ze het nodig gevonden om naast de soms zoetige romantiek  schokkende verhalen toe te voegen.

Het boek stelt, aldus de flap, de vraag of alles geoorloofd is in oorlogstijd. Daar kennen we het antwoord wel op…