1.
De hulpverlener werkt vanuit/staat open voor de principes van de
emancipatorische hulpverlening.
2.
De algemene attitude bestaat uit echtheid, openheid,
duidelijkheid, betrouwbaarheid en enige gedoseerde zelfdisclosure. Er is
geen noodzaak tot strikte therapeutische neutraliteit. Verder is
flexibiliteit en creativiteit van de therapeut van groot belang. Bij deze
groep patiënten is goed om kunnen gaan met afstand en nabijheid en
overdrachts- en tegenoverdrachtsfenomenen van cruciaal belang in de
therapie.
3.
We gaan er vanuit dat mensen die lijden aan een ernstige
vorm van een persoonlijkheidsstoornis of een posttraumatische stoornis
beperkingen kennen op alle levensgebieden en derhalve dient een
zorgprogramma naast behandeling, activiteiten te ontwikkelen met
betrekking tot o.a. wonen, crisismanagement, dagbesteding en sociale
contacten.
4.
De aangeboden activiteiten voor een bepaald
probleem/hulpvraag worden getoetst aan de ‘State
of the Art’ opvattingen over behandeling van de doelgroep. Het moet
niet van toevallige omstandigheden of idiosyncratische opvattingen van
behandelaar of cliënt afhangen wat voor zorg iemand krijgt.
5.
Middelen misbruik is eerder regel dan uitzondering bij de
cliënten van de doelgroep, daarom is behandeling van
verslavingsproblematiek een geïntegreerd onderdeel van de behandeling
binnen het zorgprogramma.
6.
De doelgroep heeft door gedragsproblemen en emotie-/agressieregulatie
problematiek kans in aanraking te komen met justitie. Een forensische
zorgkader hoort daarom onderdeel te zijn van het zorgprogramma.