FLORIS V

Een lezing, gehouden in juni 1996 tijdens de z.g. Florisdag op het Muiderslot, voor ouders die hun zoon 'Floris' hadden genoemd

Foto van het Muiderslot in de Herfst

Inleiding

Als ik het goed begrepen heb, zit u hier met zijn allen vooral omdat u ooit besloot uw kind Floris te noemen als het een zoon zou worden. Maar eerlijk gezegd zou het me verbazen als hier veel ouders aanwezig zijn die bij het kiezen van die naam in de eerste plaats aan Floris V dachten. Terwijl ik bij het horen ervan juist onmiddellijk aan deze graaf van Holland denk en hier voor u sta omdat ik zo gek ben geweest een paar boeken aan hem te wijden. Hoe komt een mens daarbij? Wie zit er in deze tijd op Floris V te wachten?

In december vorig jaar vond er aan de Universiteit van Utrecht een promotie plaats die mij nogal interesseerde. Het onderwerp was namelijk de moord op Floris V. De promovendus was nog niet binnen of hij werd al met kritiek bestookt. Zo had hij op pagina één van zijn proefschrift ook voor onze tijd nog een zekere algemene bekendheid met het wel en wee van deze Middeleeuwer voorondersteld. Dat nu, meende zijn eerste opponent, was een achterhaald idee, want het grote publiek was Floris V allang vergeten. Het was de enige kritiek waarop de promovendus niet zo één twee drie weerwoord had.

Pakweg een maand daarna trof ik in NRC-handelsblad een artikeltje aan waarin stond, dat figuren als Mozes en Abraham - die van de Bijbel, ja - bij jongere generaties tegenwoordig nauwelijks méér weerklank oproepen dan, u voelt hem al, Floris V. Dat was niet opwekkend voor iemand die zich net rond die tijd onledig hield met het schrijven van een roman over de man. De moed zonk mij dan ook enigszins in de schoenen.

Maar rond die tijd stond er in diezelfde krant een column over het nieuwe paspoort, dat een beknopte geschiedenis van Nederland in plaatjes bevat. Tot mijn verbazing en vreugde bleek een van de twee Middeleeuwers die het afbeelden waard waren bevonden... inderdaad, u raadt het al. (Voor de nieuwsgierigen onder u: de andere is Karel de Grote.) En inderdaad, hij staat erin. Daarnaast is er ook een telefoonkaart met Floris V uitgebracht, al heeft de voor het herdenkingsjaar 1996 geplande postzegel het net niet gehaald.

Belangrijk Persoon

Hoe zit dat nou? Een hooggeleerde en een journalist denken dat iemand bijna vergeten is, terwijl diezelfde figuur ondertussen van overheidswege tot twee keer toe in een paspoort wordt gezet. Wanneer je de internationale Karel de Grote buiten beschouwing laat, zou je zelfs kunnen constateren dat Floris V in het nieuwe paspoort als de belichaming van onze nationale Middeleeuwen wordt opgevoerd.

Nu moet je toch wel iemand geweest zijn om het zevenhonderd jaar na je dood in een officieel document zó ver te schoppen - trouwens ook, om in één alinea met Mozes en Abraham genoemd te worden. Floris is dan ook iemand. Hij heeft een bijnaam, wat op zich al vrij bijzonder is. Wie van hem gehoord heeft kent hem doorgaans als Der keerlen God en herinnert zich misschien ook dat hij zo werd genoemd omdat hij het gewone volk tegen de onderdrukking door de hoge heren beschermde. Dat klinkt prima. Dat hij om die reden door een stelletje schurken van edelen werd gedood, verzekert hem helemáál van onze sociaaldemocratische, anti-elitaire, oerhollandse sympathie. Ik citeer uit De vrolijke vaderlandse geschiedenis, een plaatjesboek uit de jaren vijftig van Bertus Aafjes en Piet Worm, bedoeld voor schoolkinderen. De makers lijken op Floris' hand:

`En dit is graaf Floris V,
Hij bemint het krijgsbedrijf,
Maar wordt algemeen geroemd
En der boeren God genoemd.
Amstel en Van Woerden beiden
Kunnen hem daarom niet lijden.
Uit de greppel langs de baan
Valt men hem van achter aan.
(...)
O hoe droevig is het lot,
Kind'ren, van `Der Keerlen God'.

Zelfs Floris' gebeente werd eerbiedwaardig geacht. Na de oorlog, in 1947, werd er bij de fundamenten van de verdwenen abdij van Rijnsburg in Zuid-Holland een reeks opgravingen verricht. In deze abdij was volgens de overlevering een aantal leden van het Hollandse gravenhuis bijgezet, onder wie Floris V. En warempel, er dook een ernstig gehavende schedel met bijbehorend skelet op, die op grond van geslacht, leeftijd en aard van de verwondingen aan Floris werden toegeschreven. Na uitvoerig gedetermineerd en beschreven te zijn werd het gebeente van de graaf met dat van enkele collega's plechtig herbegraven op de plaats waar vroeger het koor van de abdijkerk stond.

Hevig was de storm die recentelijk in het wetenschappelijke waterglas ontstond toen bekend werd gemaakt dat schedel en skelet maar liefst vijfhonderd jaar te oud zouden zijn om aan Floris V toe te behoren. C14-metingen zouden aangetoond hebben dat het gebeente van een man was, die twaalfhonderd jaar geleden ten tijde van de Karolingers begraven was op de plaats waar later de Rijnsburger abdij zou verrijzen. Niks Floris V. De onderzoeker die deze constatering deed, was teleurgesteld dat hij achteraf met een heel ander geraamte in de weer was geweest. Met andere woorden: al ligt de antiekwaarde vijfhonderd jaar hoger, de botten van een onbekende halen het toch niet bij die van een bekende landgenoot. Eens een VIP, altijd een VIP.

Fantasiën rond Floris

Vandaar misschien ook de aanwezigheid van Floris V in het nieuwe paspoort. Als de ontwerper die daar achter zit even oud is als ik, heeft hij of zij op de lagere school vast ook sidderend van verontwaardiging het superdramatische verhaal van de moord op deze grafelijke held aangehoord, en het vermaledijde schurkentrio dat Floris op zijn geweten had, hartgrondig verwenst: Gijsbrecht van Amstel, Herman van Woerden en Gerard van Velzen.

Alleen is er bij nader inzien toch iets loos met die Floris. Door de eeuwen heen blijken de meningen over hem ernstig verdeeld te zijn. Behalve Der keerlen God was de graaf ook een tiran, een beminnelijk mens, een vuige verkrachter, een geslepen politicus, een overmoedige gokker, een bekwaam heerser, een onnozele hals, een brave huisvader en echtgenoot, een rokkenjager, een vrome christenvorst en een onbetrouwbare opportunist. In een krante-artikel van Rudy Kousbroek dook Floris een paar jaar geleden bovendien nog als homo op. Maar dat scheen te berusten op een foutieve interpretatie van het Keerlen God. Mij kwam het ook twijfelachtig voor, alleen al gezien de hoeveelheid bastaards die hij had: officieel zeven stuks.

Al die verschillende opvattingen maken in elk geval duidelijk dat Floris V de gemoederen flink bezig heeft gehouden. Alleen al voor de Middeleeuwen zijn er een stuk of zeven kronieken aan te wijzen die het over hem hebben. De enige overgeleverde ballade waarin hij voorkomt, Het lied van Gerard van Velzen, is tot ver na de Middeleeuwen populair gebleven. De zeventiende eeuw heeft zeker drie toneelstukken over het drama rond zijn dood opgeleverd. En dat aantal is sindsdien minstens verdubbeld. Honderd jaar geleden was Floris V de tragische held van een nationale opera. Vandaag de dag wordt hij voor de verandering vermoord in de musical 'n Man als Floris. In de vorige eeuw zijn minimaal twee romans en twee jeugdboeken over hem verschenen, en ook in de onze duikt hij regelmatig op in kinder/jeugdboeken.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de twee biografieën, en over de vele wetenschappelijke verhandelingen die de graaf heeft veroorzaakt. In De graven van Holland heeft Floris V samen met Karel V veruit de langste boekenlijst onder zijn naam staan. In het herdenkingsjaar 1996 werd de belangstellende lezer behalve op het zoëven genoemde proefschrift De moord op Floris V van Jan Willem Verkaik, tevens getrakteerd op het drama Floris, graaf van Holland van Frits Bolkestein. Er kwam een verzamelbundel rond de graaf uit, Wi Florens, en laten we die bekroonde dikke pil van Frits van Oostrom niet vergeten, die weliswaar over de dichter Jacob van Maerlant gaat, maar waarin Floris een sterke bijrol vervult, aanvankelijk als pupil, later als opdrachtgever. Ook Van Oostrom veronderstelt dat de moord op de graaf voor jong en oud een nog levend verleden is. Ik haal het begin van zijn nawoord aan: `Als onverwoestbaar jaartal heeft het alle Nederlandse onderwijsvernieuwingen getrotseerd. 1296: de Hollandse graaf Floris V wordt door zijn eigen edelen vermoord.'

Kortom, al leek Floris dan eind vorig jaar nog begraven te liggen in het veenmoeras van de vaderlandse geschiedenis, er is vlijtig aan zijn wederopstanding gewerkt - al moeten we waarschijnlijk aannemen dat zijn geraamte niet meer te redden is. Maar als dit alles was wat er over Floris V te zeggen viel zou hij tamelijk vormeloos blijven. Er hoort een skelet in, en wel in de vorm van feiten. Dus concreet: wie en wat was deze graaf nu eigenlijk? Waarom is Floris Vijf belangrijker of interessanter dan de nummers één tot en met vier? Aan zijn gewelddadige dood kan het niet liggen: ook Floris I is vermoord, terwijl nummer vier, eveneens vrij spectaculair, bij een toernooi omkwam.

Eén van de antwoorden is, dat Floris een bekend kroniekschrijver als tijdgenoot had, te weten ene Melis Stoke. Deze voltooide zijn Rijmkroniek van Holland binnen tien jaar na Floris' dood. Dus ook waar deze kroniekschrijver niet zelf bovenop de feiten zat, heeft hij in elk geval mensen gekend die hem informatie konden geven. Als je maar genoeg ooggetuigen hebt valt er een hoop te rijmen. Dat deed Stoke dan ook, en met verve. Zijn weergave van Floris' ontvoering en treurige einde is de moeder van alle grafelijke moordverhalen.

LevensgeschiedenisFloris V,  Graaf van Holland, 1254-1296

Toch is dramatisch doodgaan niet het belangrijkste wat Floris heeft gedaan. Wat er van zijn leven en werken bekend is, is ook de moeite waard, en het is jammer dat het niet méér is. Hij werd in 1254 geboren, waarschijnlijk in het Gravensteen van Leiden, op Sint-Jan. Dat is 24 juni - de dag waarop hij tweeënveertig jaar later in het Muiderslot gevangengezet zou worden. Geen leuk verjaarspartijtje.

Floris' vader was Rooms-koning Willem II, maar die heeft hij nooit bewust meegemaakt. Toen Floris nog een dreumes was werd Willem bij Hoogwoud door de Westfriezen doodgeknuppeld, volgens de overlevering nadat hij door het ijs gezakt was. Later is de neiging ontstaan, dat vooral schlemielig te vinden. Toentertijd was het een drama van de eerste orde. Niet alleen was het graafje dat hem opvolgde net anderhalf, de Westfriezen gingen ook nog eens met Willems lijk aan de haal, zodat het niet eens fatsoenlijk begraven kon worden.

Je zou met de nodige voorzichtigheid kunnen stellen dat de gesneuvelde koning die zijn vader was, Floris V zijn leven lang heeft achtervolgd. Hij was niet zomaar een graaf, hij was een koningszoon, en dat zal hem al vroeg zijn ingescherpt. Ook zal erop gehamerd zijn, dat hij omwille van de familie-eer zijn vader moest wreken en diens lijk uit de klauwen van de Westfriezen moest redden. Als iemand daar belang aan hechtte, dan wel Willems zuster en Floris' tante, Aleid van Avesnes. En zij was een aantal jaren zijn voogdes en droeg zorg voor zijn opvoeding.

Dus nadat Floris mondig was geworden, het bewind over het graafschap op zich had genomen en getrouwd was met Beatrijs van Vlaanderen, duurde het niet lang of hij toog met een legertje naar West-Friesland, op zoek naar wraak en een geraamte. Hij was achttien jaar, en rijkelijk onervaren. De expeditie liep op een volslagen mislukking uit; Floris mocht blij wezen dat zijn lijk niet ook bij de Westfriezen achterbleef. Het duurde tien jaar, tot 1282, voordat hij een nieuwe poging waagde. Die had meer succes. Heel toevallig kregen de Hollanders net die ene nog levende Westfries te pakken, die kon vertellen waar de resten van de Rooms-koning waren: iemand had ze thuis bij de haard onder de grond gestopt. Zodra het gebeente opgegraven was nam Floris eerbiedig de schedel ter hand en `dankte God en onze Vrouwe, dat hij zoveel mocht aanschouwen van de vader die hem verwekte,' zoals Melis Stoke het ongeveer formuleert. De Rooms-koning werd met pracht en praal in Middelburg bijgezet, en dat was dat.

Of toch niet? Willems stoffelijk overschot mocht dan eindelijk in vrede rusten, diens gekroonde schim is door Floris' hoofd blijven spoken. In zijn hoedanigheid van koningszoon zette hij namelijk vol ijver de statusverhogende activiteiten voort die hij als piepjong graafje had ingezet. Het zou te ver voeren, hier al zijn letterlijke en figuurlijke wapenfeiten te vermelden,dus ik licht er een paar uit.

Floris werkte zijn hele regeringsperiode hard aan de uitbreiding van zijn graafschap. Behalve dat hij de Westfriezen onderwierp lijfde hij ook een paar forse stukken van het bisdom Utrecht in, te weten Amstelland en Woerden. Dat hij daarbij de bisschop-elect ronduit besodemieterde en de heerschappen Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden diep vernederde zou hem later nog opbreken. Maar een feit is, dat de grenzen van Holland na Floris' dood een heel stuk verruimd bleken te zijn. Op waterstaatkundig gebied zette zijn bewind letterlijk een hoop zoden aan de dijk, wat welvaart en welzijn van stad en land al evenzeer bevorderde als de privileges die hij links en rechts verstrekte, niet zelden op initiatief van de begunstigden zelf.

Daarnaast mocht hij graag kastelen bouwen. In West-Friesland, om de bevolking eronder te houden, of in Muiden, om de Vechtmonding te beheersen. Zijn meest prestigieuze schepping op dat gebied staat in Den Haag en fungeerde jaren als hèt symbool van politiek Nederland: de Ridderzaal. Recent onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat die gemodelleerd was naar het vroegere koninklijke paleis van Westminster, wat op een bovengemiddeld zelfbewustzijn bij de bouwheer wijst. Een bouwheer die ook als maecenas optrad en bij voorbeeld Jacob van Maerlant opdracht gaf, een boek te vertalen en te bewerken dat zo ongeveer het omvangrijkste op aarde was: een Latijnse wereldgeschiedenis die in het Diets de titel Spiegel historiael meekreeg.

De huwelijkspartners van zijn kinderen zocht onze graaf ook op hoog niveau. Eerst zou zijn enige overlevende dochter Margaretha trouwen met de Engelse prins Alfonso, de zoon van koning Edward I. Floris liet voor die gelegenheid een schitterend psalterium vervaardigen, onder andere geïllustreerd met zeer levensecht weergegeven vogels. (Wie denkt dat Middeleeuwers niet naar de natuur konden tekenen moet dat psalterium eens bestuderen.) Dit huwelijk heeft nooit plaatsgevonden, want prins Alfonso overleed op elfjarige leeftijd. Maar niet lang daarna wist Floris zijn enige nog levende zoon Jan aan Edwards jongste dochter Elisabeth te koppelen. Dat huwelijk ging wel door, zij het dat Floris de bruiloft niet meer heeft mogen meemaken.

De meest ambitieuze actie die de graaf ooit ondernam vond plaats in 1291/92, toen hij een poging deed de kroon van Schotland in de wacht te slepen, nadat daar het regerende koningshuis in rechte lijn uitgestorven was. Floris was nog familie, en wel via zijn betovergrootmoeder Ada, een Schotse koningsdochter. Zijn papieren lagen niet eens slecht, vergeleken met die van de overige twaalf pretendenten. De moeilijkheid was alleen, dat die papieren, of liever gezegd perkamenten, zelfs na ruim een jaar zoeken nog steeds spoorloos waren. Hoe het mogelijk is dat het Rijksarchief in Den Haag desondanks over een paar afschriften beschikt, weet geen mens. Daarentegen is het wel weer zeker dat de oorkonden in kwestie nep zijn. Over de vraag wie er achter die vervalsingen stak, zijn de meningen verdeeld. (In de historische detective die ik hierover heb geschreven, Floris V en de Schotse troon, wordt een oplossing voor dit raadsel aangedragen.

Maar in de loterij rond de Schotse troon trok de graaf dus een niet: de felbegeerde kroon ging de neus van koningszoon Floris voorbij. En hoe zinloos of buitenissig wij als nageslacht dit Schotse avontuur ook mogen vinden, voor de graaf zelf moet de uitslag een forse teleurstelling zijn geweest. Elders liep het op dat moment ook al niet echt lekker. Hij slaagde er maar niet in, de heerschappij te verwerven over `Zeeland bewesten-Schelde' - ongeveer de beide Bevelanden en Walcheren. (Al is dat misleidend, want Zeeland zag er toen heel anders uit dan tegenwoordig.) De hond met wie Floris langdurig om dit Zeeuwse been heeft gevochten was zijn eigen schoonvader, graaf Guy of Gwijde van Vlaanderen.

Floris' expansie naar het noorden en oosten had succes gehad, op Zeeland zou hij zijn tanden stukbijten. Jarenlang ging de balans op en neer. Nu eens geraakte Floris bij schoonpapa in de kerker, dan weer smeet hij een Vlaamse legerbende het graafschap uit, nu eens liep de Zeeuwse adel naar Vlaanderen over, dan weer kwamen de heren zoete broodjes bakken in het Hollandse. Tot een echte oplossing kwam het niet. De Engelse koning werd erbij geroepen als scheidsrechter.

Floris moet daar hoge verwachtingen van hebben gekoesterd, want koning Edward was zijn bondgenoot, en schoonfamilie. Maar nee. Vlaanderen was een te belangrijke uitvalsbasis voor de aanval die Edward op erfvijand Frankrijk wilde lanceren. Met andere woorden: de Vlaamse graaf moest te vriend worden gehouden. Daarom leidde de Engelse arbitrage tot niets en bleef de Zeeuwse kwestie maar doorzieken. Toen koning Edward bovendien de Engelse wolstapel van Floris' troetelkindje Dordrecht naar Mechelen verplaatste om het hertogdom Brabant te paaien, was de maat vol. Floris gaf Edward de bons en sloot een pact met de Fransen. De koning van Frankrijk, Filips de Schone, was leenheer van Gwijde van Vlaanderen, dus dat opende perspectieven.

Maar het `heulen met Frankrijk werd Floris fataal', zoals Het Parool ooit eens meesmuilend kopte. Of, zoals Melis Stoke in zijn kroniek schreef: `Hij moest wel, maar het werd zijn dood.' De Engelse koning kon geen Hollands mes in zijn rug gebruiken. Floris moest dus weg, waarbij het wél zo goed uitkwam dat zijn zoon Jan aan het Engelse hof werd opgevoed en precies de juiste leeftijd had om als graaf inzetbaar te zijn. Edward schakelde zijn man op het continent in, ene Jan van Kuyk. Die was voor een niet al te schappelijk prijsje bereid, Floris' verwijdering van het politieke toneel op touw te zetten. Hij nam daarvoor een neef in de arm; in die tijd moest je het echt van je familie hebben. Die neef nu heette Gijsbrecht van Amstel.

Gijsbrecht had wel oren naar het karwei. Hij had nog een appeltje met Floris te schillen vanwege de annexatie van Amstelland en de daarmee gepaard gaande vernederingen. Met een groep medestanders verschalkte hij de graaf tijdens een sperwerjacht bij Utrecht. Floris werd gevankelijk weggevoerd en opgesloten in het `hoge huis te Muiden' - niet dit Muiderslot, maar het vorige, dat enkele jaren na Floris' dood werd verwoest door de bisschop van Utrecht.

Helaas hadden de ontvoerders twee schildknapen van Floris laten ontsnappen, en die sloegen dus prompt alarm. Het volk liep te hoop. De edelen probeerden zich met de graaf uit de voeten te maken maar werden ergens bij Muiderberg door gewapende Gooiers onderschept. Liever dan zich hun buit afhandig te laten maken hakten ze op hem in, waarbij het nogal ruig toeging. Floris liep meer dan twintig wonden op, waarvan een aantal dodelijk. Dat was op 27 juni 1296.

Samenvattend kan gesteld worden dat Floris V een heerser met zoal geen vorstelijke allures, dan toch wel vorstelijke aspiraties was. Na een enigszins moeizame start wist hij zich jarenlang prima te handhaven in de arena van de internationale politiek. Maar hij riep daarbij de nodige tegenkrachten op, van wie er één, de koning van Engeland, een maat te groot voor hem was. Dat werd hem uiteindelijk noodlottig.

Mythevorming

Maar hoe zit dat dan met die `keerlen God'? Floris V werd toch vermoord omdat de adel niet kon uitstaan dat hij paal en perk aan hun machtsmisbruik stelde? En sommigen willen misschien ook weten waar Gerard van Velzen eigenlijk blijft in dit verhaal. Om met de laatstgenoemde te beginnen, het staat als een paal boven water dat Velzen Floris' moordenaar is. Of beter: degene die hem heeft doodgeslagen. Van een moord met voorbedachten rade is namelijk geen sprake; Velzens actie is naar alle waarschijnlijkheid een paniekreactie geweest.

Maar het publiek kon het niet nalaten zich af te vragen waarom uitgerekend hij zo woest op de graaf heeft staan inhakken. Al snel na Floris' dood dook dan ook het gerucht op, dat het om een wraakactie van een bedrogen echtgenoot en diens verwanten zou zijn gegaan; tussen een aantal van de betrokken edelen bestonden inderdaad familiebanden. En omdat Velzen de voornaamste dader was, moest hij die bedrogen echtgenoot zijn. De graaf zou zich dus wel aan Velzens vrouw vergrepen hebben. Zijn nogal promiscue levenswandel heeft zonder twijfel bijgedragen aan de verspreiding van dat gerucht.

Dat is door de jaren heen het hardnekkigste onderdeel van de mythevorming rond de graaf gebleven. Stoke zwijgt erover, alleen is die erg pro-Floris, dus tegenover hem is enige voorzichtigheid geboden. Maar na Stoke is het hek van de dam. Of graaf Floris nu als verkrachter, platonische smachter of doodgewone echtbreker wordt opgevoerd, bijna iedereen heeft het idee dat zich althans íets tussen hem en Velzens echtgenote heeft afgespeeld. Nog een reclamespotje: in mijn boek De laatste dagen van Floris V heb ik aan dit gerucht een enigszins eigenmachtige, om niet te zeggen originele wending gegeven.

Of het gerucht klopt valt niet meer met zekerheid vast te stellen of te ontkennen. Verkaik kiest in zijn proefschrift over de moord voor het laatste, maar hij kan niet meer doen dan aantonen dat er geen harde bewijzen zijn. De rook hangt er nu eenmaal al eeuwen, en het blijft toch altijd leuk om naar het vuur van de hartstocht te zoeken.

Dan zijn we nu aangeland bij het andere bekende ingrediënt van de Florismythe: het `der keerlen God'. Dat was oorspronkelijk geen eretitel, maar een scheldnaam die de graaf gekregen zou hebben omdat hij, tegen de belangen van de adel in, gemene zaak maakte met minderbedeelden. In de zeventiende eeuw zag P.C. Hooft het ook inderdaad zo. In zijn drama Geraert van Velsen is Floris V de schurk van het stuk, die het schuim der natie misbruikt om de brave regenten tegen te werken die het zo goed met het lieve vaderland voorhebben. Hoofts tijdgenoten volgden hem daarin na.

Begin negentiende eeuw kwam de kentering, aangezwengeld door Willem Bilderdijk. Toen werd het `keerlen God' de eretitel die het in feite nog is, wat ongetwijfeld verband hield met opkomst en de herwaardering van de kleine luiden. Van een tiran en een schurk werd Floris een held. Slechts het feit dat hij in het calvinistische Noord-Nederland thuishoorde voorkwam dat hij alsnog tot heilige werd gebombardeerd, krijg je de indruk.

Ondertussen dateert de benaming `der keerlen God' van tientallen jaren na Floris' dood. Dat wil zeggen, van een tijdstip waarop de mythevorming al ruimschoots op gang was. Het is nimmer gebezigd door zijn tijdgenoten, en het slaat van oorsprong voornamelijk op de onbewezen stelling, dat hij een aantal boeren tot ridder zou hebben geslagen, wat hem door de adel niet in dank afgenomen zou zijn. In het nieuwe paspoort blijkt deze versie van de graaf onverkort gehandhaafd te zijn.

Maar voorzover Floris V daadwerkelijk boeren, burgers en buitenlui begunstigde, deed hij dat vooral in zijn eigen belang en dat van zijn graafschap. Voor de rest was hij een doorsnee autoritaire vorst die de teugels strak hield. Die visie schijnt althans opgeld te doen onder de huidige generatie historici. Het nadeel daarvan is, dat het weer niet verklaart waarom het volk voor de graaf te hoop liep toen hij gevangen zat. Dan moeten ze toch tenminste iets in hem gezien hebben, ook zonder hem meteen even hoog aan te slaan als Onze Lieve Heer.

Terug naar de bron

Het laatste woord over Floris is dus ook nu nog niet gesproken. Hij was niet echt een `keerlen God' maar ook zeker geen tiran. Onnozel was hij evenmin; dat oordeel is afkomstig uit Het Land van Rembrandt van Busken Huet en lijkt mij mede te zijn ingegeven door ergernis over al dat Floris-gezwijmel waar de vorige eeuw in uitmuntte. Misschien was onze graaf een gokker, maar dan niet uit lichtzinnigheid. Een rokkenjager was hij in elk geval, maar van de verkrachting van Velzens vrouw moet hij worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Was hij onbetrouwbaar? Ja, zoals alle mensen onbetrouwbaar zijn in de ogen van hun vijanden, alleen is geslepen dan misschien een betere term. Maar toch niet geslepen genoeg om de heren van Amstel en Woerden te blijven wantrouwen en vooral niet gezellig met ze op jacht te gaan.

Zijn we nu dichter bij de persoon van Floris V gekomen dan aan het begin van mijn praatje, toen ik die hele reeks kwalificaties gaf? Ik heb zelf het idee van wel, al blijft het lastig om greep te krijgen op een man over wie relatief zo weinig bekend is. Het is bijna net als met dat gebeente dat eerst van hem was en toen weer niet: denk je eens wat in handen te hebben, is het toch weer niks. Op een reeks onpersoonlijke oorkonden na hebben we alleen de kroniek van Melis Stoke om ons een beeld van deze graaf te vormen. Maar die heeft helaas met veel Middeleeuwse kronieken gemeen dat hij vooringenomen is, en ook nog eens wemelt van de gemeenplaatsen.

Desondanks wil ik hier graag besluiten met een paar fragmenten uit Stokes werk, omdat ze mij niet geheel clichématig voorkomen. Diezelfde Busken Huet die Floris van onnozelheid betichtte, dacht ook dat hij een beminnelijk mens moest zijn geweest. Misschien baseerde hij dat op de fragmenten die ik nu uit de Rijmkroniek ga lichten. Het eerste speelt een week of acht vóór de moord. Heer Jan van Kuyk heeft zijn kapelaan naar de graaf gestuurd met een brief waarin hij zijn leenband met Holland opzegt. Een kwalijke zaak, maar in plaats van boos te worden schiet Floris in de lach en zegt zoiets van: `Zo zo, wat krijgen we nu? Moet ik nu soms bang worden?' Vervolgens geeft hij de bezorger van de brief nog een vrijgeleide ook.

Het tweede fragment gaat over de gevangenneming van de graaf. Als Herman van Woerden de teugels van diens paard grijpt en uitroept: `Uw hoge sprongen zijn gedaan!' reageert Floris ook anders dan je zou verwachten. `Hij dacht dat het een spelletje was,' meldt Melis Stoke haast meewarig, `want hij lachte en zei: Help, het zal toch niet waar wezen!' Helaas voor Floris was het wél waar, en het lachen verging hem dan ook snel. Maar deze twee reacties zeggen toch wel íets over de mens achter de graaf. Of hij nu al dan niet tegen de klippen op lachte, lachen deed hij. Misschien jammer dat hij niet het laatst gelachen heeft.
 
 

Renée Vink

Genealogie van de graven van Holland

home     terug naar de Nederlandstalige homepage