http://boekrecensies.parool.nl/recensie?REC=941109096408-9068681079

De Puch-story en andere brommerverhalen

door Wim de Jong en Bas van Kleef, uitgeverij Thoth, 17,50 euro. ~ Niet meer in de handel ~

Het was halverwege de jaren zestig, een tijd dat moeders het brommermerk Puch nog als poesj uitspraken. Puch, een uit Oostenrijk afkomstige brommer, had in Nederland onder ons jongens een magische klank. We staarden langdurig in de etalage van de bromfietshandelaar. We bluften ons een weg naar binnen met de vraag of de verstelbare sproeier standaard was ingebouwd (jongens, niet doen) om daarna liefdevol het zwarte zweefzadel (gatver nee, liever geen buddyseat) te betasten.

We droomden onze Puch-dromen toen hij nog onbereikbaar was en we het lange tijd moesten stellen met gestolen rondjes op de brommer van Leo's vader, een Sparta, zo log en zwaar als de leren jas van zijn berijder. De benzinedamp in de kelderbox was onze methadon, tot we met onze krantenwijk voldoende hadden verdiend om aan de real stuff te komen. Voor Leo was dat een Puch, met voetversnelling en groot rond achterlicht, de bekende bloedblaar. (Later zou hij zich verlagen tot de aankoop van een rode Kreidler Florett.) Voor mij geen Oostenrijkse maar een Joegoslavische Puch, de Tomos, toch vooral vanwege dat mooie ronde koplampje, want de Puch had in die dagen op die plaats vaak zo'n grijnzende kikkerbek.

Toen de Volkskrant-redacteuren Wim de Jong en Bas van Kleef in de Volkskrant-rubriek 'Dag in - Dag uit' de Puch-historie beschreven en lezers om herinneringen verzochten, bleek dat de Puch die in 1981 uit produktie werd genomen, nog steeds in de herinnering van velen staat gegrift.

'De Puch-story en andere verhalen' kwam onlangs uit bij uitgeverij Thoth, die zich min of meer als uitgever met hulpmotor begint te ontwikkelen. In 1991 verscheen er 'Berini - geschiedenis van een Hollandse brommer' waarin Servaas van der Horst 'het eitje' beschrijft, een jaar later 'Echte motorfietsen' van Warna Oosterbaan en vorig jaar 'Motortaal'.

In de Puch-story wordt de geschiedenis van Puch in Nederland ingekleurd met levendige herinneringen van Puch-rijders: 'Je moest met je knieen het tankje omsluiten, je zakte door de stand van het zadel wat naar voren, en pas dan ging je zoeken naar de juiste stuurhoogte. Je moest dus juist niet aan het stuur hangen, want je stuurde met je knieen.'

De eerste Puch, een produkt van de Oostenrijkse Steyr-Daimler-Puch fabriek in Graz, kwam al in 1954 op de markt maar het zou tot de jaren zestig duren tot deze brommer zijn magische klank onder jongeren zou krijgen. De Rotterdamse importeur Stokvis nam in 1957 de Delftsche Motorenhandel over en tot de erfenis behoorde Puch, een brommertje dat in Oostenrijk vooral als vrouwenbrommer werd verkocht. Tot dan was er nauwelijks reclame gemaakt voor de Oostenrijkse brommer en de bromfietshandelaren stonden dan ook niet te trappelen om Puch te gaan verkopen. Stokvis gebruikte het succesmerk Solex toen als breekijzer om bij de dealers binnen te komen. W. Louwerens, destijds vertegenwoordiger bij Stokvis, herinnert zich hoe hij druk uitoefende op weigerachtige dealers: 'Als er dan handelaren waren die dat beslist niet wilden, dan zeiden we: 'Even goede vrienden, maar dan ga ik iemand zoeken die wel Puch wil verkopen, en als hij dan Solex erbij wil hebben, dan krijgt ie Solex erbij.' Zo werkt dat.'

Hoe Puch aan zijn imago kwam is raadselachtig. Aan de eerste folders die Stokvis kan het in ieder geval niet ontleend zijn. In 1958 werd de Puch nog aangeprezen als 'een der meest geruisloze brommers'. Geruisloosheid betekent veiligheid, klonk het braaf in een Stokvis-folder uit 1958. De importeur had blijkbaar nog geen idee hoe de doelgroep er uitzag en zette de brommer neer als een kwaliteitsprodukt. Geen nood, de doelgroep ontdekte de brommer zelf en bleek dat geruisloze nu juist het minst aantrekkelijke aan de brommer te vinden. De pijpjes werden van het potje gesloopt en dan was het zaak 'met het net goede geluid' zo lang mogelijk in zijn een door te trekken alvorens over te schakelen.

Volgens de schrijvers van de Puch-story was Den Haag de eerste Puch-stad. Klaas Toonen, een in 1944 geboren Haagse Puch-rijder herinnert zich behalve de 'ouwe-lullen-Puchs' twee categorieen: 'De artistiekelingen met zwarte Puchs, zweefzadel en verchroomd bagagerekje, en je had de nozems, op gekleurde Puchs - rood of groen of blauw - en een buddyseat. Maar eigenlijk reden dus vrijwel alle jongeren in Den Haag in mijn tijd op een Puch.'

Den Haag liep voor, want Toonen herinnert zich hoe Amsterdam in 1961 nog volkomen Puchloos was. Tot zijn vreugde: 'We stopten daar, en de meiden stapten gewoon achterop.'

Later bekeerden Delft, Wassenaar, Leiden en Oegstgeest zich tot Puch. Ook in Rotterdam ontstond een Puch-scene, waarna Utrecht, het Gooi, Noord-Holland, Brabant en de rest van Nederland volgden.

Terwijl de reclamemakers van Stokvis volgens de samenstellers nog worstelden met het imago - 'voor het Haagse reclamebureau HVR was de Puch-modelklant nog altijd een oppassende lyceist die met zijn kokette Katinka per brommer naar het vuurwerk in Nootdorp ging kijken' - wisten de Puch-rijders precies hoe ze hun Puch wilden: afgezaagd achterspatbord, bloedblaar, hoog stuur (liever geen lullig zijspijltje) en rubbers (olifantecondooms) om de achterschokdempers. En even belangrijk: welke kleding ze er op droegen.

De Puch-rijders van weleer vinden elkaar nu weer bij de landelijke Puch en Tomos Club Nederland. Of ze knappen voor veel geld een oude Puch op om hem aan hun zoon cadeau te doen, waarna deze dan te kennen geeft dat hij toch liever een scooter met van die grote speakers heeft. 'Dat is schrijnend,' zegt de voorzitter van de club.


© Het Parool, 1994

http://boekrecensies.parool.nl/recensie?REC=941109096408-9068681079