Doelgroep

  5/6

MUZIKALE VORMING

Muziek maken

Muziek vastleggen

Muziek beluisteren

Muziek en bewegen

Lesnummer

 

       2

Beginsituatie:

De kinderen hebben nog niet eerder een canon gezongen.

 

 

 

 

Lesinhoud:

Het aanleren van het  nieuwe lied:

Drie dwaze heksen,

Vlogen door de lucht,

Huu, huu, huu, huu, huu,

Op een oude bezemsteel,

’t was een ware klucht.

 

 

 

 

 

 

 

 

We laten de kinderen het ritme ervaren van het lied.

En ook ervaren ze, dat het lied bestaat uit bepaalde zinsdelen.

Lesdoel:

Aan het eind van de les, kunnen de kinderen een canon zingen.

Leerdoel:

Het door elkaar kunnen zingen en de eigen melodie en tekst kunnen vasthouden.

Voorbereidende werkvorm

De leerkracht zingt het lied in zijn geheel voor. (2 keer)

De leerkracht stelt wat vragen: Waarover gaat het lied? Wat is een klucht ??

Daarna geeft de leerkracht een stuk van het lied weg.

Eerst “huu, huu, huu, huu, huu.

De leerkracht zingt dan alleen verder.

Elke keer geeft de leerkracht weer een stukje weg, net zolang, tot de kinderen het hele lied kunnen zingen.

Inleiding:

De kinderen kunnen het lied nu redelijk goed zingen.

De leerkracht laat ze nu het stukje: Huu, huu, huu, huu, huu, klappen en niet zingen.

Lesorganisatie:

De kinderen zitten in het leslokaal in een kring.

 

 

 

 

Lesactiviteit:

De kinderen luisteren eerst naar het hele lied. Ze beantwoorden de vragen, daarna zingen ze  alleen het stukje dat ze mogen zingen. Bijv.(Huu, huu, etc.)

Daarna zingen de kinderen er telkens een stukje bij. ( regel 1 en dan regel 3)

 

 

 

De kinderen zingen het eerste stuk en klappen het deel huu, huu, huu, huu, huu, huu en zingen daarna verder.

Materiaal:

Liedbundel Eigenwijs blz. 197 met CD.

 

 

 

 

 Opmerkingen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lesinhoud:

Het afwisselend zingen van delen van een lied.

 

Wanneer het afwisselend zingen goed geoefend is, kan de canon beginnen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afsluiting:

Het kunnen zingen van een canon.

Begeleidende werkvorm:

De leerkracht deelt de groep in drieën.

Groep 1 zingt:
Drie dwaze heksen vliegen door de lucht.

Groep 2 zingt:

 Huu, huu, huu, huu, huu,

Groep 3 zingt:

Op een oude bezemsteel, ’t was een ware klucht.

 

 

 

 

 

 

Evaluerende werkvorm:

De leerkracht laat de kinderen het lied in zijn geheel zingen.

Daarna legt de leerkracht uit, dat het lied ook door elkaar gezongen kan worden.

Het is belangrijk dat de kinderen weten dat ze door moeten zingen  en dat ze opnieuw beginnen bij regel 1, op teken van de leerkracht.

De tweede groep zet in, als de 1e groep bij de tweede regel is.

De 3e groep zet in als de tweede groep bij de tweede regel is. Op de cd, die bij de bundel Eigenwijs hoort, wordt dat duidelijk aangegeven.

Lesactiviteiten:

 

 

 

De kinderen zingen afwisselend per groep een regel van het lied.

Ze letten op het teken van de leerkracht.

De groepen kunnen daarna onderling nog van regel wisselen als variatie op het geheel en zo komt het hele lied nog eens aan de beurt.

 

 

De kinderen worden verdeeld in 3 groepen.

Ze zingen eerst samen het hele lied.

Daarna zingen ze om de beurt op teken van de leerkracht.

Opmerkingen:

 

 

 

De leerkracht geeft duidelijk met zijn hand aan, welke groep, welke regel zingt.

Is de laatste regel gezongen, dan geeft de leerkracht met een duidelijk teken van zijn hand aan, dat groep 1 weer kan beginnen met zingen.

 

 

 

Het is belangrijk, dat de leerkracht goed hoort, waar elke groep is gebleven, zodat bij eventuele verwarring, de leerkracht kan helpen.