Doelgroep |
7/8 |
MUZIKALE VORMING |
Muziek maken Muziek vastleggen Muziek beluisterenMuziek en bewegen |
Lesnummer
4 |
Beginsituatie:De kinderen hebben al eens eerder bewogen op muziek. Ze kennen deTrepak nog niet. Ze kennen het lied Koebana nog niet. (Muziekbundel Eigenwijs blz. 231)
Lesinhoud: We laten de kinderen het verschil in ritme horen ( snel –langzaam)
|
Lesdoel: Aan het einde van de les, kunnen de kinderen dansen op de muziek. Ze kunnen het lied Koebana zelfstandig zingen. Leerdoel: Kunnen bewegen op muziek. Het herkennen van de herha-ling in de muziek. Het verschil horen tussen snel en langzaam. Het onthouden van tekst en melodie. Voorbereidende werkvormDe leerkracht zingt het lied Koebana een paar keer voor en vraagt of de kinderen weten uit welk land het lied zou kunnen komen. ( Rusland )De leerkracht geeft het lied in delen weg, dus de leerkracht geeft aan welk deel door de kinderen gezongen mag worden.Inleiding:De leerkracht pakt de handtrom en klopper en tikt een ritme. De kinderen mogen op het ritme bewegen. De leerkracht laat wisselende ritmen horen, langzaam, snel , sneller enz.
|
Lesorganisatie:De kinderen zitten in de speelzaal of andere ruimte, waar ze vrij kunnen bewegen.
Lesactiviteit:De kinderen luisteren naar het lied. De kinderen zingen het toegewezen deel.
De kinderen bewegen op de verschillende ritmen.
|
MateriaalCd met muziekfragmenten: Trepak ( dans uit Rusland) Muziekinstrumenten: Handtrom of Tamboe-rijn. Stoffen klopper.
Opmerkingen: Wanneer het lied volledig beheerst wordt door de kinderen, gaat de leerkracht verder met de inleiding. |
|
Lesinhoud:Het herkennen van de herhaling in een muziekfragment. Het herkennen van de maat.
Het omzetten van muziek in beweging. |
Begeleidende werkvorm: De leerkracht vraagt de kinderen te luisteren naar het muziekfragment: Trepak en de maat mee te klappen en/of ( op de maat lopen). Horen zij hier verschil in ritme? De leerkracht heeft het ritme besproken en vraagt of er ook herhaling in de muziek voorkomt. Wanneer dat te horen is, mogen ze hun hand op steken. Evaluerende werkvorm:
De Trepak
bestaat uit verschillende herhalingen. Om de twee delen en de herhalingen goed aan te geven, laat de leerkracht de kinderen zwaaien op het eerste deel en de maat meetikken met de voet, bij het tweede deel. Het deel daarna gaat iets sneller en wordt ook herhaald. Afsluiting: Laat de kinderen een beweging bedenken voor de eerste vier regels. ( bijv. een kring, twee regels links draaiend, twee regels rechts draaiend)
Vervolgens komt
er een ander deel, dat twee keer wordt herhaald. De leerkracht nodigt de
kinderen uit, om hier weer een beweging bij te bedenken. |
Lesactiviteit:De kinderen beluiste-ren het muziekfrag-ment. De kinderen klappen de maat mee of lopen op de maat.
De kinderen mogen met een hand zwaaien, wanneer de herhaling begint. Het tweede deel wordt hier twee keer herhaald. Laat de kinderen de maat mee tikken met de voet als het tweede deel begint.
De kinderen bedenken een beweging voor de eerste vier regels. Het accent ligt op de eerste maat. Daar kan een stamp op de grond worden gegeven, of een sprong, voordat de volgende beweging komt. |
Opmerkingen:De eerste vier regels van het fragment worden herhaald.
Het lied bestaat
uit een vierkwartsmaat.
Bewegingen die erbij kunnen passen is de zogenaamde kozakkenpas, ( armen gekruist en benen gestrekt afwisselend bewegen) Ook een zijwaartse galoppas is mogelijk. |
|