Mail
 
zaterdag 20 juli 2002, 14:07 uur
Grenzeloos
De Internationale
Sap
4e Internationale
Special: studentenprotest
Grenzeloos Stoffig
Grenzeloos is een blad en een web-site voor een groene, democratische, feministische en socialistische wereld.
 
Citaat van de week: "Moet ik gaan oppassen omdat ik links denk? Omdat ik een betere wereld wil en nadenk over de mensheid, nee ik blijf me uitspreken en laat me door niemand bang maken" - Roos
[Startpagina] [Bladeren] [Links] [Info] [Stuur tip] [Mail]
| Terug naar Grenzeloos stoffig | Uit: Grenzeloos nummer 6 | bestand: ISLAM14 |

Revolutionairen in de moskee

Ron Haleber en Alex de Meijer

Bij de anti-racisme betogingen van 21 maart, dit èn vorig jaar, stond hij als voorzitter en mede-organisator op het podium. Abdou Menebhi (40), voorzitter van het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland. Een interview.

Na haar oprichting in 1975 voerde het KMAN een verbeten strijd met de moskeeën, maar enkele jaren geleden begon ze samen te werken. Wat verklaart de koerswijziging van het KMAN?

De progressieve beweging heeft een historiese fout gemaakt. We beschouwden religie als opium voor het volk. We zagen niet in dat de islam een onlosmakelijk onderdeel is van de kultuur van ons volk. De regimes konden daarom de islam uitspelen tegen de socialistiese bewegingen, die toen nog sterk waren. Intussen is de rol van links prakties uitgespeeld, door eigen fouten èn door de internationale ontwikkelingen. De islam speelt nu een hoofdrol.
De progressieve beweging begint daar nu lessen uit te trekken. Veel mensen moeten niets van de fundamentalisten hebben, maar identificeren zich wel met de islam. Links moet op zoek gaan naar de eigen wortels. De Libanese filosoof Hoessein Moura, lid van de kommunistiese partij, is een voorbeeld voor ons. Hij was een van de eersten binnen links die de sociale, de volkse aspekten van de islam bestudeerde; hij werd niet voor niets vermoord door fundamentalisten.

Je hebt toch ook de Algerijn Mohammed Arkoun, intussen bekend van zijn gastkolleges in Amsterdam, en Hassan Hanafi in Egypte?

Natuurlijk, maar het belangrijkste is de praktijk in die landen: de moskeeën in Noord-Afrika doen wat links daar in de jaren zeventig deed: sociale aktiviteiten, onderwijs, het organiseren van werk en voedsel voor de arme bevolkingsgroepen. In die moskeeën voerden fundamentalisten een strijd met gematigden om invloed. Wij hebben dat aan ons voorbij laten gaan. In Marokko nam de organisatie voor de rechten van de mens bovendien afstand van jongeren die omwille van hun islamities aktivisme gevangen waren gezet.
Wij in Europa maakten dezelfde fout. We bemoeiden ons niet met de islam, en het KMAN ging de konfrontatie met de moskeeën aan, die we ervan verdachtten onderdak te bieden aan de Amicales, organisaties van opportunisten en verklikkers. Het Marokkaanse regime probeerde invloed in de besturen van de moskeeën te krijgen. Als het KMAN in die tijd een bestuurder als Amicale-lid verdacht, was voor ons tegelijk de hele moskee verdacht. De geestelijke leiders, de imams gebruikten dat tegen ons door te zeggen dat het KMAN tegen de moskeeën en dus tegen de islam was. Dat, terwijl ook de meeste gewone leden van het KMAN naar de moskee gingen.

Iedereen ging naar de moskee, en om dat probleem aan te pakken is het KMAN toen zelf met vrije moskeeën gestart. Samen met Marokkaanse buurtbewoners en mensen van de christelijke basisbeweging, aanhangers van de bevrijdingstheologie, begonnen we met het oprichten van 2 à 3 moskeeën. Die waren onafhankelijk van de gebruikelijke, reaktionaire subsidiegevers: Saoedi-Arabië, Koeweit en de Emiraten; de leden en sympathisanten betaalden zèlf een maandelijkse bijdrage. Maar in feite hadden wij toen helemaal nog geen idee van de betekenis van de islam en als gevolg daarvan bleven de gewone Marokkanen weg.
Na dit mislukte experiment besloot het KMAN, ook door ontwikkelingen in de moskeeën zelf, dat ze daar invloed zou proberen te verwerven. Overigens probeerden de fundamentalisten dat ook. Zo ontstond binnen de moskeebesturen een strijd van ons en de fundamentalisten tegen invloed van het Marokkaanse regime, en tegelijk ook tegen elkaar. De Golfoorlog is illustratief. Marokko steunde die oorlog, stuurde zelfs troepen, maar de overgrote meerderheid van de Marokkanen was tegen de oorlog. Het KMAN stelde samen met de Ummon een gemeenschappelijk standpunt op en samen namen we het initiatief om geld in te zamelen. De fundamentalisten wilden het geld via de fundamentalisten in Algerije en Iran naar Irak zenden en steunden in feite kritiekloos Saddam Hoessein. Wij wilden het geld via de Rode Halve Maan vooral tegen de gevolgen van de oorlog aanwenden en zonden onze eigen mensen daarheen. In totaal is overigens een miljoen gulden opgehaald!
In de Stedelijke Marokkaanse Raad (SMR) zijn we een breed front gaan vormen, niet alleen met het Ummon maar ook met de onderwijzersorganisaties, de ouderraden tot en met sportklubs aan toe. Iedereen van onze Marokkaanse gemeenschap moet vertegenwoordigd worden in die SMR. Zo kunnen we met één standpunt naar voren komen als instanties als de BVD of politici als Bolkestein zich tegen islamieten keren.

Dus de samenwerking met de Ummon is op een vrij natuurlijke wijze tot stand gekomen, niet een plotselinge koerswijziging, ingegeven door de strijd tegen NCB en SMT (zie kader)?

Precies. Vroeger had het KMAN geen demokratiese praktijk, nu zien we in dat we moeten samenwerken met andere groepen. Je moet de bezoekers van de moskeeën benaderen als je hun integratie wil bevorderen. Het is positief als ministers als Hedi d'Ancona moskeeën bezoeken. Dan begrijpen Marokkanen dat de Nederlandse staat hen als partner ziet, hen serieus neemt. Wij moeten participeren en niet langs de zijlijn staan toekijken hoe men over onze hoofden heen beslist. We moeten de Marokkanen onttrekken aan de mentaliteit van de machzèn (de overgeërfde passieve instelling tegenover sultanale regimes, RH); in Nederland moeten Marokkanen openstaan voor initiatieven

van de overheid: dat geeft hen mogelijkheden voor hun integratie en emancipatie.
Uiteraard speelt mee dat wij in de verdediging zitten, dat we geen alternatief hebben. Enkele jaren terug vond een omslag plaats in de benadering van het migrantenwelzijnswerk van de Nederlandse overheid. Er werd meer nadruk gelegd op de islam als faktor van belang. Maar zowel het KMAN als de Ummon spraken zich uit tégen de islamitiese scholen. Wij vonden dat indruisen tegen de integratie-gedachte: denk aan de problemen die onstaan waren met de 'zwarte scholen'. Het NCB en SMT waren bereid die islamitiese scholen te steunen. Ook tijdens de Golfoorlog vonden wij het NCB tegenover ons: ze liet zich voor het karretje van Ien Dales spannen door samen met joodse en christelijke organisaties de islamitiese gemeenschap op te roepen zich politiek kalm te houden en geen partij te kiezen. Dat terwijl diezelfde joodse organisaties wel duidelijk Israël steunden!

Wat houdt de samenwerking van KMAN, Ummon en anderen in de Stedelijke Marokkaanse Raad (SMR) in Amsterdam in de praktijk in?

De brede samenwerking in de SMR is uniek in Europa. Voorwaarde voor deelname is dat organisaties onafhankelijk moeten zijn van het Marokkaanse regime en van de Amicales, en moeten streven naar emancipatie. Maar moskeeën zijn iets anders dan het KMAN; daar kan iedereen van links en van rechts aan deelnemen. De Marokkaanse jeugd in Nederland beleeft momenteel een identiteitskrisis. De fundamentalisten bieden als oplossing: terug naar Allah! Het KMAN gaat de konfrontatie daarmee aan, met eigen jongerenwerk samen met de moskeeën.
We willen de moskeeën uit hun ghetto halen, precies wat de fundamentalisten niet willen. We spelen daarmee in op de wens van de meeste Marokkanen om te integreren. Ook de imams hebben veel problemen, onder meer doordat ze geen rechtspositie hebben. De SMR organiseerde samen met Kerk en Wereld in Driebergen een kursus maatschappelijke oriëntatie voor de imams, waar ze allemaal in geïnteresseerd bleken te zijn. Opnieuw een mogelijkheid om integratie te bevorderen. Samen stellen we als SMR een eisenpakket samen zowel naar de Nederlandse samenleving als voor wat betreft de mensenrechten naar Marokko toe.

Is het KMAN veranderd door de samenwerking met de moskeeën?

Als KMAN hoeven we niet bang te zijn onze stem te verliezen. Als organisatie kunnen we invloed hebben, motor en voorhoede zijn in de ontwikkelingen. We hebben wel geleerd van onze fouten van vroeger. Ten eerste gingen we we er toen van uit dat wij als enigen de Marokkaanse gemeenschap vertegenwoordigen. Nu gaan we uit van het bestaan van meer visies en meer organisaties, waarbij we anderen kunnen overtuigen in de praktijk.

Ten tweede weigerde het KMAN vroeger principieel met het Marokkaanse regime om te gaan. Als we mensen op ons spreekuur kregen met problemen op het konsulaat konden we ze dus niet helpen. Daar zijn we nu veel pragmatieser in, ook doordat de omstandigheden veranderd zijn: het Marokkaanse regime probeert nu een demokraties gezicht naar buiten op te bouwen, om in onderhandelingen met de EG een en ander gedaan te krijgen. Dat geeft ons meer ruimte.
Ten derde heeft het KMAN nu direkte banden met de Marokkaanse vakbonden (CDT èn UGTM), met mensenrechtenorganisaties, met schrijvers, vrouwen en jongeren. Vroeger waren wij soms nogal ultra-links in onze benadering, en dat viel samen met het feit dat Marokkaanse vakbonden, partijen en dergelijke weinig mogelijkheden hadden om kritiek in de media naar voren te brengen. Nu is er, ondanks het voortbestaan van de diktatuur, meer ruimte voor oppositie. Er zijn nu zelfs mogelijkheden voor gezamenlijke aktie. Zo is er op 10, 11 1n 12 april een konferentie in Parijs over de rechten van de mens in Europa en Marokko.
We maken ons zorgen over recente ontwikkelingen in Europa. Men maakt zich steeds minder druk om de mensenrechten, nu men wat van de Marokkaanse overheid gedaan wil krijgen: het terugnemen van 'kriminele jongeren' zonder paspoort, en het tegengaan van drugssmokkel en immigratie naar de EG. Daartoe ontwerpt men plannen voor radartorens op Marokkaans grondgebied en politiemensen uit EG-landen zullen in Marokko gaan werken. Ook Nederland is bereid tot konsessies om een en ander gedaan te krijgen. Er wordt nu druk gewerkt aan een bilateraal verdrag; Frankrijk en België gingen ons hierin al voor. Maar wij als Marokkanen worden er volledig buiten gehouden over wat in zo'n verdrag over bijvoorbeeld het huwelijksrecht geregeld gaat worden.

[Startpagina] [Bladeren] [Links] [Basislijst] [Info] [Naar boven]