|
|
|
|

|
In
het menu aan de rechterkant kunt u kiezen uit de verschillende
typen Platbodems. |
De traditionele Nederlandse plat- en rondbodemjachten zijn bijna
allemaal ontstaan uit de zeilende vissers- en binnenvaartschepen.
Er zijn veel verschillende soorten en typen te onderscheiden.
Elk type heeft vaak een min of meer eigen ontwikkeling doorgemaakt.
Deze ontwikkeling werd in het algemeen bepaald door plaatselijke
omstandigheden en vaargebied, doel waarvoor zo’n boot
of schip gebruikt werd, maar ook de beschikbaarheid van materiaal
en technische kennis. Omdat in Nederland veel gevaren moest
worden op ondiep water zijn de plat- en rondbodems uitgerust
met zijzwaarden. Werd er met de schepen gevist, dan waren snelheid
en zeileigenschappen belangrijker dan het laadvermogen, dat
is juist voor de vrachtschipper van belang. Zo ontwikkelden
zich de verschillende rompvormen. Vroeger werden de schepen
gebouwd van hout, tegenwoordig worden de meeste rond- en platbodemjachten
gebouwd van staal. En ook nu gaat de ontwikkeling nog door.
Omdat
vroeger ook onder zware omstandigheden met deze schepen het
geld verdiend moest worden op Waddenzee, Zuiderzee, Lauwerszee,
en soms verder, werd bijzonder gelet op stabiliteit en zeewaardigheid.
Vanuit deze ontwikkeling zijn de huidige rond- en platbodemjachten
dus bij uitstek geschikt voor een verblijf op Wad, IJsselmeer
en Lauwersmeer, stuk voor stuk schitterende vaargebieden.
|
Er
zijn in de loop van de tijd veel verschillende typen rond- en
platbodems ontstaan. Niet altijd zijn al die verschillende typen
even makkelijk te onderscheiden. Een eerste indeling kunnen
we maken door te kijken naar het doel waarvoor het schip gebruikt
werd. Dan heb je naast de vrachtschepen, zoals tjalken, klippers,
steilstevens, hagenaars, etc. (daar gaan we verder niet op in)
de vissersschepen zoals de botters, schokkers, lemmeraken en
schouwen. We
maken hier de volgende indeling door speciaal te kijken naar
het voorschip:
|
 
Bij de kromstevens horen bijvoorbeeld de:
| -
Tjotter: van oorspong een (open) werkbootje |
 |
| -
Friese boeier: bij uitzondering ook vroeger altijd als
jacht gebouwd in lengtes tot wel 18 meter |
 |
- Botter:
een van de bekendste vissersvaartuigen van de Zuiderzee
- Lemmeraak: deze is als type nog niet zo oud, ook vroeger werden
lemmeraken wel als jacht gebouwd.
- Volenhovense bol: net als bij de lemmeraak is de naam afgeleid
van de plaats waar het type is ontwikkeld
- Skutsje: kleine friese tjalk
- Tjalk: voor vrachtvervoer bedoeld
De
tjotter, boeier en de lemmeraak zijn rond gebouwd. De tjotter
meestal van enkele brede gangen. De boeier heeft een groter
aantal naar de stevens toe steeds smaller wordende gangen. Dat
is van invloed op de vorm van kop en kont. Iets dergelijks zie
je ook bij de tjalken en skutsjes. De skutsjes hebben vaak in
kop en kont een groot aantal gangen die naar de steven toe steeds
smaller worden. De wijze waarop de gangen in kop en kont verdeeld
zijn, levert bij de boeier en het skutsje die typische bolle
wangetjes. Ook bij de lemmeraak hebben de verdeling van de gangen
en de vorm van de vlakplaat grote invloed op de vorm van de
kop en de kimmen. De botter en de Vollenhovense bol hebben ronde
boorden op een plat vlak.
|
 

|
Bij de rechte stevens horen onder andere
| |
-
De snik kwam wel voor als praam (vrachtvervoer) en trekschuit
(personenvervoer) |
| |
-
Als enige met een spiegel |
| |
-
De schokker kenmerkt zich door de sterk naar binnen vallende
boorden en de ronding van de beretanden. De voorsteven
van de schokker maakt een hoek van ongeveer 45 graden
met de waterlijn. |
| |
-
Bij de pluut valt naar mate we dichter bij de voorsteven
komen het boeisel steeds minder naar binnen. Ook neemt
de hoogte van het boeisel naar voren toe af en mist de
voor de schokker kenmerkende ronding van de beretanden.
|
| |
- De
hoogaars heeft meestal een iets minder hoge kop dan de
schokker. De voorsteven valt meer dan bij de schokker.
|
De
punters, grundels, hoogaarzen en hengsten zijn als 'knikspant'
gebouwd. De schokker en de pluut hebben een plat vlak met daarop
ronde boorden, net als de botter. Echter de wijze waarop de
steven, het vlak en de gangen onderling verbonden werden verschilt
met de manier van bouwen van een botter. Bij een botter loopt
het vlak naar voren en naar achteren sterk omhoog en komt daardoor
makkelijker bij de gangen uit de boorden. Bij de schokkers,
maar ook bij bijv. de pluut en punter zijn de gangen heel anders
verdeeld als bij de kromstevens.
Zie plaatjes
  
De punters, grundels, pluten en schokkers zag men vooral aan
de oostwal van de vroegere Zuiderzee. Er wordt wel veronderstelt,
dat deze scheepstypen ontwikkeld zijn uit een van oorsprong
Saksisch vaartuig. Schokkers
stonden bekend om hun enorme zeewaardigheid. De grotere schokkers,ca.
15 m lang, werden tot omstreeks 1875 gebouwd te Kuinre, Blokzijl
en Kampen. Vooral de Urker vissers, maar ook die uit Paesens-Moddergat
voeren hiermee. Kleinere schokkers, 10 – 11 meter lang,
werden gebouwd in Blokzijl, Vollenhove, Hasselt, Kampen, en
Elburg. Met name Elburg heeft hier een grote vloot van gehad.
Daar werden ze ook wel ‘bons’ genoemd. Kort geleden
is de laatste oude houten bons naar Elburg terug gebracht
voor restauratie.
Later zijn er ook schokkers van ongeveer 18 meter in staal
gebouwd voor onder ander loods- en reddingsdienst.
Zie
plaatje

Bekend is ook nog de schokker ‘Margaretha’, in
1895 als jacht gebouwd, 23.7 meter lang en 6 meter breed.
Vanaf 1955 worden er weer schokkers in staal, als jacht gebouwd.
Vooral de laatste jaren is er weer veel belangstelling voor
schokkers. Bekende ontwerpen zijn die van Gipon (9.5 , 10.5
en 12 meter ), Vredenburg (9.84 en 10.75 meter), Kielkade
en van A.Hoek.
De
hoogaars en hengst zijn de vissersvaartuigen van de Zeeuwse
wateren. Meer
over de hoogaars
|
 

Schouwen zijn er altijd in vele soorten en maten geweest. Kenmerkend
van dit type is de platte voorkant, uitzonderingen daarop zijn
er echter ook: de Zeeuwse schouw. Andere typen in deze categorie
zijn bijvoorbeeld de kleine open friese schouw
,
de grotere kajuitschouw en de zeeschouwen. De zeeschouwen zijn
(in economisch wat mindere tijden) pas deze eeuw ontstaan als
vissersvaartuig op de Zuiderzee / IJsselmeer en stonden ook
wel bekend als spekbakken.
De tegenwoordig als zeeschouw gebouwde jachten zijn vooral bekend
en geliefd om de relatief grote ruimte onderdek en stabiliteit.
Ook een later ontwikkeld en (goedkoop) alternatief voor de botter
is markerrondbouw.
|
 

 
|
|





 




 






 



|
|