Galerie

 







 




In het menu aan de rechterkant kunt u kiezen uit varen op motor, zeil of stroom.

Varen met een platbodem

In dit deel bespreken we kort een paar facetten van het varen met een platbodem, in het bijzonder met de ‘ vrouw Harmanna’. In principe gaan we ervan uit dat mensen die met een platbodem gaan varen zeilervaring hebben. Ook gaan we ervan uit dat men eerder met een schip van vergelijkbare grootte heeft gevaren. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling hier een schriftelijke cursus van te maken.


Varen op de motor

Zet zonodig de zwaarden op de strijkklampen.

Houd altijd rekening met de draairichting van de schroef: een rechts draaiende schroef zorgt achteruit voor een afwijking naar links, en omgekeerd.

Houd ook altijd rekening met het brandstofverbruik: ca. 0,2 ltr. per Pk, per uur. Hierbij gaat het niet om het maximale vermogen van de motor, maar om het vermogen dat (gemiddeld) aan de schroef wordt afgegeven. Voor een platbodem van ca. 8 ton onder normale omstandigheden kom je dan op ongeveer 3 ltr. per uur. Houd er ook rekening mee dat onder helling niet alle brandstof uit de tank te krijgen is.

Op ondiep water zuigt de schroef zoveel water achter onder het schip weg dat de diepgang achter wat toeneemt. Hieraan merkt men dat het ondiep begint te worden; het is dan beter wat gas te minderen. Tenslotte, loopt men vast, dan is het effect van veel gas meestal alleen dat men nog vaster komt te zitten. Indien men vast raakt is het veel beter, met de motor rustig achteruit, en de vaarboom het schip achteruit te werken.

Afmeren langs een kade

Bij het afmeren langs een kade kan men goed gebruik maken van een voorspring. De gang van zaken is dan als volgt:

- Vaar schuin op de kade aan.
- Haal de vaart uit het schip.
- Zet vanaf de kop van het schip een lijn op de kade vast.
- Laat het voorschip vervolgens (met gebruik van een fender) rustig langs de kade schuiven terwijl men met het roer het achterschip naar de kade stuurt. Laat de voorlijn met een slag om de bolder slippen tot het vaste punt op de kade ongeveer 3 meter achter de bolder zit.
- Draai zonodig het achterschip verder bij en maak ook hier vast.
- Zet voor en /of achter zonodig een tweede landvast.

Hieronder wordt een kleine animatie van 'afmeren' weergeven, klik op het plaatje voor een vergroting.

Klik voor vergroting, afmeren








Wegvaren van een kade

Wil men achteruit bij een kade weg, gebruik dan weer een voorspring, en stuur nu eerst het achterschip van kade. Denk bij het wegvaren om het schroefeffect. Dit kan er namelijk voor zorgen dat je te snel met het achterschip tegen de kade of een ander schip terecht komt. Wil men vooruit van een kade weg, trek dan het voorschip van de kade met een achterspring, 3 á 4 meter voor de achterbolder op de kade vast, een (paar) fenders op de kuipreling en met de motor achteruit. Dit gaat beter naarmate we de achterspring langer kunnen nemen.


TopPrint


Varen met de zeilen

Laat de zwaarden zonodig vast iets langs de strijklatten zakken. (het is ook niet nodig tijdens het zeilen de zwaarden steeds tot op de strijklatten op te trekken, trek de zwaarden pas op de strijklatten bij het invaren van een haven of andere ligplaats)

Het zeil wordt gehesen met een klauwval en piek- of nokkeval. Zet voor het hijsen van het zeil eerst de kraanlijn door, dat maakt het laatste stuk hijsen gemakkelijker. Staat het zeil hoog genoeg, trek dan met de halstalie het voorlijk strak en laat tenslotte de kraanlijn vieren.

Bij wat hardere wind geeft men het zeil wat meer twist door de piekeval minder stijf door te zetten. Meer spanning op de halstalie zorgt voor bolling meer voorin.

Bij het strijken van het zeil kan men de giek op het kajuitdak laten zakken, we moeten er dan wel voor zorgen dat de kraanlijn voldoende ruimte geeft. Nadat het zeil opgedoekt is trekken we met de kraanlijn de giek omhoog; en met de piekkeval (haal een strop onder het zeil door en zet deze aan het blok, in de buurt van de piek) het zeil een eind omhoog.

Het hijsen en strijken van de fok gaat op de gebruikelijke wijze.

De halshoek van de fok wordt op de steven vastgezet of aan een halstalie vastgemaakt. Met de halstalie is dan ook de spanning op het voorlijk van de fok te regelen: aan de wind meer spanning, voor de wind minder. Reken erop dat de fok voor de wind nauwelijks te loevert wil met teveel spanning op het voorlijk.

Ruime wind

Met een ruime wind hoeft men de zwaarden niet te gebruiken. Vooral bij een iets steviger ruime wind kan het verstandig zijn het bakstag *) aan loefzijde door te zetten. Bij een gijp moet dan wel op tijd het bakstag gewisseld worden. Vaar je voor de wind, dan kan de beweging van de boot ten gevolge van een achter oplopende golf resulteren in een onverwachte gijp. Dat is te voorkomen door bijtijds een bulletalie, dat is een lijn vanaf de bevestiging van de schoot op de giek buiten het want om naar de voorbolder, te spannen. Houd er overigens wel weer rekening mee, dat als een gijp niet te vermijden is, zo'n bulletalie aardig in de weg kan zitten.

Halve wind

Laat het lijzwaard zakken, de bakstagen *) kunnen bij het zijstag aangehaakt blijven zitten, deze zijn nu niet nodig.

Aan de wind

Om zo hoog mogelijk aan de wind te komen moet het lijzwaard steeds zo diep mogelijk in het water, dus bijna recht naar beneden. Dit bereikt men het best door het zwaard bijna vrij, nog met de kop in de wind, te laten vallen.
Om spanning op het voorlijk van de fok te houden, kan het bakstag aan loefzijde doorgezet worden.

Zonodig haalt men ook de halstalie (van fok en zeil) nog wat aan.

Overstag

De preciese volgorde en de timing van de verschillende onderdelen van de overstag manoeuvre laat zich niet zo makkelijk beschrijven. Ik doe een poging:

- Oploeven met het helmhout naar lij, fok killend bij
- Fok bak houden tot de kop door de wind is
- Fok doorhalen
- Roer weer midscheeps
- Het (nieuwe lij- , andere) zwaard laten zakken op het moment dat de - - kop net door de wind is
- Vaart maken, op koers brengen, zonodig nog fok doorzetten
- Loefzwaard ophalen

Reefregels

Algemene regels voor het reven zijn moeilijk te geven, hieronder staat richtlijn.Wacht niet te lang met reven!!

-
5 beaufort: 1ste rif
- 6 beaufort: 2de rif (en stormfok)

Reven zoals het hoort

- Leg het schip bij op een aan-de-windse koers, hou het zeil killend bij.
- Zet dan eerst de kraanlijn door, en haal de halstalie los.
- Maak de zeilvallen los een laat zover zakken dat als nodig is.
- Haak de halstalie in het 1ste (of 2de ) reefoog en zet deze door.
- Trek de smeerreep flink op spanning.
- Laat de kraanlijn weer vieren
- Zet zonodig de piek nog wat door.
- Bind het weggereefde zeil met de reefknuttels bij elkaar, vooral niet te strak.

Tip: Vaar bij harde wind met de piek iets minder hoog, dat geeft wat meer twist en dus minder druk.

Varen met de kluiver

Het zetten van de kluiver gaat als volgt:

Eerst laat men de boom zakken in de stoel aan de steven. Zet vervolgens het waterstag strak (de boom mag enigszins naar beneden buigen). Zet het (loef)bakstag door.

De kluiver wordt vliegend gevaren. De hals van de kluiver zit op de traveller. Haal de traveller voor het hijsen van de kluiver naar voren. De kluiver ligt dan langs de wanten van de kluiverboom en op het dek. Hijs dan de kluiver en zet de kluiverval goed door.
Strijken van de kluiver in omgekeerde volgorde, de kluiver kan met touwtjes of elastieken langs het want van de boom geborgd worden. De top binden we dan bij het want van de mast vast. De kluiverboom kan omhoog gehaald worden aan een lijn die voorop de boom door een blokje loopt en op de boom belegt wordt.

Overstag en aan de wind met de kluiver

Houd nu niet de fok bak maar de kluiver. Zet het nieuwe (loef)bakstag door en vier het bakstag aan lij. Is men eenmaal door de wind, zet dan ook meteen de kluiverschoot door.

 

TopPrint




Varen op stroom


Stroom tegen wind geeft aanmerkelijk steilere golven dan stroom en wind in dezelfde richting. Op het Wad vinden we de sterkste stroom steeds in het midden of aan de buitenbocht van de geulen. Aan de rand (binnenbocht) van de geul en op de platen stroomt het in het algemeen veel minder hard. Dat kan dan leiden tot de volgende afwegingen:

- Met tegenwind
  - en stroom tegen krijgen we een relatief vlakke zee, maar weinig voortgang
  - en stroom mee wat steilere golven maar veel meer voortgang
 


Is snelheid belangrijker dan rust en gemak, dan zoeken we de stroom, dus de steilste golven, juist op. Dit tot op zekere hoogte natuurlijk, er kan ook een punt komen waarop nauwelijks meer tegen die golven in te kruisen valt.

- Met Wind mee
  - en stroom tegen krijgen we wat steilere golven, en weinig voortgang
  - en stroom mee een relatief vlakke zee en veel voortgang

In dit geval kiezen we dus bij voorkeur het meest vlakke deel.


TopPrint

 































vrouw Harmanna