Thema 4: Stevigheid en beweging

By S. Westerink


1. Welke twee beenderen vormen samen een rolgewricht?

    spaakbeen en opperarmbeen

    ellepijp en opperarmbeen

    ellepijp en spaakbeen

    schouderblad en opperarmbeen

2. Welke beenderen worden aangegeven met de cijfers 1 en 2?

    1=dijbeen en 2=opperarmbeen

    1=spaakbeen en 2=dijbeen

    1=ellepijp en 2=spaakbeen

    1=opperarmbeen en 2=dijbeen

3. Klaas beweert: het skelet heeft slechts twee functies. Het geeft vorm aan je lichaam en het zorgt voor stevigheid. Truusje zegt: het skelet zorgt voor bescherming en het zorgt niet voor beweging. Wie heeft of hebben er gelijk?

    alleen Truusje

    alleen Klaas

    beide hebben gelijk

    geen van beide heeft gelijk

4. Het schoudergewricht, het heupgewricht en het knie gewricht zijn alle "kogelgewrichten".

    True

    False

5. Welke twee botten worden bedoeld, die aangegeven zijn met de cijfers 1 en 2?

    1=ellepijp en 2=spaakbeen

    1=spaakbeen en 2=ellepijp

    1=scheenbeen en 2=kuitbeen

    1=kuitbeen en 2=scheenbeen

6. Wat is de naam van de groep wervels, waaraan de ribben zijn verbonden?

    lendenwervels

    halswervels

    borstwervels

    heiligbeen

7. Tiny zegt over de samenstelling van een bot het volgende: kalkzouten zorgen voor de buigzaamheid van een bot. Ingrid beweert: botten van baby's bevatten veel lijmstof en lijmstof dient voor de stevigheid van botten. Wie heeft of hebben er gelijk?

    alleen Tiny

    alleen Ingrid

    beide hebben gelijk

    geen heeft gelijk

8. Welke van de onderstaande beweringen is goed?

    een paard is een topganger, een beer is een zoolganger en een poema is een teenganger

    een paard is een hoefganger, een beer en een poema zijn beide teengangers

    een paard en een poema zijn beide teengangers en een beer is een zoolganger

    alledrie de dieren zijn teengangers

9. Welke beenverbinding bevindt zich tussen de schedelbeenderen en welke beenverbinding bevindt zich tussen het borstbeen en de ribben?

    schedelbeenderen -> vergroeid, borstbeen en ribben -> kraakbeen

    schedelbeenderen -> kraakbeen, borstbeen en ribben -> naad

    schedelbeenderen -> naad, borstbeen en ribben -> kraakbeen

    beide beenverbindingen -> kraakbeen

10. In de afbeelding is een gewricht te zien. Wat zijn de namen van de onderdelen 1 en 3?

    1=gewrichtssmeer en 3=gewrichtskapsel

    1=gewrichtskapsel en 3=kraakbeenlaagje

    1=pees en 3=kraakbeenlaagje

    1=spier en 3=bot

11. Een spier zorgt o.a. dat je kunt bewegen. Welke beweging kan een spier maken?

    alleen een strekkende beweging

    alleen een samentrekkende beweging

    geen van beide bewegingen

    beide bewegingen zijn mogelijk