Bijzonder dier.....Pim
Jarenlang deed ik de deur voor hem open. Statig trad hij ’s avonds naar binnen, zoals een heer betaamt. Des morgens was hij wat haastig. Jarenlang was ik zijn portier, ook nadat hij er niet meer was, deed ik de deur voor hem open. De deur, oh ja, het hoeft niet meer’
Ik ben een mens van gewoontes.
Na diverse verhuizingen en veranderingen in mijn leven. Vond ik het weer tijd voor een nieuwe rode kater. Ik telefoneerde met dierenasiels, bekeek jonge-en oude katers, allemaal rood met wit en andersom. Wat ik zocht was er niet bij. Het verlangen naar een echte rode kater bleef.
Lekker een dagje stappen in Rotterdam. Winkelen, gezellig. “Laten we even bij het dierenopvangcentrum kijken” Oppert mijn dochter, ze kent mijn verlangen.
De dierenopvangjuffrouw kijkt blij, als we haar vertellen dat we geen dier komen brengen maar halen. We lopen langs de hondenafdeling. Zielige honden die blaffen en janken. Ik vertel de juffrouw van mijn probleem, begripvol dirigeert ze me langs overvolle kamers met katten.
Een deur ging open en alleen in een aparte afdeling zag ik hem. Van beide kanten was het liefde op het eerste gezicht.Naast mijn computer ligt nu mijn rode kater in diepe rust. Soms gaat er een oog open ter geruststelling, want stel je voor dat ik weg ga. Zodra hij me ziet, krijg ik een knipoog. Wij houden van elkaar, mijn kater en ik. Voor deze kater ben ik geen portier, hij houdt niet van deuren.
Misschien heeft iemand hem in het verleden wel eruit getrapt met een grote boog de straat op.
Statig komt hij door het raam naar binnen, zoals een heer betaamt.
12-3-‘97 © Suze