fiets

Fiets..........

 

“Ma mag ik je fiets even lenen?”De vraag komt van mijn dochter en ze kijkt er smekend bij. Mijn eerste ingeving is, nee het gebeurd niet!Maar ik doe niks en leen haar mijn fiets, mijn zesde inmiddels.Dit alles overdenk ik terwijl ik langs het fietspad fiets, waar de berm welig tiert. De vorige fietsen zijn allemaal weg, verdwenen. Zwarte, groene en blauwe, allemaal weg en ze zijn niet naar Duitsland, dat weet ik zeker.Want die tijd is allang geweest.

Ze overtuigd mij dat deze fiets niet gepikt wordt. Met twijfel in mijn hart geef ik m’n fiets mee, nee hij zal nu toch niet gestolen worden, want gegraveerd, verzekerd en een speciaal slot, moeten fietsendieven er van weerhouden mijn fiets mee te nemen. In de verte gaat ze en ik neem met een bang hart, stilletjes afscheid van mijn fiets.

Een mooie witte opoefiets met snelbinders.

Maar voor de derde keer komt mijn dochter thuis met een sleuteltje in haar hand.    “Echt waar Ma ik heb hem op slot gezet, maar toen ik terug kwam was tie weg?”  Zegt ze timide, een beetje angstig voor mijn  woede uitbarsting, die ik ditmaal weer weet te onderdrukken.

Ook mijn mooie opoefiets, foetsie!

Dit alles overdenk ik op die mooi lentedag, al fietsend tussen het fluitekruid langs het fietspad. Op mijn zevende fiets, een sportfiets, een mooie lichtblauwe met handremmen.

Een paar maanden later staat er een agent van politie voor mijn deur.

 “Mevrouw, goed nieuws, we hebben uw fiets gevonden!” En demonstratief toont hij mijn fiets. Helemaal in de kreukels, mijn mooie witte opoefiets. Zelf de voorvork was verbogen. Behalve het slot, dat was nog heel.

“Tja ik ben alleen  bang dat niemand hier meer op fietsen kan, zal ik hem maar weer meenemen?” “Ja”, zeg ik verbijstert, dat was het definitiefe afscheid van mijn opoefiets met snelbinders.

Gisteren kwam mijn dochter en vroeg: “ Ma mag ik je fiets even lenen”, mag je raden wat ik zei?

 

  © Suze Latorre  21 mei 2002

 

terug