Slijtage

Soms denk ik dat alles veranderd behalve ik, dat is natuurlijk niet zo, maar ik kan me niet ontrekken aan dat gevoel. Neem nou de vijftien jaar dat ik heen en weer ga, naar mijn werk. Heel de metrobaan is veranderd, meer huizen, minder groen. Ook de metro is niet meer wat het geweest is ouder, vuiler, in middels zijn er nieuwe treinstellen, niets blijft hetzelfde, ik ook niet. Nu ik ouder word en onderhevig ben aan slijtage, blijkt dat ook mijn geheugen de slijtageslag niet helemaal ongeschonden doorstaat.

Laatst zat ik in de metro, knikt er een dame naar me, ik knik vriendelijk terug en dacht waar ken ik die vrouw van? Een paar dagen later zit ze er weer, we knikken. De vraag waarvan ik haar moet kennen doemt weer op en net als ik besluit het haar te vragen komt ze naar me toe: “Hallo ken je me nog, we hebben vroeger samen gewerkt”

Ineens weet ik het: “ Ja, dat is lang geleden,” zeg ik. “ De goede oude tijd, die komt niet meer terug” Tijdens de metrorit halen we herinneringen op, waarbij ook de nodige oude koeien uit de welbekende sloot. Als we afscheid nemen heeft ze mijn e-mail adres en een afspraak om nog eens gezellig een kop koffie te gaan drinken.

Ook zij blijkt de computer een fijn stuk speelgoed te vinden. Soms gebeurt het dat ik mensen tegenkom waarvan ik denk, die ken ik toch? De gezichten ken ik, maar de namen en de plaatsen die er bij horen, blijven een vraagteken. Alles verandert, niets blijft bij het oude. En ik? Ik leef met slijtage en veranderingen en denk.

Ik wil wel oud worden, maar niet oud zijn.

 

© Suze Latorre 30 augustus 2000

 

terug