Upper Palaeolithic(40,000 - 10,000 bp)
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Material culture varies in time and space; large number of sites
|
 |
Human expansion into jungle, desert, tundra, remote islands and last continents
|
|
Technology requires (part-time) specialists: knappers, miners, artists
|
|
Language, culture, cognition (certain)
|
|
 |
|
|
|
 |
Actieve vuurbeheersing verbonden met vuurspecialisten (shamaan, steensmid)
|
|
Tribale oorlogsvoering - rituele territoriale afbakening, diplomatie
|
|
Elite (blijkt uit graven) van bepaalde families; wijst op het bestaan van clans en chiefs, kinship
|
|
Afslagcultuur, knapping (klingen geklopt uit een voorbewerkt steenbrok, met hamersteen op aanbeeld, bijschrapen)
|
 |
Upper palaeolothic revolution, great leap forward, standard model, new stone age (Afrika)
|
|
Ruilhandels ketens (grondstoffen en siervoorwerpen)
|
|
Vermogen verschillende soorten van habitat te exploiteren
|
|
Leerlooien, naaien, vlechten
|
 |
Bewerkt materiaal leer, touw, vlechtwerk |
|
Samengesteld gereedschap |
|
Afslagatelier, steengroeves, specialisten en manufactuur |
|
Hout, bot en gewei (hoorn) bewerking |
 |
Speer, harpoen, strik, vallen, netten, vishaak, slinger, boemerang, bolas, speerstok, pijlstrekker, pijl en boog (later), kano |
|
Megalieten, rotskunst, rotstempels |
|
Semipermanente dorpen; bouwtechniek (hutten met houten stutten etc) |
|
Venusbeeldjes, amuletten, fetish (mobiele kunst), rotskunst (immobiele kunst) |
 |
Ruimtelijke verdeling over soorten samenlevingen: verschillen naar gelang de habitat |
|
Xenofobie (dankzij cultuurverschil) |
|
Traditie, rituelen - overlevering van kennis en vaardigheden, stabiliteit en legitimatie |
|
Georganiseerde jacht (grote kuddes) |
 |
Tuinieren (bloemen) |
|
Baby sling (speculatief maar zeer waarschijnlijk) |
|
Kleding, hutten |
|
Afvalbergen |
 |
Langere levensduur en taal maken overlevering mogelijk |
|
Passief kuddebeheer, Passief gewasbeheer (vuur, plantselectie) |
|
Kleurstofbewerking (oxidatie met vuur- en of maaltechnieken van o.a. oker) |
|
Delven van vuursteen e.a. vanaf oppervlakte (eenvoudige steengroeves) |
 |
Assymetrische overspel wetgeving, tot en met verminking van vrouwen |
|
Obsidiaan, agaat, jaspis gewilde handelswaar (eenvoudiger te bewerken en sterker materiaal) |
|
Piercings, rituele verminking |
|
Kanovaren voor handel en visserij |
 |
Water en voedsel gedragen in leer, bladeren, bamboe, hout, eierschalen, huiden, schedels, horens etc |
|
Actieve vuurbeheersing, met rotshaarden, vuurputten, lampen, vuurboren, ijzerpyriet, snel vlamvattende vezels (lychens, houtpulp) |
|
Uitbreiding dierlijk dieet (kleine wild, vis en gevogelte, groot wild op reguliere basis) door gereedschapskist, kook- en conserverings techniek |
|
Kettingen, hoofdbanden, armbanden, ringen, broches, moeilijk te verkrijgen veren, schelpen |
 |
Stamp- en maaltechnieken |
|
Graafstok (voor verzamelen wordels etc) |
|
Uitbreiding plantaardig dieet met groenten en granen door kooktechnieken (en verzamel- en voorbewerkings methoden met nieuw gereedschap) |
|
|
 |
Graven voor elite families (inclusief kindergraven), met grote culturele variatie |
|
Conservering (drogen, roken, invriezen, in as leggen) door vuurgebruik |
|
Met vuur bewerkte vuurstenen speerpunten (beter te bewerken) |
|
|
 |