Home Stefan Metaal's Urban Sociology Site Home
Urban Field
Research Network
Featured Projects
Definition
Mobility
Glossary
Bibliography
Linked Articles
Stefan Metaal
Projects
CV + Autobio
Publications
Online Articles
  Home
Home

Op de rand van stedelijkheid

Omgangsvormen, onbekenden en vreemdelingen

In de stad vinden voortdurend vluchtige ontmoetingen plaats tussen sterk van elkaar verschillende mensen. Zij passeren elkaar op straat, zitten naast elkaar in de bus, of staan met elkaar in de rij voor de bioscoop. In deze openbare gelegenheden maakt men gebruik van omgangsvormen die de interactie vergemakkelijken.

Plaatsen in de stad worden dikwijls omschreven in termen van de gebouwde omgeving en de aanwezige voorzieningen. Dit vormt echter slechts een potentiële omgeving voor een bepaalde sociale situatie (Gans 1991). Ik concentreer mij in deze notitie op dergelijke sociale situaties. Ik vraag mij daarbij af hoe mensen met elkaar omgaan en in welke opzichten zij van elkaar verschillen.

In de eerste paragraaf komen situaties aan de orde waarvan drukte het voornaamste kenmerk is. Rustigere situaties behandel ik in de tweede paragraaf. Het kenmerk van daarvan is vertrouwdheid. Tenslotte vormen de verschillen tussen mensen en wat die betekenen voor de omgang het onderwerp van de derde paragraaf.

1. Drukte

"Before the appearance of omnibuses, railroads, and street cars in the nineteenth century, men were not in a situation where for periods of minutes or hours they could or must look at each other without talking to each other" (Simmel 1924).

De groei van de Westerse steden in de afgelopen eeuwen bracht met zich mee dat stedelingen zich regelmatig in drukke situaties bevinden. Dat een betrekkelijke groot aantal mensen tegelijkertijd in één ruimte samenkomt, kan niet zonder meer worden toegeschreven aan de toename van de vervoersmogelijkheden.

Robert Rotenberg beschrijft hoe de tijdsbesteding van individuen steeds afhankelijker is geworden van het 'publieke tijdschema' van steden. Wie zich door de hedendaagse stad begeeft moet rekening houden met zaken als werktijden, openingstijden van winkels en de frequentie van het openbaar vervoer (1992: 206). Als gevolg van de rigiditeit van het publieke tijdschema zijn sommige openbare gelegenheden op bepaalde tijdstippen drukker dan anders, zoals tijdens het spitsuur, de middagpauze of de koopavond.

Onbekenden en vreemdelingen

In welk opzicht de mensen in situaties in de stad van elkaar verschillen is een vraag die ik verderop uitvoeriger behandel. Op dit punt wil ik opmerken dat stedelingen in openbare gelegenheden voortdurend in aanraking komen met onbekenden. Zij begeven zich in een 'world of strangers', zoals Lyn Lofland het treffend heeft omschreven met de titel van haar bekende boek (1973). Sommige van de mensen zijn niet alleen onbekend, maar zien er anders uit en gedragen zich ook anders. De mobiliteit is namelijk niet alleen toegenomen in termen van vervoer, maar ook in termen van migratie. Onder de onbekenden die men tegenkomt bevinden zich ook vreemdelingen.

Noodzakelijke anonimiteit

Het citaat van Simmel geeft het karakter weer van de omgangsvormen die worden gebezigd in openbare gelegenheden. In treinen, bussen, winkels en hotels, in cafés en op straat wordt zelden tussen onbekenden gesproken: er heerst anonimiteit. Dat inwoners van steden op een dergelijke manier met elkaar omgaan, heeft te maken met het feit dat zij weinig tijd hebben. Stedelingen moeten selectief omgaan met hun aandacht, omdat zij zich niet kunnen onttrekken aan het publieke tijdschema. Wie op weg is ergens naartoe kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven om met anderen kennis te maken.

Anonimiteit is niet alleen noodzakelijk vanwege de gereguleerde tijdsbesteding. Drukte alleen is al een reden om contact te vermijden. De sociaal-psycholoog Stanley Milgram legt uit dat stedelingen in het openbaar niet aan alles en iedereen aandacht kunnen schenken, omdat er daarvoor simpelweg teveel indrukken zijn om te verwerken. Als zij dat wel doen dan zouden zij zich blootstellen aan 'psychic overload'. Om niet overbelast te raken, moeten zij zich gedeeltelijk onttrekken aan de dingen die om hen heen gebeuren (Milgram 1988 [1970]). Hoewel het idee door Milgram nogal mechanistisch is verwoord, behoeft het geen twijfel dat er grenzen zijn aan de hoeveelheid aandacht die mensen op één moment kunnen geven.

Een andere verklaring voor anonimiteit kan gezocht worden in de aanwezigheid van vreemdelingen. Volgens Brunt stellen de vele immigranten de stedelijke bevolking voor ingewikkelde opgaven, omdat zij kunnen worden geconfronteerd met ongewenste verschijnselen en gebeurtenissen. Ook om die reden kan anonimiteit zijn ontstaan als omgangsvorm. Het aanspreken van onbekenden kost niet alleen teveel tijd en aandacht, men kan ook voor onaangename verrassingen komen te staan. (Brunt 1993: 76, 81) Ik kom later terug op de mogelijkheid van confrontaties.

Beleefde afstand

Met het voorgaande is duidelijk geworden dat anonieme omgangsvormen in zekere zin noodzakelijk zijn. Ik zal nu verder in gaan op het karakter daarvan. Milgram stelt dat het consequent uit de weg gaan van psychische overbelasting, heeft geleid tot het ontstaan van 'norms of non-involvement'. Het zijn deze normen, eerder dan het vermijden van psychische overbelasting op zichzelf, die ervoor zorgen dat mensen elkaar niet aanspreken.

"These [norms of non-involvement] are so well defined and so deeply a part of city life that they constitute the norms people are reluctant to violate" (Milgram 1988 [1970]: 59).

Vervolgens brengt Milgram deze gedragsregels onder andere in verband met het feit dat mensen in de stad bij een ongeluk niet altijd direct te hulp schieten. Hij lijkt zich daarmee te scharen onder de sociologen die de openbare omgangsvormen beschouwen als koel en zakelijk. De afstandelijkheid kan echter ook anders geïntererpreteerd worden. Goffman typeert de omgangsvormen als 'civil inattention', fatsoenlijke onoplettendheid. Brunt legt uit waar dat op neer komt.

"Wil iemand zich naar behoren gedragen in openbare gelegenheden, dan is het weliswaar zaak de overige aanwezigen terdege in de gaten te houden, maar op zo'n manier dat het niet opvalt." Dat komt neer op de volgende vuistregels: "bemoei je met jezelf, geef geen aanstoot en zorg dat je riskante ontmoetingen uit de weg gaat" (Brunt 1993: 80, 81).

De omgang in drukke situaties is anoniem van aard, maar daarmee nog niet koel en zakelijk. Beter kan worden gesproken van beleefde afstand. In zijn artikel over Hong Kong bespreekt Brunt een extreme vorm daarvan.

"Hoewel men dikwijls noodgedwongen op elkaars lip zit, wordt het sociale contact het liefst vermeden. Vreemden die het initiatief nemen tot een gesprek, worden met wantrouwen bejegend. Als contact met een vreemde desondanks noodzakelijk is, geschiedt dat bij voorkeur via tussenpersonen" (Brunt 1994: 268).

De openbare omgangsvormen zijn noch koel, noch warm; ze zijn anoniem. Ze zijn in emotioneel opzicht neutraal. In microsociologisch onderzoek zijn details van gedrag in de openbare en semi-openbare ruimte uitvoerig behandeld. Voorbeelden van onderwerpen zijn: voetgangersgedrag, het formeren van rijen, het vermijden van oogcontact en het verdelen van zitplaatsen in een wachtruimte. De vraag is telkens hoe en om welke redenen het collectieve gedrag tot stand komt. Dergelijk onderzoek is voor mijn doeleinden van minder belang.

2. Vertrouwdheid

Het idee van de koele omgangsvormen is onder meer verwoord door Robert Park. In de stad zouden primaire relaties tussen familieleden langzaam plaats maken voor afstandelijke secundaire relaties. De oorzaak daarvoor wordt gezocht in de toename van de mobiliteit. Park rekent tot mobiliteit niet alleen vervoer en migratie, maar ook communicatie. Normen worden vervangen door de wet, en roddel door de berichtgeving van de pers. Face-to-face contacten worden steeds schaarser. Ook in de straten maken intieme contacten gaandeweg plaats voor zakelijke omgangsvormen. (1952 [1916]).

Binnenstad

Het beeld dat in de stad bij het ontbreken van dominerende primaire relaties slechts zakelijke anonimiteit overblijft is sterk overdreven. In drukke situaties worden ook vandaag de dag minder anonieme omgangsvormen aangetroffen. William H. Whyte spreekt zelfs van een 'social life of the street'. Verkopers voeren gesprekken met klanten, en kennissen komen elkaar tegen (1988). Het komt ook veelvuldig voor dat mensen zich in gezelschap op straat begeven. In openbare gelegenheden bevinden zich dus verschillende soorten verzamelingen van mensen.

Goffman maakt een onderscheid tussen 'focused gatherings' en 'unfocused gatherings'. Met het laatste worden anonieme ontmoetingen aangeduid, tussen onbekenden in de stad. Focused gatherings zijn face-to-face ontmoetingen met een centraal aandachtspunt. Kenmerkend is dat er een gedeelde definitie van de situatie bestaat. Hieronder vallen in feite alle ontmoetingen waarbij gesprekken worden gevoerd. Goffman merkt op dat beide vormen samen kunnen gaan, in welk geval er sprake is van 'sub-encounters' (Goffman 1961: 18). In een groot café kunnen intieme gesprekken worden gevoerd terwijl tussen andere bezoekers volledige anonimiteit heerst.

Het werkt wellicht verhelderend de opmerkingen als die van W.H.Whyte met de begrippen van Goffman te specificeren. In bussen, winkelstraten of terrassen worden niet uitsluitend unfocused gatherings aangetroffen. In drukke situaties in de binnenstad komen ook sub-encounters voor met het karakter van focused gatherings. Deze laatste hoeven echter niet intiem van aard te zijn. Bij talrijke ontmoetingen wordt gesproken, maar blijven de deelnemers betrekkelijk anoniem.

Drukke buurt

Stedelingen begeven zich in verschillende soorten situaties met verschillende omgangsvormen. Bij zijn onderzoekingen van interactie heeft W.H.Whyte zich voornamelijk geconcentreerd op binnensteden. Jane Jacobs heeft het sociale leven van relatief drukke woonbuurten beschreven. Zij bestrijdt de tegenstelling van warme primaire contacten en koel secundaire contacten, zoals geformuleerd door Park. Ook in de straten van een relatief drukke buurt vinden ontmoetingen plaats die niet in de tweedeling passen.

"... sidewalks ... are public. They bring together people who do not know each other in an intimate, private social fashion and in most cases do not care to know each other in that fashion" (1961: 66)

Volgens Jacobs dragen de betrekkelijk anonieme contacten bij aan een element van vertrouwen. Zij kent een belangrijke rol toe aan de publieke figuren in een buurt, zoals winkeliers en barkeepers. Om die reden moet de situatie die zij voor ogen heeft onderscheiden worden van de situatie in rustigere woonbuurten, waar minder winkelstraten zijn.

Rustige buurt

Bij hun onderzoeken in stadvernieuwingswijken hebben Gerard Anderiesen en Arnold Reijndorp zich op rustigere woonomgevingen geconcentreerd. Zij merken op dat de mate van anonimiteit verschilt per type woningontsluiting. In trappenhuizen kan de situatie worden aangeduid als 'vertrouwd'.

"Hoewel men weinig contact heeft met de buren weet men wel wie waar woont en wat voor soort mensen dat zijn. De meeste geluiden en geuren kunnen worden thuisgebracht. Dat wil niet zeggen dat ze niet hinderlijk zijn... [...] Maar men weet wat het is en wanneer het ophoudt en zolang het binnen bepaalde grenzen blijft, is deze - onderlinge - overlast aanvaardbaar" (1990a: 69).

De situatie in galerijflats is anoniemer: "De galerij is ook wel vies, maar niemand die er op zal komen om er iets aan te doen" (1990a: 69). Bij een derde type woningontsluiting bevindt de voordeur zich direct aan de straat en bestaat er dus niet een vertrouwd domein tussen de woning en de openbare ruimte. Maar ook daar kan vertrouwdheid tussen bewoners ontstaan.

Een belangrijk verschil met de drukke situaties in de binnenstad is dat in rustige woonbuurten relatief weinig volledig onbekenden komen. Er kunnen zich wel vreemdelingen bevinden, als bewoners van de buurt, maar ook zij gaan op de lange duur behoren tot de vertrouwde gezichten. In de volgende paragraaf kom ik daar op terug.

Ontmoetingsplaatsen

Naast de situaties in de directe omgeving van de woning, kunnen in een rustige woonbuurt plaatsen andere worden aangewezen waar een zekere mate van vertrouwdheid bestaat. In de kantine van de sportclub, in het café om de hoek of zelfs op de bushalte ontmoeten mensen elkaar op een manier die noch intiem, noch anoniem genoemd mag worden. Degenen die men ontmoet zijn geen onbekenden, maar worden zelden tot de echte vrienden gerekend. Het beste is om ook deze situaties aan te duiden als 'vertrouwd'. Er bestaat echter een verschil tussen deze laatste omgangsvormen en de betrekkelijke anonimiteit tussen sommige buren. Het verdient wellicht aanbeveling de vorm van vertrouwdheid in clubhuizen en dergelijke te omschrijven met een term als 'onpersoonlijke band' en de mensen die men ontmoet 'onpersoonlijk bekenden' te noemen, of iets in die trant.

De omgangsvormen die ik in deze paragraaf heb beschreven zijn door microsociologen op diverse manieren getypeerd. Tussen volledig publiek en volstrekt privé bevindt zich een schemergebied. Tot de termen om dat te omschrijven behoren: parochiaal domein, non-intimate non-strangers, intimate secondary relationship, quasi-primary, limited gemeinschaft en unpersonal/bouded relationship.

3. Vreemdelingen

De omgangsvormen in drukke situaties zijn hierboven getypeerd met de begrippen 'civil inattention' en 'norms of non-involvement'. Men bemoeit zich niet met elkaar, ook al zijn de verschillen nog zo groot. Vreemdelingen en afwijkend gedrag worden onder die omstandigheden in zekere zin getolereerd. Dit is een gemeenschappelijk kenmerk van steden over de gehele wereld (Brunt 1993). Anonieme omgangsvormen impliceren tolerantie.

Dat vreemdelingen worden getolereerd op het moment van de interactie zelf, kan de wijze waarop over die vreemdelingen wordt nagedacht beïnvloeden. Een proces van gewenning of accommodatie ligt daaraan ten grondslag.

Volgens Howard S. Becker en Irving Louis Horowitz zou in San Fransisco op de lange duur een vorm van tolerantie zijn ontstaan, een 'culture of civility' (1977). Brunt beschrijft waar dat op neer komt. "Mensen met een afwijkende manier van leven beseffen dat ze met rust worden gelaten, waardoor ze op hun beurt eerder geneigd zijn zich enigszins te schikken naar anderen. En doordat ze zich schikken neemt de kans toe dat ze door anderen worden gerespecteerd" (Brunt 1993: 91).

Afstandelijke gewenning

Accommodatie beperkt zich niet tot drukke situaties. Jane Jacobs beschrijft de tolerantie die kan bestaan in een relatief drukke woonbuurt.

"... It is possible in a street-neighbourhood to know all kinds of people without unwelcome entanglements, without boredom, necessity for excuses, explanations, fears of giving offense... [...] It is possible to be on excellent sidewalk terms with people who are very different from oneself..." (1961: 73).

Anderiesen en Reijndorp beschrijven een proces van 'afstandelijke gewenning', wat zich ook in rustigere woonbuurten kan afspelen. Zij menen dat een afstandelijke houding ten opzichte van medebewoners ertoe leidt dat in een buurt met een heterogene bevolkingssamenstelling geen spanningen ontstaan. Op den duur verworden de vreemdelingen tot 'vertrouwde vreemden' (1990a: 79-80; 1990b: 95).

Ook rustige situaties met de omgangsvormen die daarbij horen, kunnen dus de aanzet vormen tot tolerantie van vreemdelingen. Dezelfde situaties kunnen echter ook aanleiding geven tot het omgekeerde.

Confrontatie

Hierboven is door Brunt opgemerkt dat stedelingen door de aanwezigheid van vreemdelingen geconfronteerd kunnen worden met ongewenste verschijnselen en gebeurtenissen. Dat probleem wordt in de praktijk opgelost door anonimiteit. Brunt heeft daarbij vooral drukke situaties voor ogen. Anderiesen en Reijndorp maken bevestigen dat een vergelijkbare oplossing bestaat in rustige buurten. Dat doet echter maar tot op zekere hoogte opgeld. Buren kunnen elkaar namelijk niet onder alle omstandigheden uit de weg gaan. Vaak wordt overleg gepleegd over praktische zaken als overlast. Met vreemdelingen kan het dan alsnog tot confrontaties komen.

De problematiek kan verheldert worden met de begrippen van Goffman. Een kenmerk van focused gatherings, ontmoetingen waarbij gesproken wordt, is de gedeelde definitie van de situatie. Wanneer die onvolledig is ontstaat spanning (1961: 19, 44). De deelnemers aan het gesprek voelen zich ongemakkelijk en zullen verder contact liever vermijden. Mensen met een verschillende achtergrond zijn gewend aan andere omgangsvormen. Wanneer een ontmoeting plaatsvindt, verwacht men verschillende dingen van elkaar en er ontstaan tegenstrijdigheden, met spanning als gevolg. Hierdoor zijn buren niet in staat hun dagelijkse problemen adequaat op te lossen. Onbegrip en ergernis zijn dan het gevolg en van tolerantie kan nauwelijks gesproken worden.

Vreemdelingen en stedelijkheid

Confrontatie en afstandelijke gewenning sluiten elkaar niet bij voorbaat uit. Sterk van elkaar verschillende mensen kunnen op de lange duur met elkaar om leren gaan. Ik zal hier verder niet op deze problematiek in gaan. Waar het mij om gaat is dat zowel confrontaties als tolerantie in steden voorkomen. Beide zijn geen exclusief stedelijke verschijnselen, maar komen daar in het bijzonder tot uiting, want de situaties waarbij men met vreemdelingen in aanraking komt, worden bij uitstek in steden aangetroffen.

De term 'vreemdelingen' uit deze paragraaf moet niet verward worden met de term 'onbekenden' uit de voorgaande paragrafen. Bij de laatste gaat het er alleen om dat men degenen die men ontmoet niet kent. Vreemdelingen onderscheiden zich van anderen door hun gedrag in het algemeen. Een buurman is niet onbekend maar kan wel een vreemdeling zijn. Het meest 'vreemd' in dit opzicht zijn buitenlanders. Maar mensen uit een andere provincie of zelfs uit een ander milieu kunnen ook gedeeltelijk 'vreemd' zijn in hun gedrag. Bij de term vreemdelingen gaat het om sterke sociaal-culturele verschillen.

Literatuur

Anderiesen, Gerard en Arnold Reijndorp, Van volksbuurt tot stadswijk. De vernieuwing van het Oude Westen. Rotterdam (Projectgroep Het Oude Westen) 1990a.

Anderiesen, Gerard en Arnold Reijndorp, Eigenlijk een geniale wijk. Dagelijks leven in de Indische Buurt. Amsterdam (het Spinhuis) 1990b.

Becker, Howard S. & Irving Louis Horowitz, 'The Culture of Civility.' In: James M. Henslin, ed., Deviant Life-Styles. New Brunswick, NJ (Transaction Books) 1977: 337-348.

Brunt, Lodewijk, 'Het stedelijk schouwtoneel. De leesbaarheid van openbare omgangsvormen.' In: J. Burgers, A. Kreukels en M. Mentzel, red., Stedelijk Nederland in de Jaren Negentig. Utrecht (Jan van Arkel) 1993: 75-93.

Brunt, Lodewijk, Samenleven onder druk. Openbaar gedrag in Hong Kong. (Drukproef, te verschijnen in Sociologische Gids) 1994.

Gans, Herbert J., 'The Potential Environment and the Effective Environment'. In: dez, People, Plans and Policies. Essays on Poverty, Racism and Other National Urban Problems. New York (Columbia University Press) 1991: 24-33.

Goffman, Erving, Encounters. Two Studies in the Sociology of Interaction. Indianapolis (Bobbs-Merrill) 1961.

Jacobs, Jane, The Death and Life of Great American Cities. The Failure of Town Planning. New York (Random House) 1961.

Lofland, Lyn H., A World of Strangers. Order and Action in Urban Public Space. New York (Basic Books) 1973.

Milgram, Stanley. 'The Urban Experience. A Psychological Analysis.' In: George Gmelch & Walter P. Zenner, eds., Urban Life. Readings in Urban Anthropology. Prospect Heights (Waveland Press) 1993: 53-62. [1970]

Park, Robert Ezra, 'The City: Suggestions for the Investigation of Human Behavior in the Urban Environment' In: dez, Human Communities. The City and Human Ecology. Glencoe, Illinois (The Free Press) 1953: 13-51. [1916]

Rotenberg, Robert, Time and Order in Metropolitan Vienna. Washington, London (Smithsonian Institution press) 1992.

Simmel, Georg, 'Sociology of the Senses: Visual Interaction.' In: Robert E. Park & Ernest W. Burgess, eds., Introduction to the Science of Sociology. Chicago (University of Chicago Press) 1924: 356-365.

Whyte, William H., City. Rediscovering the Center. New York etc. (Double Day) 1988.

Urban Sociology
Urban Policy
Housing
Urban Planning
Urbanity
Deep Sociology
Dutch Sources
Big History
Epochs
Realms
Epoch Simulation
Urban Simulation
Bibliography
Top  
Top of page
  Home
Top