Start

Kleurmuizen

Muizen info

Afr. dwergmuis

Dwergmuis

Wilde muizenGenetica

Andere dierenLinks

 

   

                           

 

Dwergmuis | Verspreiding | Uiterlijke kenmerken | Leefgebied | Gedrag | Nestbouw |Voedsel | Voortplanting | Ontwikkeling van de jongen | Moederzorg | Wetgeving | Huisvesting | Verzorging & hanteren  | Voeding | Fokken

Dwergmuis (Mycromys minutus)

Inleiding

Deze webpagina is gewijd aan het (Europese) dwergmuisje. Ik heb zelf dwergmuisjes gehad en er ook veel gekweekt. Het zijn erg leuke diertjes om naar te kijken, maar het viel mij op dat ze niet echt sociaal waren. Ieder muisje had een eigen nest, het mannetje werd altijd weggejaagd en ook de vrouwen onderling waren niet echt aardig tegen elkaar. Ook werden er regelmatig jongen gedood en opgegeten. Dat zorgde ervoor dat ik niet zo veel plezier meer aan deze diertjes beleefde en ik besloten heb een ander huis voor ze te zoeken.

Toch zat het mij niet lekker en besloot ik een literatuurstudie te gaan doen over de natuurlijke levenswijze van de muisjes. Hier zag ik duidelijk verschillen in hoe veel mensen ze houden en hoe ze in het wild leven. Ik heb eerst een stuk geschreven over deze diertjes in het wild en daarna over hoe ze eventueel in gevangenschap te houden zijn. Zelf ben ik van mening dat ze toch minder geschikt zijn om in gevangenschap te houden.

terug naar begin

Verspreiding

De dwergmuis is het kleinste knaagdiertje van Nederland. Eigenlijk is de naam Europese dwergmuis niet correct. De diertjes leven namelijk  in een strook van Frankrijk tot Siberië en Korea (In een groot deel van het palaearctisch gebied) en op de eilanden Groot-Brittannië en Japan. In centraal Europa komen ze voor van Denemarken tot Italië. De Engelse naam “Harvest Mouse” is eigenlijk een betere naam, aangezien ze vaak in graanvelden te vinden zijn. Vandaar dat ze in deze tekst verder alleen dwergmuis genoemd worden, wat ook de correcte Nederlandse naam voor dit diertje is.

 

 

Kaagse plassen Zuid-Holland

terug naar begin

Uiterlijke kenmerken

Dwergmuisjes zijn volledig aangepast aan het leven in verticale vegetatie. Het zijn kleine, slanke muisjes. Een volwassen dwergmuis weegt tussen de 5 en 10 gram en de lichaamslengte varieert van 5,5 tot 7,5 cm. De twee kleurig staart is, even lang als het lichaam en wordt als grijpstaart gebruikt. De teentjes van de achterpootjes van dwergmuisjes (vooral het 4e en het 5e teentje) zijn langer dan bij kleurmuizen. De lengte en de grote hoek die tussen deze teentjes gemaakt kan worden, zorgen voor een goede grip bij het beklimmen van verticale vegetatie. Ze klimmen in stelen en bladeren met hun achterpootjes en grijpstaartje. Hierdoor kunnen ze hun voorpootjes gebruiken om te eten en zich te wassen. Ze hebben een stomp snuitje met kleine, harige oortjes die nauwelijks buiten de vacht uitsteken. De kleur van volwassen dieren is op de rug oranje tot roodbruin, terwijl de buik wit is. Juveniele dieren hebben meer een grijsbruine kleur over hun gehele lichaam. Pas nadat ze verharen krijgen ze de volwassen kleur met witte buik. In het wild kunnen de diertjes 1,5 jaar oud worden maar gemiddeld worden de diertjes slechts enkele maanden. In gevangenschap kunnen ze wel 3 tot 5 jaar oud worden.

Kaagse plassen Zuid-Holland

Duidelijk gebruik van grijpstaartje

terug naar begin

Leefgebied

In de zomer leven dwergmuisjes het liefst in vochtige gebieden met hoge grassen of rietkragen in de buurt van rivieren, meren, vijvers, enz. Maar eigenlijk zijn ze in alle gebieden met hoge grassen te vinden zoals struiken en greppels, die zijn begroeid en aan de randen van graan- en rijstvelden. Daar bouwen ze zo’n 2 tot 3 bolvormige nesten per dier, tot wel 1 meter boven de grond. In de winter trekken de muisjes naar drogere gebieden. Ze maken gebruik van looppaadjes gangen van andere kleine zoogdieren soms trekken zich terug in opslagschuren. Ze houden geen winterslaap, al slapen ze wel veel gedurende de winter. Af en toe trekken ze  erop uit op zoek naar voedsel. Soms wordt ook een voedselvoorraad voor de winter aangelegd.

terug naar begin

Gedrag

De dwergmuis is een erg actief diertje, dat stilletjes rondklimt in het hoge gras op zoek naar voedsel. Als er gevaar dreigt verstijven ze en houden zich doodstil, laten zich plotseling vallen in het donkere gedeelte vlak boven de grond of proberen te ontsnappen door vliegensvlug van stengel naar stengel te springen. In de winter leven ze bijna alleen maar op de grond.

In de zomer zijn de diertjes meer nachtactief, in de winter meer dagactief. Dwergmuisjes zijn erg honkvast. Ze hebben een territorium dat varieert van 400 tot 600m2. Er wonen vaak meerdere dwergmuizen in een gebied, maar het zijn geen sociaal levende diertjes. Territoria kunnen elkaar wel overlappen, maar de dieren leven solitair (m.u.v. moeder met jongen). Er vindt weinig interactie plaats tussen de diertjes onderling. De meeste communicatie gaat waarschijnlijk via geursporen.

Het gehoor van de muisjes is erg goed, maar hun gezichtsvermogen is minder goed. Ze kunnen veranderingen van silhouet van een paar meter afstand wel waarnemen.

Nestbouw

De nesten van dwergmuizen zijn ronde bouwsels die soms wel tot een meter boven de grond gebouwd worden. De nesten worden vaak in 2 dagen gebouwd. Als eerste worden dicht bij elkaar staande lange bladeren, die aan grashalmen vastzitten, gevormd tot een soort hangmat en het buitenste frame. Daarna worden bladeren van gras in de lengte gescheurd en in een rond stevig vlechtwerk tot een bal gevlochten. De binnenkant wordt bekleed met kleine gescheurde stukjes blad.

De nesten van drachtige vrouwtjes zijn vaak groter dan gewone nesten, met een doorsnede van zo’n 6-10 cm en worden laat in de dracht gebouwd. De werpnesten hebben meestal één of twee in/uitgangen, die meestal gesloten blijven in de eerste levensweek van de jongen.

Kleinere nestjes van ca 4 cm worden op de grond op een verlaten nest van een ander dier gebouwd. Deze nestjes worden als rust- en verblijfplaats gebruikt.

 

Bolnest gebouwd in een terrarium

terug naar begin

Voedsel

De dwergmuisjes voeden zich in de zomer en het najaar met fruit, bessen en vooral zaden van grassen, granen en kruiden. Verder eten ze insecten en insectenlarven. Voor de winter leggen ze een voorraad aan of ze gaan 's winters buiten of in schuren op zoek naar voedsel.

Volwassen dwergmuis eet graszaden

terug naar begin

Voortplanting

Dwergmuisjes kunnen met 5 weken al geslachtsrijp zijn en zich voortplanten. Het voortplantingsseizoen loopt in het wild van mei tot oktober. De vrouwtjes krijgen in het wild maximaal 3 nestjes per seizoen. De jongen van deze vrouwtjes kunnen zich dezelfde zomer vaak nog voortplanten.

Partnerkeuze

Het belangrijkste middel bij de voortplanting is reukzin. Dit kan een nadeel voor het mannetje zijn. Ten eerste kost het veel energie om de signaalafscheiding (geurspoor) te maken. Ten tweede kost het veel tijd en energie om de geursporen op strategische plekken af te zetten waar de grootste kans is dat andere muisjes ze opmerken. Ten derde kunnen roofdieren het spoor volgen naar de muis die het spoor uitzet. Het geurspoor bestaat waarschijnlijk voornamelijk uit urine.

Uit onderzoek is gebleken, dat de meest dominante mannetjes de meeste geursporen achterlaten. De kans is groot, dat de nakomelingen deze dominantie erven. Vrouwtjes geven er daarom de voorkeur aan om met deze mannetjes te paren. Ze prefereren bekende dominante mannetjes, die hun territorium in de buurt van dat van het vrouwtje hebben. Aan de hand van de hoeveelheid en duidelijkheid van de geursporen beoordeelt het vrouwtje de kwaliteit van het mannetje.

Na de paring jaagt het vrouwtje het mannetje weg. Hij heeft geen aandeel in het verzorgen en grootbrengen van de jongen.

terug naar begin

Ontwikkeling van de jongen

Zowel de draagtijd als de zoogtijd is kort bij dwergmuisjes. Dit heeft ondermeer te maken met het feit dat ze in het lange gras leven en daar hun nesten bouwen. Wanneer dit gras verdwijnt, kunnen zij zich niet langer voortplanten.

De jongen worden kaal, blind en doof geboren, na een draagtijd van 17-19 dagen. De nestgrootte kan variëren tussen de 2 en 8 jongen. Ze wegen 1-1,2 gram als ze geboren zijn. Na 3-4 dagen beginnen de haren te groeien, na 8-9 dagen gaan de oogjes open en na 9-10 dagen de gehoorgang. Als ze 11-12 dagen zijn gaan ze vast voedsel eten en met 15-16 dagen worden ze gespeend. Ze wegen dan 4-5 gram.

Omdat de muisjes zo'n korte zoogtijd doormaken, moeten ze snel leren klimmen om te kunnen overleven. Al met 3-7 dagen grijpen ze met hun voorpootjes, met 6-9 dagen met hun achterpootjes, met 6-11 dagen kunnen ze op hun vier pootjes staan, met 10-11 dagen met hun staartje grijpen en met 10-12 dagen rechtop staan. Met 13 dagen verlaten ze voor het eerst het nest om hun klimvaardigheden te oefenen.

 

Jonge dwergmuis net uit het nest

terug naar begin

Moederzorg.

Een dwergmuizenvrouwtje heeft 4 paar tepels. Vanwege de korte zoogperiode heeft een moedermuis nog een manier om haar jongen te voeden, namelijk het regurgiteren van voor verteerd voedsel. Hierdoor verbruikt ze ook minder energie in het produceren van melk. Dit regurgiteren van voorverteerde zaden start op de dag van de geboorte van de jongen. De moeder zet haar neus op het bekje van de jongen of likt aan hun bekje. Als reactie doen de jongen hun bekje open en geeft de moeder het voedsel op.

Het aantal keren dat de moeder voedsel opgeeft is het grootst tussen dag 1 en 4. Tussen dag 5 en 8 gaan de jongen zelf hun moeder stimuleren om voedsel op te geven door aan de bek van hun moeder te likken.

Behalve het zogen en opgeven van voedsel verzorgt de moeder haar jongen ondermeer door ze te wassen, ze warm te houden door op ze te gaan liggen en, alvorens het nest te verlaten, ze af te dekken met materialen en ze op te warmen door er een tijdje op te liggen. De jongen bewegen daarna nauwelijks tot hun moeder weer terugkomt. De intensiteit van deze moederzorg begint af te nemen vanaf dag 5. Na dag 8 neemt de moederzorg nog verder af en na 13 dagen wordt het bijna niet meer gezien.

Met 9 dagen hebben de jongen een volledige vacht en kunnen zichzelf goed warm houden. Met 13 dagen gaan ze zichzelf wassen en met 16 dagen verlaat de moeder haar jongen.

Veel jongen vallen ten prooi aan roofdieren en worden vaak niet ouder dan 6 weken.

 

 
Dwergmuis moeder met baby   Volwassen dwergmuis met jong

terug naar begin

Wetgeving omtrent dwergmuisjes in Nederland

Dwergmuizen zijn een inheemse soort in Nederland. Deze diertjes vallen dan ook onder de Nederlandse flora- en faunawet. Deze wet beschermt in- en uitheemse diersoorten, wat betekent dat je deze dieren niet mag verstoren, vangen, doden enz. Er zijn echter uitzonderingen en de Dwergmuis is daar een van. Deze diertjes mogen wel in gevangenschap gehouden worden, mits je kan bewijzen dat het om in gevangenschap gekweekte dieren gaat. Klik hier om naar de site het ministerie van LNV te gaan. Hier staat een brochure waar in staat welke zoogdieren mogen worden gehouden en verhandeld, mits het aantoonbaar gefokte dieren zijn.

Bij de aankoop van deze muisjes dient er dan ook een overdrachtsverklaring meegegeven te worden aan de koper en de verkoper dient zelf ook een kopie te houden. Een overdrachtsverklaring kan heel simpel zelf gemaakt worden. Het dient alleen als bewijs dat de diertjes in gevangenschap zijn gekweekt. Klik hier voor een voorbeeld van een overdrachtsverklaring die ik gebruikte.

terug naar begin

Huisvesting

 

Het best zijn ze te huisvesten in een hoog terrarium (zie foto) met veel verticale klimgelegenheden. Als bodembedekking kan zand of kleine beukensnippers worden gebruikt. Er kunnen ook nog bladeren, gedroogd gras of riet op de bodem worden gelegd, zodat de dwergmuisjes zelf een bolnestje kunnen maken. Kant en klare nestjes in de vorm van opgehangen hooibollen of kokosnoten, kunnen ook goed als nestje voldoen. Een opgehangen bloempot of bolvormige hooiruif zijn ook goede nestgelegenheden. De muisjes bouwen hier dan zelf een nestje in. Zorg in ieder geval voor minstens 2 nestgelegenheden per muisje.

De muisjes kunnen worden gehouden in een koppeltje (een man en een vrouw). Denk er hierbij aan dat de natuurlijke territoria vrij groot zijn en dat het vrouwtje het mannetje wegjaagt. Het terrarium moet dus voldoende groot zijn voor de diertjes om elkaar te kunnen ontlopen.

In de literatuur staat dat grote groepen van één geslacht ook vreedzaam kunnen samenleven. Er wordt alleen niet genoemd hoe groot die groepen minimaal moeten zijn. Het moet hierbij wel om dieren gaan, die van jongs af aan al bij elkaar zitten. Als de groep niet groot genoeg is, treedt er een dominant dier naar voren en gaan de muisjes vechten. Het voordeel van alleen mannen of alleen vrouwen houden is dat er dan geen jongen geboren worden en er niet steeds naar een nieuw tehuis voor de jongen hoeft worden gezocht.

 

Dwergmuizenterrarium

terug naar begin

Verzorging & hanteren

Dwergmuizen vragen niet veel verzorging. Op tijd het water en voer verversen is eigenlijk het belangrijkst. Bij het verversen van het voer is het wel belangrijk, dat de bakjes regelmatig worden afgewassen. De muisjes doen namelijk vaak hun behoefte in de voerbakjes. Het verschonen van het hok hoeft niet, zoals bij de meeste knaagdieren, elke week te gebeuren. Deze kleine muisjes maken niet veel vies, en stinken ook bijna niet. Als de bak schoongemaakt wordt is het wel belangrijk de takken, nestjes e.d. goed te controleren. De muisjes zetten constant urinespoortjes uit om hun territorium af te bakenen. Het kan dus nodig zijn takken e.d. af en toe te vervangen als ze erg vies worden.

Het hanteren van deze diertjes is niet eenvoudig. Ze zijn erg klein en snel. Iemand die gewend is muizen te hanteren, kan ze bij de staart oppakken. Ze klimmen echter direct via hun eigen staart omhoog en kunnen hard bijten. Laat ze dus niet van schrik los. Het best kan de tijdelijke bak in of boven het terrarium worden gehouden bij het verplaatsen. Mocht een diertje toch vallen, komt hij in de bak terecht en niet op de grond. Mocht er een diertje toch in de kamer terechtkomen, dan kan deze vrij gemakkelijk worden teruggevangen met een kunststof (levende) muizenval. Leg een stukje fruit in de val en plaats deze langs de muur.

Door niet zo ervaren mensen kunnen de dieren ook in een kokertje gevangen worden. Plaats het kokertje in het verblijf en probeer de muis er in te drijven. Sluit dan de openingen af met de handen en pak de koker op. Plaats de koker in het nieuwe verblijf en laat de muis weer vrij. Als de koker doorzichtig is, kan op die manier ook het geslacht bepaald worden.

 

 

Jong volwassen dwergmuisjes

terug naar begin

Voeding

Dwergmuisjes eten voornamelijk zaden, granen, bessen, fruit en insecten. Kleine zaden en granen zijn het meest geschikt voor deze diertjes, zoals onkruidzaad, wildzangzaad en tropisch zaad. Daarnaast moet hun dieet worden aangevuld met universeelvoer voor vruchten- en insectenetende vogels en kleine insecten, zoals buffalowormen en kleine krekeltjes. Het water kan aangeboden worden in een drinkfles. In het geval van een flesje met een kogeltje, neem dan het kleinst mogelijk flesje (in een klein flesje "drukt" het water niet zo hard op het kogeltje en kunnen ze het verplaatsen).Het water kan ook in een vogelfonteintje op een steen worden gezet. Omdat de dieren een zeer snelle stofwisseling hebben moeten ze altijd kunnen beschikken over water en voedsel!

 

Dwergmuis drinkt uit flesje

 

Dwergmuis eet van zaadjes

terug naar begin

Fokken

In het stuk over de dwergmuisjes in het wild is de voortplanting van deze muisjes al uitgebreid aan bod geweest. In gevangenschap kweken de diertjes ook vrij makkelijk. Maar ook hier zal het vrouwtje het mannetje direct verjagen. Wanneer de muisjes zelfstandig zijn, is het noodzakelijk de diertjes uit het verblijf te vangen en apart te huisvesten. De vraag naar dwergmuisjes fluctueert nogal, dus het is soms moeilijk een nieuw tehuis voor de jonge dieren te vinden.

terug naar begin

Literatuuropgave

  • Corbet, G.B. & Southern, H.N. (1977). The handbook of British mammals. London: Blackwell scientific publications.

  • Grezimek, B. e.a. (1974). Het leven der dieren. Encyclopedie van het dierenrijk, deel XI: zoogdieren 2. Utrecht/Antwerpen: Het spectrum.

  • Alderton, D. (1996) Rodents of the World. New York: Facts on file inc.

  • Ishiwaka, R. & Môri, T. (1998). Regurgitation feeding of young in harvest mice, Micromys minutus (rodentia: muridae). Journal of Mammalogy, 79:1191-1197.

  • Ishiwaka, R. & Môri, T. (1999). Early development of climbing skills in harvest mice. Animal behaviour, 58:203-209.

  • Roberts, S.C. & Gosling, L.M. (2004). Manipulation of Olfactory Signalling and Mate Choice for Conservation Breeding: a Case Study of Harvest Mice. Conservation Biologiy, Volume 18, No. 2: pages 548-556.

  • Bence, S.L., Stander, K., Griffiths, M. (2003) Habitat characteristics of harvest mouse nests on arable farmland. Agriculture, Ecosystems and Environment 99: 176-186.

  • Lange, R. e.a. (2003). Zoogdieren van West-Europa. Zeist: KNNV Uitgeverij.

terug naar begin

Met dank aan: Suzanne Bulder, Tim de Boer en Léon Westerd.

Start | Kleurmuizen | Muizen info | Afr. dwergmuis | Dwergmuis | Wilde muizen | Genetica | Andere dieren | Links

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 15-02-2009

© Mimosa muizen, de tekst en foto's op deze website mogen niet gebruikt worden zonder toestemming van de website eigenaar.