![]() |
|
|
Basis genetica | Fenotype en genotype | Homozygoot en heterozygoot | Dominant, Recessief en co-dominant | Drager | Lethaal | Kruisingen | Verklaring genen | Aftekeningen | Vachtstructuren | Effen | De uitzonderingen | Ticking | Uitmonstering | Overige C genen
Kleuren, uitmonstering, aftekening en vachtstructuren Kleurmuizen, de naam zegt het al zijn er in vele kleuren, uitmonsteringen en aftekeningen. Ook kunnen ze verschillende vacht type hebben, van lange haren tot mooie krullen. De genetica achter alle deze kleurtjes en vachtjes is nog knap ingewikkeld! Op deze pagina is geprobeerd om een zo’n simpel maar volledig mogelijke samenvatting te geven over de genetica. Om het ontstaan van de verschillende kleuren te kunnen begrijpen en te kunnen voorspellen wat voor kleuren er uit bepaalde combinatie komen is een basis kennis over genetica nodig. Hieronder een korte cursus genetica. Het erfelijke materiaal ligt bij muizen net als bij andere dieren en planten in de celkern. In de celkern liggen de chromosomen die de erfelijke informatie van de muis bevatten. Muizen hebben net als mensen 46 chromosomen. Deze chromosomen komen in paren voor een muis heeft dus 23 chromosomen paren. De chromosomen van één paar zijn gelijk aan elkaar, ze bevatten genen over dezelfde erfelijke eigenschappen. Het bekendste chromosoompaar zijn de geslachtshormonen, x en y. Een klein stukje van een chromosoom noemen we een gen. Dit gen bevat informatie over één erfelijke eigenschap, bijvoorbeeld de oogkleur of vachtkleur. De genen van een genenpaar worden een allelen genoemd. Voor elke eigenschap kunnen er dus meerdere allelen bestaan. Bijvoorbeeld een allel voor rode ogen en een voor zwarte ogen. Bij muizen is er niet één gen dat de kleur bepaald maar 5. Namelijk het A, B, C, D en P gen. Dit zorgt ervoor dat er heel veel verschillende combinaties mogelijk zijn en er dus ook veel verschillende vachtkleuren zijn. Daarnaast zijn er ook nog verschillende genen die aftekeningen en vacht structuur bepalen. Niet alle erfelijke eigenschappen zijn terug te zien in een muis. Het uiterlijk van de muis, dus alle zichtbare eigenschappen worden het fenotype genoemd. Alle erfelijke eigenschappen die in de celkern van de muis aanwezig zijn worden het genotype genoemd. Het fenotype en het genotype kunnen dus van elkaar verschillen. De genen van muizen komen in paren voor bestaande uit twee allelen. Het gen voor bijvoorbeeld oogkleur heeft allelen voor rode en zwarte ogen. Als een muis een genen paar heeft met twee allelen voor rode ogen noemen we deze muis homozygoot (homo = hetzelfde) voor de eigenschap oogkleur. Als een muis een genen paar heeft met één allel voor rode ogen en één allel voor zwarte ogen, noemen we deze muis heterozygoot (hetero = verschillend) voor de eigenschap oogkleur. Dominant, recessief en co-dominant Muizen kunnen homozygoot of heterozygoot voor een bepaalde eigenschap zijn. In het vorige stukje hebben we gezien dat een muis heterozygoot kan zijn voor de eigenschap oogkleur. De muis heeft een allel voor rode en een allel voor zwarte ogen. Er komt echter maar één allel tot uiting in het fenotype, dit is het dominante allel. Het andere allel is het recessieve allel en komt niet tot uiting als het andere allel van het genenpaar een dominant allel is. Het recessieve allel komt alleen tot uiting als er geen dominant allel in het genen paar aanwezig is. In het geval van oogkleur is het allel voor zwarte ogen dominant en het allel voor rode ogen recessief. De muis heeft dus zwarte ogen. In hele uitzonderlijke gevallen komen beide genen tot uiting en ontstaat er een combinatie, het allel dat naast een ander dominant allel altijd tot uiting komt in het fenotype, wordt co-dominant genoemd. Als het genotype van een muis heterozygoot is voor de eigenschap oogkleur, is alleen het dominante allel zichtbaar in het fenotype; de muis zal in dit geval zwarte ogen hebben. In zijn genotype is wel het recessieve allel (rode ogen) aanwezig. We noemen deze muis dan een drager van het recessieve allel, in dit geval drager van de eigenschap rode ogen. Aan het fenotype van de muis kan echter niet worden afgeleid of een muis een drager is. Sommige allelen bij muizen zijn in homozygote vorm lethaal (dodelijk). Dit wil zeggen dat een muis met twee van deze allelen zullen overlijden. In de meeste gevallen zal de muis niet eens geboren worden en tijdens de zwangerschap weer door het lichaam van de moeder muis opgenomen worden. In een bijzonder geval ligt het lethale allel op het x-chromosoom waardoor niet alleen de homozygote vrouwtjes maar ook alle mannetjes na een aantal weken komen te overlijden. KruisingenAls twee muizen met elkaar gekruist worden, geven de ouder dieren ieder de helft van hun chromosomen paren met erfelijke eigenschappen mee aan hun nakomelingen. Elk muisje uit het nest krijgt dus één chromosoom van de vader en één van de moeder, zodat er 23 nieuwe paren ontstaan. Het is mogelijk om te bekijken welke eigenschappen de nakomelingen mee krijgen. Bij het volgende voorbeeld wordt er weer gekeken naar de eigenschap oogkleur. Hierbij is één genen paar betrokken. Bij kleuren zijn in veel gevallen meerder genenparen betrokken, dit is dan ook een stuk ingewikkelder. Om makkelijk te beginnen gebruiken we in dit voorbeeld twee muizen waarvan de één homozygoot is voor zwarte ogen en de ander homozygoot is voor rode ogen. De dominante allel wordt aangegeven met een hoofdletter (bijv. A) en de recessieve allel met dezelfde kleine letter (bijv. a). Om overzichtelijk te maken hoe de nakomelingen eruit komen te zien, wordt er gebruik gemaakt van een kruisingsschema. In een kruisschema worden de allelen uit het genotype van beide ouders tegen elkaar uitgezet. Er zijn dus uiteindelijk vier verschillende genen combinatie mogelijk.
In het boven genoemde voorbeeld ziet het kruisingsschema er ingevuld als volgt uit: Vader homozygoot dominant (zwarte ogen) AA Moeder homozygoot recessief (rode ogen) aa
De genotype van de nakomelingen is (100%) heterozygoot en dus dragers van het allel rode ogen. Het fenotype van de nakomelingen is zwarte ogen. Wanneer deze nakomelingen met elkaar worden gekruist ontstaat de volgende kruising: Vader heterozygoot (zwarte ogen en drager rode ogen) Aa Moeder heterozygoot (zwarte ogen en drager rode ogen) Aa
De genotype van de nakomelingen zijn als volgt te verdelen: 25% is homozygoot dominant (zwarte ogen), 50% is heterozygoot (zwarte ogen en drager rode ogen) en 25% is homozygoot recessief (rode ogen). Het fenotype van de nakomelingen ziet er als volgt uit: 75% zwarte ogen en 25% rode ogen. Wanneer we een heterozygote nakomeling uit de eerste kruising weer terug kruizen op de homozygoot recessieve moeder, ontstaat de volgende kruising: Vader heterozygoot (zwarte ogen en drager rode ogen) Aa Moeder homozygoot recessief (rode ogen) aa
De genotype van de nakomelingen is dan als volgt verdeeld: 50% heterozygoot (zwarte ogen en drager rode ogen), 50% homozygoot recessief (rode ogen). Het fenotype van de nakomelingen ziet er als volgt uit: 50% zwarte ogen en 50% rode ogen. De verschillende genen De vachtkleur van muizen ligt vast op 5 verschillenden genen. Deze genen worden in het onderstaande stuk beschreven. Hoofdletter is dominant (A) Kleine letter is recessief (a) De allelen staan gerangschikt van dominant naar recessief.
Enkele kleuren en hun genen
* = a of A ** = het is niet geheel duidelijk welke genen wit do veroorzaken. Ontbreekt er nog wat of zie je iets wat niet klopt, mail me dan zodat ik mijn stukje aan kan vullen of verbeteren! Literatuur
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 15-02-2009
© Mimosa muizen, de tekst en foto's op deze website mogen niet gebruikt worden zonder toestemming van de website eigenaar.