20 juli - 11 augustus 1947

de 14e cie tijdens de eerste politionele actie

Op 25 juni '47 wordt de cie. verplaatst van de kazerne Koningsplein in Batavia naar Bandoeng als voorbereiding op de 1e politionele actie. De volgende dagen zijn de monteurs van de werkplaats druk bezig om het wagenpark zo goed mogelijk na te kijken. Ook worden er tussendoor nog ritten gemaakt naar Batavia.

Vanaf 20 juli , de eerste dag van de actie wordt het gehele wagenpark van de compagnie ingezet voor het vervoer van infanterie en materiaal.
Tijdens deze transporten gaan er twee bergingssectie 's mee ter ondersteuning. Elke sectie bestaat uit een breakdown en een driekwarttonner met gereedschap en monteurs. Hun taak is om de wagens zoveel mogelijk draaiende te houden , of anders met de breakdown op sleeptouw te nemen. In het uiterste geval dient gestrand materiaal aan de kant gedumpt te worden om zo de wegen vrij te houden voor de opmars van het Nederlandse leger.

Het eerste convooi dat mede door de 14e cie. wordt verzorgt is die van de opmars van Bandoeng naar Cheribon op 22 juli. In totaal 2300 trucks , pantserwagens en jeeps trekken in een lange colonne op in de richting van Cheribon. Onderweg moet veelvuldig worden gestopt doordat de troepen vooraan verzet moeten breken van TNI - ers. Ook hebben de chauffeurs veel last van landmijnen en vliegtuigbommen in de weg , die nog niet zijn geruimd , maar met linten zijn gemarkeerd. Op zulke plaatsen moet met de grote wagens voorzichtig worden gemanoeuvreerd.
Aan het eind van de dag komt het convooi tot stilstand voor twee vernielde bruggen. Door de genie wordt de hele nacht doorgewerkt om bailley - bruggen te leggen.
Op 23 juli wordt 's middags de stad Cheribon bereikt. Vlak voor Cheribon treft het convooi hevig verzet van de TNI , dat door artillerievuur wordt gebroken , maar in de stad zelf is het vrij rustig , de aanwezige TNI - ers zijn gevlucht. Wel raakt Cheribon de komende dagen overvol met legervoertuigen , het ene convooi na het andere bereikt de stad

Op 26 juli trekt de 14e cie. 's ochtends vroeg verder langs de kust van Java in de richting van Tegal. Op deze tocht hebben de chauffeurs veel hinder van boomversperringen
Daarna gaat het dwars over Java , door de bergen naar het zuiden , naar Tjilitjap. In deze stad bevindt zich de belangrijkste marinehaven van de Indonesiers.
Een groot deel van de bevolking is in de voorgaande dagen de stad ontvlucht uit angst voor gevechten tussen de Nederlanders en de TNI. Wanneer de 14e cie. de stad binnentrekt keren veel van die vluchtelingen weer terug. Door de overvolle wegen geeft dit veel oponthoudt voor het convooi. Verscheidene Indiers liften mee op de wagens van de cie.

Na een dag vertrekt de 14e cie. weer uit Tjilitjap en gaat het weer terug richting Tegal. Deze keer raakt de cie. nogal achterop bij de hoofdcolonne vanwege enkele trucks met pech.
Hierdoor stuit men onderweg op een vernielde brug , na het passeren van de hoofdmacht opgeblazen. Doordat het convooi slechts enkele tientallen militairen ter ondersteuning heeft , is dit een angstige onderbreking van de tocht. De kali blijkt echter niet al te diep en het lukt de mannen van de 14e cie. om het gehele wagenpark door het water naar de overkant te brengen , waarbij de zware breakdown nog een wagen op sleeptouw heeft. Door dit alles is het convooi nog verder achterop geraakt , maar inmiddels zijn er van de hoofdmacht twee wagens teruggekeerd om hulp te bieden en loopt het goed af.

Na een kort verblijf in Tegal gaat de cie. op 7 augustus opnieuw met een convooi op weg , deze keer in oostelijke richting via Pekalongan naar de havenstad Semarang. Na een kort verblijf in een gebouw aan de Bodjong , de hoofdstraat van Semarang , wordt de 14e cie. op 11 augustus gelegerd in de BAT - fabriek , aan de rand van de stad. Deze fabriek is een voormalige tabaksfabriek van de Britisch - American Tobacco. Het zal tot aan de tweede politionele actie in december 1948 het onderkomen van de 14e cie. worden.