|
|
----------------------------------- Compagnie's orgaan van 14 A.A.T. 58e jaargang nr. 2 |
Reuniecommissie 14 AAT:
Voorzitter
/ W.F.
Stork M.L.
Kinglaan 26 5051 KJ Goirle tel. 013-5347108
penningmeester
Secretaris A. van Vliet Veenoord 356 3079 NM Rotterdam tel. 010-4833589
redacteur T. de Jong S. de Grootstraat 9 8495 SC Aldeboarn tel. 0566-631731
Betalingen : giro 3531757 t.n.v. penningm. RC 14AAT Goirle
1946
2006


Beste lezers en lezeressen ,
Dit
jaar zijn er 3 i.p.v. 4 Bergjagers gemaakt door mij.
Voor 2006 is dit de laatste, maar dan wel een speciale, ik heb er nl. een
dubbeldik nummer van gemaakt, een soort jubileum BJ.
Van
een aantal AAT-ers heb ik hun herinneringen aan de 14e Cie AAT op
papier gezet en het resultaat is deze Bergjager geworden.
Dit
omdat het belangrijk is dat jullie verhaal blijft voortleven.
Verder
nog een bijdrage van Wim Stork, onze altijd actieve en enthousiaste voorzitter,
die hiermee het jaar 2006 wil afsluiten.
Tot
slot wensen Lia en ik jullie fijne feestdagen en een gelukkig 2007 toe.
Tom
Verrukkelijk
Bestaat
december uit l’amour?
Of
is het feesten en bravoure?
We
starten die maand met Sinterklaas
En
geven cadeaus met wild geraas
Dan
komt Kerst, een volgend feest
Daarvan
houden we het meest
Een
ieder heeft zijn fantasie in een droom
Hoe gaan we het doen met de kerstboom?
Tot
slot, vrienden en vriendinnen, de laatste dag
Wij
wensen elkaar met een drankje en een lach
Een
goede gezondheid en veel geluk
En
dat vinden wij nou zo verrukkelijk
De
reüniecommissie van de 14e Cie AAT wensen U allen fijne,
gezellige
Kerstdagen en een heel gezond 2007.
Arie,
Tom en Wim
Beste vrienden en
vriendinnen,
Het is inmiddels al weer 3 maanden terug dat we de
reünie hadden en het bestuur denkt al weer aan de volgende gelegenheid.
Het was voor ons een waar genoegen weer opnieuw een
gezellige reünie te mogen organiseren en we zijn U bijzonder dankbaar voor de
vele reacties welke wij hebben mogen ontvangen.
Enkelen van U hebben ons verzocht de reünie op een
andere dag te prikken. Wij dachten dat vrijdag een geschikte dag zou zijn
i.v.m. de verkeersdrukte, dat is kennelijk toch tegengevallen. Wij hadden de
indruk dat iedereen toch tijdig aanwezig was.
Misschien kunnen we proberen op woensdag of
donderdag. Hoe en wat ook, wij zorgen er voor dat U tijdig geïnformeerd wordt.
I.v.m. de vakanties wordt het in ieder geval wel weer de maand september.
Het jaar is bijna ten einde. Helaas hebben wij
afscheid moeten nemen van vrienden van 14 AAT, te weten Bert Reijnen, Kees Pot
en Fred Schutte.
Gedurende de komende dagen denken wij aan hen en de
nabestaanden.
Wij allen weten nog dat 14 AAT een sterkte had van
350 man en als we dan kijken naar onze reünies zijn we nog maar met een klein
aantal.
Tijdens de reünie met de boottocht in Arnhem hadden
we dik 300 man.
Weten jullie nog dat er een boot van de
marechaussee achter ons aan kwam? De kapitein van onze boot vertelde mij dat de
heren nieuwsgierig waren. Zij wilden wie en wat ze aan dek hadden. We moeten
het toch wel erg bruin gebakken hebben tijdens onze tropenjaren.
Gelukkig hebben wij nog steeds behoefte om oude
herinneringen op te halen en er een gezellige dag van te maken. Nu kunnen we
het nog doen.
Laten we hopen dat al de vrienden en vriendinnen,
die verhinderd waren tijdens de laatste reünie, volgend jaar wel bij ons
aanwezig kunnen zijn.
Arie van Vliet, Tom de Jong en Wim
Stork.
60 jaar 14e Cie.
AAT
Aanleiding
om in deze Bergjager een aantal herinneringen te plaatsen van enkele AAT-ers.
Al
met al is deze Bergjager geheel gewijd aan de jarige 14e Cie,
vandaar deze keer geen vervolg op de serie “scheepspraet”.
Eerst
eens wat cijfertjes:
14
AAT heeft in Indie
Dit
is volgens de officiele opgave, in de chinese papieren
kan het wel eens meer zijn.
In
de drie tropenjaren heeft 14 AAT
De
samenstelling van 14 AAT was op 5 oktober 1946 als volgt:
Offn Ooffn Kpls sld 1 sld tot.
A-plt. -
7
6
1 39 53
B-plt. - 6 7
2 46 61
C-plt. - 6 6 - 44 56
Wkpl 1 5 3 4 35 48
----
---- ----
---- ---- ----
Totaal 6
30
29 7 183 255
De levensloop van 14 AAT
(uit AAT liedjes)
Zestig
jaar geleden, een heugelijke dag,
was
het dat 14 AAT voor het eerst het leven zag.
Officieren
stonden aan de wieg,
een
majoor zei:”dat wordt een flinke baby, als ik me niet bedrieg”.
De
baby, hoe jong deze ook was,
zat
vol streken, dat bleek alras.
De
majoor van der Put, die voor de opvoeding zorg moest dragen,
bezorgde de baby heel wat zware dagen.
Veel
moest de baby exerceren,
en
zelfs met een geweertje spelen leren.
Na
dit te hebben gehad, mocht hij voor het eerst op pad.
Toen
werd de baby de luier afgedaan.
En
dit was het begin van zijn bestaan.
Als
jongeling was hij al spoedig wijs
en
ging dan ook voor het eerst op reis.
Auto
rijden was zijn begeren,
en
hij ging naar Haarlem om dit te leren.
Nu
was de jongen in zijn sas
en
leerde het rijden alras.
Hij
kreeg ook weldra G.M.C.’s.
Toen
begon voor hem de grote race.
Nu
ging hij rijden van oost naar west.
Jongens,
dat beviel hem opperbest.
Nu
wist heel Holland, het is gebleken
van
14 AAT mee te spreken.
Overal
waar hij was beland
ging een ieder aan de kant.
Een
lichtzuil die niet uit wou wijken
moest aan de gevolgen bezwijken.
Met
wagen en al ging hij de kruidenier met een bezoek vereren.
En
ook de burgemeesterkon zo’n visite noteren.
Ook
zat hij vol kwajongensstreken,
daar weet de Haarlemse politie wel van mee te spreken.
Daarna
begon men over zijn toekomst te praten.
En
men had al heel vlug in de gaten,
dat
hij in de tropen moest gaan opreren.
Hoe,
dat zou de toekomst leren.
Eerst
werd hij nog naar Leeuwarden getransporteerd,
waar hem het nodige over Indie werd geleerd.
Hier
moest hij ook heel wat verduren,
daar de dokter hem het leven kwam bezuren.
Met
grote naalden werd hij beurs geprikt.
Dit
moest, wilde hij voor de tropen zijn geschikt.
Ook
hier maakte hij zijn naam berucht.
Al
was het alleen maar door die dobberklucht.
Na
aan alle eisen te hebben voldaan,
kon
de reis weer verder gaan.
In
Amsterdam werd hij voor de laatste maal in Holland opgesteld.
En
beklom daarna als MAN de “Johan van Oldebarneveld”.
Toen
de boot in al zijn voegen begon te beven,
begon voor hem de grootste reis van zijn leven.
Dertig
dagen duurde zijn overtocht.
En
heus, er mag op worden gepocht,
hij
gedroeg zich keurig en net.
En
werd op 5 november in Priok aan de wal gezet.
Historie 14e Cie.
AAT
(Door Wim Stork, geschreven
in 1996)
De
vijf jaren onderdrukking zijn ten einde.
Het
Nederlandse volk gaat zich inzetten voor de wederopbouw van het vaderland.
Velen
realiseren zich dat er vele landgenoten in Nederlands Indie nog niet in
vrijheid leven zoals elk ander hier.
In grote getale melden zich vrijwilligers voor uitzending naar Nederlands Indie voor
het brengen van VREDE, ORDE en RUST.
Politiek
Den Haag zit echter met de handen in het haar want er zijn geen mensen om de
vrijwilligers op te leiden. Er is maar 1 oplossing: het dienstplichtig
kader oproepen voor de opleiding.
Al
snel is men er achter gekomen dat alleen die O.V.W.-ers
niet voldoende zijn.
Opnieuw
wordt de dienstplichtwet ingesteld en jonge jongens worden opgeroepen voor
uitzending naar Nederlands Indie.
Januari
1946 komen de eerste oorlogsvrijwilligers de kazernepoorten binnengelopen.
Voor
velen is de bestemming de Cavaleriekazerne te Breda.
Zes
weken duurt de opleiding en op 23 maart 1946 wordt de 14e Cie. Aan
en Afvoertroepen (
Na
de oprichting wordt de Compagnie overgeplaatst naar de Ripperda-kazerne te
Haarlem voor het opdoen van rijervaring en zo nodig een rijopleiding.
Wanneer
dit alles geregeld is worden de militaire voertuigen overgenomen. Een ieder
krijgt een G.M.C. op naam. Jongens, wat zijn dat grote bakken! Er wordt ook
even bijverteld dat de voertuigen goed in orde gemaakt moeten worden omdat deze
wagens mee naar Indie zullen gaan.
Helemaal
niet dus. En een ieder heeft nog zo z’n best gedaan!
Plots komt er een order uit dat alle voertuigen moeten worden overgedragen. Dit
gebeurt ook, echter dan wel in die staat zoals ze ontvangen zijn.
Kort
daarop vertrekt de Compagnie naar de Frederik Hendrik-kazerne te Leeuwarden. De
Compagnie gaat voor enkele weken in quarantaine en de jongens worden
volgespoten met allerlei antistoffen tegen enge tropenziektes.
De
4e oktober 1946 is het dan zover.
Al
in de vroege morgenuren, met de plunjezak op de nek, lopen naar het station en
dan met een enkeltje heen naar Amsterdam.
Daar
ligt de machtige “Johan van Oldenbarneveld” gereed om o.a. de 14e
Cie. A.A.T. even naar Indie te brengen.
In
de late middaguren worden de trossen los gesmeten en daar gaat de Compagnie.
Vier weken duurt de reis en op 5 november zetten we voet aan wal in Tandjong
Priok.
In
vrachtwagens naar Batavia waar we gelegerd worden in het paleis van Justitie in
de benedenstad.
Na
een paar week verhuizen we naar het Koningsplein. Hier wordt de Compagnie
voorzien van de nodige voertuigen, o.a. de Chevrolets, de zgn. dump en verder
waterwagens, kraanwagens, jeeps en Harley Davidsons.
Jammer
voor het B-peloton, er zijn niet genoeg voertuigen. Hoewel, jammer?
Geen
probleem, want het B-peloton gaat voor een paar maanden naar Medan op Sumatra
en wordt daar ingedeeld bij 23 AAT.
Eind
mei 1947 komt het peloton, na een zeer avontuurlijke reis, weer terug in
Batavia en wordt ook uitgerust met het nodige materiaal.
De
Compagnie moet zich in deze periode gereed gaan maken voor vertrek naar
Bandoeng, waarna op 20 juni de zgn. eerste politionele actie wordt gestart.
Na
drie weken met weinig slaap, amper eens goed gewassen en levend van
noodrantsoenen, komt de Compagnie in Semarang aan alwaar gelegerd wordt in de
fabriek van de British American Tobacco in de benedenstad.
Van
hieruit gaan er velen voor kortere of langere tijd op detachering en worden er zeer veel
transporten voor of met andere legeronderdelen gereden.
Op
23 december 1948 begint dan de tweede politionele actie. De gehele Compagnie
gaat uit elkaar en wordt ondergebracht bij diverse
andere onderdelen. Na enkele weken wordt ook deze actie beeindigd.
Het
A-peloton blijft in Djocja, het B-peloton in Solo, het C-peloton in Magelang en
de staf met de werkplaats zoeken hun heil in Salatiga.
Vanuit
deze plaatsen worden ook vele transporten gereden, vaak met veel vijandelijk
kontakt.
Inmiddels
zijn er zo’n drie jaar verstreken in de tropen en gaat
het gerucht dat 14 AAT weldra
terug gaat keren naar Holland.
En
ja hoor, wagens inleveren, gauw inkopen doen voor thuis. Begin oktober 1949
gaat men vanuit de haven van Semarang met een LST landingsboot naar Tandjong
Priok en vandaar weer naar Batavia, maar nu voor maar enkele dagen.
Eindelijk
is het dan zover en gaat de 14e Cie AAT naar huis met het
troepen/hospitaalschip “Grote Beer”.
Helaas,
zes van hen mogen deze thuisreis niet meemaken.
OPDAT
ZIJ MET EERE MOGEN RUSTEN
ONDERSTAANDE
VIJF PERSONEN LIETEN HUN LEVEN
TIJDENS HUN VERBLIJF IN INDIE.
Hun graf bevindt zich op het ereveld
Candi in Semarang op Java
Sldt. J. Strik * 02-08-'16
+ 10-09-'47
Srgt. W. Withoos *26-08-'02 +
19-10-'47
Sldt. 1e kl. J.H. van Tongeren * 25-03-'21 + 07-11-'48
Srgt. J.R. Drost * 03-12-'25 +
29-11-'48
Sldt. 1e kl. L. Eelman
* 24-01-'25 +
31-05-'49
Tot op heden is als vermist opgegeven J. Bodt, waarvan
verder geen gegevens bekend zijn
De nageblevenen (uit AAT liedjes)
Nu Zij dood zijn
en met vergaan gelaat gekuild ,
waar niemand ooit hun stem meer hoort .
Is 't mij of ik zelf hen had vermoord ,
en haat ik mij met redeloze haat .
Zij waren nog van 't leven onverzaad ,
en ik , ik had hen niet verhoord .
Nu zijn zij dood en ik leef verder ongestoord .
En lach tot iedere nieuwe kameraad .
Vloek mij , trouweloze die geen trouw kon
schenken
aan hen . Eenzaam nu waart er ongebroken
hun ziel , langs wegen waar
wij samen reden .
Ik kan niet slapen , omdat ik moet denken
hoe jong hun lachende ogen zijn gebroken .
Die altijd keken of zij vrienden zagen .
Naar een gedicht van
Victor M . van Vriesland
Zij hebben het grootste offer gegeven voor het
vaderland.
Op
4 november 1949 arriveert de “Grote Beer” in de haven van Amsterdam. Met
autobussen worden de jongens naar huis gebracht. Na drie en een half jaar ligt
de Compagnie volledig uit elkaar. Maar niet voor lang. Enkele AAT-ers steken na
verloop van tijd de koppen bij elkaar en gaan reunies organiseren.
Hierdoor
komen om de
Inmiddels
is dit alles 50 jaar geleden gebeurt, daarom zal op 19
april 1996 een jubileum-reunie worden gehouden.
Wim Stork
Herinneringen
van Kees Kooter, geschreven in 2000 voor de kinderen van Rinus Verkade.
Rond half februari 1946 kwam ik als O.V.W.-er in militaire dienst. Ongeveer drie maand verbleven we in de cavaleriekazerne te Breda waar we onze primaire militaire training kregen zoals exercitie, wapenkennis, schieten etc.
Mei
1946 verhuisden we naar de Ripperda-kazerne in Haarlem voor onze specifieke
AAT-opleiding. We haalden daartoe zelf de ons toegewezen GMC trucks uit een
Amerikaanse legerdump op het vliegveld Deelen bij Arnhem en brachten die in
convooi naar Haarlem.
De
14e cie. AAT bestond uit een stafpeloton, een werkplaatspeloton en
drie transportpelotons (A, B, C). Het stafpeloton omvatte de organieke
diensten, zoals algemene leiding, administratie, medische afdeling, koks etc.
De
eigenlijke transportfunctie werd verricht door de A, B en C pelotons met elk
ongeveer 35 drie-tonners, een driekwart-tonner en een jeep.
Het
werkplaatspeloton moest zorgen dat de zaak draaiende bleef en was daartoe o.m.
uitgerust met twee break-downs (kraanwagens), twee gereedschapswagens en andere
specifieke middelen.
Na
enkele maanden, waarschijnlijk in augustus, verhuisden we naar Leeuwarden, waar
we op ons tropenverblijf geprepareerd werden en behalve veel informatie en
Maleise les ook de nodige injecties en vaccinaties kregen.
Voor
ons vertrek naar Indie kregen we door de gemeente een afscheidsavond aangeboden
in een plaatselijk restaurant.
Op
5 oktober 1946 werden we in Amsterdam ingescheept aan boord van het m.s. Johan van Oldebarneveld en gingen middels
een onderbreking in Southampton op weg naar Indie. Via Port Said en Suez kwamen
we op 4 november aan in Tandjong Priok, waarna we een maandje konden
acclimatiseren in het paleis van justitie in de benedenstad van Batavia. We
maakten daar voor het eerst kennis met de ons toegewezen baboe’s, die voor ons
wasgoed zorgden, de djongos die de boel schoonhielden en met de chinese eigenaar van een toko aan het Molenvliet, waar we ’s
avonds een sapje dronken.
Begin
december 1946 verhuisden we naar een school aan het Koningsplein-Oost, waarna
ik een aantal weken werd gedetacheerd (samen met Klaas Dee en Jan Westerveld)
naar de Prins Bernhardkapel die net aan een toer door Indie begon. Het gedeelte
rond Batavia, Buitenzorg, Tandjoer en Bandoeng heb ik daarvan meegemaakt.
Daarna moesten we terug naar onze compagnie want onze trucks, die nog uit
Engeland moesten komen, waren gearriveerd zodat ons eigenlijke werk kon
beginnen. Hoewel het werkplaatspeloton voor algemeen onderhoud en reparatie
zorgde, had elk transportpeloton nog een eigen monteur voor de kleinere
ingrepen. Voor het C-peloton werd deze functie aan mij en Rinus Verkade
toegewezen, wat voor ons een hele uitdaging was: de verantwoording voor meer
dan 35 voertuigen. Veel werk moest door chauffeurs en monteurs worden verzet
bij de bevoorrading van plaatsen in het binnenland en vooral voor de grote
convooien van 50 of meer trucks naar Bandoeng via de Poentjakpas, vaak onder
infanterie en pantserbescherming.
Soms
reden we ook achter de convooien mee om de boel onderweg draaiende te houden,
vaak reparerend onder het rijden met de defecte wagen in de takels van de
kraanwagen. Stilstaan was in vele gebieden levensgevaarlijk!
Tot onze zeer grote teleurstelling werden Rinus Verkade en ik, door een
plotseling optredend gebrek aan ervaren monteurs in het werkplaatspeloton, in
het voorjaar van 1947 daarbij ingedeeld.
Ter
compensatie werd ik tot korporaal en Verkade tot soldaat 1e klasse
bevorderd, wat voor ons een schrale troost was. We hadden in onze zelfstandige
positie zoveel geinvesteerd!
Rond
juli 1947 verhuisden we naar Bandoeng ter voorbereiding van de 1e
politionele actie. Deze begon op 20 juli 1947 waarbij de hele compagnie was
ingezet voor het vervoer van infanterie en materiaal. Verkade en ik waren
ingedeeld bij een van de twee bergingssectie’s, elk bestaande uit een break-down en een driekwart-tonner met monteurs. De opdracht
was, alle problemen zo snel mogelijk (eventueel provisorisch) op te lossen. Als
dat niet mogelijk was dan defecte wagens te slepen of in de kant te dumpen
zodat de weg vrij bleef voor de opmars. Honderden trucks, pantserwagens en
jeeps trokken in een lange colonne van Bandoeng in de richting Cheribon. Soms
langzaam, soms stilstaand als de troepen vooraan verzet van de TNI moesten
breken. Ook lagen er veel landmijnen en vliegtuigbommen in de weg, door gebrek
aan tijd alleen maar gemarkeerd met linten, waar we voorzichtig met onze grote
voertuigen tussendoor moesten zigzaggen. Even voor Soemedang zagen we de eerste
gesneuvelde TNI militairen langs de weg liggen. Dagenlang werkten, woonden,
aten en sliepen we in de driekwart-tonner; een kleine ruimte voor zes man en
(aanvankelijk) nog een aap! In de buurt van Cheribon kregen we de schrik van
ons leven toen plotseling onze eigen artillerie, zonder waarschuwing, vlak over
onze hoofden heen de vijand begon te beschieten. Na een onderbreking in
Cheribon trokken we verder langs de kust naar Tegal, om vandaar dwars over Java
door de bergen naar het zuiden door te steken, naar Tjilatjap. Dit was de
voornaamste marinehaven van de Indonesiers, waarvan de bevolking, bang voor
gevechten tussen ons en de TNI, aanvankelijk op de vlucht was geslagen, maar
gelijktijdig met ons geleidelijk weer terug kwam. We konden ons slechts
langzaam voortbewegen tussen een oneindig lange stoet van mensen die hun
bezittingen met zich meesjouwden. Velen liften op onze wagens mee en rokkten
onze sigaretten!
Na
ongeveer een dag gingen we weer terug naar het noorden, terug naar Tegal. Door
een aantal trucks met pech, kregen we wat achterstand op de hoofdcolonne. In de
loop van de middag stuitten we plotseling op een vernielde brug over een
riviertje, welke dus na het passeren van de hoofdmacht opgeblazen was. We waren
slechts met enkele tientallen militairen met een zeer beperkte bewapening.
Gelukkig was het riviertje niet te diep en waren er rotsblokken en keien in de
buurt, waarmee we een dam konden bouwen. Terwijl de ene helft sjouwde en bouwde
speurde de andere helft de omgeving af naar onraad. Het had nog heel wat voeten
in de aarde voordat de zware break-down met nog een truck in de takels over de
rivier was. Het begon ook al aardig donker te worden toen we de zaak geklaard
hadden en weer op weg konden gaan, zij het met veel meer achterstand dan we al
hadden. Inmiddels had echter de hoofdmacht ons gemist,
want onderweg kwamen ons plotseling twee trucks met vrijwilligers tegemoet,
bren-guns en ander schiettuig wijzend in alle richtingen, om ons te ontzetten.
Op je maten kon je in die omstandigheden echt wel rekenen...!
Na
een kort verblijf in Tegal ging het verder in oostelijke richting via Pekalongan
naar Semarang. Sinds het vertrek uit Bandoeng zal het een actie van ongeveer
twee weken zijn geweest, waarbij we nauwelijks uit de kleren kwamen.
Na
een kort verblijf in een gebouw aan de Bodjong in het centrum van Semarang
werden we op 11 augustus 1947 gelegerd in het BAT-gebouw aan de buitenkant van
de stad. Dit was oorspronkelijk een tabaksfabriek van de British American
Tobacco. Na aanvankelijk erg veel werk om al het materieel weer oprationeel te
krijgen, brak een meer geregeld leven aan. Niettemin weer veel transporten, dus
ook veel reparaties met een chronisch gebrek aan onderdelen (banden,
radiateurs, ventilatorriemen, accu’s etc.), wat veel improvisatievermogen
vereiste.
We
hielden de boel draaiende en kregen geleidelijk wat meer vrije tijd zodat we
een nieuwe uitdaging konden starten: radio!
Verkade
en ik hadden beide thuis wel eens met een kristalontvanger ge-experimenteerd en
struinden nu winkeltjes en passars af naar onderdelen. Bij toeval kwamen we in
contact met de heer Reijnders, die hoofd technische
dienst van radio Semarang was.
Hij
was een Indische Nederlander, nooit in Nederland geweest, had jaren in een
Japans interneringskamp gezeten waar hij vrij veel fysieke schade had
opgelopen. Hij woonde nu met zijn Indonesische vrouw in het centrum van
Semarang. Hij had plezier in ons enthousiasme (had zelf geen kinderen), en
voorzag ons van overcomplete onderdelen va het radiostation,
die nog goed bruikbaar waren. We kwamen vaak bij hem thuis, waar hij ons
voorzag van suggesties en literatuur om ons op weg te helpen.
Al
snel hadden we onze eerste geluidsversterker in werking en draaiden
grammofoonplaten, ook gekregen van het radiostation, tijdens militaire
sportgebeurtenissen en andere festiviteiten. Al spoedig volgde de constructie
van een radiozender, zodat we ook in de ether te horen waren. Dit maakte ook
onze pelotonscommandant, luitenant van Werkhoven, dermate
enthousiast dat hij een speciaal kamertje voor onze hobby beschikbaar stelde,
waar we ons helemaal konden uitleven.
Toen
door Herman Bertholee en Paul Kipp de revue “Cocktail en Confetti” werd
georganiseerd en met vele medewerkers, waaronder
verpleegsters van het hospitaal, in de aula van de plaatselijke HBS werd
opgevoerd, werden wij gevraagd om het geluid en de lichteffecten te verzorgen,
wat we met veel plezier en inventiviteit deden. De revue was overigens een
groot succes, zowel onder de militairen als bij de burgers.
Helaas
werden deze activiteiten in december 1948 afgebroken door het begin van de 2e
politionele actie, waardoor we naar Salatiga verhuisden. Dit is een kleine
plaats in de bergen, waar het klimaat veel aantrekkelijker is dan aan de kust.
We waren gelegerd rond een manege, welke als autowerkplaats werd gebruikt,
terwijl wij zelf in de huizen rondom het terrein woonden. In het begin was er
zeer veel werk en weinig vrije tijd, maar geleidelijk aan werd het leven wat
normaler en konden we weer verder gaan met onze experimenten. We zaten wel wat
ver van Semarang, zodat we minder contact met de familie Reijnders konden hebben.
Van luitenant van Werkhoven kregen we gedaan om twee kamertjes ter beschikking
te krijgen, een als onze zit-slaapkamer en een als werkkamer. We wilden
proberen radioverbindingen over lange afstanden te maken. Veel materiaal
moesten we zelf maken, zoals zelf wikkelen van hoogspanningstransformatoren
etc. We probeerden eerst een verbinding met Djokjakarta, waar Verkade een trip
naar toe maakte ter controle en later bevestigde kapitien Paap goede ontvangst
in Batavia, een respectabele afstand. Onze plannen om te proberen ook
verbinding met Holland te maken om groeten naar het thuisfront over te brengen
hebben we helaas niet meer kunnen realiseren.
Onze
AAT activiteiten namen geleidelijk af en in de tweede helft van 1949 droegen we
ons materieel over aan de Indonesiers.
Rond
september 1949 gingen we per LST landingsvaartuig van Semarang naar Tandjong
Priok, waarna we even buiten Batavia gelegerd werden in afwachting van onze
terugkeer naar Nederland.
Op
1 oktober 1949 vertrokken we met het hospitaalschip “Grote Beer”, waar Verkade
en ik werden ingedeeld als hulp van de
scheepswerktuigkundige. Hiermee waren we vrijgesteld van andere bezigheden
zoals corvee’s etc., gaf ons voorrang bij de maaltijden en tevens een pas voor
vrije toegang op het hele schip, waar de andere militairen niet mochten komen.
Dit waren grote voordelen, in ruil waarvoor we hier en daar verlichting en
ventilatoren repareerden en periodieke controles op de scheepssystemen hielpen
uitvoeren. Heel leerzaam!
De
reis verliep voorspoedig, hoewel we in de Middellandse Zee een zware storm
kregen waardoor de meeste opvarenden zeeziek werden (wij gelukkig niet). Wij
waren enkele van de weinigen in de (deinende) eetzaal,
die anders overvol was.
Op
24 oktober kwamen we in Amsterdam aan, vanwaar verschillende bussen ons naar
diverse woonplaatsen brachten, Verkade naar Rotterdam, ik naar Den Haag. Tot
december hadden we nog verlof met vrij openbaar vervoer, waarbij we vaak samen
op stap gingen, o.a. naar Leeuwarden voor het terugbrengen van de “dobber” bij
de zaak in hengelsportartikelen, vanwaar we hem drie jaar eerder hadden
meegenomen. In december 1949 werden we gedemobiliseerd en officieel weer tot
burger verklaard.
Dit
zijn mijn herinneringen aan onze diensttijd in Indie bij de 14e cie.
AAT.
Het
bovenstaande geeft natuurlijk maar een globaal beeld van een periode, die zich uitstrekt over bijna vier jaar. Ik heb dit zo
nauwkeurig mogelijk gereconstrueerd, waarbij ik de genoemde datums deels uit de
uitgaven van de “Bergjager” heb moeten betrekken.
Ik hoop
dat dit verhaal een beeld geeft van het verblijf van ons in Indonesie.
juni
2000
Kees Kooter
Van wijlen Henk Steemers uit 1990 het volgende:
Het Begin....
De
lange reis, debarkatie in Priok, de allereerste dag in Indie, Batavia,
Benedenstad.
We
herinneren het ons allemaal, de nooit te definieren sfeer die daar in en om het
Paleis van Justitie hing. De lome warmte, de muskieten, de vreemde geluiden en
nog veel vreemdere luchtjes. En dan al dat “vreemde
volk” dat ons met behulp van hun “Koppie Es”, inclusief dagenlange goede
dysenterie al direkt met ziekenverlof probeerde te sturen.
En
voorzichtig werd dan de buurt verkend en stapten we alras
richting dichtstbijzijnde pasar waar die typische exotische sfeer heerste die
nu nog alleen voor de toeristen wordt geschapen.
De
donkere avond, warmte, flikkerende olielampen, muskieten, allerlei min of meer
aangename geurtjes en een onbegrijpelijk koeterwaals alom.
En
wat een mensen zag je er. Allemaal Javanen, Chinezen
en zelfs Brits-Indiers met grote tulbanden en nog veel meer van die Maleiers.
Maar
wij, als nieuwbakken kolonisators, kwamen niet voor nop net uit het land van
J.P. Coen en met niet veel meer kennis van hun taaltje dan “Berapa en satoe
doea tiga Toean” kwam de handel al vrij snel op gang.
En
nog zie ik steeds de eerste blikken, waar kennelijk boter in zat of gezeten had
of verondersteld werd erin te zitten, al vlug achter chinese
tafeltjes verdwijnen.
Voor
de buitenstaander klinkt dit misschien wat vaag, maar voor ons, als insiders,
was dit alles een logisch gebeuren. Wij waren tenslotte Aan en Afvoertroepen hetgeen onmiddelijk metterdaad moest worden bewezen.
De
Aanvoer kwam uit een nabij gelegen goedang die, laten we zeggen, per ongeluk
was ontdekt en de Afvoer, tja dat was dan toevallig die pasar. Zo simpel lag
dat en bewees 14 AAT vanaf het begin al dat ze slagvaardig en doeltreffend zou
functioneren.
Zo
ongeveer was die avond, in mijn herinnering althans, de eerste van de bijna 1100
avonden die nog zouden volgen.
En
elk van ons herinnert zich die avond, zo ver van huis, zoals hij alleen die
zelf beleefde. Elfhonderd dagen zouden nog volgen, een tijd waaraan ieder van
ons zijn eigen herinnering heeft, zij het wellicht hier en daar wat vervaagd.
Het Eind....
Het
eind in Indie mocht ik op een aparte manier beleven.
Terwijl
de compagnie, of wat er nog van over was, in Priok vertikaal aan boord van de
“Grote Beer” stapte was ik zo vrij als enige van 14 AAT al in Semarang mijzelf
horizontaal aan dek van dat schip te laten takelen. En dat was niet alleen
figuurlijk.
Op
een groot soort dekschuit, volgestouwd met brancards, lieve zustertjes en
getrokken door een astmatisch sleepbootje, tuften we vanuit de haven naar de
boot.
En
na een uurtje, slingerend aan de kraan tussen hemel en dekschuit, de
scheepswand soms vervaarlijk dichtbij en Semarang vaag in de verte, was het
einde van drie jaar Indie ook voor mij een feit geworden en de herinnering aan
die tijd begonnen.
Er
is veel veranderd in de jaren nadien maar ik ben er van overtuigd dat 14 AAT
voor ieder van ons onvergetelijk zal blijven, vanaf Begin tot Eind.
Henk Steemers.
Tot slot nog een belangrijke mededeling:
Zoals U ziet hebben wij ingesloten de acceptgiro
voor de contributie Bergjager en eventueel een vrijwillige bijdrage (elk bedrag
is welkom).
Wij hebben reeds Uw naam
vermeld.
Aan U om het adres en het bedrag 7,50 euro in te
vullen, en Uw handtekening!
Het adres en rekeningnummer van de penningmeester
staat er reeds op.
Beste
AAT-ers,
Ik sluit dit jubileumjaar af met een foto uit 1946, ik hoop dat jullie
hebben genoten van bovenstaande herinneringen van de 14e Cie AAT.
groeten
van Tom.
Een markant object van de Koningsplein - kazerne is het bord dat enkele
A.A.T. - ers bij de ingang plaatsen. Op dit bord staan 24 streepjes. Bij hun
vertrek uit Nederland is de 14e cie. namelijk gezegd
dat hun uitzending ca. twee jaar zal duren. Er komt dus een bord met 24 strepen
, voor elke maand een , en elke maand wordt een streep
doorgehaald tot een kruis. Achteraf blijkt dit te optimistisch te zijn. Er
zullen nog 12 strepen bij moeten voor de 14e cie. weer
naar huis kan , en dat laatste jaar zal de zwaarste en moeilijkste tijd
worden......

Bij het bord Rinus Verkade, C-peloton.