Dr. Duursma

Goeden morgen dr. Duursma , ik ontving van U bericht ,
Om eens gezellig te gaan babbelen , dus doe de ramen en deuren dicht.

De zuster zou het kunnen horen , dat vind ik een raar idee ,
want in held're avonduren ga ik wel eens met haar mee.

Ik wil naar Holland moet U weten , de zon is hier zo ak'lig heet.
Als ik onder de wagen lig te taken , ben ik in een mum bezweet.

Op appel is't altijd ruzie om m'n sportschoenen met de majoor.
Hij wil ijskoud nog vertellen , die dingen krijg je daar niet voor.

De wagen begint ook oud te worden , het ding loopt maar 50 mijl.
De werkplaats wil maar niet geloven , dat het komt door 't grote zeil.

De bult op m'n kop kwam vanzelf door een weddenschap met slapie Piet.
Met een rotgang liep 'k tegen een muurtje en won 'n kwartje , zo U ziet.

Laatst kwam ik bij de foerier met de achterkant van m'n pendek aan.
De voorkant was nog niet versleten , dus kon ik die niet ruilen gaan.

U kunt begrijpen , dat deze dingen mij tegen de keel gaan staan.
Ze stellen me in 't ongelijk en ik wil gauw naar 't durp teruggaan.

In Holland heb ik 'n meisje en spaar voor haar al blikjes vis.
Toe dokter , laat me naar huis gaan , elke dag is te lang da 'k haar mis.

"Beste jongen , ik zal je helpen , je bent 't tropenleven moe.
Als je goed oppast mag je zeker over 2 jaar naar Holland toe ".

Eussie

1e jrg nr 17 , 10 juni 1949