De klacht van een Sergeant van de week

Ik ben weer eens weeksergeant
en heb akelig het land
ik moet het eerst uit de veren
'k wordt uitgevloekt , ontelbare keren

'k moet zijn bij 't delen van 't eten
en sta mijzelf dan op te vreten
ik moet de hele dag maar jagen
want ieder heeft je wat te vragen

bij het boenen van de vloer
moet ik liggen op de loer
keukenbriefjes , nog meer staten
namen , die je dan leert haten

elke dag rapport inschrijven
letten op de ringpierlijven
en als je zeven lange dagen
voortdurend je af hebt lopen vragen

wie heeft nu de zwaarste baan
begint het weer van voor af aan
's avonds bij het laatst appel
sla je driemaal op de bel

naakt ervoor , gekleed eronder
lichten uit en geen gedonder
en is er een man niet thuis
dan begint het gekkenhuis

telefoon moet je dan pakken
met aaneen gesloten hakken
en je vraagt midden in de nacht
" juffrouw , mag ik zes , zeven , acht "

hoor je : " hier is de kapitein
zeg eens gauw , wat moet er zijn "
" U spreekt met de weeksergeant
van het X peloton aan dees kant :

mag ik de officier van piket ,
als hij nog niet ligt te bed "
" neen , die is hier niet aanwezig
is nog met de busdienst bezig

vertel maar , wat mankeert er aan
dat je nu moest bellen gaan "
" er was een man niet aanwezig
is nog met een meisje bezig

op het appel was hij niet thuis
zit nog bij z'n griet in huis "
" zo , dat zal hem dan bezuren
laat hem morgen bij mij sturen

'k maak een eind aan dat gevrij
dat is er na twaalven niet meer bij
'k zal hem leren hoe het moet
met een dag of tien petoet "

NN

1e jrg nr 20 , 5 aug 1949