Wij A.A.T. - ers

Wij hebben de weg en de weg heeft ons
tot de laatste veer ons breekt
en we weten wel als we eenmaal gaan
er geen mens ons in hulde spreekt .

Zigeuners van het leger , de schrik van de weg
is' t enkel of meer dan een naam ?
maar laat ons de weg en de wagen maar
en als toegift de zwervers naam .

In het grote orkest van Generaal Spoor waren wij
maar een schelle , soms valse toon
onze eigen symphonie is goed
al lijkt zij wat monotoon .

Van z'n een naar z'n vier , in een wolk van stof
't is een knalpijp - concert in het groot
en zolang als die tonen nog zuiver zijn
zingt ons het gas tussen plank en poot .

Ons dansen de kampongs in het stof voorbij
wij ronken de steden door
en sawa's en tuinen glijden voorbij
aan de huiven van het weg - convooi .

Wij noemen ze Truus , Jouke , Kitty , en Marie
God weet wat ons dat beduidt
nu zijn ze voor ons het dierbaarste bezit
als voor een zigeuner zijn luit .

Ah , de voet op het gas en de vuist aan het stuur
en de weg met gaten en mijnen in 't oog
zo daveren wij in colonne voorbij
langs de weg in de bergen omhoog .

Soms wordt men wel moe , men kankert en vloekt
totdat men weer moet….en men gaat….
En als de colonne weer stuift en weer bromt
ach , dan is men lachend SOLDAAT .

Het kan wezen dat al die duizend mijl
slechts voeren naar ene plek
God , wees dan de anderen thuis nabij
als 't schot door de voorruit trekt .

Voor ons is heel Java een lange weg
meestal slecht en geen brug is normaal
de mensen duimen of kijken wat schuw
en de kippen gaan aan de haal .

Wij hebben de weg en de weg heeft ons
en we gaan weer….de claxon is schel
't is goed…., zolang de boot niet vertrekt
ach , zolang pruimen we het wel .

A.A.T. -er

2e jrg nr 1 , 27 aug 1949