Opleiding en voorbereiding

Op 23 maart 1946 wordt in Breda de 14e cie. AAT opgericht.
Op deze dag komen er 80 man op voor hun 1e oefening en de basisopleiding van 8 week.

De rijopleiding ( opleiding tot chauffeur ) van de 14e cie A.A.T. vindt vanaf mei 1946 plaats in de Ripperda – kazerne in Haarlem. De A.A.T. staat voor Aan en Afvoer Troepen. Dit onderdeel heeft tot taak het transporteren van manschappen en materiaal voor de diverse defensieonderdelen.

Het materiaal dat nodig is voor hun rijopleiding wordt de 14e compagnie toegewezen uit een voormalige Amerikaanse oorlogsdump. Het is immers nog maar een jaar na de bevrijding en het Nederlandse leger heeft van zichzelf nog steeds een minimale uitrusting. Van het geallieerde bevrijdingsleger is er echter een enorme voorraad achtergebleven en dit wordt door defensie , indien nodig , overgenomen. Zo is de 14e cie A.A.T. een aantal GMC trucks toegewezen. Deze trucks worden door de compagnie afgehaald van het vliegveld Deelen bij Arnhem en in convooi naar Haarlem overgebracht.

In Haarlem vindt de definitieve indeling van de 14e cie AAT plaats.

Deze is als volgt :

Een stafpeloton ; een werkplaatspeloton en drie transportpelotons ( A , B , C ).

Het stafpeloton bestaat uit o.a. de algemene leiding , administratie , medische dienst en koks.

Het werkplaatspeloton heeft het onderhoud van het wagenpark als taak. Zij krijgen de beschikking over 2 gereedschapswagens en 2 zgn. " breakdows ". Dit zijn enorme kraanwagens , bedoeld om gestrand materiaal terug te slepen naar de werkplaats. We zullen de breakdown verder in het verhaal nog vaker tegenkomen.

Het A , B en C – peloton is voor de eigenlijke transportfunctie. Zij krijgen uit de Amerikaanse voorraad 30 drietons vrachtwagens ; een driekwarttonner ; een paar Harley motoren en een jeep.

In augustus heeft de 14e cie AAT de opleiding voltooid en wordt de hele cie van ca. 255 manschappen overgeplaatst naar Leeuwarden in de Frederik - Hendrik kazerne.

In Leeuwarden worden de Indie – gangers voorbereid op hun toekomstig verblijf in de tropen. Men krijgt hier veel informatie over Indie , les in de Maleise taal en , heel belangrijk , de nodige vaccinatie’s.

En dan is het september 1946. Na een grondige opleiding en voorbereiding van 8 maanden komt het moment van vertrek naar het verre Indie.

De inschepingsdatum is vastgesteld op 5 oktober. In de week daarvoor wordt er nog een afscheidsfeest gehouden voor de jongens van de 14e cie , aangeboden door de gemeente Leeuwarden.

Op de laatste avond in Nederland gebeurt er nog iets opmerkelijks. De groep gaat nog eenmaal door Leeuwarden en in de Oosterstraat komen ze voorbij een viswinkel. De eigenaar heeft als reclameobject op straat een vishengel met een enorme dobber uitgestald. In een jolige bui nemen de jongens deze hengel mee naar de kazerne en er wordt besloten om deze hengel als aandenken mee te nemen naar Indie. Pas na terugkomst in 1949 zal deze hengel tijdens een feestje weer worden overgedragen aan de rechtmatige eigenaar. Nu , 54 jaar later , is de mascotte van het C – peloton 14e cie AAT nog steeds een hengel met dobber.

de mascotte keert in 1949 weer terug in Leeuwarden