Aas theorieen in de karper visserij..........

Inleiding

 

Slechts weinig auteurs zullen aan het begin van een artikel het belang ervan sterk relativeren. Nochtans beoogt deze inleiding nu net het in het juiste daglicht stellen van het belang van het hierna beschreven onderwerp: aas. Andere zaken zoals bijvoorbeeld het vissen op de juiste stekken, op het ideale tijdstip en een perfecte voorbereiding brengen immers meer karpers voor de camera dan dat aaskeuze dit ooit zou kunnen doen. De relatieve belangrijkheid van aas mag echter niet betekenen dat het belang ervan verwaarloosbaar zou zijn. EfficiŽnter aas helpt mijns inziens wel degelijk de balans naar (blijvend) succes te doen overhellen. Onderliggend artikel zal nagenoeg uitsluitend deeg (boilie) samenstellingen belichten, terwijl andere aassoorten zoals partikels in de vorm van granen en zaden, niettegenstaande hun vaak grote vangkracht, hiervan het onderwerp niet zullen uitmaken, alhoewel hiervoor dezelfde wetmatigheden gelden.


In de marge weze opgemerkt dat aas- en aanverwante producten die verscheidene aasfirma's heden ten dage slijten van een meer dan behoorlijke kwaliteit zijn. Zulks valt te leren uit de diverse catalogi, zeker voor diegenen die tussen de regels kunnen lezen. Vele kant en klare mixen die steeds met het volste vertrouwen kunnen gebruikt worden, staan garant voor uitstekende resultaten. Niettemin prefereer ik een eigen samenstelling, niet zozeer omdat deze superieur zou zijn aan voormelde klaargemaakte samenstellingen. Het vormt als het ware een erfenis uit een nog niet zo lang vervlogen verleden waarin het assortiment aan ingrediŽnten en samengestelde mixen alsmede de informatie er rond verre van gemeengoed waren. Bovendien vormt het toepassen in het aas van de vergaarde kennis betreffende de voedingsbehoeften van de karpers een extra uitdaging en geeft het mede daardoor (bij succes) dat beetje extra voldoening.
Aassamenstellingen, zowel qua basismix als qua toevoegingen dienen garant te staan voor de functies die we het aas willen meegeven. Welke functies dat zijn wordt gedicteerd door de manier waarop karpers stoffen kunnen waarnemen in hun waterige omgeving, door de manier waarop de dieren azen en door hun voedingsbehoeften. Hierna volgt dan ook, weliswaar sterk vereenvoudigd en daardoor zeer onvolledig, het eetgedrag van cyprinius carpio.

De Fazen van het azen

  1. Drijfveer voor de fouragetochten der karpers is hun eetlust. Een hongergevoel prikkelt de dieren om op zoek te gaan naar voedsel.
  2. De vissen sporen hierbij eetbare elementen op.
  3. waarbij de eetbaarheid ondermeer met de lippen getest wordt.
  4. Hierna volgt eventueel consumptie waardoor het hongergevoel geheel of gedeeltelijk bevredigd wordt. De graad van verteerbaarheid bepaalt het nuttig effect en de meerwaarde die het eten van het aas met zich meebrengt.
  5. Na vertering treedt opnieuw een hongergevoel op en is de kringloop volledig. Identificatie van de voedselbron en de stap tot consumptie kunnen daarna eventueel sneller geschieden dankzij de positieve effecten van en de herinneringen aan de vorige consumpties, wat eigenlijk een positieve vorm van dressuur is.

Energiebehoeften

De behoefte aan energie (calorieŽn) bij vissen wordt door tal van factoren bepaald. Bij een maximale groei wordt tot 30 % van het voedsel omgezet in visvlees. De overige 70 % wordt gebruikt in het onderhoudsmetabolisme. Naast groeisnelheid bepalen temperatuur (hoe hoger de temperatuur hoe groter de energiebehoefte), visgrootte (kleinere vissen hebben een hogere stofwisseling dan grote) en leeftijd (de caloriebehoefte neemt af met de leeftijd) en de fysiologische activiteiten (bijvoorbeeld vorming van geslachtsproducten en de verbruikte energie bij de voortplanting) de energiebehoefte.

Voedingsbehoeften

Hierna volgt geen betoog pro aas met een hoge voedingswaarde. Reeds vele riemen papier werden vol geschreven met discussies en polemieken betreffende aas met een hoge voedingswaarde versus crap aas (zeg maar goedkoop, koolhydraatrijk aas). Bovendien vergrepen zich in het verleden een niet onaanzienlijk aantal vissen aan dergelijk 'crap aas'. Ook eigen koolhydraatrijke creaties brachten in een verscheidenheid van waters en omstandigheden een aardig karpertje naar het net. Niettemin kan het toch nuttig zijn de voedingsbehoeften van karpers onder de loep te nemen. Hierbij wordt uitgegaan van wetenschappelijke studies. In dergelijke studies wordt onder meer het effect op bepaalde vissoorten nagegaan wanneer deze van bepaalde voedingselementen verstoken blijven. Effecten van zo een proefdieet kunnen enkel waargenomen en gemeten worden indien de vissen UITSLUITEND dergelijke samenstellingen voorgeschoteld krijgen en nutritieve tekorten NIET kunnen aanvullen uit andere voedingsbronnen zoals bijvoorbeeld uit natuurlijk voedsel. Voedingsstoffen kunnen als volgt onderverdeeld worden.

A) Eiwitten

De bouwstenen waaruit levende wezens opgebouwd zijn bestaan uit een aaneenschakeling van aminozuren. Eiwitten of proteÔnen zorgen zoals algemeen bekend voor de heling der wonden, de reproductie van cellen en gewichtstoename. Ze fungeren tevens, en dat is misschien minder bekend, als energiebron. Bij vleesetende vissoorten (roofvissen) wordt een groot deel van de opgenomen eiwitten aangewend als energiebron, terwijl herbivore vissen (de vegetariŽrs onder de vissen) heel wat energie uit vetten en koolhydraten halen. Een alleseter die de karper is neemt als het ware een tussenpositie in waarbij vetten en koolhydraten en ook eiwitten indien deze in voldoende mate aanwezig zijn en bij afwezigheid van voornamelijk vetten, de gezamenlijke brandstofleveranciers zijn. De nuttigheid wordt bepaald door de verteerbaarheid. Eiwitten worden door de karpers uitstekend verteerd. 85% ŗ 94% der proteÔnen op alle proefniveaus, waarbij het proteÔnegehalte in de voeding varieerde van 24 % tot 45 % werden verteerd. Bovendien verhoogde de verteerbaarheid van de eiwitten naarmate het eiwitniveau in de samen- stelling verhoogde. Andere ingrediŽnten die in de samenstellingen verwerkt waren bleken nagenoeg geen invloed te hebben op de verteerbaarheid, behalve dan hoge concentraties aan koolhydraten, die een uitgesproken negatieve invloed op het verteringsproces bleken te hebben, zoals bleek uit diverse, onafhankelijk van elkaar gehouden proeven. Een vetpercentage tot 30 % bleek geen invloed te hebben op de verteerbaarheid van caseÔne en wit vismeel, beiden eiwitbronnen. De eiwitbehoefte kent overigens zowel een kwantitatief als een kwalitatief aspect, waarmee gezegd wil zijn dat niet alleen de hoeveelheid eiwitten die de vissen consumeren van belang is doch ook de samenstelling ervan. Ze dienen immers alle essentiŽle aminozuren, dit wil zeggen diegene die de vis niet zelf uit andere aminozuren kan aanmaken, in voldoende mate te bevatten. Karpers kennen een maximale groei bij een dieet dat ongeveer 38 % proteÔne bevat.
De verteerbaarheid van eiwitten
kan verbeterd worden door toevoeging van trypsine, een enzyme dat eiwitten afbreekt tot aminozuren en dat teruggevonden wordt in het spijsverteringsstelsel der karpers. Bovendien zou de toevoeging van trypsine niet alleen het eiwitgebruik verhogen maar bevordert het tevens de aanmaak van natuurlijke trypsine in het verteringskanaal der vissen.

 

B) Vetten

Vetten vormen de voornaamste energiebron, en dit in samenwerking met eiwitten. In het natuurlijke dieet van karpers worden grote hoeveelheden poly-onverzadigde vetzuren aangetroffen. Pellets en andere vormen van visvoer kunnen economischer (lees goedkoper) gefabriceerd worden door het vetniveau relatief te verhogen. Een TEVEEL aan eiwitten voor groei en onderhoud wordt als energie gebruikt en kan vervangen worden door een hoger niveau aan vetten. Karpers halen meer profijt uit onverzadigde vetzuren, doch de concentratie hiervan in visvoer wordt minimaal gehouden, omwille van de optredende auto-oxidatie (het ranzig worden van oliŽn en vetten) door de zuurstof in de lucht. Bij die auto-oxidatie kunnen toxische stoffen ontstaan die de voedingswaarde doen afnemen en eiwitten en vitamines vernietigen. Visvoeders hebben een vetfractie van 6 ŗ 15 %, doch omwille van voornoemd ranzig worden, worden vetzuren niet in adequate hoeveelheden aangeboden. Het vetgehalte dient immers minimaal 10 % te bedragen en kan zelfs oplopen tot 20 %. Een hoger vetgehalte is uit hei oogpunt van de voedingswaarde overbodig, doch zou geen gevaar betekenen voor de gezondheid van de vis. Gewichtstoename bij elk proteÔneniveau verhoogde naarmate de hoeveelheid aan vetten verhoogd werd, waarbij een maximale groei plaatsvond hij 35 % aan eiwitten en een vetpercentage dat varieerde tussen de 15 % en de 20 %. Zeevis oliŽn blijken een gunstige toevoeging te zijn.


De verteerbaarheid van vetten


De meeste ingrediŽnten bevatten minder dan 15 % vetten waarvan 85 % ŗ 95 % verteerd en opgenomen worden. Vetten met een laag smeltpunt (bijvoorbeeld vetten uit sojameel, levertraan of ruwe capelin olie) verteren beter dan deze met een hoger smeltpunt en onverzadigde vetzuren beter dan verzadigde. Om de karper optimaal te laten profiteren van de vetten/oliŽn die hem voorgeschoteld worden kan de verteerbaarheid ervan een handje toegestoken worden. Dit kan op drie manieren;

  • door toevoeging van (soya)lecithine voor de initiŽle afbraak. Een koffielepeltje lecitinekorrels wordt aan de eierstruif toegevoegd samen met de attractoren op oliebasis. Deze worden verdeeld in kleine druppeltjes dewelke zich makkelijker in het water verspreiden om aldus een geuren smaakspoor te vormen;
  • door toevoeging van lipase, een enzyme dat simpel gesteld vetten afbreekt of
  • door gebruik te maken van klaargemaakte geŽmulsifeerde produkten, d.w.z. die reeds voorbewerkt werden om verteerbaarheid en oplosbaarheid te bevorderen.

C) Koolhydraten

Deze worden in het natuurlijke dieet der karpers in vrij geringe hoeveelheden teruggevonden. Koolhydraten worden daarenboven weinig of niet teruggevonden, zelfs na consumptie ervan, in het vissenlichaam zelf (enkel in de vorm van glycogeen, een brandstof die in het spierweefsel en de lever opgeslagen wordt). Vissen kunnen trouwens perfect leven en groeien op koolhydraatvrije dieet. Koolhydraten vormen een energiebron, doch energietekorten blijken efficiŽnter aangevuld te worden door (duurdere) eiwitten en vetten. Karpers kunnen nochtans tot op zeker hoogte eiwitten verteren en een toevoeging tot 30% koolhydraten ten opzichte van de totale hoeveelheid voer heeft geen nadelige weerslag op de groei. Integendeel, want wat gezegd werd over vetten gaat hier eveneens op. De efficiŽntie van eiwitten vergroot hij toevoeging van goed verteerbare (!) koolhydraten. Bij die (on)verteerbaarheid kan het schoentje echter beginnen knellen.
De verteerbaarheid van koolhydraten
Amylase is een enzyme dat koolhydraten afbreekt tot eenvoudige suikers. De werking van amylase is echter zo temperatuurgevoelig dat deze in normale omgevingsomstandigheden onder water relatief beperkt blijft, wat met zich meebrengt dat de waarde van de ruwe aangeboden koolhydraten van weinig waarde blijkt. Bovendien onderdrukt een te hoog percentage aan complexe zetmelen de activiteit van amylase in de karperdarm, waardoor de graad van verteerbaarheid nog daalt. Dat een en ander nadelige gevolgen kan hebben voor de acceptatie van ons aas door karpers blijkt uit ervaringen uit tijden die lang vervlogen lijken en waarin met een zachte deegbal werd gevist. Een eigen deegsamenstelling van geplette rijpe bananen met daarbij een flinke hoeveelheid broodkruim zorgden voor een zacht, smakelijk en geurig deeg dat rijk was aan zetmelen. Eind jaren zeventig stond deze creatie garant voor een meer dan behoorlijke hoeveelheid karper. De (over)rijpe bananen konden voor een prikje aangeschaft worden in een plaatselijke supermarkt. Plaats van het gebeuren van een anderhalf hectare grote vijver, die arm was aan natuurlijk voedsel. Naast een bestand aan karper dat niet overdreven groot kon genoemd worden, zwommen er enkele brasems en zeelten en wat gedegenereerde voorntjes rond. Mijn succes in die dagen bleef echter niet onopgemerkt en dra visten en voerden we met een groepje van zeven karpervissers met de koolhydraatrijke bananendeeg. Na een poosje daalden de vangsten zienderogen en bracht een ander, meer uitgebalanceerd aas (biggenopfokmeel) soelaas.
De vissen verteerden de grote hoeveelheden zetmelen bij de kouder wordende watertemperaturen onvoldoende en lieten het aas voor wat het was. Niet de koolhydraten waren reden van ons dalend succes, maar de onverteerbaarheid ervan. Eenvoudige suikers zoals glucose, lactose,...blijken WEL goed verteerbaar. Tot 75 % van een zetmeelhoeveelheid van 20 % ŗ 25 % werd verteerd. Daarom is het nuttig de complexe suikers af te breken tot zulke enkelvoudige suikers door het gebruik, bij kamertemperatuur, van amylase. Een hoeveelheid complexe onverteerbare polysacharides zijn echter nuttig daar ze een bulk vormen om de peralistiek van de maagdarmdoorvoer te bevorderen.

D) Vitamines

Zijn organische delen die slechts in kleine hoeveelheden nodig zijn voor de groei, gezondheid en algemeen behoud van het vismetabolisme. De handel biedt specifieke vitaminensamenstellingen aan die geschikt zijn voor karpers en dit tegen schappelijke prijzen. Vroeger, in mijn aasfreakperiode, liet ik zelfs uitgebalanceerde vitaminesamenstellingen (recepten uit universitaire studies) per portie gedoseerd afmaken bij een bevriend apotheker. Deze deed overigens net hetzelfde wat betreft afzonderlijke aminozuren die voedingstechnisch gezien in onvoldoende mate aanwezig bleken in de basismix.

E) Mineralen

Het bleek moeilijk om de gevolgen van tekorten in de mineraal behoeften bij karpers te bepalen omdat de vissen er slechts zeer kleine hoeveelheden van nodig hebben. Onderzoekers hadden de grootste moeite om situaties te creŽren waarin het de karpers aan ťťn of meerdere mineralen ontbrak, omdat deze in de meeste omstandigheden in voldoende mate aanwezig zijn in de (leef)omgeving. Mineralen worden door vissen opgenomen uit het water wanneer dit de kieuwen passeert. Diegenen die er belang aan hechten kunnen ongestraft mineralen aan hun aas toevoegen, doch een zeer zacht water met een groot tekort aan mineralen vraagt eerder beleidsmaatregelen dan toevoegingen aan ons aas.

Conclusie

Voorgaande uiteenzetting toonde welke voedingsstoffen onze basissamenstelling dient te bevatten en hoe we de basissamenstelling acceptabeler kunnen maken voor de karpers door het gebruik van enzymen. Zoveel hengelaars, zoveel zinnen en zeker karpervissers hebben vaak een uitgesproken en onwrikbare mening aangaande aas. Persoonlijk acht ik een uitgebalanceerde aassamenstelling, zeker op lange termijn en onder bepaalde omstandigheden (bij gebrek aan voldoende voedingsrijk eten zowel natuurlijk als afkomstig van hengelaars) superieur aan 'crap-aas'. Vissen halen meer profijt uit degelijk aas. Bij consumptie ervan varen ze er wel bij en dat geeft me een geruststellend gevoel. De mogelijke combinaties van ingrediŽnten en toegevoegde stoffen om tot een volwaardig uitgebalanceerde voedselbron te komen zijn quasi oneindig. Lijsten met de samenstelling van diverse individuele ingrediŽnten zijn algemeen verkrijgbaar zodat vertrekkende vanaf een vooropgesteld plan dat een bepaalde voedingswaarde nastreeft, een aassamenstelling uitgedokterd kan worden. Voor alle duidelijkheid weze het gesteld dat ik niet meer die aasfreak ben van weleer en dat ťťn en ander niet meer zo meganauwkeurig dient te zijn, zolang datzelfde ťťn en ander maar tussen aanvaardbare grenzen blijft.
Elk ingrediŽnt heeft zijn eigen specifieke eigenschappen die maken dat het product makkelijker of moeilijker verwerkbaar zal zijn in het aas. Deze eigenschappen hebben vaak niet in de eerste plaats met voedingswaarde te maken maar wel met technisch aspecten (rolbaarheid, soortelijk gewicht...). Zulke eigenschappen zijn bij het karpervisserslegioen genoegzaam bekend zodat hierover een minimum aan inkt kan vloeien. Het spreekt voor zich dat een degelijke kennis der ingrediŽnten helpt bij het maken van een efficiŽnte keuze. Een voorbeeldje illustreert wat ik bedoel. Van vette soja weet ik dat het het aas makkelijker verwerkbaar maakt, dat het enzymeactief is. Het bevat trypsine, een eiwitafbrekend enzyme. Dat de trypsine in het aas bovendien de aanmaak van trypsine in het karperlichaam bevordert, wat uitstekend is met het oog op vertering, is mooi meegenomen. Bovendien bevat soja de alom in de voedingsindustrie gebezigde sojalechitine, een emulgator die vetten en oliŽn in kleine druppeltjes opdeelt dewelke zich makkelijker in het water verspreiden. Bovendien bevat het een grote hoeveelheid aan vetten (energieleveranciers weet u nog) en een gedeelte (laagwaardige) eiwitten. Eťn extra tip wordt hier graag meegegeven. Tarwegluten wordt vaak aangewend omdat het een goede binder is. Na koken zorgt het echter voor een rubberachtig huidje omheen de boilie waardoor attractoren zich minder makkelijk in het water verspreiden. Egg-albumine, gebruikt om de kooktijd te verkorten zodat warmtegevoelige stoffen beschermd worden tasten echter de vitamines in het aas aan. Echter lactoglobine, een eiwitachtige stof die van melk afkomstig is, is zowel een goede hinder zodat het aandeel aan gluten kan gereduceerd worden en dankzij de uitstekende stollingseigenschappen van het produkt kan het vitaminevernietigende ei-albumine (gedeeltelijk) hierdoor vervangen kan worden. Bovendien heeft lactoglobine een uitstekende voedingswaarde en is het makkelijk verteerbaar. Het produkt is geenszins goedkoop, doch aangezien het in beperkte mate aangewend wordt (10 ŗ 15 % van de droge mix) valt de prijs per afgemaakte hoeveelheid eigenlijk nog best mee.

Toevoeging van Enzymen

Het gebruik van enzymen zorgt niet voor instant resultaten maar heeft eerder een lange termijn effect. De enzymefuncties bij karper (welke in de winter vaak op een laag pitje staan) kunnen we vervolledigen door enzymen aan het aas toe te voegen, waardoor de verteerbaarheid van het aas vergroot en de voedingswaarde ervan toeneemt. Vloeibare enzymen laten zich homogener over de eierstruif verdelen dan deze in poedervorm, waardoor hun werking beter is. Koken brengt enzymen op non-actief, doch op dat moment zijn de bestanddelen reeds afgebroken en dus beter beschikbaar voor karpers. Hiermede is ons eigenlijke doel bereikt. Het is overigens perfect mogelijk om, uitgaande van een bepaalde aassamenstelling te (laten) uitrekenen welke enzymen en in welke hoeveelheden toegevoegd dienen te worden. Zoals reeds aangehaald kan een apotheker deze produkten per portie verpakken zodat dadelijk de juiste concentratie aan de eierstruif toegevoegd kan worden. (Idem dito trouwens wat toevoeging van vitamines betreft).

Attractoren

Na een eerste fase, samenstelling van de basismix en bevordering van de verteerbaarheid ervan, zodat deze acceptabeler wordt voor de karper, wordt in een tweede fase getracht om de aantrekkelijkheid ervan te verhogen, waarbij ik voor een overzicht van verscheidene mogelijkheden verwijs naar de (uitstekende!) artikelenreeks door Jos Vanuytven in ons magazine. Attractoren en stimulatoren bepalen tot op grote hoogte of karpers het aas al dan niet aantrekkelijk zullen vinden. Indien de attractorencombinatie niet afgestemd is met het opsporingssysteem der karpers zullen de vissen vaak NIET gevangen worden. Een overdosering zal de vissen eerder afstoten dan lokken. Een juist gebruik, zowel qua combinatie als qua niveau, dient een karper ertoe bewegen het (lok)aas op te sporen, te onderzoeken en stimulatoren doen het hem (blijvend) laten consumeren. Welke soort attractor gebruikt dient te worden hangt af van de manier waarop karpers stoffen waarnemen van op afstand en over gaan tot consumptie (zie de fases van het azen).
  • Waarneming van op afstand, lokalisatie en aanzetten tot azen:
    Toevoeging van een smaakfactor moet de karpers duidelijk maken dat het aas een eetbare substantie vormt. Karper spoort het voedsel vaak op door smaak wat hem door zijn waterige omgeving mogelijk gemaakt wordt. Zulks impliceert dat het mogelijk is dat ze een voedselbron van op afstand kunnen dedecteren. Alhoewel sommige ingrediŽnten in de basismix reeds een eigen geur/smaak kunnen bezitten wordt de aantrekkingskracht (van op afstand) bepaald door de mate waarin stoffen wateroplosbaar zijn en/of zich verspreiden. IngrediŽnten kunnen zulks bewerkstelligen (bij voorbeeld melkpoeder voor verspreiding langsheen de bodem, (de oliŽn in) gemalen kemp voor verticale verspreiding naar het wateroppervlak toe om hoger zwemmende vissen te onderscheppen). Naast ingrediŽnten kunnen specifieke toevoegingen deze functies vervullen.

    - Aminozuren Werden vroeger voornamelijk gebruikt om onevenwichten in het aminozurenpatroon aan te vullen, zodat door toevoeging een uitgebalanceerder aas bekomen werd. Aminozuren voorzien echter niet alleen in de nutritionele behoeften doch vormen uitstekende attractoren, die de karpers zelfs van op afstand naar een voedselbron kunnen oriŽnteren. Karpers sporen in hun natuurlijke omgeving dankzij losse, in het water voorkomende aminozuren voedsel op. Sense appeals, lokkers bij uitstek, zijn gebaseerd op aminozuren. Ook andere, kant en klare aminozuurtoevoegingen zoals in de handel verkrijgbaar zijn, vormen beslist een verrijking van een ieders aas.

    - Smaakstoffen, essentiŽle oliŽn en zoetstoffen Behoren eveneens tot deze eerste fase van aanlokking en prikkeling. Ze verspreiden zich in het omliggende water. Voor de rekken der hengelsportzaken volgestouwd waren met een massa aan flesjes en potjes vormde het gebruik van huis, tuin en keukenmiddeltjes schering en inslag. Deze producten die heden ten dage wat in de vergeethoek zijn geraakt leveren nog vaak schitterende resultaten op. Zelfs stel ik veel vertrouwen in zaken zoals bijvoorbeeld oxo, een produkt dat garant staat voor een goede verspreiding in het water, een goede smaak (zowel in als buiten het aas) en waarbij er weinig gevaar voor overdosering bestaat