Artikel 10

Alijn Danau, Nico Vereecken, Ronny De Groote

Onderwerpen:

- Het gebruik van leadcore.

Leadcore of met een looddraad verzwaarde lijn is op het continent in tegenstelling tot in Engeland een weinig bekend en weinig gebruikt hulpmiddel. Waarom is het hier zo onpopulair? Onze Rotaristen buigen zich over deze en andere vragen met betrekking tot.

-Welke fotoapparatuur gebruiken onze Rotaristen?

We hebben er speciaal voor dit onderwerp een karpervisser annex beroepsfotograaf bijgehaald. Nico Vereecken, intussen bekend van enkele schitterende artikels voor De Karper werpt een licht op de karperfotografie.

 

Bijdrage Alijn Danau

Het gebruik van leadcore

Ik heb eerlijk gezegd heel lang getwijfeld om dit onderwerp ter sprake te brengen. In feite hangt leadcore een beetje in de taboesfeer. In de verkeerde handen kan dit een moordwapen zijn maar dat is evengoed het geval met rigs waarvan het lood niet kan loskomen bij een eventuele lijnbreuk. Het probleem met sommige karpervissers is dat ze enkel nog maar een bepaalde toepassing hoeven te zien in een of ander magazine en ze er zonder verder nadenken mee aan de slag gaan. Als de bekende visser X of Y er mee vist zal het ongetwijfeld wel de vangsten opkrikken, zo wordt er geredeneerd. Echter dat bepaalde montages zoals het gebruik van leadcore slechts onder heel specifieke en afgemeten situaties kunnen en mogen worden ingezet, daar staan ze niet of veel te weinig bij stil. Leadcore is bij een fout gebruik een regelrecht moordwapen. Ik weet dat dit op zich al reden genoeg is om het niet te gebruiken, laat staan onder de aandacht te brengen, maar op die manier blijft het in de taboesfeer hangen. Daarom wil ik graag die taboesfeer doorbreken en duidelijk maken waar en wanneer het wel en niet kan.

Men kan en mag het enkel en alleen inzetten wanneer er absoluut GEEN enkel obstakel hoe klein ook in de buurt is. De kans dat de lijn afknapt boven de leadcore moet absoluut herleid zijn tot nul procent kans. Anders blijft de leadcore in de tacklebox. Ja? Goed dan.

Het grote voordeel van leadcore is dat de laatste meters lijn (in dit geval dus leadcore) absoluut zeker strak op de bodem liggen en dat de lijn dus niet ontdekt kan worden door in de buurt van je voerplek rondsnuffelende karpers. En ander groot voordeel en een dat ik nog nergens anders ter sprake heb zien komen is de gewichtsmeerwaarde dat je montage krijgt. Een karper kan zich, eenmaal geprikt veel minder gemakkelijk van de haak ontdoen en geloof me, ook dat resulteert in extra runs.

Voor de afstandvisserij is leadcore waardeloos omdat de laatste meters lijn sowieso op de bodem liggen. Bovendien heb je veel minder controle over een vis en is de kans op lijnbreuk iets groter.

Ik gebruik het vnl. om kort in de kant te vissen en wanneer ik rondhangende vissen niet wil afschrikken door een spinnenweb van door het water klievende nylon. Als het echt heel kort kantvissen is laat ik zelfs na om de lijn op spanning te brengen en hangt het boeltje gewoon slap. Zelfs de waker blijft in dat geval achterwege.

Ik heb ook altijd een boot achter de hand voor het geval het toch zou fout lopen en ik alsnog achter de zich mogelijk vastgezwommen vis achteraan kan. (Tuurlijk enkel indien boten zijn toegestaan!)

Leadcore is duur (afhankelijk van de fabrikant tussen de 50 en 80 Fr/meter) en er kan niet mee gegooid worden. Er kunnen dus hoogstens enkele meters van gebruikt worden daar de verbinding tussen hoofdlijn en leadcore buiten het topoog dienen te hangen om te werpen. Het bezit ook niet de minste rek.

Om leadcore te verbinden (te knopen) met de hoofdlijn dien je er een tiental centimeter looddraad uit te verdwijnen alvorens je hem kan knopen. ESP levert een speciale naald bij hun leadcore package die heel handig is bij het knoopproces. Verkrijgbaar in groene camoukleur, handige rolbobijntjes van 7m in 25/30/35 lb met gebruiksaanwijziging.

Foto-apparatuur

Ik maak al sinds 1996 gebruik van een volautomatische Canon Eos 650 met een 35 mm zoomlens. Ideaal voor het man/vis portret. 35 mm is volgens mij net de grens van realistische weergave. Een 28 mm groothoek is over the top. Je blaast het gefocuste onderwerp, in ons geval de karper, zodanig mee op dat het lelijk en totaal onrealistisch groot wordt. De vingers die in zulke beelden vanonder de vissenbuik vandaan komen zijn net opgeblazen worsten.

Waarom een automatisch toestel?. Simpel, wanneer je alleen aan het water bent en er gefotografeerd dient te worden door een passant kan de man toch nog een acceptabele foto maken daar de scherpstelling niet manueel hoeft te gebeuren. Bij de Canon versie die ik heb kan je trouwens kiezen tussen manueel/automatisch. Manueel kan je - indien je er het gevoel voor en een minimum aan kennis hebt - beelden schieten met speciale effecten door bijv. achtergronden wazig te laten.

Ik probeer bij man/vis portretten er ook op te letten dat de zon niet rechtstreeks op de vis valt. Doordat deze nat is weerspiegelt de zon het vissenlijf en verdwijnt elk detail.

Echter hoe perfect je materiaal ook is, fotografie is en blijft tot op zekere hoogte ook een kunst. Sommige mensen zijn echte tovenaars met een camera en anderen hebben er totaal geen gevoel voor en slagen zelfs met het beste materiaal er niet in om acceptabele foto’s voort te brengen.

Ik schiet al jaren enkel nog dia’s omdat ze enerzijds goedkoop zijn (slechts 90 fr/ontwikkeling van om het even welke aantal 12/24/36). Inramen doe ik zelf, zodoende hou ik enkel deze over die echt goed zijn en kan de rest in de vuilbak. Anderzijds geven dia’s een beter resultaat wanneer ze afgedrukt worden in een magazine of boek. Het is bovendien leuk om eens enkele vrienden uit te nodigen en een diareeks ten beste te geven.

Als ik toch foto’s maak dan laat ik ze steevast glanzend i.p.v. mat ontwikkelen, gewoon omdat dit een mooier beeld geeft.

Wanneer je verder wilt gaan dan enkel de bekende man/vis fotografie en ook natuurbeelden wilt schieten zijn extra lenzen een must. In een ijsvogel die op de stokken komt verpozen schuilt een oogverblindend plaatje, maar zonder afstandlens vervalt de kleine ijsvogel in het niets. Met een 200 mm lens kon je al een heel eind weg. Toen ik eerder dit jaar in Zuid-Afrika was en al het wildleven rondom mij zag was ik enkele van mijn medereizigers (Oliver Stevens en Ad Degen die beroepsfotograaf is) dankbaar dat ze al het nodige fotomateriaal bij zich hadden om al die schitterende visuele momenten vast te leggen. Een visarend die op een twintigtal meter in de kruin van een dode boom landt is een onwaarschijnlijk mooi beeld, alleen, zonder telelens is de machtige roofvogel vanop die afstand niet

meer dan een bruin vogeltje waarvan je met moeite de witte kop kan onderscheiden van het bruine lijf. Idem dito met een kudde twee meter lange varanen die onder de toppen van je stokken doorzwemmen. Al je ze van dichtbij tracht te benaderen duiken ze onmiddellijk onder, vanop enige afstand kan je ze perfect op de gevoelige plaat leggen.

En dan heb ik het nog niet gehad over de leeuwen, olifanten en giraffen, laat staan dat je ze van dicht genoeg kan benaderen, je riskeert er enkele hoogst onmisbare lichaamsdelen bij in te schieten.


Bijdrage van Nico Vereecken

Foto-apparatuur

Hedendaags zijn er eigelijk drie soorten camera's op de markt.

Je hebt de compactcamera's, de spiegelreflexcamera's en de digitale camera's.

Deze drie zijn perfect toepasselijk voor de zogenaamde ‘fotografie aan de waterkant’.

Maar bij de digitale en de compactcamera's ben je nogal beperkt in je mogelijkheden.

Voor de Whizz-kids onder ons is de digitale camera waarschijnlijk een sublieme keuze want onmiddellijk na de opname kan je je foto al zien op een schermpje op de de rug van de camera.

Door middel van een PC card kan je daarna je foto's downloaden op je computer. En dan kan je met je foto's doen wat je elektronisch hartje belust. Printen, ze op een site plaatsen, naar collega-vissers sturen, enz... MAAR, je moet je wel bewust zijn dat éénmaal je uw foto's gewist hebt op de PC card, je geen origineel meer hebt. En ook die digitale beestjes zijn niet goedkoop.

Een laatste raad die ik nog wil meegeven is dat de markt van de digitale camera's niet stilstaat.

Koop je vandaag een digitale camera, heb je volgende week een verouderd model.

De compact camera, en zijn benaming verraadt het eigelijk al een beetje. Is nogal compact in zijn mogelijkheden. Maar daarom zeker geen slechte keuze. Voor vissers die liever geen technische instellingen en hoogtechnologische snufjes aan hun camera zien. En die best tevreden zijn met de traditionele foto van visser en vis, is deze camera waarschijnlijk de beste keuze. Met andere woorden er moet enkel en alleen op het knopje geduwd worden. De beste koop moet je voor jezelf bepalen. Maar ik geef je de raad van bij de gekende merken te blijven. Die hebben zeker een compactcamera in hun gamma die bij jouw budget past.

Dan zijn we nu aangekomen bij de spiegelreflexcamera's en bij het horen van de naam alleen al breekt bij sommige mensen het angstzweet al uit, en doemt het scenario al op van mislukte foto's. Maar niets is minder waar. De benaming slaat op de wijze waarop de foto gemaakt wordt.

What you see, is what you get. Alles wat je door je zoeker ziet zal ook op je foto staan.(Met uitzondering van de goedkopere modellen, die lijden aan paralax. Een beeldverlies aan de randen van het beeld). Nu het beeld van de fotograaf die zelf zijn licht moet meten en zelf zijn camera moet instellen en scherpstellen, is passé. Tegenwoordig zijn er volautomatisch camera's op de markt die zelf alles regelen. Van lichtmeting tot scherpstelling tot zelf het gebruik van flitslicht. Het enige wat jezelf nog hoeft te doen is de fotocompositie, bepalen wat er op de foto moet. Het grote voordeel van de spiegelreflexcamera is de mogelijkheid om van objectief te veranderen. Voor de portretfotografie (visser en vis) gebruik ik het liefst lenzen uit het gamma van 35mm tot 105mm. Daarintegen ben ik niet vies van het gebruik van supergroothoek objectieven (15mm tot 24mm). Maar enig inzicht in het gebruik van deze lenzen is vereist. Ze dienen er niet voor, om het voorwerp op de voorgrond (vis) groter te doen lijken.

Daarmee bedrieg je enkel en alleen jezelf. Maar kunnen wel een soort speciale sfeer weergeven door die vervorming. Als je nu ook nog natuurfoto's wilt maken van de fauna & flora aan de waterkant moet je je toevlucht zoeken in bepaalde gespecialiseerde objectieven. Voor bloemen en vlinders aan de waterkant in beeld te brengen moet je beschikken over macro-objectieven(dichtbijfotografie).

Wil je daarentegen vogels en dieren in beeld brengen ben je best af met een teleobjectief (200 mm tot 600 mm). Deze speciale lenzen zijn niet goedkoop en er zijn ook vele teleobjectieven van slechte kwaliteit op de markt. Dus bij aanschaf hiervan best het advies inwinnen van een prof.

Ikzelf ben wel in een bevoorrechte positie aangezien ik beroepsfotograaf ben, maar je zal mij zelden zien zonder mijn camera's aan de waterkant. Ik gebruik voor mijn fotografie een CANON EOS 1N camera voorzien van een 28-70mm, 17-35mm of 70-200mm zoomobjectief. Of 105mm macro en 15mm fisheye. Voor mijn natuurfotografie een 400mm en 600mm.

Over film kan ik kort zijn, ikzelf gebruik enkel en alleen diafilm (gesponsord door mijn baas). Wat goed is hou ik. Wat slecht is gaat in de vuilbak. Als je later graag je foto afgebeeld ziet staan in een magazine denk er dan altijd aan dat een dia geen kwaliteitsverlies heeft ten opzichte van een fotoprint. En van een dia kan je nog altijd makkelijk een fotoprint laten maken. Omgekeerd is veel moeilijker.

Laat ik als afsluiter je deze raad nog meegeven. Ofschoon fotografie een kunst is, blijft het ook een medium waarbij je net als in de karpervisserij moet nadenken over datgene wat je aan het doen bent. Zonder nadenken enkele snapshots maken kan iedereen. Maar een mooi beeld vastleggen is een werk waarbij nagedacht dient te worden. De voldoening later is nog zo groot. Voor velen is de fotografie al een hobby geworden gecreëerd uit hun andere hobby, de karpervisserij. Misschien is dit binnenkort bij u ook het geval. Veel succes!


Bijdrage Ronny De Groote

Het gebruik van leadcore

Laat ik maar gelijk beginnen met te zeggen dat ik niks zou gaan gebruiken indien het de karpers meer leed dan de onoverkomelijke prik in de bek zou toebrengen. Om nu onmiddellijk over een taboesfeer te gaan spreken wanneer het onderwerp leadcore lijnen te sprake komt vind ik persoonlijk toch een klein beetje overdreven. Het is met leadcore lijnen niet anders dan met voorslagen, overkill onderlijnen enz. Steek deze zaken in iemand zijn handen die er niks van begrijpt of zelf slechter in iemand zijn handen die er niks van wilt begrijpen en je komt inderdaad in een straatje terecht waar het voor de karpers niet plezierig toeven is. De eerste groep kunnen we proberen wegwijs te maken. Bij de tweede groep zullen we meestal vergeefs aankloppen. Voor hen telt enkel dat ze ten koste van alles maar op de foto kunnen met die vis waar ze achteraan zitten. Heel veel zaken in het karpervissen zijn terug te brengen naar gewoon logisch nadenken en de situatie beredeneerd aan te pakken. Om dit te doen moet je geen hoge school gelopen hebben. Enkel een beetje goede wil en een gezonde dosis boerenverstand zijn hiervoor voldoende. Maar ja, dikwijls geldt het gezegde: ‘Wat baat een hoorapparaat als de uil niet horen wilt’. Of was het iets met een bril?

Ik probeer reeds meer dan 10 jaar op een of andere manier de eerste (paar) meter(s) vanaf het lood naar de molen toe tegen de bodem te krijgen. Dit geeft me net dat ietsje meer vertrouwen dat de karpers wel in mijn val zullen trappen en niet door in het water gespannen lijnen onraad zullen ruiken. In het begin gebruikte ik om de 20-30 cm een forse loodhagel. Sedert een aantal jaren monteer ik bijna op al mijn hengels leadcore lijnen. Mijn voorkeur gaat uit naar de Kevin Nash limpits leaders omdat deze aan beide kanten van een lusje zijn voorzien en daardoor voor mij makkelijker bruikbaar worden. De eerlijkheid verplicht me om te vermelden dat ik eveneens reeds de leadcore lijnen van ESP en Fox heb gebruikt. De K.N. limpits zijn looddraad lijnen met een geweven monofilachtige (nylon) mantel en hebben zoals vermeldt een lusje aan beide uiteinden. Verbindingen met deze limpits zijn dus heel makkelijk te maken. De leadcore lijnen van ESP, Fox en waarschijnlijk nog wel een paar andere merken bezitten een meer ‘stof’-achtige mantel. Om hen te bevestigen moet je eerst een tiental centimeter looddraad verwijderen, waardoor enkel nog de buitenmantel overblijft. De volgende stap is via een bijgeleverde naald de hoofdlijn door de mantel te brengen en uiteindelijk de verbinding te maken. Waar ik problemen met heb zijn vooral die naalden. Ik weet ze regelmatig eens kwijt te spelen en dan moet ik tenslotte de verbinding maken via een uni- of Mahin-knoop. Beide knopen zijn, door de dikke diameter van deze leadcore lijnen, niet zo galant zoals ik het zou willen. Daarom dus mijn lichte voorkeur voor Kevin zijn limpits. Maar voor alle duidelijkheid beide soorten leadcore lijnen zijn volgens mij gelijkwaardig.

Alijn vestigt onze aandacht op de gewichtsmeerwaarde dat de montage krijgt. Ik heb er nog nooit bij stilgestaan wat zo’n loodlijn nu feitelijk weegt en heb dan ook de proef op de som genomen. Jullie moeten me excuseren omdat ik nu constant over die Limpit leadcore lijnen doordram, maar die heb ik nu toevallig met behoorlijke hoeveelheden voorradig. Zij dienen dan ook een beetje als leidraad in mijn betoog. Naar ik veronderstel zouden de gewichten van de limpits met de andere vermeldde soorten gelijkwaardig moeten zijn. Als meetinstrument heb ik een geijkte weegschaal op het werk gebruikt en die weegt tot 0.5 gram nauwkeurig. De 60’’ (ong. 150cm) lange versie weegt 10.5 gr, de 36’’ versie 5.5 gr en de 24’’ versie 3.5 gr. De gewichtstoename is volgens mij te verwaarlozen klein. Laat me dan ook toe om toch mijn twijfels te hebben over Alijn zijn beweringen als zou het voor de karpers moeilijker zijn om de rig kwijt te spelen. Ik heb in het verleden eveneens geen verschillen kunnen bemerken bij het gebruik van 3.5 oz of 4 oz loden. Volgens mij verspeelde of landde ik met beide gewichten een even groot percentage van de door mij gehaakte karpers. Dus denk ik te mogen beweren dat Alijn het hier iets te ver zoekt. Maar zolang we via wetenschappelijk weg geen 100% sluitend antwoord kunnen geven is ieder standpunt voor discussie vatbaar.

Waar ik echter wel 100% zeker van ben is het feit dat leadcore ook op lange afstand zijn waarde heeft. Alijn gaat er van uit dat de laatste meters steeds op de bodem komen te liggen. Dit kan zo zijn -naar gelang het al dan niet vettig zijn van de lijn- bij monofilament lijnen, maar dit is zeker zo niet bij dyneemalijnen. De meeste dyneemalijnen hebben de gewoonte dat ze drijven en zeker hier zijn leadcore lijnen volgens mij dus op hun plaats. We zouden natuurlijk nu een boom kunnen gaan opsteken over de weinig rek in dyneemalijnen en de eventuele karpers die daardoor zouden kunnen verspeeld worden, maar neem echter van me aan dat het een kwestie is om met deze lijnen te leren omgaan en je zal zien dat de voordelen stukken nadrukkelijker aanwezig zijn dan de nadelen. Dit is echter stof voor een andere keer.

Iets wat ik eveneens belangrijk vind aan leadcore is de vrij dikke diameter en dit kan enkel ten goede komen van de karpers omdat de kans dat er schubben tijdens de dril van hun lichaam ‘gesneden’ worden behoorlijk kleiner is dan bij de dunner diameter van mono-of dyneemalijnen.

Leadcore lijnen of niet? Absoluut wel, maar doordacht! Als verspelen van de karper in een obstakel aan de orde van de dag is moet je maar eens nadenken hoe je dit kan voorkomen. Ik denk dan ook dat dit de essentie is en dat je het probleem niet moet verschuiven naar het al dan niet gebruiken van een leadcore lijn. Zelf je 10, 12 of 15 ponds monofilament lijn zal de karper meer slecht dan goed doen indien hij het klaarspeelt om het obstakel te bereiken.


Foto-apparatuur

Een 15 tal jaar geleden heb ik me een half automatisch Pentax P30 toestel met standaard 50 mm lens en Pentax AF240Z flits aangeschaft. Voor een prikje is daar later uit de tweedehands zaak een Takumar 70-200mm zoom bijgekomen. Al mijn foto of dia’s uit de periode 85-89 zijn met dit toestel genomen. Zelfs nu nog gebruik ik dit toestel als mijn reserve camera. Het probleem echter met vis/visserfoto’s is het gegeven dat er steeds iemand anders achter het toestel plaats neemt indien je poseert. Ik denk dat we allemaal reeds meermaals gevloekt hebben zodra we de foto’s van onze laatste vangsten onder ogen kregen indien ze weer eens onscherp bleken te zijn. Je kan moeilijk van iemand verwachten dat hij een graad in de fotografie heeft behaald indien hij toevallig door je wordt aangesproken om je laatste vangst te vereeuwigen.

In de periode (89) dat ik naar het Kempisch Kanaal uitweek en ook meer met de zelfontspanner begon te werken is hier een volautomatische Pentax SF7 met ingebouwde flits en 35-105 mm zoom (met Macro) bijgekomen. Dit toestel heeft zijn diensten tot voor een paar maand bewezen. Tot groot jolijt van onderhande Frank Cleeren heb ik dit toestel onzacht tegen de keien laten terechtkomen. Ik wed dat ook Phil nu zit te glimlachen. Gezien het feit dat ik met dit toestel gemiddeld een paar duizend foto’s per jaar nam begon het slijtage te vertonen en was scherpstelling (in combinatie met filters) dikwijls niet makkelijk.

Recentelijk heb ik me een nieuw speeltje aangeschaft in de vorm van een Nikon F90X, een Nikon SB-28 flits, een 28-105 mm zoom (met Macro) en een 70-210 mm zoom (met Macro-instelling). Zeker niet goedkoop, maar het allerbeste waar ik als amateur (met kleine a) fotograaf ooit heb mogen meewerken. Op die enkele keer na dan toch dat ik met Nico zijn spullen een paar trofee shots heb mogen nemen.

Technisch sta ik helemaal nergens in vergelijking met bijvoorbeeld Nico en een paar andere karpervissers/fotografen. Ik weet sinds kort ook nog maar wat de term paralax wilt zeggen. Maar daar heeft Nico het wel over. Hetgeen ik geleerd heb in verloop van tijd is er gekomen met vallen en opstaan of moet ik misschien zeggen met mislukken en toevallig succes.

Het is geen geheim dat ik regelmatig in het buitenland vertoef en als het even kan liefst daar waar de zon een beetje schijnt. Daarom een volgende goede raad, gebruik een polariserende filter indien er veel direct en hard zonlicht is. Alijn heeft het bij het juiste eind als hij zegt dat hij steeds probeert te vermijden dat er rechtstreeks zonlicht op de karper valt omdat er dan veel details verloren gaan. Mocht hij ooit echter een polariserende filter hebben gebruikt dan zou hij weten dat je zelf onder deze moeilijke omstandigheden heel gedetailleerde shots kan nemen. Met een polarisatiefilter kan je bijvoorbeeld ook de weerspiegelingen op het water wegnemen en daardoor duidelijker opnames maken van karpers die net onder de oppervlakte zwemmen. Polarisatiefilters zijn er in verschillende prijsklassen. Zelf heb ik op verschillende lenzen een polafilter van Hoya zitten. Voor zover ik me herinner kosten die ongeveer 1500-2000 frank per stuk. Deze filters zijn stukken goedkoper dan de circulaire polafilter van Nikon (ongeveer 8000 frank), welke ik op mijn nieuw toestel gebruik. Je moet er wel rekening mee houden -indien je manueel fotografeert- dat je naargelang de kwaliteit van je polarisatiefilter 1 tot 2 diafragma stops moet bijtellen in vergelijking met de instelling die je zonder het gebruik van de polafilter zou gebruiken. Werk je met een volautomatisch toestel dan zal het toestel zelf zijn instelling wel kiezen. Naast de weerspiegeling van het zonlicht neemt het eveneens -ik weet niet of ik hier de juiste term ga gebruiken- de diffusiteit in de lucht weg. Soms zie je wanneer het zonnig is een licht grijze tint boven de horizon en die kun je wegfilteren met een polarisatiefilter. Het contrast tussen de verschillende zaken die vastgelegd worden zal toenemen m.a.w. het blauw van de hemel, het groen van de planten en het grijs/witte van de wolken krijgen zo een vollere tint.

Flitsen!!! Altijd en overal zegt Nico. Wie zijn wij om hem tegen te spreken. Sinds de TTL flitsen op de markt zijn is inflitsen een techniek op zich geworden. Een tijdje terug zei ik om te lachen tegen Eric De Schepper dat mijn Nikon SB-28 slimmer was dan wij allebei bij elkaar. Hij lachte eens en dacht er het zijne van, maar het is inderdaad zo dat je met dit soort flitsen foto’s kan maken zoals dat voorheen onmogelijk was. Licht en belichting op zich kan reeds het onderwerp zijn van een volledig naslagwerk en daar weet ik zelf nog te weinig van om er hoge bomen over op te zetten. Gelukkig zijn er intelligente flitsen en denken zijn in mijn plaats.

Dia’s!!! Altijd en overal zeg ik. Slechts heel zeldzaam komt er nog eens een rolletje met fotoprints in het toestel te zitten.

Voor visser/karper opname zal ik steeds een 35 tot maximaal 50 mm gebruiken. Die beeldhoeken geven volgens mij de meest realistische weergave weer. Zoals Alijn zei heeft een grotere hoek (kleiner getal) een vertekende, soms zelfs een verbogen weergave. Trouwens karpers vooruitsteken om ze groter te laten lijken vind ik persoonlijk ook maar niks. Net zoals Alijn heb ik het niet zo begrepen op vingers zoals salami’s.

Wat natuurfotografie betreft moet ik beamen dat ik er volledig weg van ben. Wanneer ik bijvoorbeeld foto’s bekijk van de bekende Amerikaanse natuurfotograaf John Shaw dan word ik eventjes heel stil door hun levensechtheid. In vergelijking met zijn materiaal moet ik me behelpen met vrij sobere spullen. De mooiste natuuropnames -vind ik persoonlijk omdat de geel/oranje/rode tinten van het lichtspectrum dan nadrukkelijker aanwezig zijn- worden voornamelijk in de vroege ochtend of avond gemaakt. De 400, 500 of 600mm tele-objectieven die dan de mooiste opnames geven kosten elk een klein fortuin en dit is net iets te veel voor Bruin. Probeer maar eens zelf een paar foto’s ten nemen bij lage kleurtemperaturen en je zal zien dat het je fotowerk te goede zal komen. Diezelfde oranjegloed kan je eveneens bekomen door foto- of diafilms te nemen met een lager ASA getal bijv. 50 i.p.v. 100 ASA indien je naar meer zuiderse bestemming trekt.

Moet een fotoapparaat echt duur zijn om er enkel degelijke visser/karper opnamen mee te maken? Neen! In de aanbieding kan je voor ongeveer 12.000/15.000 frank reeds een behoorlijk volautomatisch toestel vinden. Tweedehands moet het zelf mogelijk zijn om onder die prijs te komen en kan je voor een ‘prikje’ een slag doen. Wie zoekt die vindt is ook hier van toepassing.