Artikel 5
|
Ronny De Groote,
Patrick Bauwens, Alijn Danau Onderwerpen: -Selectief vissen naar
de grote exemplaren, kan dat? -Wintervissen,
verloren tijd of de periode van het jaar voor supervangsten? .
|
|
Bijdrage
van Patrick Selectief
vissen naar grote exemplaren Kan men al dan niet
selectief vissen naar grote exemplaren of is het gewoon een kwestie van veel
vissen en dan gewoon afwachten tot de grote jongens passeren? Ik ben persoonlijk
van mening dat men inderdaad gericht kan vissen naar de grotere exemplaren. Het
beste bewijs hiervan is het feit dat sommige mensen elk jaar weer enkele
kapitale vissen in hun net weten te loodsen. Denk niet dat het toeval is of een
kwestie van geluk dat mensen zoals Phil en Alijn dit jaar alleen al
respectievelijk drie en vier veertigponders vingen plus daarbij nog een reeks
dertigponders om U tegen te zeggen. Heel vaak gaat het om een goed voorbereid
aanvalsplan, waarin tijd noch moeite worden gespaard. Laten we de zaken eens op
een rijtje zetten: om grote vissen te vangen moet men in de eerste plaats vissen
waar ze zitten. Sommigen onder jullie zullen wel opperen dat ik hiermee een open
deur intrap, maar al te vaak hoor en zie ik nog mensen die vissen achter
(karper)schimmen. Kies daarom waters waar die beesten daadwerkelijk rondzwemmen
of ga uit van realistische hypothesen wanneer je een onbekend of maagdelijke
plas aanpakt. Probeer zoveel mogelijk
relevante informatie van het water en zijn bewoners aan de weet te komen. Waar
houdt de vis zich vnl. op, dit kan gaan over korte of langere periodes. Ook het
jaargetijde speelt een belangrijke rol. Tracht ook te weten te komen wanneer en
waar de grote vis(sen) in het verleden werden gevangen. Grote vissen zijn
dikwijls residentiële vissen, kijk maar naar het Kempisch Kanaal. Daar is of
was dit fenomeen heel sterk aanwezig. Al kan dit natuurlijk wel eens veranderen
door hengeldruk. Eveneens belangrijk is te weten met wat soort aas de vis(sen)
worden of werden, belaagd. Ons target kan een duidelijke voorkeur hebben. Wijlen
Den Tweekleur‚ uit ‘t Land van Ghow had bijv. een duidelijke voorkeur voor
boilies en werd slechts bij hoge uitzondering op tijgernoten gevangen terwijl er
meer met tijgers dan met boilies werd gevist. Andere vissen geven de voorkeur
aan drijvend aas en weer andere worden dan weer op bodemaas gevangen. Als men
zoveel mogelijk informatie heeft verzameld heeft kan men een heus strijdplan
gaan opmaken. Welke opofferingen kan men
zich opleggen, ligt het water waar ons doel zich bevindt in de buurt van onze
woonplaats of juist veraf? Kan men regelmatig aan het water vertoeven om de
nodige observatie te doen en alzo meer feeling met het water te verkrijgen? Op
welke tijdstippen azen de vissen? Zijn het dagazers of juist andersom? Hoe kan
het water bevist worden? Zijn er boten toegelaten of niet? Kan er een vaste
voerstek aangelegd worden of niet? En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan met
onszelf vragen te stellen. Als we op alle vragen een antwoord hebben, staan we
reeds een eind dichter bij ons einddoel: nl. het vangen van een kapitale vis.
Eens we aan het vissen zijn kan het nog wel eens gebeuren dat ons plan ook moet
aangepast worden. U soepel opstellen, eens het tegenovergestelde doen van
hetgeen anderen op het desbetreffende water doen kan dan wel eens de doorslag
geven voor het wel of niet vangen. Wintervissen,
verloren tijd of dé tijd van het jaar voor supervangsten Laten we in de eerste plaats
een onderscheid maken tussen verwarmd en onverwarmd water. Het spreekt voor
zichzelf dat beiden twee totaal verschillende dingen zijn die beiden een andere
aanpak vereisen. Voor alle duidelijkheid wil ik ook aanstippen dat de
winterperiode zich voor mezelf situeert tussen 1 december en 1 april. Het is een
algemeen gegeven dat de vissen gedurende deze periode op hun absolute topgewicht
zwemmen, ze vangen is echter een ander paar mouwen. Ik heb vroeger Œs winters
behoorlijk veel gevist op een onverwarmd water, de echte wintervisserij dus, en
ik ving er vrijwel de gehele winter door, goed. Eerlijkheidshalve vermeld ik
erbij dat het water een grote populatie heeft en ook in de zomer als gemakkelijk
te boek staat. Het kwam er op neer om de vissen te vinden, enkele dagen te
voeren, niet veel maar wel elke dag op hetzelfde tijdstip. Het viel me op dat de
aasperiode relatief kort was. Meestal lag die tussen 13 h en 15 h. Het tijdstip
dat ik notabene ging voeren. M’n resultaten op andere, moeilijkere‚
onverwarmde wateren waren dan weer bedroevend. Al lag dat waarschijnlijk aan het
feit dat ik die waters niet zo goed kende en ze al evenmin intensief beviste.
Wat mijn ervaringen met verwarmd water betreft, beperkt zich dat tot enkele
uitstappen naar KK 7/8 met alweer zeer slechte resultaten. Vangsten tot op
heden: nul komma nul! Maar als ik de vangsten van deze andere rotary leden
bekijk kan ik niet ontkennen dat er inderdaad soms heel goed gescoord wordt. Het
feit dat ik de laatste jaren weinig of niet ‘s winters vis maakt dan ook dat
ik weinig zinnigs te vertellen heb. Maar ik twijfel er geen seconde aan dat de
andere leden van dit panel wel zullen kunnen. Onderlijnen
Gevlochten of nylon? Ikzelf
gebruik de laatste vijftien jaar en dus sinds de opkomst van de moderne systemen
bijna uitsluitend gevlochten onderlijnen. Deze lijnen hebben volgens mij een
aantal onmiskenbare voordelen t.o.v. gewone nylon. In de eerste plaats hun
soepelheid, want we willen toch wel een zo natuurgetrouwe aasaanbieding creëren
of niet? Een tweede punt is hun grote treksterkte bij een relatief dunne
diameter. Een derde en niet onbelangrijk voordeel is hun grotere
schuurbestendigheid dan gewone nylon. In de meeste situaties voldoen volgens mij
de gewone klassieke rigs nog om regelmatig vis op de kant te krijgen. Want laten
we duidelijk zijn, als een karper zich niet verplaatst en alleen maar spuwt
hebben we maar een zeer kleine kans om onze opponent te haken. Daarom moeten we
meer het accent leggen op vertrouwen. Hoe minder ons haakaas opvalt tussen de
vrij liggende aasjes des te groter is de kans dat de karper zich vergist. Het is
wel zo dat, eens de karper ons aas heeft opgepakt de bewegingsruimte zo klein
mogelijk moet zijn. Daarom gebruik ik in de meeste gevallen tamelijk korte
onderlijnen. Met nylononderlijnen heb ik weinig ervaring, zodoende kan ik er
weinig over vertellen. Ik heb ben pas de laatste tijd wat gaan experimenteren
met deze laatste en ik moet eerlijk toegeven dat ik weinig verschil merk in het
aantal aanbeten. Wat me wel opvalt is dat ik met een nylononderlijn nooit in de
war gooi, wat niet kan worden gezegd van gevlochten materiaal. Opmerkelijk is
ook de verschillende gevoeligheid tussen de twee. Probeert u maar eens de twee
achtereenvolgens over je lip heen en weer te trekken. U zal de gevlochten lijn
veel later voelen dan de nylon en dat is toch wel iets om over na te denken. Wat stiff rigs betreft heb
ik wat meer ervaring maar de opgetekende resultaten zijn tegenstrijdig. De ene
keer keiharde runs en goed gehaakte vissen, de andere keer enkel korte rukjes en
geen run. Het vertrouwen in dit materiaal is dus niet echt groot en wel om
volgende reden: stel, u vist met een 15 cm lange stiff rig. Door de aard van het
materiaal ligt het zaakje volledig gestrekt. Het haakaas ligt dus 15 cm van het
lood verwijderd. Stel dat er nu een karper langskomt die probeert om het aas op
te zuigen, wel hij kan dit niet. Dit kan twee zaken tot gevolg hebben, of hij of
zij gaat er als een speer vandoor of hij probeert alsnog het aas vast te
krijgen. Het één zal resulteren in een kort optonicbliepje (in het beste
geval) in het andere geval krijgt u een goeie run. Persoonlijk ben ik ervan
overtuigd dat we moesten weten wat er zich allemaal onder water afspeelt en zien
hoeveel keren een karper het aas opneemt en na een grondige inspectie laat voor
wat het is, we allemaal ons haar zouden uittrekken van frustratie. Maar zoals
zovelen blijf ook ik zoeken naar de ultieme rig. Dit houdt me scherp.
Persoonlijk hou ik het ook vrij simpel. Haken in de maten 2, 4, 6 Fox serie 2 of
Tiemco, een line aliner en een kryston onderlijn van 15 to 25 lb. Lengte:
ongeveer 20 cm en een vast lood. Dit is een montage die het in 95 % van de
gevallen (moet) doe(t)(n).
Bijdrage
van Alijn Selectief vissen naar
grote exemplaren, kan dat? Het kan tot op zekere
hoogte, afhankelijk van de populatie (groot of klein), afhankelijk van de tijd
van het jaar en afhankelijk van de aanwezige dressuur. Er bestaan meerder tactieken
om de grootste vis(sen) van een water aan de schubben te komen. Je kan proberen
om zoveel mogelijk vissen te vangen, en afwachten tot die paar grote er tussen
lopen, je kan ook doelgerichter te werk gaan, en de kleinere vissen zoveel
mogelijk elimineren, eventueel intussen blanks voor lief nemend. Bij het jagen naar de grote
jongens van een water doe je er goed aan om de vis(sen) die je wilt vangen in
kaart te brengen. Waar en wanneer zijn ze in het verleden gevangen? Op wat soort
aas, aan welke rigs? Door wie zijn ze gevangen? Is er een lijn in terug te
vinden? Je zal merken dat je door dit soort van onderzoek in vele gevallen al
een (groot) deel van puzzelstukken goed hebt liggen. Grote vissen hebben
dikwijls constanten, bijvoorbeeld waar ze zich op bepaalde perioden van het jaar
ophouden. Naarmate de druk en dressuur op een water toeneemt, zullen deze
constanten speculatiever worden omdat onder druk staande vissen
onvoorspelbaarder worden en gaan handelen tegen hun gewoonten in. Blijvend grote
vissen vangen is het resultaat van een combinatie van gedrevenheid, talent en
inzicht. Van een goed voorbereid plan met uitgestipelde strategieën al dan niet
aan te passen naarmate de jacht vordert. Het is vooruitdenken, de ander net even
voor zijn ook. Het is dikwijls psychologie, zowel naar de karper als naar andere
vissers toe. Speel het spel maar speel het fair! Treedt niet in de voetsporen
van de zichzelf tot goden verklaarde (papieren) helden, deze jammerlijke uitwas
heb ik vooral met de nieuwe lichting karpervissers te vaak meegemaakt. U kent ze
wel, ze hebben geen enkele achtergrond, hebben nooit eerder gevist, zelfs niet
op andere vissoorten maar aangelokt door de praalzuchtige factor eigen aan het
karpervissen worden ze gelokt als vliegen op stroop. Of moet ik schrijven als
strontvliegen op koeienvla’s? Aan kleinere vissen hebben ze geen boodschap, ze
gaan onmiddellijk voor het zware geschut en dat zal je geweten hebben ook. De
resultaten hiervan zijn dikwijls intriest. In de eerste plaats een hoop ellende
voor de karpers zelf want ze hebben nooit geleerd hoe je zo‚n uitzonderlijk
groot dier behandelt met alle ellende van dien. Meestal houden ze er ook nog
eens een kutattitude op na door het leven van anderen bewust of onbewust zuur te
maken, stekken te verknoeien (door bijv. het kappen van bomen, bovenop je
voerstek te gaan zitten, eenden te vergiftigen, groenen en visserijwachters
verrot te schelden en dreigementen te uiten aan iedereen die hen op betere ideeën
tracht te brengen), etc. Gelukkig is hun zelf heilig verklaarde (karper)vuur
meestal snel geblust, ze branden zichzelf op en verdwijnen tot mijn en vele
anderen hun genoegen na x - aantal tijd volledig uit het zicht. Maar goed laten we aannemen
dat je rechtgeaard bent en de bewuste big op wie je het voorziet hebt in een
relatief weinig onder druk staand water leeft, minder dan tien hectaren groot is
en de populatie klein is (maximum dertig vissen). Dit is een ideale situatie
waarbij je je target vrij snel moet kunnen vangen. Het aanleggen van een
voerstek en zolang mogelijk wachten met vissen geeft je een goede kans om de
vis(sen) al na de eerste sessie(s) te pakken te hebben. Er ontstaat nl. een
piramide effect waarbij er steeds minder vissen, maar wel steeds grotere de
voerstek zullen domineren. Je zal merken dat de eerste vissen van een goed
opgebouwde voerstek dikwijls de zwaarste zijn. Als je die voerstek te snel
gaat afvissen is de kans veel kleiner dat de grote jongens al aanwezig zijn. Wanneer we te maken hebben
met een water van pakweg dezelfde grootte maar met vijf keer zoveel karper, is
het natuurlijk andere koek. In zo’n geval werkt deze tactiek maar tot op
zekere hoogte. Je moet ook al veel meer buiken vullen. In zo‚n geval is de
ideale manier om pas te gaan vissen vanaf de herfst. De kleinere exemplaren
stoppen veel sneller hun activiteiten dan hun grotere broers en zussen wat maakt
dat je hierdoor al een natuurlijk selectie heeft plaatsgevonden. Dezelfde voer-
en vistactiek geeft je vanaf eind september goede kansen op de topvissen. Groot water, vijftig plus
hectaren met meer dan tweehonderd vissen en slechts enkele grote jongens: een
combinatie van bovenvermelde tactieken geeft je ongetwijfeld de beste kansen. Al
wordt het in dit geval al stukken moeilijker om echt gericht te zitten vissen. Grote karpers zijn dikwijls
veelvraten (dat is één van de redenen waarom ze zo groot zijn geworden) kijk
dus niet op een boilie bij het aanleggen van je voerstek. Gebruik boilies i.p.v.
partikels, zowel om te voeren als om te vissen. Partikels trekken veel eerder
kleinere vissen aan. Ik zou enkel en alleen op partikels overschakelen op echt
dressuurwater waar de gebruikelijke tactieken al zijn uitgevist en dan enkel en
alleen met witvisbestendigere partikels zoals tijgers. Gehalveerde boilies,
mini‚s of maxi‚s doen het in zo‚n situatie ook goed. Evenals ongewone
boiliesamenstellingen die uit liefst zoveel mogelijk verschillende ingrediënten
bestaan (moeilijker voor de karper om er een constante in te vinden). Bestaan er boilies die er de
grote jongens van tussen halen? Nee, klinkklare onzin. Er bestaan wel goeie,
betere en beste boilies in elke situatie, maar zoiets geldt dan voor alle
aanwezige karpers en niet uitsluitend voor de hele grote. Een constante die me door de
jaren heen is opgevallen is dat de grotere vissen -los van het seizoen-
doorgaans dieper worden gevangen dan hun kleinere soortgenoten. Het merendeel
van zowel Sven als mijn grote Nekkervissen komen van meer dan tien meter diepte.
Je krijgt ongetwijfeld minder actie dan wanneer je ondieper aan de slag gaat,
maar de weinige runs die Sven en ik kregen leverden wel een deel van de
topvissen van het water op. Dit gegeven viel me eveneens op bij de vangst van
twee Limburgse veertigponders. Beide vissen kwamen van zeven meter diepte (het
diepste punt van de plas), terwijl ik het merendeel van de actie (vissen tot net
onder de dertig pond) op de ondiepere kantstokken kreeg. Of dit fenomeen al dan
niet te maken heeft met dressuur, daar ben ik nog niet uit. Samengevat: 1 beste periode = herfst en eerste deel van de winter. 2 tactiek = voerstekken, vissen op plaatsen waar de vis in het verleden al is gevangen 3 aas = boilies zijn te prefereren boven partikels. Ready mades zijn in de meeste gevallen NIET geschikt om voercampagnes mee op te zetten. Ze zijn gemaakt om INSTANT te vissen wat betekent dat ze niet de eigenschappen bezitten om vissen langdurig te bekoren. 4 onderzoek doen naar gewoonten en voorkeuren van de vis(sen) in kwestie maakt de puzzel kleiner. 5 dieper vissen
levert aanzienlijk minder actie op, maar brengt dikwijls de grote vissen op de
kant Ik heb dus min of meer
gelijklopende ideeën als Patrick. Zijn idee over karpers die zwevend aas
prefereren lijkt me echter iets te surrealistisch. Dat ze er meer op gevangen
worden dan op bodemaas daar kan ik inkomen, daar kan een reden voor zijn, maar
niet dat ze daarom zwevend aas zouden prefereren. Wintervissen
Afhankelijk van de
temperatuur kunnen winters ofwel uitzonderlijk productief zijn (vooral voor de
grotere vissen) ofwel je reinste tijdverspilling heten. Het al dan niet inzetten
van vorst speelt hier een cruciale rol. Hoe langer die uitblijft hoe beter.
Zeker wanneer ie aanhoudt kan je het na verloop van tijd (op niet verwarmd water
welteverstaan) schudden. Karpers hebben net als
andere vissen trouwens, de neiging om veel meer dan anders samen te scholen en
zich op een beperktere oppervlakte op te houden. Dikwijls in de buurt van
obstakels en meestal op diepe(re) plaatsen. Weinig maar regelmatig voeren geeft
je de beste kansen op een vis. Opvallend is dat vissen, hoe raar dat ook mag
klinken eerder ‘s nachts actief zijn, dan overdag. De aasperiode is meestal
kort. Je kan je visserij hier op afstellen en in een minimum aantal tijd een
maximum resultaat halen. Goed uitlekkende flavours zijn te verkiezen en
partikels zijn rond deze tijd van het jaar op misschien zoete maïs na, een
slecht idee. Als je voor honderd procent zeker bent op de vis te zitten en de
mogelijkheid dient zich aan om met levend aas te vissen (en te voeren) zoals
bijv. maden, moet je dat zeker en vast eens proberen. Ondiepere plassen en
kleinere afgesloten putten reageren veel sneller op temperatuurschommelingen. Ze
zijn in regel ook vroeger in het voorjaar productief dan de langzaam opwarmende
diepe en grote plassen. Wie het geluk heeft te
kunnen vissen op verwarmd water zit natuurlijk op rozen en op dergelijk water
gelden dezelfde regels als voor de zomervisserij. Wanneer we het gure weer
buiten beschouwing laten en puur vangstgewijs denken is de pré winter periode
zo vanaf half september tot eind december mijn favoriete tijd. De tijd dat de
biggen er uitrollen. Echter, ik word ook al een dagje ouder en kan mezelf niet
altijd motiveren om weersomstandigheden waar je nog geen hond zou doorjagen te
zitten koukleumen in de soms ijdele hoop op een supervangst. Vooral aan regen
heb ik een uitermate gloeiende hekel. Ik haat regen met overgave en passie, als
je dat maar weet. Vriezen, tot daar aan toe, maar dat typische najaarsgedoe met
rukwinden en eindeloos druilige buien werken op m‚n gemoed en zijn nefast voor
mijn stemming. Het maakt me knettergek. Dan ruil ik de bivvy met plezier voor de
genestelde warmte van thuis. Masochisme is me vreemd. Ik ga bijzonder graag
vissen, maar ik kom ook altijd weer met plezier thuis. En lange sessies
(Frankrijk buiten beschouwing gelaten) zijn al langer niet meer aan mij besteed
en zeker niet ‘s winters. Besluit: probeer de
aasperiode(n) te ontdekken en ga enkel dan vissen, dat bespaart je een hoop
tijd. Tracht de vissen eerst te lokaliseren, interessant om weten is dat
winterhotspots jaar na jaar dezelfde zijn, (obstakels, diepe kuilen, rondom
plateaus etc.) vis met goed uitlekkende flavours, klein aas en voer Eigenaardig om te merken dat
de Kapitein er een eigen -los van de bestaande- winterkalender op nahoudt.
Misschien stamt die wel af uit de tijd dat ie nog bij de marine zat en het bevel
voerde op de zeven zeeën. Dat is best mogelijk, tenslotte weet ik gene moer af
van scheepsterminologie. Het enige dat ik ervan weet is dat het belangrijkste
punt voor boten, diepgang is. Onderlijnen
Ik prefereer te allen tijden
nylon boven gevlochten onderlijnen. Redenen: je gooit er
veel minder snel mee in de war. Spotgoedkoop in tegenstelling tot de schandalig
dure gevlochten types. Het merendeel der karpervissers vist met gevlochten
onderlijnen, dus heb je een streepje voor t.o.v. wantrouwige vissen. De reden waarom gevlochten
onderlijnen jaren terug, in voege raakten was omdat de karper onze stugge nylon
zou voelen en zodoende het zaakje laten voor wat het is. Onzin van dertien in
een dozijn dat -mede door de priksystemen- allang is achterhaald. Ik geloof
trouwens geen bal van het fijne gevoel van karpers in hun bek. Als dat werkelijk
zo zou zijn zouden die beesten veel meer te lijden hebben van die haak in hun
bek en wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat zulks NIET het geval is.
Met nylon of stiff rigs (van bijv. Amnesia) ligt het zaakje tevens strakker en
hebben de vissen veel minder ruimte om te testen. Ik experimenteer de laatste
tijd regelmatig met Amnesia onderlijnen en ben er zeer over te spreken. De
resultaten bevallen me uitermate. Vooral de door Terry Hearn op punt gezette
versie met een loop‚ draagt mijn voorkeur weg (zie tekening Rotary Rig).
Al gebruik ik die rig meestal als basis en hou ik het wat eenvoudiger. Op de
Nekker waar ik momenteel vis is deze rig gekend als de Viagra rig. Ik gebruik zelfs geen
gevlochten lijn meer (als voorslag) voor het vissen over mosselbanken, ook hier
weer brengt Amnesia de oplossing. Ik hou niet van de stugge rekloze dingen. Dat
niet rekken is een doorslaggevende factor in het veelvuldig uitscheuren bij
vissen met zachte bekken. Een dure les die ik afgelopen zomer aan de lijve
ondervond. Omdat ik tussen twee boeien in moest vissen had ik er de ganse lengte
Cormoran Corastrong opzitten. Toegegeven, good stuff in lijndiktes vanaf
35 mm (in lagere diktes vrijwel waardeloos voor mossels of obstakels: breekt bij
de minste druk aan flarden) voor obstakelvisserij, maar niet geschikt voor zwaar
drillen. Ik had zes losschieters op acht runs. Het feit dat er nul rek op de
lijn zat maakte dat ik rechtstreeks op de haak drilde en het zaakje in de zachte
bekken als vanzelfsprekend loskwam. Wanneer je te maken hebt met harde bekken,
zoals op vele Franse wateren, is dit probleem natuurlijk minder aan de orde. De ideale lengte tenslotte.
Het is zoals met de ideale penis, die bestaat niet (tenminste toch niet volgens
Mies Meulders). Alles moet aangepast worden aan de situatie. Een lange
(onderlijn) kan soms beter scoren dan een korte en vice versa, afhankelijk van
de omstandigheden. Wat experimenteren brengt soelaas. In theorie is de beste
gedachtengang om alsmaar korter te gaan, naarmate het slechter loopt (tenminste
als rigdressuur de oorzaak is) echter het over een compleet andere boeg gooien
en superlang gaan vissen kan soms veel beter werken. Met te korte onderlijnen
heb je bovendien veel meer kans op lossers. Vis korte onderlijnen daarom liever
met geen te zwaar lood. Dat lood trekt tijdens de dril nl. op de haak. Het valt
me trouwens op dat lichter lood eveneens dressuurverlagend werkt en blijkbaar
van weinig invloed is op de hakingskansen. Lood weegt onder water trouwens
slechts een fractie van wat het op de begane grond weegt. Toen Maddocks en Middleton begin jaren tachtig hun ideeën omtrent de toen revolutionaire nieuwe systemen naar buiten brachten opteerden ze voor een onderlijn van ongeveer 30 cm. Dit gaf hen naar eigen zeggen de allerbeste hakingskansen. Het is zoveel jaren later nog altijd een goeie standaardmaat om mee te beginnen en vervolgens vandaar verder te zien. Teveel mensen gaan er klaarblijkelijk van uit dat speciale rigs allesbepalend zijn op dressuurwater. Mijn ervaring is dat vissen veel meer reageren op stekdressuur dan op rigdressuur. Vissen op een voor de vis veilige plaats met de meest basic rig geeft je driedubbel zoveel kansen dan met de meest uitgekiende superrig op een stek die constant wordt bevist. De
bijdrage van Ronny de Grootte Kan
je selectief vissen op grote exemplaren? Zonder meer, JA!!
Laat me beginnen bij het
begin. Toen Kevin Maddocks zijn boek, Carpfever, op de markt kwam was
iedereen vol lof over het nieuwe fenomeen, de hair genaamd. Het haar zou het
wondermiddel worden. Er zijn ondertussen inderdaad reeds een oneindig aantal
karpers op een of andere haarvariant gevangen. Maar persoonlijk vond ik er een
veel belangrijkere boodschap in terug. Kevin zegt ergens: "Indien ik vis
vang wil ik weten waarom ik ze vang. Net zoals bij een blank wil ik de reden
hiervan kennen". Meer nog dan het openbaar maken van de hair-rig was/is dit
de boodschap van zijn boek. Van in het begin dat ik op karper vis heb ik me dan
ook steeds vragen gesteld waarom ik al dan niet gevangen had. Eerlijkheidshalve
moet ik bekennen dat dit in het begin vrij moeilijk was. Ondertussen heb ik
reeds zoveel déja-vus gehad dat ik enkel kan concluderen dat alles vrij
voorspelbaar is. Ik ben van nature uit meer een specimenthunter dan een aantalvisser.
Aantallen hebben me slechts een heel beperkte tijd kunnen zoet houden. Ik was
meer geïnteresseerd in de manier hoe ik de grootste karper van de plas aan de
haak kon krijgen. Veel vangen gaat, bij mij althans, te snel vervelen. Ik vind
er trouwens niks aan. Een van de redenen trouwens waarom Lac du Der en een paar
andere wateren zo snel hun charme verloren. Wat aantallen betreft heeft iedereen
elkaar alles reeds meerdere malen voorgedaan. Meestal moet je gewoon iets meer
uren kloppen dan de anderen en dan liefst in de buurt van een holding area. Wat
dan weer impliceert dat je een vaste stek moet claimen. En als er iets is wat ik
niet als karpervissen beschouw dan is het net dat. Oké, je moet wel een klein
beetje weten waar je mee bezig bent, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet in spoken,
ook niet in geesten of demonen en nog minder in onvangbare karpers. Een karper
is een levend wezen dat net zoals ieder ander wezen moet eten. Het is op dat
moment dat ze vangbaar worden. Hoe je het zo ver krijgt dat het aan je haak wilt
strijden hangt van jezelf af. Je moet iets slimmer zijn dan je tegenstander. Dat
kun je door de andere hengelaars te observeren en het meestal op een andere boeg
te gooien m.a.w. door de sleur, dressuur, het stereotiepe of hoe je het ook
noemen wilt te doorbreken. Dit kan op honderd en een manieren. Je ogen
opentrekken en je hersens laten werken. Meer is er niet aan. De plaats waar alles zich
afspeelt kan verschillen van periode tot periode, maar meestal komen hier
constanten naar voor. Vind ze uit en profiteer er van. Niks moeilijker aan. Ik denk dat ik zonder
schroom mag zeggen dat ik een van de eerste vissers was die doelgericht achter
een bepaalde karper aanging. De eerste maal dat ik iets op het spoor was dateert
uit 1985 of '86. De Blinden, toen een van de grootste karpers in Melle,
kwam er steeds in dezelfde sector uit. Dit zette mij aan het denken. Ik herinner me nog een ander
feit uit 1989. Ik bezocht Luc de Baets aan de Hoekse kreek en zei hem dat ik er
de ballen van verstond omdat ik een paar dagen daarvoor de grootste vis van 9 en
10 niet had gevangen. Volgens mijn beredenering moest De Kempvis er die
nacht uitkomen. Luc vertrok zijn wenkbrauwen en dacht dat ik een slag van de
hamer had gekregen. Ik heb hem de volgende middag opgebeld met de boodschap dat
ik mijn eerste veertiger binnen had. Zo is dat de volgende jaren blijven
doorgaan. Onderweg heb ik natuurlijk een prachtige cursus gevolgd bij Luc. Hij
heeft mij de bomen door het bos laten zien en het is dan ook zo dat niemand
tegen mij nu nog moet komen leuteren over potjes en poedertjes. Dat is, in onze
visserij, toch maar het peper en zout - inderdaad Alijn hier gaan we weer, die
weinig of niks aan het uiteindelijke resultaat zal veranderen. Over het
doelgericht achter een bepaalde karper aangaan heeft hij me niks moeten leren.
Hoe het moet daar ben ik al doende zelf achter gekomen. Ik durf nu zondermeer te
stellen dat indien ik me voor een bepaalde karper interesseer, ik in meer dan
80% van de gevallen die vis ook zal vangen, of in ieder geval zal haken, en dat
in uiterst beperkte tijd. De laatste vier jaar heb ik alles bij elkaar ongeveer
1000 uur op karper gevist. Ik heb karpers gevangen van 33.8kg, 30.3kg, 23.1kg,
20.8kg, 20.5kg in die periode. De twee laatsten zijn toevalstreffers en die
laten we dan ook buiten beschouwing. Ieder die op het ogenblik van de vangst op
die plaats aanwezig was en een klein beetje verstand van karpervissen had, had
hen eveneens gevangen. Als ik dan ga bekijken wat de gegevens zijn van wanneer
ik doelgericht achter een targetkarper aanzat dan zijn ze dit: De Grooten
na 13 uur, Skup na ongeveer 25 uur (als eerste vis tijdens de derde
nacht), De 23.1kg na ongeveer 40 uur (als derde karper tijdens de vierde
nacht). Ik heb de voorbije vier jaar alles bij elkaar, naast de 80 uur die wel
dat brachten wat ik verlangde, ongeveer 120 uur voor niks gevist, doelgericht
naar een vis wel te verstaan. 120 uur vind ik nog vrij veel omdat ik er van
overtuigd ben dat ik een andere targetvis na nog eens 30 uur verspeeld heb. Laat
zeggen dat ik ongeveer 90 uur naast de kwestie zat. Diegene die me dat aan mijn
broek gelapt heeft is De Langen. Waarschijnlijk was ik iets te dom voor
hem. Troost jullie, ik had haar ooit bij toeval reeds een keer gevangen. Phil
kan getuigen dat toen ik achter haar aanzat twijfelde tussen twee plaatsen en
blijkbaar heb ik toen de verkeerde keuze gemaakt. Maar Phil kan eveneens
getuigen dat ik de vangst van De Grooten voor ons beiden voorspeld heb.
Rest mij dus enkel te concluderen dat je inderdaad selectief achter grote karper
kan vissen. Ik vind het een doorgedreven vorm van modern karpervissen. Wintervissen
Vooreerst zou ik willen
zeggen dat ik niet akkoord ben met hetgeen dat Patrick zei. 'Het feit dat ik de
laatste jaren weinig of niet 's winters vis maakt dan ook dat ik weinig zinnigs
te vertellen heb'. Karpervissen dat is net zoals fietsen. Dat kan je of dat kan
je niet. Eenmaal je het onder de knie hebt verleer je het dan ook nooit meer.
Dus heeft Patrick hier wel degelijk iets te zeggen. Wintervissen kan volgens mij
tot twee punten teruggebracht worden, namelijk plaats en ogenblik. Met plaats
bedoel ik dat je moet proberen om je aas tussen de vissen aan te bieden. Zij
zullen nu niet naar je toekomen zoals het tijdens de warme periodes wel het
geval kan zijn. Hun actie radius is uiterst beperkt. Zelf op het Kempische is
het duidelijk dat bepaalde plaatsen tijdens de winter meer vis opleveren dan
anderen. Ik kan dan ook niet anders dan besluiten dat de karpers zich in een
(paar) groep(en) terugtrekken. Hier geldt dan ook de simpele, maar harde regel:
'Zit je naast de kwestie, dan val je uit de prijzen'. Tevens is het me op
verschillende wateren opgevallen dat er een constante bestond, van water tot
water wel te verstaan, in de aasperiodes. Meestal zijn ze uiterst kort, maar uur
gebonden. Korte sessie zijn dikwijls even produktief als lange. Ik heb een paar
vangstgegevens nagekeken en daaruit kwam dit resultaat overduidelijk naar voor.
Tweeëntwintig uur per etmaal gebeurt er niks en plotseling is die aasperiode
daar. Indien je die weet te achterhalen kan je doelgericht gaan vissen. Het is vanzelfsprekend dat je in deze koude periode zuinig met voer moet zijn. Door het langzamer werken van de karpers hun metabolisme gaan ze automatisch minder gaan eten. Kleinere en minder boilies zullen de kansen op een aanbeet vrijwaren. Wat de oplosbasisen en dergelijke meer van de flavours betreft ben ik kort:' Het maakt helemaal niks uit'. Of het nu op basis van ethyl alcohol, propylene alcohol, iso-propyl alcohol enz. is, voor de karpers maakt het geen verschil uit. Ik heb op sommige ogenblikken zelf met oliën, zonder gebruikt te maken van emulgators, behoorlijk gevangen. Waarom zou ik me druk moeten maken omdat een of andere producent gaat beweren dat ik hiermee alle, voor waarheid aangenomen, regels aan mijn laarzen lap. Hij moet van zijn verkoop leven, niet ik. Begrijp je? Onderlijnen
Meestal zijn mijn
onderlijnen vrij kort (15-17cm) en bestaan ze uit gevlochten draad. Moet er
echter een behoorlijk eind uit de kant gevist worden dan durf ik teruggrijpen
naar nylon. De laatste tijd, van 1994 af, echter probeer ik meer en meer de
goede eigenschappen van beiden te combineren. Ik herinner me nog een rig uit
1990 waarbij we de eerste 10-15 cm van de rig vanaf de wartel gezien met een
stijve siliconen slang overtrokken. Dit om de redenen die ik zo onmiddellijk zal
vermelden bij het Amnesia gedeelte. Moderne braids zijn soepel en laten daarom
de haak beter doen wat ik er van verlang. Daarom gebruik ik ze het liefst als de
eerste paar centimeter vanaf de haak gezien. Aan de andere kant is bv. Amnesia
stijf en gebruik ik dit materiaal voor het overgrote deel van de onderlijn. Wat
dan weer voordelen op het gebied van in de wargooien, sneller prikken - doordat
het uitgestrekt op de bodem ligt en zo automatisch minder ruimte om te rommelen
laat en niet te vergeten de schuurweerstand heeft. Deze drie redenen lagen dus
eveneens aan de grondslag van die 'stijve siliconen rig'. Deze zomer was ik getuige hoe een karper mijn aas opnam en gewoon een paar decimeter verder zwom. De pen trok hij net onder water en hij zette zijn schranspartij niets vermoedend verder. Het was slechts op het ogenblik dat ik aansloeg, dus op het moment dat hij een duidelijke weerstand voelde, dat de karper er als een pijl vandoor ging. Dus wat die gevoeligheid in de bek betreft heb ik eveneens mij twijfels. Maar aangezien ik zo weinig mogelijk speelruimte wil geven aan een geïnteresseerde karper hou ik mijn onderlijnen dus zo kort mogelijk.
|