Artikel 6

Alijn Danau, Stef Michiels , Phil Cottenier, John Van Eck

Onderwerpen:

-Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers?

-Waarom lopen de najaars- en wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

-Hoe komt het dat bepaalde vissen steeds weer rond dezelfde tijd van het jaar worden gevangen?

 

Bijdrage Alijn 

Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers? Zijn er orden aanwezig?

Er bestaan meerdere betrouwbaar opgetekende verhalen van vissen die zichtbaar met elkaar communiceerden. Ik geef een voorbeeld aan de hand van wat Mike Willmott ooit op het legendarische Ashlea Pool mocht waarnemen:

"Het was een hete dag in juli. Ik zat op de tak van een boom en probeerde zo goed en zo kwaad als het kon mijn evenwicht te behouden. Van daar uit had ik een perfect zicht op het water en op de af en toe hoog in het water hangende en passerende vissen. Ik wou hen ‘warm’ maken voor ‘chum mixers’ (drijvende hondebrokjes). Ik had besloten om te wachten met het uitgooien van m’n haakaas tot ze vol vertrouwen de vrije hondebrokjes zouden opslurpen. De vissen (allen kleinere exemplaren tussen zes en negen kilo) toonden duidelijk interesse in het aas, hun opvallend nerveuze lichaamstaal verraadde echter een uitzonderlijke voorzichtigheid. Ze zwommen in wijde cirkels rondom het aas, dompelden af en toe en kolkten vlak bij de mixers zonder ze evenwel te nemen. Nadat ze uiteindelijk enkele mixers namen zwommen ze allen weg en wat verderop hielden ze halt bij een duidelijk grote vis die eveneens in de hogere waterlagen lag. Nadat ze enkele keren rondom de grote vis heen cirkelden, zwommen de vissen terug naar de hoek waar ik zat, dit keer vergezeld van de grote karper (die ik op dat moment herkende als ‘Humpy’, de grootste vis van het water) die de rol overnam van ‘hoofdinspecteur’. ‘Humpy’ zwom slechts een enkele keer rond de hondebrokjes om te besluiten dat er gevaar was en hij keerde met de kleinere vissen in touw terug naar de andere kant van de plas. Ze lieten zich de hele dag niet meer zien in die hoek.

Ik was getuige geweest van een klassiek voorbeeld van communicatie onder vissen en ik had nog niet eens een haak in het water gelaten. Dit was echter slechts het eerste van een hele reeks voorbeelden die ik er in de loop der tijd mocht waarnemen. Na het zien van dit soort dingen, vraag je jezelf af hoeveel keer je in godsnaam voor joker zit te vissen. "

Dit verhaal geeft overduidelijk weer dat er 1) wel degelijk zoiets als communicatie tussen karpers bestaat en 2) dat er eveneens een orde aanwezig is. Wat zien wij tenslotte van het gedrag van vissen t.o.v. ons aas? Onze wateren zijn meestal te troebel, te diep of we vissen te ver uit de kant om getuige te zijn van dergelijke voorvallen. We hebben als mensen nogal gemakkelijk de neiging om ons superieur te voelen t.o.v. dieren. Het is een typische van arrogantie getuigende menselijke reactie om alles te ontkennen wat hij zelf niet zintuigelijk kan waarnemen. Het komt niet bij ons op dat dieren over voor ons niet altijd onmiddellijk zichtbare vermogens beschikken. We doen hen af als dom en onwetend, want zo ziet het er toch uit. Maar niks is wat het lijkt. Natuurlijk gebeurt communicatie onder dieren in het algemeen en bij vissen in het bijzonder niet op dezelfde manier als bij ons, en gaat het eveneens minder ver en subtiel als bij de mens, -de fabeltjeskrant ontgroei je na de kleuterschool- maar daarom beweren dat er geen onderlinge communicatie bestaat, is toch wel kortzichtig.

Er is bijvoorbeeld aangetoond dat giraffen met elkaar communiceren, geluiden produceren die niet eens hoorbaar zijn voor mensen. Walvissen en dolfijnen hebben een heel sterk ontwikkelde onderlinge communicatie die alweer niet hoorbaar is voor de mens omdat ons gehoor niet in staat is om de ultrasone geluiden die ze maken waar te nemen.

Deze gegevens geven je een beter zicht op wat wij karpervissers omschrijven als dressuur. Niet enkel vissen die op een bepaalde stek/aas/montage zijn gevangen zullen in de toekomst meer op hun hoede zijn maar eveneens de vissen die in de onmiddellijke nabijheid zwemmen van een al eerder gevangen vis omdat ze zijn paniekreactie t.o.v. stekken/aas/montage na verloop van tijd zullen associëren met gevaar en overnemen.

Hoe komt het dat sommige karpers elk jaar weer rond dezelfde tijd van het jaar gevangen worden?

Het is een fenomeen dat me de laatste vijf jaar op meerdere circuitwaters is opgevallen. Daarvóór stond ik daar gewoon niet bij stil. Sommigen beweren dat de stand van de maan er voor iets tussen zit. Anderen suggereren dat het water rond deze tijd van het jaar iets herbergt dat de vis(sen) in kwestie meer dan gewoon interesseert. Wat en waarom, daar heb ik het raden naar. Dat ze inderdaad door één bepaalde plaats of iets worden aangetrokken daar kan ik inkomen, wat ik echter moeilijk te vatten vind, is dat ze steevast op jaarlijks dezelfde dag (soms zelfs stipt tot op het uur) worden gevangen. Je kan weertype, temperatuur, luchtdruk of windrichting aanhalen om dit te verklaren maar deze zaken zijn niet constant. Ze variëren van jaar tot jaar. De enige constante die ik kan bedenken is de maan (en misschien ook andere hemellichamen zoals de sterren). En of ze al dan niet van invloed is, weet ik niet (mijn kennis hierover schiet hopeloos tekort).Ik kan het ook niet aantonen maar aangezien dat het enige aanknopingspunt is, mik ik daar op. Wat weten we met zekerheid van die maan? Dat ze van invloed is op water is een feit, kijk maar naar de getijen (eb en vloed). Zeevissen zijn geconditioneerd door winden, stromingen en temperatuurschommelingen. Waarom zou er ook geen inferentie bestaan tussen de kosmos en levende wezens.

Ik heb bepaalde vrouwen gekend die beweerden dat ook zij invloed ondervonden van die maan. Nu met vrouwen moet je natuurlijk altijd op je hoede zijn, het is uitkijken geblazen, hun trukendoos is groot. Maar wat hun maanstonden betreft daar kun je natuurlijk niet onderuit. De cyclus duurt net even lang als deze van de maan en van daaruit vertrekkende zou je inderdaad kunnen concluderen dat er iets in zit. Sommigen beweren dat ze rond de volle maan (net ervoor en net erna) plots veel meer energie en levenslust hebben. Meer zin in seks en zo. Is dat de andere Rotaristen ook opgevallen?

En moeten we dan daaruit concluderen dat enkele vrouwelijke karpers onderhevig zijn aan dit fenomeen?

Nu er gaan ook stemmen op in de richting van de biologische klok. Dat die klok bepaalt wanneer de paaitijd is aangebroken, de trek van start gaat (o.a; bij zalmen) enz.; dat is een uitgemaakte zaak. Maar is die klok ook van invloed op de vangbaarheid van zo’n zevenvinnig schubbenkleed? In dat geval zou dat dan toch moeten gelden voor alle karpers en niet voor specifieke individuen.

U merkt het, elk mogelijk antwoord roept alweer nieuwe vragen op. Het leven is een mysterie en ik mag het graag zo houden. Er is niks vervelender dan exacte wetenschap en voorspelbaarheid. Wat mij betreft mag het zo blijven.

Waarom lopen de wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Heel simpel, er wordt veel gevoerd het ganse jaar door en teveel op het verkeerde moment. Karpers krijgen gemiddeld veel meer voer te eten dan vroeger met als gevolg dat ze hun maximumgewicht (vetreserves om de winter door te komen) eerder in het jaar behalen en dus ook eerder stoppen met eten. Op elk water (het lichtjes verwarmde Kempisch kanaal niet te na gesproken) die ik de laatste najaren/winters heb bevist valt me dezelfde tendens op. Vele karpervissers vernemen dat regelmatig (en soms veel) voeren hun kansen verhogen. Dat klopt slechts half. In het najaar en ‘s winters gelden er andere regels en dat schijnen heel veel mensen over het hoofd te zien. Het metabolisme van een karper -onderhevig aan de lage watertemperatuur- neemt af wat betekent dat de vis veel minder voedsel tot zich neemt en ipso facto sneller verzadigd is. I.p.v. die hoeveelheid voer aan te passen en eveneens rekening te houden met de kwantiteiten die anderen voeren, blijven velen er lekker op los dumpen. Hun eigen maar ook anderen hun kansen acuut in de grond borend. Ik ken waters waar er momenteel (half november) dagelijks door een zestal vissers nog twee kilo boilies per man wordt gevoerd. Dat is twaalf kilo per dag!! Hoe wil je zo in godsnaam nog actie forceren? Hier gaat het voeren averechts en tegen jezelf werken.

Bouw je hoeveelheid voer af naarmate het kouder wordt en hou rekening met wat anderen voeren. Indien je instant vist leg dan de nadruk op weinig maar opvallend aas. Besluit je toch om te blijven doorvoeren pas dan zowel je boilietype als je kwantiteit aan. Goed en snel verteerbare boilie ingrediënten zijn een must. Voer kleinere boilies (mini’s tot 14 mm) zodoende hebben de minder eetlustige karpers meer boilies nodig voor eenzelfde gewicht aan voedsel dan wanneer je grote boilies gebruikt.

Bijdrage van Stef

Hoewel ik mezelf niet echt als een karperspecialist beschouw, zeker niet in de mate waarin de andere rotaristen dat zijn, ben ik graag ingegaan op Alijns’ verzoek om een bijdrage te leveren aan de rotary letter.

In de marge en als wetenswaardigheid merk ik graag op dat het concept van de rotary letter ouder is dan de meeste onder ons wel denken en dat we deelnemen aan iets dat in het karpergebeuren uit eenzelfde tijd stamt als de oprichting van karperverenigingen en dat eigenlijk dus als een traditie kan beschouwd worden. Een en ander wordt duidelijk na het lezen van de volgende paragraaf, vertaald uit het boek ‘A History of Carp Fishing’ van de hand van Kevin Clifford.

"De volgende dag, op maandag 18 juni 1951 ontmoetten vier karpervissers elkaar aan Mapperly (Engels karperwater n.v.d.r.). Deze waren Maurice Ingham, Richard Walker, die afgereisd was van Woldale (Benniworth Haven) (eveneens een Engels ‘carp venue’ n.v.d.r.), BB en John Norman. Ze zaten op de dam nabij de plek waar Albert Buckley zijn recordkarper had gevangen en praatten over karpervissen - over wat anders! Ze bekloegen zich over de schaarsheid aan geschikte viswaters en bespraken de mogelijkheid om hieraan in de toekomst te verhelpen door het uitzetten van karpers. Ze praatten over materiaal, aas en technieken. Het idee van een vereniging van karpervissers werd besproken en er werd onderling besloten de nodige stappen te nemen om deze op te richten. Al vlug werden Jack Smith uit Bradford-on-Avon en Harry Grief uit Dagenham gevraagd om toe te treden. Bovendien werd in augustus 1951 een rotary letter gestart ter uitwisseling van ideeën en ervaringen."

Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers en zijn er orden aanwezig? 

Ik treed het standpunt van Alijn bij wanneer hij beweert dat er communicatie tussen karpers bestaat. De dieren wisselen mijns inziens wel degelijk informatie uit. Vanzelfsprekend gebeurt die uitwisseling in de mate waarop deze dienstig is in de onderwaterwereld van de karpers en uiteraard op een niveau dat onvergelijkbaar is met datgene waarop wij mensen communiceren. Uitwisseling van informatie betekent overigens dat de vissen zowel signalen uitzenden als opvangen. Het aantal voorbeelden die mogen illustreren dat karpers geluids-, visuele of andere signalen kunnen waarnemen - iets waar overigens niemand aan twijfelt- en deze bovendien weten te interpreteren is groot. Of deze signalen afkomstig zijn vanuit hun omgeving of van hun soortgenoten doet overigens weinig ter zake. Een voorbeeld dat aantoont dat karpers signalen weten in te schatten (maar dat daarom nog niet aantoont dat er communicatie bestaat) betreft hun reactie na de eerste voercampagnes die de boilie-maagdelijkheid van een water doorbraken. Nadat er regelmatig een boilie- of partikelregen over de karperhoofdjes gestrooid was en de dieren na een poos het geluid ervan gingen associëren met voedsel, volstond enig ‘strooiwerk’ aan het begin van een sessie om de wakers tegen de hengels te laten knallen. Na het feest kwam echter vlug de kater want na een tijdje werd het voergeluid dat aanvankelijk aanleiding was voor het eetfestijn, beschouwd als een teken van gevaar, en het effect was het tegengestelde van wat beoogt werd. Een zelfde signaal krijgt voor de dieren omwille van de opgetreden dressuur, een andere betekenis. De dieren interpreteren datzelfde signaal anders dan voorheen. In de rand wil ik opmerken dat de karpers (in bepaalde gevallen) het aas in toenemende mate gaan inspecteren naarmate het dressuurspook feller de kop opsteekt. Dat betekent dat karpers gegevens en ervaringen kunnen opslaan in hun hersenen en dat ze een situatie kunnen (leren) inschatten, met andere woorden: dat ze (tot op een zekere hoogte) denkoefeningen maken.

Dat karpers bovendien signalen (kunnen) uitzenden kan bevestigd worden door diegene die de dieren van nabij geobserveerd heeft. In aquaria of in kleine vijvers kan makkelijk opgemerkt worden in welke gemoedstoestand de vissen verkeerden. Zo is het bijvoorbeeld aan de vissen te merken wanneer ze zich in een stresstoestand bevinden, zelfs voor iemand met een ongeoefend oog. Ongetwijfeld merken ook soortgenoten die gemoedstoestand, schrikreacties en dergelijke op. Jonge dieren in het algemeen leren trouwens de gedragingen van andere dieren te interpreteren en ze zelfs na te bootsen door hun ouders of soortgenoten gade te slaan,. Wanneer men die lijn doortrekt is het niet denkbeeldig dat karpers die zich in een groep bevinden mee schrikken wanneer een groepslid gevangen wordt, en wellicht is de reactie van de dieren groter wanneer deze vissen reeds kennisgemaakt hebben met de klappen van de glasvezel- of carbonzweep.

In het verleden werden reeds talloze verklaringen gegeven voor iets wat vele karpervissers blijft fascineren: het springen van karpers. Of karpers hiermee nu willen duidelijk maken aan andere soortgenoten dat ze op een voedselstek aangekomen zijn en soortgenoten er willen weghouden of hen er juist willen op wijzen dat er zich op die plek voedsel bevindt, of ze nu springen om groepen te vormen en naar de paaiplaatsen te trekken, of om soortgenoten duidelijk te maken waar deze paaigronden zich bevinden, of om andere nog onduidelijke redenen, één ding lijkt zeker: het betreft een vorm van communicatie.

De cirkel die moet aantonen dat er communicatie bij vissen bestaat is nagenoeg rond. De vissen zenden bewust of onbewust signalen uit en weten signalen die ze opvangen te interpreteren.

Dat er bij karpers rangorden bestaan mocht duidelijk blijken uit observaties tijdens de zomer van ‘98. Op het Nekkerdomein werd reeds enkele jaren geleden een kinderzwembad aangelegd dat slechts door een smal dammetje van de grote Nekkervijver gescheiden wordt. Om een tot nog toe onverklaarbare reden raakten een spiegel en vijf schubs in het zwembadje afgesloten en geraakten de dieren niet terug in het open water. Vele uren werden in, om en boven het badje gesleten en de touwen- en klimpiste waarin kinderen overdag hun vertier vonden bleek ‘s avonds een uitstekende observatiepost. Aanvankelijk lukte het afvangen der vissen niet zo bijster goed wegens allerlei al dan niet vistechnische redenen, maar dat is een ander verhaal. Spoedig werd de spiegel herkend als Big Scale. Het gaf een vreemd, eigenlijk sensationeel gevoel om één van België’s ‘most wanted’ van zeer nabij gade te slaan. Big Scale toerde haar kleine rondjes tussen de speeltuigen op zoek naar voedsel, een opening naar het open water, of naar ik weet al niet wat, tussen haar volledig geschubde satellieten. Die laatsten waren overigens ook niet van de minsten: onder hen bevond zich een schub die op het moment dat ze van het zwemdokje afgevangen werd 16, 2 kg woog in het najaar zelfs de 18 kilo benadert. Stelselmatig verkenden de schubs de bodem en de omgeving en ze verlieten in hun verkenningsopdrachten stelselmatig het groepje om er zich eventjes later achteraan weer bij aan te sluiten. Big Scale, die het zwemparcours bepaalde bleek door haar gedragingen duidelijk de leider van het kwintet.

Het ligt niet in mijn bedoeling om waarheden van anderen te verkondigen en het volgende kan daarom als een leestip beschouwd worden. In zijn (Franstalig) boek ‘L'evolution de la Pêche de la Carpe’ beschrijft auteur Leon Hoogendijk hoe hij met zijn voer- en hengeltechnieken tactisch inspeelt op het bestaan van rangorden bij karpers. Hij weet de kennis dat een groepje karpers bestaat uit vissen die geschaard zijn rond één leider, in zijn voordeel te benutten.

Hoe komt het dat sommige karpers elk jaar weer rond dezelfde tijd van het jaar worden gevangen?

Het doen en laten van karpers wordt bepaald door de invloeden die een water ondergaat en door de gewoonten en specifieke eigenaardigheden die individuele vissen bezitten. Ik geloof niet erg veel in wat men een biologische klok pleegt te noemen. De kalender zit bij een karper niet in zijn kop maar wordt voor hem bepaald door een voortdurend veranderende omgeving en het zijn deze omgevingsfactoren die het gedrag van de karpers gaan dicteren. Voorgaande stelling hoeft echter niet meteen te betekenen dat de terugvangst van bepaalde karpers rond dezelfde tijd in het jaar en vaak zelfs op (ongeveer) dezelfde stek toeval zou zijn. Het betekent slechts dat ondergetekende voor het fenomeen een andere verklaring denkt te hebben. Vaak bepaalt een samenloop van omstandigheden dat sommige vissen op regelmatige tijdstippen op dezelfde plek gevangen en opnieuw gevangen worden. Sommige karpers, want de ‘regel’ geldt niet voor alle vissen en geldt slechts voor een minderheid. De (weers)omstandigheden die de activiteiten van de karpers bepalen variëren dan wel van jaar tot jaar, er zijn echter in het gebeuren evoluties merkbaar. Tendensen die jaarlijks, een uitzondering niet te na gesproken, terugkeren. Stel dat een stek vanaf mei productief wordt omdat tegen die tijd het water voldoende opgewarmd is om die stek voor de residentiële karpers aantrekkelijk te maken. De temperatuursvoorwaarden zullen jaar na jaar op ongeveer hetzelfde tijdstip in het jaar het licht op groen zetten voor die bewuste stek. In combinatie met de uitgesproken voorkeur die sommige individuele karpers voor bepaalde sectoren van het water kunnen hebben, lijkt het mij niet onlogisch dat die exemplaren jaar na jaar op die bepaalde stek en rond dat tijdstip opnieuw gevangen worden.

Bij die al-dan-niet-biologische-kloktoestanden geloven blijkbaar heel wat vissers dat sommige karpers slechts op enkele welbepaalde tijdstippen vangbaar zouden zijn, wat mijns inziens niet zo is. De dieren azen namelijk niet alleen die enkele malen op een seizoen. Zo stuitte mijn vangst van Big Scale (augustus 1997) op ongeloof bij een deel medevissers omdat de vis volgens hen op een "verkeerd" moment gevangen werd.

Het hele paaigebeuren, vanaf de aanmaak van de geslachtsproducten tot en met het afpaaien zelf wordt door temperatuur, en ongetwijfeld nog door andere invloeden, gestuurd en wordt niet bepaald door een biologische klok. Het paaien gebeurt niet elk jaar op hetzelfde moment en in de variatie van het tijdstip ten opzichte van het voorgaande jaar zit geen regelmaat. Bovendien paaien de vissen niet op elk water gelijktijdig af omdat de omstandigheden door het karakter van het water (ondiep water, diepe zandwinningsput, kanaal,...) onderling sterk kunnen verschillen. In onze contreien paaien de vissen overigens slechts (maximaal) één maal per jaar terwijl de vissen op andere plaatsen van onze blauwe planeet, waar de omstandigheden daarvoor gunstig zijn, een heel ander paaigedrag gaan vertonen en zelfs meerdere keren per jaar de karperliefde bedrijven. Je zal als karper maar de pech hebben om in België of in Nederland te leven!

Eén van de factoren die invloed hebben op de karperactiviteiten, maar waaraan weinig of geen aandacht besteed wordt is de wisselende verhouding dag/nacht, dus lichte tegenover duistere periode. Het lijkt mij niet uitgesloten dat deze verhouding en de evolutie ervan binnen een jaar (het langer en korter worden van de nacht) invloed heeft op bijvoorbeeld de hormonenproductie bij een karper (zoals dit trouwens bij de mens het geval is), namelijk dat bepaalde hormonen de gedragingen van de vissen in een bepaalde richting kanaliseren.

Of de maan enige invloed heeft op karpers is mij niet bekend, maar lijkt mij evenmin uitgesloten. Twee dingen in verband met die maantoestanden staan voor mij vanaf nu onomstotelijk vast: Ik beloof Alijn dat ik hem nimmer zal storen in periodes van volle maan omwille van zijn andere bezigheden en ik vertrouw voortaan mijn vrouw voor geen haar meer wanneer ze er bij mij op aandringt om bij volle maan toch maar te gaan vissen.

Waarom lopen de wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Wanneer Alijn stelt dat de karpers hun vetreserves om de winter door te komen sneller bereiken slaat hij de nagel op de kop. Zelf tracht ik voeling te houden met het water waar ik het 's winters wens te proberen en laat ik de voerhoeveelheid en frequentie afhangen van mijn directe vangstresultaten. Voeren in de aanloop naar de winter en tijdens de winterperiode is beslist een voordeel. Karpers die op de stek komen scharrelen dienen voor hun inspanningen beloond te worden door er voer aan te treffen, zeker naarmate de watertemperatuur daalt en wanneer de holding area’s niet overeenkomen met de feeding area’s. Uiteraard geldt hierbij dat overdaad schaadt.

Vissers kopiëren vaak een ‘succesformule’ zonder daarom te begrijpen waarom een bepaalde aanpak resultaten oplevert. Een uit het vissersleven gegrepen voorbeeld toont dit goed aan. Wanneer één hengelaar op een water in de koudere maanden de vissen het vuur aan de schenen legt ondervindt hij (bijvoorbeeld) dat hij een aardige respons krijgt door drie keer per week anderhalve kilo te voeren. Wanneer dit wintersucces niet onopgemerkt blijft is het niet denkbeeldig dat het water het/de daaropvolgende ja(a)r(en) intensiever bevist wordt. Wanneer allen de ‘succesformule’ toepassen, zelfs van mening zijn dat een keertje vaker voeren en wat meer niet slecht zou zijn, krijgen de karpers een veelvoud aan aas te verwerken, op een moment dat hun stofwisseling alsmaar trager gaat verlopen. Eenieders kansen dalen dan ook, zoals terecht door Alijn aangehaald.

Bijdrage Phil Cottenier

1) Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers en zijn er orden aanwezig?

Ook ik ben van mening dat er een vorm van communicatie bestaat en eveneens een vorm van hiërarchie, de wet van de sterkste, grootste en zwaarste. Dat er orden aanwezig zijn staat vast, denk maar aan de ‘baiting piramide’ of de afroom - techniek. Meestal komen de grootste vissen eerst op de kant, wat zeker geen toeval is. Communicatie echter, is heel water moeilijker om te bewijzen, maar die is er bij elke diersoort, dus waarom zou het bij karpers anders zijn? Bij communicatie denk ik meer aan bepaald gedrag, veroorzaakt door primaire behoefte zoals voortplanting, vreten, gevaar enz. Bij een slechte ervaring, of in ons geval hengeldruk, kan ik best aannemen dat die door de groep mee ervaren en ook doorgegeven wordt. 

2) Hoe komt het dat sommige karpers elk jaar weer rond dezelfde tijd van het jaar worden gevangen?

Meestal gaat het niet alleen om hetzelfde tijdstip, maar ook nog vaak om dezelfde stek(ken). Het paai- en overwinteringsgedrag wil ik even buiten beschouwing laten, dat lijkt me voor iedereen evident genoeg. De stand van de maan??? Op Alijns beide vragen moet ik ontkennend reageren. Nooit iets van gemerkt, ‘k zal in de toekomst maar een tabelletje op zak steken. Wat me opvalt is dat deze zogenaamde residente vissen dikwijls de grotere of zwaardere en misschien ook wel oudere exemplaren zijn. (Zelfs Alijn lijkt naarmate hij ouder wordt, honkvaster te worden). Misschien hebben deze vissen nu en dan nood aan een rustig en bekend stekje in tegenstelling tot hun jongere en/of lichtere soortgenoten? Of moeten we aannemen dat sommige van nature uit trekkers zijn en andere een rustigere aard hebben en ook behoefte hebben aan een eigen territorium? Even een KK 7/8 praktijkvoorbeeld; er zijn (of in de meeste gevallen spijtig genoeg ‘waren’) gekende topvissen die acht keer op tien op dezelfde stek werden gevangen. Toch kan ik niet geloven dat ze altijd op die stek rondhangen. Volgens mij maken ze heus wel de nodige escapades. Maar waarom worden ze dan zo weinig op andere stekken gevangen? Ik vermoed dat vertrouwen en natuurlijk voedselaanbod er voor iets tussen zit. Misschien azen ze op andere stekken veel argwanender en zijn ze daardoor heel moeilijk te verschalken, terwijl ze daarentegen op hun vertrouwde stekken, (lees territorium) plus een hoger voedselaanbod gemakkelijker te vangen zijn. Is dat natuurlijk aanbod tijdsgebonden dan zou dit een goeie verklaring kunnen zijn. Ik weet het mensen, veel misschiens, gelukkig zijn er niet altijd feiten en zekerheden anders werd karpervissen wel een heel saaie bezigheid.

Waarom lopen de wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Ook ik sluit me bij Alijn en Stef’s mening aan. Er wordt in het late najaar, en zeker op de Big Fish-waters gewoon te veel gedumpt. Reeds in september en oktober bereiken ze nagenoeg hun topgewicht en daarmee stopt dan ook hun activiteit. Ik ken zelfs waters waar ze in het najaar zwaarder zijn dan in het voorjaar wanneer ze barstensvol kuit zitten! Iedereen moet in dit geval zichzelf op de borst kloppen en bij dalende watertemperaturen zijn voeraanbod afbouwen. Ook komt er ieder jaar meer en meer hengeldruk en dus worden bijna alle vissen gehaakt in het najaar en zullen ze zich tweemaal bedenken alvorens ze nog maar eens een misstap begaan. Gewoonlijk komt er voor de echte koude nog een laatste opflakkering van activiteit of beter gezegd een vreetorgie, daarna valt alles stil. Uit ervaring weet ik dat deze stille periode ongeveer twee weken duurt. Wie dan volhoudt, zou best wel eens beloond kunnen worden voor zijn moeite. Maar twee weken of meer blanken in slechte omstandigheden zonder zekerheid op vangen is voor de meeste, ook voor mezelf soms teveel van het goeie. Meestal worden de stokken opgeborgen of zoekt men een ander alternatief, hetzij gemakkelijker of verwarmd water.

Bijdrage John Van Eck

Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers en zijn er orden aanwezig?

Alijn gaat nogal tekeer tegen mensen die dit idee onzinnig vinden en terecht. Ik ben er namelijk ook van overtuigd dat karpers met elkaar communiceren, weliswaar, zoals Alijn ook al zegt op een andere wijze dan wij mensen dat doen, maar sprake van communicatie is er zeker.

Ik heb eveneens de indruk dat de communicatie gebeurt door gedrag en niet zoals bij de mens d.m.v. geluid. Hoewel, als je leest wat Alijn schrijft over giraffen is dat in het geheel niet zeker. Tot mijn spijt moet ik ook bekennen dat ik niet weet of er over dit onderwerp (bij karpers) al wetenschappelijk onderzoek is gedaan. Dit zou ons in staat stellen om over communicatie tussen karpers wat explicieter te zijn i.p.v. alleen af te moeten gaan op onze waarnemingen. Met Alijn verzucht ik mij ook over onze toch over het algemeen beperkte mogelijkheid om karpers te observeren t.o.v. Engeland. Ik denk ook dat de reden waarom jongens zoals o.a. Terry Hearn en Dave Lane zo goed scoren in Engeland is omdat zij optimaal gebruik maken van de observatie mogelijkheden van de karpers waarop ze jagen. Hierdoor vissen ze op z’n minst in de buurt vanwaar de vissen vertoeven, naar mijn mening nog altijd één van de belangrijkste aspecten van het karpervissen. Ze houden zich echter niet alleen bezig met de plaatsen waar de vissen zich vertonen, ze zijn eveneens op zoek naar hotspots of de plekken (vaak maar heel klein) waar de karpers komen om te vreten. Presenteer je je aas op zo’n plek dan ben je al een heel eind op weg naar een karper in je net.

Terug naar de onderlinge communicatie. Ik heb zelf ook al meerdere voorbeelden meegemaakt van dit fenomeen. Een voorbeeld: op een gegeven moment nadert een solitaire karper je voerplek. Hij zwemt er wat overheen, neemt soms wat boilies, soms ook niet en vertrekt weer om even later met enkele soortgenoten terug te komen! Ik ben ervan overtuigd dat in deze gevallen de betreffende vis zijn maatjes haalt om mee te delen in de maaltijd. Misschien ligt er in bepaalde gevallen ook wel een angstfactor aan dit gedrag ten grondslag. In de zin dat de desbetreffende karper zich in gezelschap veiliger voelt dan alleen. We moeten, vind ik, namelijk erg voorzichtig zijn als we direct conclusies trekken uit bepaald gedrag, zeker als we dat bijvoorbeeld maar één keer hebben waargenomen. Er kan namelijk wel eens een heel andere oorzaak aan de basis van het getoonde gedrag liggen dan datgene wat we in eerste instantie dachten. Verder reageren absoluut niet alle karpers hetzelfde (denk hierbij ook aan de orden die Alijn al ten berde bracht).

Een ander voorbeeld dat ik meermaals heb mogen meemaken is dat van een aantal karpers die bezig zijn om jouw voerplek met boilies leeg te vreten. Plotseling zuigt één van de karpers jouw haakaas naar binnen, maar de karper blaast het zaakje weer even snel naar buiten, zonder dat deze geprikt wordt. De karper had door dat niet alles is zoals het zou moeten zijn. Na zo’n incident zal vaak ook geen enkele van de andere karpers deze specifieke boilie nog opnemen, terwijl de rest van de boilies tot en met de laatste allemaal netjes worden opgevreten. Hoezo een zekere communicatie? Ik ben het dan ook helemaal eens met Alijn als hij zegt dat je zeker niet alle karpers op een bepaalde methode hoeft te vangen alvorens deze methode zijn effectiviteit al verliest. Het nerveuze, afwijkende gedrag van een karper zal zeker dat van een andere beïnvloeden. Kijk bijvoorbeeld naar KK 7/8 waar op een gegeven moment een groot aantal kleine schubjes waren uitgezet. Natuurlijk werden deze visjes in het begin relatief veel gevangen maar zeker niet zoveel en zo langdurig als je in eerste instantie zou verwachten. Deze vissen kijken het gedrag van de ouwe rotten snel af.

Toevallig heb ik net het boek van Dave Lane An Obsession with Carp gelezen en met name de hoofdstukken over Wraysbury vind ik niet te versmaden. Hierin zijn ook verschillende voorbeelden van communicatie tussen karpers te vinden. Hetgeen mij toch wel aan het denken zette was dat er toch een aantal vissen in Wraysbury rondzwemmen die niet of nauwelijks gevangen worden. Wat me hierbij opviel is dat een aantal vissen rondzwemmen in groepjes waar dan weer karpers tussen zwemmen die veel vaker gevangen worden. Hiermee kom ik weer terug op de orden die Alijn aangeeft. Zou het zo kunnen zijn dat bepaalde vissen uit zo’n groepje ‘de proefkonijnen’ (en dus de mugs) zijn? Als dit zo is kan ik me heel goed voorstellen dat bepaalde vissen nagenoeg onvangbaar zijn. Hoewel hier nog meer factoren een rol spelen zoals o.a. het ontwijken van rigs (lees het boek van Dave Lane er maar op na) en het meer vreten van natuurlijk voedsel dat datgene wat wij te water laten, maar ik vond het toch uitermate interessant om lezen.

Hoe komt het dat sommige karpers elk jaar weer rond dezelfde tijd van het jaar worden gevangen?

Dit is wel een goed voorbeeld van een fenomeen waarvan we weten dat het absoluut gebeurt. De voorbeelden zijn legio en de big fish hunters maken er dankbaar gebruik van. Het verklaren van dit fenomeen vind ik een stuk moeilijker. Verwacht van mij dan ook geen sluitende verklaring. Wel zal ik wat ideeën en suggesties poneren.

Een karper is over het algemeen beschouwd een gewoontedier. Neem bijvoorbeeld het paaigedrag. Dezelfde vissen zullen normaal gesproken elk jaar op dezelfde plekken paaien. Of neem de specifieke voorkeur van vissen voor een bepaald gebied van hun water. Ze voelen zich daar thuis en hebben alles wat hun hartje begeert.

Nog een ander voorbeeld: een karper weet donders goed wanneer natuurlijke voedselbronnen tot hun volle bloei komen en doet er zich dan ook uitzinnig aan te goed aan. Omwille van deze redenen bevinden karpers zich op bepaalde momenten op bepaalde plekken van het water. Net om die redenen en omdat bepaalde zaken in een cyclus gaan kan ik me voorstellen dat welbepaalde vissen dan ook op steeds diezelfde plekken worden gevangen. Ik heb het dan wel veel meer over perioden dan bijvoorbeeld een aantal jaar achter mekaar op precies dezelfde dag. Het weer, temperatuur enz. zijn namelijk nooit voorspelbaar. Alijn meldde dit al. Stel je bijvoorbeeld een karper voor die zich normaal gesproken ophoudt in een deel van het water dat niet bevisbaar is, maar tijdens de paai dit gebied verlaat en zich bevindt op een plaats die wel te bevissen valt. De kans is heel groot dat die vis rond deze periode dan ook gevangen wordt. (Bovenstaande komt min of meer overeen met wat Stef beweert).

Ik kan me ook voorstellen dat vissen op een bepaald moment kwetsbaarder zijn voor hengelaars dan anders. Bijvoorbeeld wanneer het natuurlijk voedselaanbod laag is of wanneer de vissen een enorme aandrang hebben tot azen.

Een ander aspect die er misschien mee kan te maken hebben is het teruggekregen vertrouwen van vissen op drukbeviste wateren. Laat me dit even uitleggen. Er bestaan ‘slimmere’ en ‘dommere’ karpers, de ene wordt nu eenmaal vaker gevangen dan de andere, maar alle karpers hebben over het algemeen een periode nodig om weer voldoende vertrouwen te krijgen alvorens ze weer in de fout gaan. Bij de ‘slimmere’ zal dit misschien ook nog wat langer zijn dan bij de ‘dommere’ of zij zijn sowieso voorzichtiger. Ik zei trouwens ‘over het algemeen een zekere periode nodig hebben’. Ik bedoel hiermee dat er ook voorbeelden zijn van vissen die maar heel weinig worden gevangen en ineens binnen een week twee keer op kant komen.

Was het gedrag in die week van die karper anders of was die vis zo in de war van zijn eerste vangst dat hij ‘makkelijk’ een tweede keer gevangen werd?

De ene vraag roept de andere op, zeker Alijn. Ook van mij mag het zo blijven.

Hoewel bovenstaande gedachten en suggesties misschien enigzins verklaren waarom bepaalde karpers in zekere perioden terug worden gevangen is hiermee naar mijn mening nog steeds niet verklaard waarom sommige vissen zo specifiek ieder jaar in dezelfde korte periode (tot op de dag nauwkeurig) worden gevangen.

Alijn denkt dat het iets met de maan vandoen kan hebben en ik kan hem daar geen ongelijk in geven. Dat de vrouwelijke cyclus evenlang duurt dan de maancyclus kan geen toeval zijn! Er is meer tussen hemel en aarde dan je op het eerste gezicht denkt. Hoewel ik mezelf als realist beschouw, want zo gek als Johan wordt ik niet…, enkel de vissen gaan voeren…, heel nobel hoor maar verwacht daarvoor van mijn kant geen steun.

Nick Helleur had het in Big Carp RL over the harvest full moon (einde sept/begin okt). Hij zei daarover dat ie een aantal spectaluraire vangsten had gedaan rond deze tijd. Toevallig weet ik van Hutch dat ook hij, de periode rond die specifieke volle maan een zeer productieve periode vindt. Als ik naar mijn eigen vangsten kijk, kan ik dit ook beamen. Je kan natuurlijk ook gewoon zeggen dat deze periode sowieso goed is, los van de al dan niet beïnvloedende maanfactor.

Het is echter zeker iets om over na te denken, er zijn trouwens specifieke maankalenders die afhankelijk van de maanstand aangeven hoe groot de vangstkansen zijn. Naar het schijnt is zo’n kalender verschillend van iedere plek op aarde. Logisch, want de stand van de maan is t.o.v. de aarde op elke plek verschillend.

Misschien zit er wel iets in maar wat ik me bij deze dingen afvraag is: in hoeverre is zoiets op het karpervissen toe te passen. Gaan we dan nog enkel vissen bij de juiste maanstand? Volgens mij zijn er nog teveel andere onvoorspelbare en meespelende factoren. Het is trouwens te moeilijk om aan de hand van deze of gene maanstand sluitende conclusies te koppelen en dat is maar goed ook. Laten we het het maar zo houden.

 Waarom lopen de wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Is dat zo? Zelf kan ik dit bevestigen noch ontkennen. Mijn wintervisserij beperkt zich de laatste jaren tot het bevissen van wateren waar er invloed is van warm, dus een situatie die niet te vergelijken valt met echt wintervissen. Ik lees en hoor wel dat deze trend ook in Engeland te merken is. Het toeval wil dat ik het er zelfs onlangs nog met Hutchy over had. Op Rods eigen water Woldview werd er in de periode begin november t/m Kertsmis door hem en de overige syndicaatleden samen welgeteld één vis gevangen. Woldview is zo’n 4 hectare groot en heeft een goede bezetting aan karper. Daar komt nog eens bij dat het water over een redelijk groot deel relatief ondiep is en daardoor kan waargenomen worden of de karper zich al dan niet in deze zone bevindt. Ze hebben dus nooit echt ver van de karper vandaan zitten vissen en toch slechts één enkele vis gevangen! Eerlijkshalve moet ik opmerken dat Woldview nooit een goed winterwater is geweest. Zelf kan ik niet echt een verklaring voor dit fenomeen verzinnen. Ook Rod heeft niet echt een verklaring. Het enige dat hem was opgevallen is de indruk dat naarmate de vorst vroeger invalt, de winterresultaten minder goed zijn. Zijn dit ook dezelfde ervaringen van mensen die op ‘koud water’ vissen?

Alijns verklaring kan zeker een deel van het probleem zijn, maar dan is mijn vraag aan hem hoe het komt dat bijv. op Savay deze trend ook is waar te nemen, waar, naar mijn mening toch niet meer of minder gevoerd wordt dan drie of vier jaar geleden. Of heb ik dat mis?