Artikel 7
|
Patrick
Bauwens, Alijn Danau, John Van Eck, Sven Hoebeeck
Onderwerpen: •Pop ups versus bodemaas (verschil in gebruik van rigs, vist de een beter dan de ander, voor en nadelen enz.) plus eventueel tekeningen of foto’s van de besproken rigs. •Hoe belangrijk zijn recordvissen, welk water of welk land heeft de meeste mogelijkheden tot het voortbrengen van een nieuwe recordvis. En wat over een nieuwe Belgische recordvis? Denk je dat er op dit ogenblik een water is buiten het Kempisch kanaal dat in staat is om een nog zwaardere vis voort te brengen dan ‘De Grooten’ op zijn topgewicht van maart 1995?
|
|
Bijdrage
van Alijn Danau Pop ups
versus bodemaas Een pop up zou omwille van
zijn onnatuurlijke presentatie eerder bij de karper opvallen dan bodemaas. Maar
datzelfde opvallende en herkenbare patroon werkt ook dressuur in de hand. Pop up
boilies kan je heden ten dage gebruiksklaar kopen, de doe-het-zelvers kunnen
terugvallen op kurk, piepschuim, microgolf of de oven. De een zweert bij pop ups,
de ander vertrouwt ze niet. Iemand als Martin Clarke bijvoorbeeld gebruikt
vrijwel uitsluitend pop ups. Martin is in Engeland hét voorbeeld van iemand die
met een beperkte vistijd jaar na jaar een aanzienlijk hoog aantal grote vissen
op de kant trekt. Hij is de bedenker van ‘de scorpio’ en ‘de snake rig’,
twee rigs die hem op enkele befaamde dressuurwateren in Engeland veel grote
vissen opleverden en die vrijwel uitsluitend te gebruiken zijn met pop ups. Ik denk dat het accent niet
zozeer ligt of je nu een boilie (of ander aas) een stuk boven de bodem of op die
bodem aanbiedt. Het heeft meer te maken met de rigs die je gebruikt. Laat me dit
even verduidelijken. Je kan een zwevende (pop up)
boilie zodanig manipuleren (zodat ie bijv. net boven de bodem hangt) dat het
verschil vanuit het oog van de karper met de bodemboilies vrijwel nihil is.
Waarom dan niet onmiddellijk opteren voor bodemaas? Wel daar zit het hem nu
juist. Pop ups vragen om andere montages dan bodemaas, je kan ze effectiever
vissen. Sommige rigs kan je zelfs enkel efficiënt vissen met pop ups. De eind
jaren tachtig door toedoen van Rob Maylin & ‘the famous five’ in zwang
geraakte bent hooks zijn daar een perfect voorbeeld van. Op de bodem geviste
bent hook rigs werken bijvoorbeeld veel minder efficiënt dan de pop up geviste
versie. Ik heb persoonlijk nooit veel gebruik gemaakt van pop ups en de vissen
die ik er in de loop van de jaren op gevangen heb zijn dan ook op één hand te
tellen. Dat heeft te maken met het feit dat ik meestal gebruik maak van weinig
gecompliceerde rigs. Anderen en niet minder succesvolle vissers zweren echter
wel bij pop ups en vangen er ook al hun vissen mee. Het vissen met of zonder pop
ups is zoals zoveel in het karpervissen sterk onderhevig aan de heersende trend
op een water. Karpervissers zijn nogal geneigd zich te laten beïnvloeden door
wat er rondom hen gebeurt en gebruiken over te nemen zonder er verder bij stil
te staan. Dat geldt voor aas, gebruik van materiaal maar eveneens voor rigs en
hoe het aas gevist wordt. Toen de pop ups via Engelse publicaties ook hier op
het vaste land bekend werden, kreeg je te maken met een pop up 'boom'. Het gros van de
karpervissers maakte er gebruik van. Zoals steeds met nieuwtjes gaat de storm na
verloop van tijd wel liggen en grijpt men weer terug naar het oude. De zogeheten
(w)onderlijn waarvan Sven Hoebeeck de bedenker is en die voor een overgroot deel
van zijn en mijn (en nog enkele andere mensen) vangsten op het super
dressuurwater KK 7-8 zorgde, is een uitzonderlijke rig, in die zin dat ie zich
zowel met pop ups als bodemaas laat vissen. Ik kan helaas niet uitleggen
waarom dit het geval is omdat ik anders zou kunnen prijs geven hoe ie werkt en
aangezien het niet mijn maar Sven's ontdekking is kan ik dat niet maken. Als ik
zoiets al zou willen, mijn mening hierover is dat het fout is om iedereen zomaar
kant en klare oplossingen aan te bieden. Zoeken en proberen is inherent aan het
karpervissen en mensen die daarmee bezig zijn en vele kostbare visuren
investeren naar het zoeken van zulke systemen verdienen het ook om vroeg of laat
iets te vinden dat gemiddeld beter vist dan de rest. Records,
recordvissen Het is eigen aan de
competitief ingestelde menselijke natuur om zijn grenzen blijvend te verleggen.
Het is deze instelling die ervoor gezorgd heeft dat we in een maatschappij leven
die vooruitgang nastreeft, die voortdurend zichzelf tracht te verbeteren (al
weet ieder gezond denkend mens dat zoiets niet het geval is). Dit kan al naar
gelang de ingesteldheid van het individu op heel verschillende en uiteenlopende
manieren gebeuren. Je zou kunnen stellen dat iedereen op zijn manier hogerop
wil, maar niet iedereen heeft hetzelfde idee over wat hogerop geraken inhoudt en
niet iedereen maakt gebruik van dezelfde handelingen om dat doel te bereiken.
Het vissen in het algemeen en het karpervissen in het bijzonder is niks anders
dan een variatie op datzelfde thema. Het is min of meer een doorslag van het
dagelijkse leven met identieke waardeoordelen en kijk op de zaak. Daarom is het
ook niet verwonderlijk dat net datgene wat in onze maatschappij zo gehypt wordt,
nl. de hoogste trap op de ladder bereiken ook zijn invloed heeft op zoiets als
karpervissen. Vrij vertaald betekent dat zoiets als ‘we willen meer, en we
willen groter’. Nu is het een logisch gevolg dat de wedloop naar die smalle
hoogste sport van de ladder door de band flink wat moeilijkheden, inzet en
overgave met zich meebrengt. Het hangt voor een groot deel af van de mate waarin
iemand kan of wil omgaan met die moeilijkheden, de energie voor die inzet en
overgave bezit of hij al dan niet zal slagen in zijn opzet. Geluk en toeval
spelen echter ook een niet te onderschatten rol in het ganse proces, maar deze
kan je niet afdwingen. Iedereen moet voor zichzelf
maar uitmaken in hoeverre hij dit een goeie zaak vindt. Als we rondom ons heen
kijken kan je er echter niet onderuit dan te bekennen dat we er allen in meer of
mindere mate mee bezig zijn of er de hand in hebben. We vissen toch naar de
grote, grootste karpers van het water, we vissen naar een persoonlijk record,
naar een waterrecord, enz. Deze maatschappij houdt van winnaars, van
grensverleggers, van (record)verbeteraars. Dat maakt dat elk van ons
gestimuleerd wordt om zich afhankelijk van zijn persoonlijke ingesteldheid en
relativeringsvermogen toe te spitsen op vooruitgang. Of het ganse
‘ik-wil-de-eerste-en-de-beste-zijn-houding’ nog met vooruitgang te maken
heeft is natuurlijk een andere zaak. Het lijkt erop of we hiermee onze
oorspronkelijke bedoeling zijn voorbijgerend. Maar zoiets is waarschijnlijk niet
uit te sluiten. Goed terug naar het water
nu, waar al de jacht naar die uit zijn voegen gebarste vooruitgang gelukkig nog
meevalt. De belangrijkste reden hiervoor is natuurlijk het ontbreken van enig
betekenisvol financieel gewin. Dat houdt het karpervissen nog relatief puur,
zuiver en onschuldig ook, want er is uiteindelijk niets mis aan enige gezonde
competitie en overgave. Bovendien zijn daar nog alle andere fantastische
facetten van het karpervissen die van onze bezigheid iets uniek maken. Het leven
langs de waterkant heeft iets onuitsprekelijk ontspannend, iets instinctief ook.
Het krijgen van een run doet het hart sneller slaan, het bloed sneller stromen.
Het vangen van een karper schenkt voldoening, bezorgt je in een aantal gevallen
zelf een kick. Laten we nu maar eens kijken
naar die recordvissen zelf. Welk land en welk water heeft de mogelijkheden om
het huidige wereldrecord van wijlen Marcel Rouvière met zijn in 1981 in de
rivier Yonne gevangen spiegel van 37 kg. te breken? Laat ik eerst maar vertellen
dat ik dat record van Rouvière niet voor vol aanzie. Ik geloof niet in het
gewicht van die vis. De laatste jaren is een heel groot deel van de Franse
wateren in kaart gebracht en de kans op een vis van het vermeende kaliber van
Rouvière’s karper blijkt bijzonder klein te zijn. Nu acht ik het zeker niet
uitgesloten dat er ergens zo’n vis rondzwemt, die wanneer op het juiste moment
gevangen, de vermeende recordgrens overschrijdt. Dat houdt in, dat bijv. één
van de topvissen van Foret d’Orient ofwel gevangen wordt met heel veel kuit,
net voor de paai dus, ofwel in het najaar als ie gedurende lange tijd extra veel
vissersaas tot zijn beschikking heeft gehad. Ik kan maar moeilijk geloven dat er
ergens een natuurlijke (dus zonder hulp van boilies groot geworden) vis van dat
gewicht bestaat in Frankrijk. Al hoop ik wel dat het tegendeel ooit bewezen
wordt. En over andere landen zoals Hongarije of Tsjechië is de informatie zo
klein dat er nog maar weinig valt over te vertellen. Dat een land als Canada een
vis van zo’n kaliber voortbrengt acht ik uitgesloten; het Canadese type karper
heeft te veel wild bloed in zijn aderen om zulke uitzonderlijke gewichten (meer
dan zeventig pond) te halen. Toen Cassien pas ontdekt werd en al de bestaande
veertig-, vijftig- en de paar aanwezige zestigponders op de kant kwamen, leek
het slechts een kwestie van tijd te zijn alvorens het bestaande record zou
gebroken worden. Intussen weten we wel beter. Die tachtigponders zaten of zitten
er niet en de monstervissen uit de beginperiode van Cassien zijn er niet meer.
De spiegel die gevangen werd door Sjef Van Hoove van 33,5 kg had
hoogstwaarschijnlijk wel de potentie om er over te gaan. Helaas is deze
adembenemende vis reeds jaren dood. Nu duiken er af en toe wel eens verhalen op
over Franse vissen van om en nabij de veertig kilo, echter bewijzen van hun
bestaan heb ikzelf nog nooit gehad en het lijkt me onwaarschijnlijk dat een
dergelijke vangst niet vroeg of laat uitlekt in de geschreven pers. Zolang er
geen foto’s of ander betrouwbaar bewijsmateriaal voorhanden is, hecht ik dan
ook geen geloof aan dit soort verhalen. Nu wat België betreft, en
dat vind ik persoonlijk veel interessanter dan buitenlandse vissen, staan de
zaken er belabberd voor. Zeker nu De Knik, de enige kandidaat met een
behoorlijke kans om De Grooten, (gevangen in maart 1995 door kanjerkoning
Philip Cottenier op 34 kg. 6) gewichtsgewijs van zijn troon te stoten, dood is. Deze mammoetkarper die een
topgewicht bereikt had van 30,9 kg verkeerde zelfs nog in volle groei. De vis werd jaarlijks niet
alleen een stuk zwaarder, hij nam ook nog in lengte toe. Met de hoogruggige vorm
van de vis en die wetenswaar-digheden in acht genomen is ‘the sky the
limit’. Ook hier weer een driewerf helaas voor de vroegtijdige dood van een
monsterkarper (volgens bepaalde bronnen zou de vis zelfs omgekomen zijn door
toedoen van een onverantwoord handelen van een karpervisser. Hij zou ‘kapot
gegaan’ zijn door zich met een voorslag vast te zwemmen). Wat Skup,
België’s zwaarste schubkarper betreft, wel die vis bezit met zijn schamele 94
cm. jammerlijk genoeg niet de lengte om echt maar een kans te maken in de buurt
te komen van het topgewicht van De Grooten. En De Grooten zelf?
Mogelijk, indien ie weer terugkeert naar KK 7-8 waar ie uitgroeide tot zijn
huidig record-gewicht. KK 6-7 waar ie nu helaas
rondzwemt biedt om verschillende redenen niet de nodige factoren die aanwezig
moeten zijn om hem opnieuw zo zwaar te krijgen (het gewicht van de vis schommelt
om en nabij de 27 kg. sinds ie werd overgezet). Die factoren zijn vnl. eten,
boilies, boilies en nog eens boilies. De populatie van KK 6-7 is veel te groot om dat te kunnen bewerkstelligen. Bovendien kan de vis ten allen tijde verdwijnen en zich terug trekken op de Congovaart waar ie buiten bereik zit van zowel ons karpervissers als boilies. Andere kandidaten? Ik zie het niet direct, maar het is perfect mogelijk dat een jonge bestaande vis plots doorgroeit tot de monsterproporties van de drie voorgaande exemplaren. Zoiets gaat sneller dan je denkt. Een jonge vis met de vereiste genetische bouw en potentie die rondzwemt op een water waar er veel gevoerd wordt, kan binnen een korte tijd heel zwaar worden. Dat is trouwens typerend aan dat slag vissen, ze schieten gewichtsgewijs binnen relatief korte tijd als een raket de hoogte in.
Bijdrage
John van Eck Het is inmiddels alweer
veel te laat dat ik achter mijn PC kruip, Alijn verwachtte mijn bijdrage zo'n
twee weken geleden. Probleem is tijd, het glijdt door mijn vingers, zonder dat
ik nu kan zeggen dat ik het heel erg druk heb. Naarmate de jaren vorderen lijkt
het wel alsof de voorbereiding voor het vissen steeds meer tijd kost, m.n. voor
Frankrijktrips. Voeg daar nog eens bij dat het schrijven van artikelen toch ook
vergt dat je in de juiste 'mood' bent en het passeren van een deadline is simpel
verklaard. Genoeg daarover, karpertalk nu. Pop ups
versus bodemaas Vandaag de dag bind ik nog
maar zelden een pop up aan mijn hair of haak, maar dat was in het verleden wel
anders. Toen ik begon met het boilievissen in 1984 begon het allemaal met het
vissen van de standaard bolt en hairrig met boilies op de grond. Eind jaren
tachtig veranderde dat, zondermeer onder invloed van de Engelse magazines en
boeken. Met name het boek van Rob Maylin Tiger Bay leverde een hausse op
van het gebruik van pop ups, Alijn haalt dit ook al aan. De toentertijd uiteengezette
argumenten voor het gebruik, o.a. terug te vinden in het al aangehaalde boek,
onderschreef ik in grote lijnen en ik viste dan ook een aantal jaren bijna
exclusief met pop ups tot ongeveer 1991 denk ik. Vanaf dat jaar begon ik zeer
fanatiek in Frankrijk te vissen en zag ik het nut niet meer in om al te moeilijk
te doen. Hoe waren nu de ervaringen?
In de begintijd van de boilies ratelde het natuurlijk van alle kanten en de
vangsttaferelen van toen zijn na de eerste keer in dezelfde mate moeilijk te
herhalen, maar met de niet al te grote druk mocht nog steeds niemand klagen.
Toen ik pop ups begon te gebruiken kon nauwelijks gezegd worden dat op de
wateren waar ik ze gebruikte ook echt nodig waren, maar je probeert steeds
dingen te verbeteren, waarbij ik ook stelling wil nemen tegen mensen die beweren
dat op maagdelijke wateren je eerst alle fasen t.a.v. rig ontwikkeling moet
doorlopen. Daarbij moet natuurlijk wel de realiteit in het oog gehouden worden,
moeilijk doen waar het makkelijk kan is ook mijn motto niet. Ook op de pop ups werden
karpers naar tevredenheid gevangen, echt het vergelijk met bodemaas heb ik niet
gemaakt. Simpel door het feit dat ik naar wens ving of nog belangrijker, dat ik
andere factoren belangrijker vond. Wel heb ik met verschillende pop ups geëxperimenteerd,
de meest effectieve heb ik de zogenaamde 'Swimmer rig' bevonden, ook in
vergelijking met de nu omstreden Bent hook rig. Voor de uitgebreide omschrijving
van de Swimmer rig verwijs ik weer naar de boeken van Maylin, waarin deze rig
uitgebreid beschreven staat. Dit is zeker een rig waar ik nu nog de concurrentie
mee aan zou durven. Heel belangrijk is dat deze rig gevist wordt met nummertje
zes van de Mustad 34021, de overige maten zijn namelijk waardeloos, een te korte
punt. Zoals gezegd kwam met het
vissen in Frankrijk ook een beetje de klad in het gebruik van pop ups,
belangrijkste reden was dat factoren als locatie en voertactieken naar mijn
mening veel belangrijker waren in deze situaties dan de rig. Wel gebruik ik in
deze situaties een rig (met bodemaas) waar ik in de loop der jaren alle
vertrouwen in heb gekregen, zodat ik me over de rig nauwelijks zorgen hoef te
maken. Voor de liefhebbers hierbij
de omschrijving: zo'n 20 centimeter moderne 20 à 25lbs. onderlijn (kies zelf uw
favoriet), een Drennan Continental Starpoint nummer 2 aan de onderlijn geknoopt
met een Domhoff zonder gebruik van het oog. De boilie wordt dan zo'n halve
centimeter onder de haak gevist. Haakgrootte onafhankelijk van de grootte van de
boilie. Dit is een redelijk scherpe (haken) en zeer betrouwbare (nauwelijks
losschieters) rig , waarbij ik direct de twee, naar mijn mening, basisdoelen van
een rig te pakken heb. Eén, een rig moet een
karper haken. Hoe effectief de gebruikte rig in een bepaalde situatie en een
bepaald water is (en ik wil benadrukken dat riggebruik altijd van deze twee
dingen afhankelijk is) is vaak zeer moeilijk in te schatten en zeker in wateren
waar het aasgedrag van de karper niet geobserveerd kan worden. Hoeveel karpers
je boilie aan de onderlijn opgezogen hebben en niet gehaakt zijn valt vaak
moeilijk in te schatten, denk echter niet dat dit overal en altijd aan de gang
is, deze factor moet ook weer niet overdreven worden. Heel veel andere factoren
hebben namelijk op het wel of niet vangen en het functioneren van de rig
invloed, het voert te ver om daar nu op in te gaan. Dat in bepaalde situaties je
boilie opgenomen wordt en weer uitgeblazen wordt, daar ben ik ook van overtuigd.
Des te meer omdat ik nauwelijks geloof in al die anti-ejectie en uitblaas-prik
systemen. Hier moet ik direct Luc de Baets complimenteren die dit als eerste
heel duidelijk naar voren heeft gebracht. Zijn twee artikelen van enkele jaren
geleden in de Beet over aasaanbieding zijn dan ook in mijn optiek verplichte
lectuur voor iedereen. De basisprincipes van rigs
zijn in deze artikelen te vinden. Het tweede punt waar een rig
aan moet voldoen, is wanneer de beetverklikker af begint te lopen dat dit dan
ook resulteert in een gelande karper, of wel zo weinig mogelijk verspeelde
karper. Enorm veel mensen vinden het fantastisch dat ze een run gehad hebben en
pech dat ze hem uiteindelijk verspeeld hebben, 'een losser' is dan de kreet. Het lossen van vissen ligt
echter in het overgrote deel aan de gebruikte rig/haak. Met een juiste rig mag
je niet meer dan 5% losschieters hebben en eigenlijk nog minder. Over vissen
verspelen in obstakels of door lijn-breuk heb ik het hier dan natuurlijk niet. Bovengenoemde twee doelen
leiden meestal tot een compromis, wat effectief is voor het ene doel doet vaak
iets af aan het andere doel, welke rig gebruikt wordt is zeer afhankelijk, en ik
zeg het nog maar een keer, van het water waar gevist wordt en in welke situatie,
we vissen tenslotte niet allemaal op zwaarbeviste dressuurwateren. Om dit onderwerp af te
sluiten, hoewel er nog ontzettend veel meer over te zeggen valt, zou ik over het
algemeen willen zeggen 'hou het simpel en maak het niet te moeilijk'. Er zijn
geen wonderrigs en Sven zal dit denk ik bevestigen. Ik ben echter wel benieuwd
welke denkrichting achter deze rig van Sven zit (kunnen wij misschien een keer
onder het genot van een Duvel praten Sven?), maar opeens de pannen van het dak
vangen met een rig, terwijl je ervoor niets ving, nou nee, daarvoor zijn er
teveel andere factoren belangrijk. Recordvissen Ook weer een onderwerp waar
zeer veel over te schrijven en te doen is. Niemand kan ontkennen dat de laatste
jaren de mentaliteit binnen de karpervisserij danig is veranderd, de romantiek
is verdwenen en de mannetjesmakerij is er voor in de plaats gekomen, mede onder
invloed van de commercie. Tegenwoordig vist men voor zijn reputatie en weet
iedereen precies hoe het vissen op karper in elkaar zit, de een weet het nog
beter dan de ander. Het ontbreken van eventuele ervaring is hier geen
belemmering. Over het vissen zelf wordt niet meer gepraat, bang dat men door de
mand valt, terwijl er voor iedereen nog zoveel te leren is en juist het praten
met andere karpervissers tot andere en/of betere inzichten kan leiden. Om een
succesvolle karpervisser te zijn hoef je echt niet de grootste karpers te
vangen, dit is veel meer een kwestie van doorzettingsvermogen, veel werk
verzetten, geld en tijd, dan dat dit voor het overgrote deel gelegen is in het
talent om karpers te vangen. Daarentegen is er niets mis
mee om constant te streven naar verbetering van je visserij en je persoonlijke
records, zolang je dit maar voor jezelf doet. Hier ben ik het ook oneens met een
bepaalde groep karpervissers die roept dat je voor je plezier moet vissen, wat
dan inhoudt dat het er niet toe doet wat en hoeveel je vangt. Begrijp mij niet
verkeerd als deze mensen hun karpervisserij op deze manier willen beleven moeten
zij dat vooral doen, maar vaak wordt dan afkeurend gedaan t.o.v. karpervissers
die er wel naar streven hun visserij te verbeteren en hun ambities na te
streven. Vergeten wordt dat ook dit streven veel plezier op kan leveren en dat
is precies het punt waar het omdraait. Zolang dit streven gebeurt met overwegend
plezier, dan is er absoluut niets verkeerd mee, maar teveel zie je tegenwoordig
karpervissers die naar deze zaken streven niet omdat ze er plezier in hebben en
het een uitdaging biedt. Nee, de reputatie voor de buitenwereld wordt dan
belangrijker of de sponsor moet tevreden worden gesteld, het gedrag van dit
soort individuen mondt dan meestal uit in excessen, waarvan er zich momenteel
teveel van voordoen. Goed, de recordvissen zelf.
De vraag hoe groot karpers kunnen worden komt steeds terug en sinds 1981 staat
daar die vis van Marcel Rouvière met 37 kg. Het pikante verhaal vertelt zelfs
dat de heer Rouvière later in hetzelfde jaar nog een vis ving die nog zwaarder
was, er wordt over gewichten van 42 kg. gesproken. Deze vis is niet in de
publiciteit gekomen omdat de heer Rouvière met de eerste vis al zoveel
problemen had gehad dat publicatie van de tweede vis hem niet verstandig leek,
althans zo vertelde de schoonzoon van Rouvière mij eens toen ik hem toevallig
tegen het lijf liep aan de Seine, ook een karpervisser trouwens. Tot zover deze
anekdote. Net als Alijn twijfel ik aan het gewicht van de eerste vis, laat staan
aan de tweede om dezelfde redenen die Alijn naar voren brengt. De Seine en Yonne
zijn na die tijd toch uitentreuren in kaart gebracht, maar 37 kilo, niet echt.
Tot nu toe is de grens van 35 kilo een uitzonderlijke gebleken, als we de vis
van Rouvière buiten beschouwing laten is er misschien een vis van Cassien
geweest die erover heen ging, ik ben hier niet geheel zeker van. Voor de rest
stokte het op 34 kilo en zoveel (de vis van Leo van Gugten op Cassien, De
Grooten voor Philip op het Kempisch en Bulldozer voor Michael
Brechtmann op Forêt d'Orient). Hoewel 'De Grooten'
waarschijnlijk over de 35 kilo is geweest (tussen het moment van de vangst door
Philip en het afpaaien) vraag ik mij af of deze vis ooit nog zover had gekomen,
het blijft koffiedik kijken, maar toen deze vis in de zomer na het gewicht van
34,6 kilo werd gevangen bracht zij nog maar 24 kilo op de schaal. Mensen die het
wegen gezien hebben beweerden zelfs dat zij eerder dichter bij de 23 kilo zat
dan bij de 24. Dit geeft aan dat toen deze vis op zijn recordgewicht gevangen
werd, uitzonderlijk vol gezeten heeft en dat het naar mijn mening sowieso
minimaal twee jaar geduurd zou hebben, voordat deze vis weer zijn topgewicht zou
kunnen benaderen. Nu onverlaten (en dat is heel zachtjes uitgedrukt) deze vis
weer op 6-7 hebben gezet zie ik haar nog niet zo gauw haar oude topgewicht
bereiken. Cassien heeft op dit moment
geen vissen in deze categorie, tevens is de bezetting enorm gestegen. Forêt
gaat, denk ik, de 35 kilo breken, maar 37 kilo is nog een heel eind, hoewel de
topvissen daar nog steeds stijgen. Het is alleen te hopen dat ze er van het jaar
(1997) met het werken aan de dam niet afgehaald worden. De rest van de wereld, ik
denk dat Frankrijk toch heel moeilijk te verslaan zal zijn, het juiste klimaat,
de juiste wateren met de juiste omstandigheden om karpers groot te laten
groeien, het juiste ras karper en grote variatie aan wateren, kortom moeilijk te
verslaan door andere landen. In tegenstelling tot Alijn zie ik toch Canada of
Amerika nog wel een gigant opleveren, er liggen hier enorme watervlakten en het
karpervissen staat er, ondanks de huidige aandacht nog maar in de
kinderschoenen. België dan, Alijn schetst
het verhaal al, met de triestige dood van De Knik (gelukkig lijkt het
erop dat het in ieder geval niet de schuld was van een karpervisser, maar het
blijft erg), waarvan het gewicht van 30,9 kilo een zomergewicht was, zie ik niet
zo snel een recordbrekende vis verschijnen. Het verhaal van ‘De Grooten’ heb
ik gehouden en Skup moet nog een heel eind. Verder kon KK 7-8 altijd een
verrassing opleveren, maar door het wederom uitdunnen van het bestand aan grote
vissen door zielige mannetjes is hier ook een eind aan gekomen. Heren hartelijk
bedankt! Als laatste een woord over
Nederland, hoewel we absoluut niet kunnen tippen aan de gewichten in België en
Frankrijk doet het me toch deugd dat de laatste jaren het gewicht van de
recordvis langzaam stijgt, de laatste recordvis is overigens ook van een water
waar redelijk wat voer ingaat, maar met een gewicht van 25 kilo en een aantal
ons is dit een zeer schril contrast met eerder genoemde twee landen.
Bijdrage
Sven Hoebeeck Pop ups
versus bodem aas Na de uitvoerige
uiteenzettingen van de vorige deelnemers valt het niet mee om niet in herhaling
te vallen en ik ben eerder geneigd om het onderwerp uit te breiden naar de
verschillende mogelijkheden die beide varianten bieden in de aanbieding. Om toch niet volledig van
het onderwerp af te wijken en zonder het verleden te willen negeren, ben ik de
mening toegedaan dat het gebruik van pop ups heden ten dage op de meeste
Belgische wateren eerder in het nadeel dan in het voordeel werkt. Voornamelijk
omdat een boilie boven de bodem gevist en dus onnatuurlijk aangeboden door de
karper altijd gerelateerd wordt met gevaar en daar bovenop duidelijk kan
onderscheiden worden. De karper, van nature een nieuwsgierig dier, zal tot op
zekere hoogte te verleiden zijn door een pop up aanbieding maar op een gegeven
moment stopt het en werkt de herkenbaarheid in het nadeel. Een pop up aanbieding biedt
het voordeel dat de haak kan aangeboden worden in een positie die naar ons
gevoel prikkensklaar is maar dan mag niet worden vergeten dat hij zich ook nog
moet vastzwemmen en daar knelt het schoentje, ook bij bodemaas. Ook de theorie van balanced
baits die een verdere ontwikkeling van de pop up is heb ik om die reden nooit
geloofwaardig geacht. De gedachte erachter wil namelijk dat bij de opname, het
aas, dat omzeggens gewichtloos is, in de keelholte zou schieten en een
vluchtreactie zou teweeg brengen. Het is mijn overtuiging dat op dressuurwateren
de karper boilies niet opzuigt maar tussen de lippen opneemt en geen
slikbeweging maakt. Kortweg, de enige keer dat
ik pop ups gebruik zijn wanneer er gevist wordt op modderbodems of wanneer de
bodem begroeid is. Het vastzwemmen
waarover ik het eerder al had of de karper ertoe aanzetten met het aas in de bek
te bewegen kan mijn inziens beïnvloed worden onder andere door het gebruik van
een rig. Enige verduidelijking.
Voornamelijk onder invloed van de hengeldruk, is iedere gehaakte karper een
karper die een vergissing begaat. Het is een ijdele gedachte te denken dat een
bepaalde rig of systeem daadwerkelijk vangt. Het is en blijft de karper die
zichzelf vangt ook bij 'free lining' aangezien hij dan nog meer tijd en ruimte
heeft om het gevaar te omzeilen. Het enige waardoor een rig zich van een andere
onderscheidt is de mate waarin een vergissing van de karper uitgelokt wordt. Ik
geloof niet in rigs die feilloos zijn, wel in een rig die na opname van het aas
een hoger percentage vergissingen teweeg brengt wat niet betekent dat dit op elk
water het geval is en kan verschillen naar gelang het jaargetijde en zelfs het
aasgedrag van die dag. De kunst is een rig te vinden (en dat heeft veel te maken
met vertrouwen) die gemiddeld genomen binnen een aanneembare tijd vis op de kant
brengt en liefst minstens evenveel als medevissers. In dat opzicht behoeft John
zijn omschrijving over goed vangende aanbiedingen geen vervolg. Om terug te komen op de
gebruikte rig op KK7-8; wel het was voor een groot deel de filosofie (uitlokken
van een vergissing onder de vorm van een onherkenbaar gevoel) die aanleiding gaf
tot gebruik en aanpassing van een rig die succesvol bleek op KK 7-8. Misschien
klinkt het hoogdravend maar in de periode dat ik ermee geëxperimenteerd heb op
het Kempisch kanaal (december tot begin februari 96) heb ik geen visloze sessie
gehad. Alhoewel Alijn sterker is in cijfermateriaal meen ik mij zelfs te
herinneren dat de helft van de gevangen karpers mij te beurt vielen. Akkoord het
is niet alleszeggens, wonderrigs bestaan niet en ik concludeer al evenmin dat nu
dezelfde successen zouden geboekt worden (alhoewel het mij verheugt dat Alijn op
andere wateren een verschil geconstateerd heeft) maar men mag er evenmin blind
voor zijn dat aanpassingen aan een rig het verschil kunnen maken. Het is niet
mijn bedoeling open kaart te spelen, alhoewel ik het nuttigen van een Duvel met
John niet afsla, aangezien om het even welke rig slechts tijdelijk werkzaam is,
niet overal toepasbaar is en het zoeken en proberen iedereen vrij staat. Recordvissen Tegen de tijd dat deze
rotary zal verschijnen zal het nieuws wel niet heet van de naald meer zijn maar
vanuit Roemenië wordt er melding gemaakt van de vangst van vijf verschillende
dertig kilo vissen, allen afkomstig van hetzelfde meer en met als hoogste
gewicht een vis van 35,5 kg, de tweede zwaarste ooit met de hengel gevangen. Het
zou dus niet echt meer een verrassing zijn mocht de komende de jaren het Oosten
een vis opleveren die de karper van Rouvière overtreft. De kans op een
recordverbreking acht ik het hoogst vanuit die regio. Overigens betwijfel ik al
evenzeer als de andere deelnemers aan de rotary het opgegeven gewicht van Mr.
Rouvière's karper. Alhoewel er geen harde bewijzen zijn blijft het een feit dat
de vangst en het beeldmateriaal amateuristisch overkomen en de weging zal in
dezelfde geest gebeurd zijn. Een indicatie daarvoor is de toevallige afronding
op juist 37 kg. Anderzijds is het mij geen bekommernis of dit nu het exacte
gewicht is of niet. Het record is dermate scherp gesteld dat we niet om de
haverklap een recordverbreking krijgen met enkele honderden grammen. Dit behoedt
de karpervisserij er enigszins voor dat het niet totaal ontaardt in
recordjagerij met alle nefaste gevolgen vandien waarover al uitgebreid werd. Of België ooit een
recordvis kan opleveren durf ik te betwijfelen waarmee ik niet wil gezegd hebben
dat een Belgisch water geen vis van meer dan 35 kg zou kunnen voortbrengen maar
op het moment dat dit gebeurt zal de lat al hoger gelegd zijn. De Grooten
is wat mij betreft op zijn topgewicht gevangen geweest (Phil is altijd
ijzersterk in zijn timing) afgezien van enkele honderden grammen lijkt een winst
van nog eens 2,5 kg overdreven zeker nu hij weer op 6-7 huist vanwaar hij (het
moet gezegd) oorspronkelijk vandaan kwam. De Knik had wat mij betreft
meer potentie in dat opzicht. In ideale omstandigheden en op bepaalde momenten
had het gekund dat hij de 35 kg grens zou overschreden hebben. Frankrijk blijft inderdaad
kanshebber om een zwaardere vis te produceren maar ik heb het gevoel dat de tijd
dringt. In Spiegels verscheen destijds een artikel dat zeker de moeite
waard is te lezen en geschreven werd door Rod Hutchinson die beweert dat
telkemale een karper gevangen wordt, ook zijn groei vertraagd wordt. Ondanks de enorma rijkdom
aan giganten in Frankrijk lijkt mij het merendeel van de echte topvissen in
kaart te zijn gebracht en er gaat geen seizoen voorbij zonder dat ze op foto
worden vastgelegd. Misschien dat de daarmee gaande vertraagde groei
gecompenseerd kan worden met de introductie van boilies en hen alsnog over de
streep trekken. Evenals John ben ik de
overtuiging toegedaan dat Canada en zeker Amerika een recordvis zou kunnen
opleveren. Na zelf in Canada geweest te zijn en de uitgestrekte watergebieden,
de rijkdom en het aantal karpers aanschouwd te hebben kan het bijna niet anders
dan dat er vissen tussen zwemmen die genetisch de mogelijkheid hebben om tot
recordproporties uit te groeien. De vis die werd gevangen door Tonie Davies
Patrick (waarvan sprake in Canadese avonturen, zie verder in dit blad)
was veruit de kleinste van het trio. De enige belemmerende factor zou de
langdurige winterperiode kunnen zijn die Noord Amerika heerst. Het blijft al bij al speculatief. Naast waters waarvan we verwachten dat ze monsterkarpers kunnen opleveren duikt er zo nu en dan een vis op van het formaat dat we totaal niet (op dat type water) verwachten, waaruit blijkt dat er factoren meespelen die we verkeerd inschatten of van veel grotere invloed zijn dan we denken.
Bijdrage
Patrick Bauwens Pop ups
versus bodem aas In tegenstelling tot Alijn,
John en Sven, maak ik nog wel regelmatig gebruik van een drijvende boilie. Niet
op elke hengel en ook niet tijdens elke sessie, maar afhankelijk van het type
water, hengeldruk, bodemgesteldheid, begroeiing, jaargetijde, enz. Alvorens
dieper op de zaak in te gaan, wil ik het toch even hebben over de manier waarop
ik mijn pop-ups bereid. Ten eerste: enkele gewoon bereide boilies ( een 20-tal)
worden op een bordje, afgedekt met wat folie, in de microgolf geplaatst en naar
gelang het type boilie 2 à 3 min. gebakken. Bijna onmiddellijk na het
verwijderen uit de oven stop ik de nog warme boilies in een potje, waar ik dan 2
à 3 ml flavour aan toevoeg, vervolgens afsluit met een deksel en het dan laat
afkoelen. De nog warme boilies zuigen zo de flavour op. Op die manier sla ik
meerdere vliegen in één klap. Keiharde, stinkende, en drijvende bollies, die
verscheidende maanden goed blijven. Ze worden door middel van dental floss aan
de haak gebonden. Deze methode gebruik ik op wateren waar nog niet al te veel
dressuur aanwezig is. Want zo’n drijver is dan ook gemakkelijk herkenbaar wat
op sommige wateren al eens een averechts effect heeft. Bij een andere methode
maak ik gebruik van kurken balletjes waarrond een beetje deeg gekneed wordt.
Deze methode heeft als voordeel dat de drijver juist dezelfde structuur en geur
bezit als de free-offerings. In dit geval wordt de boilie gewoon op de
hair geregen. Laat ik nu maar tot de kern van de zaak komen : wanneer geef ik de
voorkeur aan een pop-up? In eerste instantie als de bodem bedekt is met een dun
laagje algen of tijdens de herfst als er zeer veel bladeren op de bodem liggen.
Niet dat de karper uw aas dan niet vindt, vergis u niet, ze wroeten wel tot dat
ze iets eetbaars vinden maar het geeft mij toch meer vertrouwen als ik weet dat
mijn haakpunt vrij is van allerhande vuil. Een tweede reden is de volgende: met
een pop-up kan men het gewicht en de weerstand van zowel haak als onderlijn min
of meer neutraliseren. Probeert u dit maar eens in uw bad of in een aquarium:
leg er een opgetuigde rig en enkele vrije boilies in en maak dan met uw hand een
wuivende beweging (zoals karpers doen met hun borstvinnen), je zal zien dat een
boilie aan een rig geknoopt zich heel anders gedraagt dan de vrije bollies die
er rond liggen. Zodoende moet de karper ook minder hard zuigen om de drijvende
boilie binnen te krijgen. In de meeste gevallen gebruik ik wel een andere rig
bij pop-ups dan bij gewoon bodem aas. Bij een pop-up montage maak in de meeste
gevallen gebruik van een tiemco maatje nummer 4 of 6 (al naar gelang de grote
van de boilie) deze geknoopt aan een onderlijn van een 20-tal cm. De boilie komt
ofwel pal tegen de steel terecht, ( zie de dental floss)ofwel een halve cm.
onder de haakbocht. Deze twee methodes hebben mij in het verleden al veel vis
opgeleverd en daar gaat het tenslotte toch om. Toch wil ik nog enkele
bemerkingen kwijt. Tijdens mijn laatste Franse
riviertrips kreeg ik op pop-ups geen beet, op gewoon bodemaas daarentegen wel.
Dit heb ik zo 3 dagen vol gehouden en ben dan maar volledig op bodemaas over
gestapt. Een ander compleet tegenovergesteld voorbeeld van enkele jaren terug: Op een privaat water waar
zelden of nooit gevist wordt en waar ik in de fortuinlijke mogelijkheid ben dit
water af en toe te mogen bevissen, gebeurde het volgende: Etienne (die ik
uitgenodigd voor een gezamenlijke sessie) viste met gewoon bodemaas, mais in dit
geval. Ik daarentegen bood mijn maïs 5 cm boven de bodem aan. Na anderhalf uur
vissen was de stand 6-0 in mijn voordeel! Pas als Etienne ook overschakelde op
drijvend aas begon hij ook te vangen. Een echte verklaring hadden wij hiervoor
niet, alleen duidt dit nog maar eens op het feit dat men niet al zijn eieren in
de zelfde mand moet leggen. Het is tevens altijd interessant, te weten hoe de
andere vissers hun vissen vangen (of niet vangen). Wordt er veel of weinig met
pop-ups gevist? Het loont om in de meeste gevallen juist het tegenovergestelde
van de rest te doen. Indien de bodem bedekt is met een dun laagje modder en men
biedt een sterk ruikende boilie juist boven die zachte brij aan, kan ook dit het
verschil maken tussen wel of niet vangen. Wat ook zeer effectief kan zijn is het
volgende: In het prille voorjaar op
een ondiep gedeelte, tijdens een zonnige dag één enkele, sterk ruikende pop-up
aanbieden. Als er dan een beetje actieve karper langskomt maakt u zeer veel kans
die ook te haken. Ook tijdens de winter is dit een zeer attractieve
aasaanbieding. Om af te sluiten wil ik dit nog meegeven: Staar je niet blind op
vroegere situaties, wees flexibel en hou het zoals John al zei, zo simpel
mogelijk. Recordvissen Iedereen droomt er wel van,
eens een recordvis te vangen. Alleen, gaat de ene veel verder dan de andere om
dat doel te bereiken. Zolang dit maar op een sportieve manier gebeurt heb ik
daar geen problemen mee, gaat men echter zo ver dat alles er moet voor wijken
dan pas ik. Ik vind dat een beetje compititie zeker niet misstaat, maar ga zeker
niet overdrijven. Het is tenslotte maar een hobby of zijn er mensen een andere
mening toegedaan? Records zijn ook relatief, wat 10 jaar geleden als een bak van
een vis beschouwd werd, is nu maar een ‘gewoon visje’ meer, denk maar eens
in de termen van een 15 kg vis. Heden ten dage kijkt er niemand meer op van een
20 kg. vis. Het aantal vrienden en kennissen die in 1997 een 25 kg. vis gevangen
hebben kan ik niet meer op beide handen tellen, ik ken er zelfs die er meerdere
gevangen hebben. Wat dus voor de ene als de absolute top beschouwd wordt, wordt
door de andere als een normale vangst beschouwd. Wat mezelf betreft, tracht ik
ieder seizoen mijn persoonlijk record wat scherper te stellen. Maar het is zeker
niet zo dat mijn seizoen mislukt is indien ik mijn doelstelling niet kan
waarmaken. Het vangen van een recordvis hangt van veel factoren af. In de eerste
plaats het land van herkomst bijvoorbeeld. Het nieuwe Nederlandse
record staat nu iets boven de 25 kg, in België staat het op 34,6 kg, het
wereldrecord staat op 37 kg. (al zijn daar veel twijfels over) en werd gevangen
in Frankrijk. Maar wat gaat er dit jaar gebeuren in Roemenië, waar op een
bepaald water, in de buurt van Boekarest, nu reeds een aantal 30 kg. vissen
gevangen zijn? Meteen is de naam van het land gevallen die volgens mij, met de
informatie die we nu hebben, het meeste kans maakt om een nieuw wereldrecord te
produceren. Dit water van +/- 600 ha is nog nauwelijks bevist, doordat het in
privé handen is en heeft in 1997 een aantal zeer zware vissen voortgebracht.
Het potentieel is nog niet gekend, er zijn nog maar een zeer klein aantal
stekken bevist, maar toch worden er bijna bij iedere sessie meldingen gemaakt
van monstervissen. De mensen die hier echter hun geluk willen beproeven, zullen
diep in hun geldbeugel moeten tasten, bedragen van 40.000 Fr. per week worden
hier vernoemd, en dat zonder het vliegtuigticket. In Frankrijk ligt de zaak nog
ietsje anders. Jaarlijks steken hier geruchten de kop op, dat het record
gebroken is en telkens gaat het om hetzelfde water. Hier heb ik echter mijn
grootste twijfels over, want duidelijk bewijsmateriaal heb ik nog niet gezien.
Cassiën behoort voor de moment zeker niet tot de kanshebbers, aangezien het
vangen van een 30 kg vis wel heel moeilijk geworden is, één of hooguit twee
exemplaren zwemmen er hier nog rond, en dan nog in het najaar of in de winter
die de magische grens van 30 kg overschrijden. Want laten we duidelijk zijn, 30
kg is inderdaad zeer groot en de kans erop is zeker maar voor enkelen onder ons
weggelegd. Dan hebben we nog Fôret waar de 35 kg. juist bereikt is en waar de
toekomst zal moeten uitwijzen of die vissen nog kunnen en zullen doorgroeien.
Maar wat zal dit geven nu het water afgelopen winter bijna geheel leeg kwam te
staan om onderhoudswerken uit te voeren? Zal het water nog zo efficiënt kunnen
bevist worden, nu er sprake van is om de hengelafstand te beperken, evenals het
gebruik van boten aan banden te leggen? Mijn overtuiging is dat het record in
Frankrijk toch terug van een rivier zal komen. Dit is werkelijk nog onontgonnen
terrein alhoewel er daar de laatste 2 jaar ook een toename merkbaar is. Ik denk
hierbij in de eerste plaats aan de Rhône en zijn zijrivieren .Wat België
betreft, zie ik het huidige record nog een tijdje stand te houden. Zoals Alijn
en John al opmerkten, de enige vis die dat record in zijn bereik had is dood. En
De Grooten zie ik nog niet direct zijn topgewicht van 1995 evenaren of
breken. En dit door verschillende omstandigheden. Het feit dat ie veelvuldig
gevangen wordt laat zeker zijn sporen na in de groei, en groeien doet ie dus ook
niet meer. Een ander zwaargewicht dat Skup heet zie ik al evenmin dat
gewicht bereiken gezien zijn relatief korte lengte. De enige vis waarvan ik
geloofde die heel dicht in de buurt kan of kon komen is De Lange. Hij
heeft in ieder geval zijn lengte reeds mee. 103 cm is niet niets en met zijn
topgewicht van 28,8 kg maakte hij een kans. Maar ook hij is van woonplaats
veranderd (zielige mensen!!!) en daar kan hij volgens mij nooit dat gewicht
halen. Maar misschien zwemt er nog ergens een goed bewaart geheim rond in België.
Mensen die zo’n vis weten zwemmen kunnen altijd bij mij terecht!
|