Artikel 8

Alijn Danau, John Van Eck, Tonnie Schrijver, Marco Kraal

Onderwerpen:

-Tele geleide boten: met botenbouwer Tonnie Schrijver als special guest!

-Karpersterftes, koud voorjaar, paaistress, epidemieën?

Hiervoor hebben Nederlands visserijbioloog Marco Kraal en VBK-lid erbij gehaald

Bijdrage Alijn Danau

Telegeleide boten

De één vindt het een zegen, de ander een verschrikkelijke uitwas van het moderne karpervissen. Weinige hulpmiddelen om karper te vangen roepen zo’n verdeelde reacties op. Om eerlijk te zijn ben ik nooit een grote fan geweest van remote control boten. Als de hengels echt ver moeten worden gedropt dan nog liever met een zodiac waarbij ik de hengel kan meenemen, de bodem aftasten en de diepte bepalen. Al kan dat laatste intussen ook al met de tele geleide boten. Een dieptemeter is zo geplaatst. Tenminste als je genoeg harde valuta beschikbaar hebt want er gaat op den duur een verdomd groot kapitaal zitten in zo’n boot.

Wanneer zodiacs of andere opblaasbare boten echter verboden zijn dan is de tele je laatste hulpmiddel om verder te vissen dan je normaliter werpen kan.

Ik zal het maar bekennen. Ook ik heb zo’n boot, twee jaar lang al. (Ik kocht hem tot mijn grote tevredenheid trouwens bij de Nederlandse botenbouwer Tonnie Schrijver). Wat meer is, ik heb er dit jaar zelfs al uitvoerig mee gevist en tot mijn aangename verrassing bevalt het me met de week beter en beter. Zeker nu ik het pokkeding wat meer onder controle heb en eindelijk de gebruiksaanwijzing begrijp. Al ben ik toch al meerdere keren uit de kleren moeten gaan om het stuurloos geworden ding zwemmend van het water te plukken. Overigens geen technisch mankement maar mijn eigen fout, slecht gestuurd en ergens tussen vast komen te zitten. Gelukkig moet je er geen vaarbewijs voor hebben...

Nu heb je op het water in kwestie ook geen ander alternatief. Gewone boten zijn er ten strengste verboden, tele’s zijn toegelaten omdat het beheer sowieso in handen is van een tele geleide botenclub.

De vissen zitten er meestal (gelukkig niet altijd, maar toch veel) buiten bereik van de reguliere visafstanden. Veel keuze heb je dan niet meer hé? En uiteindelijk is het zoals met alle technische spullen. In die zin verschilt het niet van een auto, een fiets of een kettingzaag. Je moet gewoon begrijpen hoe het in mekaar zit en werkt. Hoe je het moet onderhouden en besturen. Wat de mogelijkheden zijn ook. Niet elke tele is geschikt voor het grote werk. Wanneer je afstanden van 300 meter moet overbruggen en er staat een flinke kabbel dan heb je al een behoorlijk kaliber nodig. Ik ben van nature absoluut niet geïnteresseerd in techniek. Meer zelfs ik heb er jaren een hekel aan gehad. Tot ik het boek Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert M Pirsig las. Dat heeft me doen inzien dat techniek in feite niet noodzakelijk ingewikkeld hoeft te zijn maar dat elk mankement in wezen te wijten is aan jezelf. Door het niet begrijpen van hoe iets werkt... Niet dat ik sindsdien een liefhebber ben geworden en elk elektrisch apparaat uit mekaar haal, zijn werking analyseer en bestudeer. Alleen probeer ik nu een minimum aan kennis te vergaren van hoe en waarom iets werkt of niet werkt.

Ik ben in den beginnen flink geplaagd geweest omdat mijn tele niet volledig afgestemd was op de visserij die ik voor ogen had. De boten van de collega’s vaarden tot drie keer sneller en waren ook veel beter bestuurbaar. Een grotere schroef bracht uitkomst zodat ook mijn exemplaar nu een hogere snelheid haalt. Door het vele ijzerwerk dat in en rond het water zit kreeg ik (anderen soms ook trouwens) regelmatig storingen waardoor de boot soms uitviel of onbestuurbaar werd. Misschien dat een sterkere zender uitkomst kan bieden. Door een fout maneuver van mij heb ik ook enkele keren mijn lijn opgepikt. Die dan rond de schroef kwam te zitten en het ding uit de as lifte en het weer eens dienst weigerde. Een telefoontje naar Tonnie leerde dat ik enkel de losgekomen stang opnieuw moest vastplakken en ook dat euvel was weer van de baan.

Ook losgekomen wier kan een hel zijn daar het wordt opgepakt door de schroef en deze al snel compleet verpakt zit in het goedje en de boot onbestuurbaar wordt. Er rest je dan maar één ding, kleren uit en erachter. Op het water dat ik afgelopen zomer heb bevist zag je dan ook regelmatig menige visser uit de kleren gaan. In de zomer is zo’n frisse duik natuurlijk wel prettig maar ‘s winters... Brr... ik mag er niet aan denken.

Er zijn verschillende tele’s op de markt. De eerste die ik ooit zag waren de Engelse van Angling Technics. Ik herinner me dat Oliver Stevens één van de eersten was die zo’n boot in zijn bezit had.

Phil Cottenier en Geert Vande Plancke en later ook Luc Bearelle bouwden jaren voor dit soort boten werden gecommercialiseerd al hun eigen, meestal zware tele’s. Het door hen gebruikte dropsysteem bestond uit een langzaam afrollende transportband. Volgens mij nog steeds één van de beste dropmethoden omdat het voer veel beter verspreid wordt en niet op een vierkante meter bij mekaar ligt. Alleen viel het gewicht van hun boten verschrikkelijk tegen.

Je had een extra kar nodig enkel en alleen al om de boot te transporteren. De tele’s van tegenwoordig zijn stukken lichter en gebruiksvriendelijker.

Samenvattend kan ik concluderen dat ik onder specifieke situaties met graagte teruggrijp naar dit handige hulpmiddel. Als ik mijn vangstratio bekijk van de luttele periode dat ik de boot deze zomer heb ingezet (10 dertigers op 12 korte sessies) en dit zou vergelijken met hetzelfde aantal visuren zonder de tele dan had ik amper een flard gevangen van wat ik nu op kant kreeg.

Karpersterftes

Nooit eerder heb ik zo massaal veel karpers weten sterven als dit jaar. De Geraardsbergse Gavers en Sun Vallei verloren respectievelijk bijna 3/4 en een kwart van hun populatie. In Geraardsbergen waren oa. Kikker, Belly (beiden veertigers) en de grootste schub (19,8 kg topgewicht in december 2000 voor Oliver Stevens) bij de slachtoffers. Men telde er meer dan 150 dode vissen!

Het doet me wat om te weten dat nagenoeg al mijn knuffelbeesten uit mijn jeugd (ik viste circa 10 jaar lang op de Geraardsbergse Gavers) er niet meer zijn... Een vis als Kikker heb ik zien opgroeien van een ukkie tot een veertiger. Ik bedacht zijn naam zoals ik de meeste namen van de Gavervissen heb bedacht. Het was trouwens één van de eerste plekken waar het namen geven aan karpers ingeburgerd raakte. Geen enkel ander karperwater heb ik zo intensief bevist, zoveel tijd zoek gemaakt. Te weten dat nagenoeg alle hoofdrolspelers van toen nu weg zijn is een bijzonder trieste gedachte. Het is alsof plotseling al je oude makkers zijn omgekomen... Menige foto van gavervissen hangt nog omhoog in de VBK-redactiekamer. De torpedovormige fel oranje gekleurde Kikker is er één van. Mijn laatste van drie vangsten van het toch zo mooi om ziene dier in de zomer van 1996. Ik zag er heel gelukkig uit op de foto. Ik was ook heel blij met de vangst van Kikker, toen 17,1 kg wegend. Ik weet nog dat ik Oliver Stevens voor dag en dauw uit zijn bed ging halen en we beiden vol van enthousiasme (ik hoogstwaarschijnlijk nog meer dan hij) als twee dolgelukkige karperzielen terug naar de Gavers reden om Kikker in het eerste daglicht op de gevoelige plaat te zetten... Ik herinner me dat ook Oliver fel gegrepen werd door de schoonheid van de vis en dat hij op dat ogenblik besloot om van Kikker zijn targetvis te maken. Maar Kikker was voor Oliver wat de magistrale Skup voor mij was: ongrijpbaar, als zand tussen je handen. Ondanks vele en goed doordachte pogingen bleef Kikker hem ontglippen. Net zoals bij Skup vlak voor het net de haak schoot bij mij schoot ook Olivers haak uit de Kikkerbek voor zijn net. Meer zelfs, Kikker had er zelfs al eventjes ingezeten maar was er pijlsnel weer uitgewipt om zich vlak erna van de haak te ontdoen. Oliver moet toen gevoeld hebben wat ik destijds met Skup ervoer. Een complete machteloosheid...

Een klein onderzoek uitgevoerd door de plaatselijke instanties zou hebben uitgewezen dat het plaatsen van grote metalen platen tegen het uithollen van de oever er voor iets tussen zit. De enorme trillingen die het in de grond kloppen van deze platen veroorzaakte zou mede aan de basis liggen??? Ik zie niet onmiddellijk een verband. Hopelijk weet onze visserijbioloog Marco wel iets te zeggen over deze stelling. Het is wel zo dat het plaatsen van deze platen in dezelfde periode viel als de eerste sterften.

Naar verluidt zouden op Sun Vallei zowel Afrika als De Oude Leder het loodje hebben gelegd. Ook daar werden er meer dan 20 dode vissen gevonden. Op een klein putje in Elewijt waar Geert Vande Plancke regelmatig gaat oppervlaktevissen idem dito: circa de helft van de populatie is dood. Op de Oost Vlaamse Scheldearm Mesureput stierf meer dan de helft van de stock. Op een West Vlaams kanaal verloren ze hun topvis. Zelfs op Integra, al jaren vrij van sterfte telden we vijf dode vissen (waarvan 3 toppers). In Geraardsbergen en Sun Vallei begon het al vrij snel in het voorjaar. De andere sterften situeerden zich meer rond de paaiperiode. Heeft het te lang koud gebleven voorjaar er mee te maken? Is er dan vooral in het geval van de Gavers en Sun Vallei sprake van een besmettelijke ziekte? Best mogelijk want hier vertoonden de vissen allemaal een witte schimmelachtige huiduitslag. Hebben bacteriën meer kans om toe te slaan als het weer langer koud blijft? Verzwakt die aanhoudende koude de vissen? In Engeland hebben ze jaarlijks af te rekenen met wat ginds genoegzaam bekend staat onder ‘spring virus’. Een steevast in de lente opduikende ziekte die gehele populaties kan vernietigen. Is het mogelijk dat de doodsoorzaak op boven vermelde wateren ook daar aan te wijten was?

Net terwijl ik deze rotary schrijf krijg ik telefoon van Mathieu Baert die me vertelt dat ie op Sun Vallei drie wel heel kleine karpertjes heeft gevangen. De grootste woog 1,2 kg. Navraag leert dat er vorig jaar inderdaad een visuitzetting van een 60tal kleine karpertjes heeft plaats gevonden. Ik denk dat je dan ook niet verder moet zoeken wat de oorzaak van de vissterfte is. Het kan niet genoeg worden gezegd: laat uitzettingen over aan specialisten. Het verbaast me niks hoor dat een vissterfte het gevolg is. Sun vallei was al overgestockeerd en als je daarboven dan nog eens extra vissen uitzet, tja... Nu kunnen natuurlijk ook de ronduit belabberde weersomstandigheden er voor iets hebben tussen gezeten. De te lang aanhoudende koude (de slechte voorjaarsvangsten illustreren dat) duidde al op een langer inactieve karper dan normaal. Misschien hebben de vissen hierdoor meer van hun reserves verloren dan normaal en waren ze sowieso kwetsbaarder dan anders. Doe daar dan nog eens een plotselinge warmtegolf erbovenop waardoor we in enkele dagen tijd van echt winterweer naar regelrechte zomertemperaturen gingen en de vissen onmiddellijk aan het paaien gingen...

De vijf dode Integra-vissen zaten zonder uitzondering nog barstensvol kuit, terwijl hun zusters die wel in leven bleven zonder uitzondering allemaal afgepaaid waren en uitzonderlijk licht in gewicht zaten. In vele gevallen zelfs hun laagste gewicht in tijden. Single Scale werd bijvoorbeeld in juni gevangen op ‘slechts’ 18,4 kg terwijl ze in maart nog 21,5 kg had gewogen. Ook andere gekende vissen verloren drie tot vier kilo na de paai. Ook op ‘t Land van Ghow maken ze dit fenomeen jaarlijks mee. Ik herinner me dat Den Drieschub ooit binnen een tijdspanne van enkele weken een duik maakte van 24,1 kg naar 18 kg. Zonet nog kreeg ik foto’s binnen van Johny De Kimpe die Den Tijger heeft gevangen op 14,4 kg, ook afgepaaid. Deze vis weegt anders meestal tussen de 18 kg en 19 kg. Nu is dat natuurlijk niet abnormaal. Een zwangere vrouw weegt na haar bevalling ook een stuk minder (en na het zogen gaan ook haar borsten spijtig genoeg weer verkleinen). Ze zullen echter naar de nazomer en najaar toe wel opnieuw flink aan gewicht winnen (de vissen, niet die borsten, geilaards). Men heeft het dikwijls over wijfjeskarpers die dood gaan aan versteend kuit. Wat is dat dat precies en hoelang kan zo’n karper het aan om niet kuit te schieten? Ik hoop dat Marco daar wat dieper kan op ingaan.

 

Bijdrage Marco Kraal

Karpersterftes

Bijzonder triest gebeuren. In een korte tijd verdwijnt een stuk romantiek, raak je een deel van je zorgvuldig opgebouwde kapitaal kwijt. Eigenlijk overbodig dat op te merken, ik zocht echter een openingszin voor mijn bijdrage.

Laat ik beginnen met te constateren dat karpers nu eenmaal doodgaan. Onder normale situaties, en daarmee doel ik op een gezond viswater met een evenwichtig bestand, moet je zelfs rekening houden met een gemiddelde jaarlijkse sterfte van 5 %. Verhoudingsgewijs is de sterfte het grootst onder jonge vis die nog niet heeft geleerd om te gaan met gevaren en daardoor bijvoorbeeld kwetsbaarder is voor predatie.

Veel karperwateren in België (en Nederland) kennen echter geen natuurlijk, evenwichtig opgebouwd bestand. Meestal is er sprake van vissen die zijn uitgezet op een formaat waarbij ze minder kwetsbaar zijn voor predatie. In Nederland worden meestal zogenoemde K3 vissen uitgezet. De sterfte zal dan ook in eerste instantie lager liggen dan die 5 %. Vissen hebben echter niet het eeuwige leven, dus na een bepaalde tijd zal de sterfte tengevolge van ouderdom weer wat oplopen. Dat is onder normale omstandigheden echter een geleidelijk proces, dat via een slim uitzettingsprogramma kan worden opgevangen.

Door het vangen van vis zal dit natuurlijke sterftepercentage oplopen. Vissen die een haak in hun mik krijgen, een kwartiertje worden gedold aan 35/100, uit hun element worden getild, in zwarte zakken worden geperst, en halfdood worden geknuffeld ten behoeve van de onvermijdelijke fotosessie staan nu eenmaal bloot aan een behoorlijke portie stress. Uit onderzoek is gebleken dat stress leidt tot een verstoring van het fysiologische evenwicht van de vis. Dit kan resulteren in diverse lichamelijke reacties zoals een verhoging van bepaalde hormonen en een verhoogde hartslag/ademfrequentie. Stress kan uiteindelijk zelfs leiden tot een aantasting van het immuunsysteem en daardoor tot een grotere gevoeligheid voor ziekten en parasitaire infecties én dus een vergrote sterftekans.

Karpers die worden gevangen, staan dus bloot aan stress, het gebruik van de beste kwaliteit knuffelmatten, het ontsmetten van de haakwond en andere goed bedoelde medische ingrepen doen daar helaas weinig aan af. Naarmate vissen ouder worden kan worden verwacht dat deze sterftekans tengevolge van stress zal toenemen. Ook vissen die vaker worden gevangen zouden daardoor een grotere sterftekans hebben. Mogelijk wordt dit laatste echter weer gecompenseerd door zogenoemd "stressontwijkend gedrag". Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit blijkt karper zich aan te kunnen passen aan fysieke stress. Wellicht dat ik hier later in een artikel nog eens op terug kom.

Kijkende naar de karpersterftes die in België hebben plaatsgevonden, dan denk ik niet dat deze stress-gerelateerd zijn. Hier is volgens mij wat anders aan de hand.

Maar wat?

In ieder geval geloof ik niet dat de sterfte in Geraardsbergen is veroorzaakt door trillingen tengevolge van grondwerkzaamheden. Overigens is het wel mogelijk dat verstoring (stress-factor!) tot een verhoogde sterfte kan leiden, meestal is er dan echter sprake van een bijkomende oorzaak of stressfactor, bijvoorbeeld een zeer laag verzadigingspercentage zuurstof. De combinatie van beide factoren kan dan tot problemen leiden. In de praktijk kom je dit echter nauwelijks tegen. Het enige voorbeeld wat me te binnen schiet is dat van een ondiep water met een dikke laag organische bagger. Een vroeg ingevallen winter, een laagje sneeuw op het ijs en een grote groep enthousiaste schaatsliefhebbers bleek toen fataal te zijn voor de aanwezige vissen.

Ook denk ik niet dat het te lang koud gebleven voorjaar de oorzaak zal zijn geweest. Overigens kunnen extreme weersomstandigheden wel tot een verhoogde sterfte leiden, maar niet in die mate zoals Alijn beschrijft.

Kijkende naar de sterftes die Alijn in zijn bijdrage noemt, valt op dat het alleen karper betreft en dat wijst toch in de richting van een specifieke karperziekte. Daarbij denk ik zeer zeker aan wat Alijn het ‘spring virus’ noemt. Deze ziekte, die officieel Spring Viraemia of Carp Virus (SVCV) wordt genoemd, kan behoorlijk huishouden in karperbestanden. SVCV, in het Nederlands ook wel ‘Voorjaarsviramie’ genoemd is een virusinfectie die vooral karper treft. Naast karper zijn overigens ook gras-, zilverkarper en mogelijk zeelt gevoelig voor deze ziekte. SVCV werd vroeger wel buikwaterzucht genoemd en wordt veroorzaakt door het Rhabdovirus carpio. De infectie met het virus (de primaire infectie) wordt vaak gevolgd door secundaire infecties met bacteriën en / of schimmels. Vaak zijn het deze secundaire infecties die de vis de das omdoen. Opvallend is dat infecties die in het vroege voorjaar, wanneer het water opwarmt, plaatsvinden vaak fataal zijn. Infecties tijdens de winterperiode hebben daarentegen vaak een chronisch verloop.

Het ziektebeeld van SVCV is divers, meestal zijn de volgende symptomen waarneembaar:

- Uitpuilende ogen

- Bloedingen in de huid en ogen

- Gekartelde, beschadigde vinnen

- Opgeblazen lichaam

- Uitgestulpte anus

- Bleke kieuwen

- Schimmelinfecties

Opvallend is verder dat geïnfecteerde karpers nauwelijks een vluchtreflex vertonen en zich moeizaam door het water bewegen.

SVCV kan voor jonge karper (K1 en K2) tot een sterfte van 100% leiden. Zeker wanneer sprake is van hoge dichtheden zoals in karperkwekerijen. Hoewel ook oudere vissen kunnen worden geïnfecteerd, en deze vaak ook een vergelijkbaar ziektebeeld ontwikkelen, zijn de grotere vissen vaak in staat een infectie te overleven. Karpers die een SVCV-infectie hebben overleefd zijn daarna resistent.

Hoe dit virus in het water komt is onduidelijk. Wel is bekend dat de voornaamste besmetting via de kieuwen plaatsvindt en dat het virus wordt verspreid door het contact van zieke met gezonde vissen. De virusuitbraken waar ik tot nu toe mee te maken heb gehad vonden zonder uitzonderingen plaats in wateren waar kort van te voren vis was uitgezet. Vis zonder gezondheidscertificaat ("ach meneer het was een koopie...").

Aangezien het virus lange tijd buiten zijn gastheer kan ‘overleven’ (virussen leven niet echt) is het zeker niet ondenkbaar dat naast een overdracht tussen vissen onderling ook besmetting kan plaatsvinden via schepnetten en bewaarzakken. Overigens bestaat er geen therapie tegen infecties met SVCV. De meeste karpers gaan er dood aan en sommige overleven het.

We kunnen er dus nauwelijks wat aan doen? Toch wel. Bijvoorbeeld door alleen karpers uit te zetten met een gezondheidscertificaat. Door overbezetting te voorkomen; in overbezette wateren is de besmettingskans groter en ondervinden vissen ook meer stress. Maar ook door verantwoord om te gaan met schepnetten en bewaarzakken. En tenslotte door zorgvuldig -nog zorgvuldiger- om te gaan met karper, stress verhoogd in principe (zie eerder in mijn bijdrage) de vatbaarheid voor ziekten, ook voor SVCV.

 

Bijdrage John Van Eck

Tele-geleide boten

Sinds vorig jaar ben ook ik gebruiker van een telegeleide boot. Voor die tijd heb ik eigenlijk nooit een situatie meegemaakt dat ik echt een telegeleide boot nodig had. Ik heb namelijk geen enkel bezwaar ten aanzien van het gebruik van deze boten. Natuurlijk wel, zolang ze met gezond verstand gebruikt worden. Een telegeleide boot mag nooit een middel zijn om een heel water te claimen of om bijvoorbeeld onverantwoord in obstakels te vissen of op plaatsen te vissen waar je misschien wel een karper er aan kan krijgen, maar hem onmogelijk kan landen.

Mijn eerste ervaringen met mijn eerste boot waren overigens niet om naar huis te schrijven. Veel problemen, enerzijds met de techniek van de boot zelf, storingen, een afgebroken as, een schroef die opeens verdween en ga nog maar even door. En dat is toch wel een ellendige situatie, want als je helemaal begint te vissen met zo’n boot wordt je er wel ontzettend van afhankelijk. Als je dan iedere keer problemen hebt dan ben je af en toe wel in staat om hem als de Titanic op zijn laatste dag te willen behandelen.

Ook kostte het toch enige gewenning om het uitvaren van de lijnen perfect onder de knie te krijgen, zo af en toe belandde de lijn in de schroef en dat soort dingen, maar dat leert allemaal snel.

Na aanschaf van een tweede boot zijn al deze problemen verleden tijd, deze boot functioneert perfect en het uitvaren in licht of donker is geen enkel probleem en ik zou hem dan ook niet graag meer willen missen. Overigens heeft mijn eerste boot een grondige revisie ondergaan en die functioneert nu ook perfect .

Beide boten zijn gebouwd door Swa Patat en ik heb nog geen betere boten gezien dan zijn huidige modellen (mijn eerste boot is al een behoorlijk oude tweedehands, toen de botenbouw nog in een experimenteel stadium zat). Vooral op wat grotere wateren, waar nogal eens wat wind staat en waar grote afstanden moeten worden overbrugd, hebben de boten van de Swa geen concurrentie. Ik heb er al heel wat gezien, maar ze lijden allemaal in meer of mindere mate aan de volgende kwalen: te storingsgevoelig, onvoldoende snelheid, onvoldoende stabiel, zodat je niet kan varen met een klein beetje wind. Ook laat het dropmechanisme van de lijn en/of voer nogal eens te wensen over of kan je maar een (te) kleine hoeveelheid voer meenemen.

Schaf dus niet zo maar een boot aan, maar zorg dat je er één aanschaft die betrouwbaar is (zoals gezegd, je wordt uiteindelijk heel afhankelijk van zo’n boot) en die voldoet voor de wateren waar je op wilt gaan vissen. Tot mijn grote spijt moet ik wel meedelen dat Swa gestopt is met het maken van boten, je zal dus op zoeken moeten naar een tweedehands model of naar een goed alternatief.

Op mijn beide boten is ook een dieptemeter gemonteerd en ik moet eerlijk zeggen dat de boot hiermee een fantastisch hulpmiddel wordt. Heel snel kan je hiermee van een stek of water een indruk krijgen qua diepteverloop. Een ander groot voordeel van de dieptemeter is, dat je heel nauwkeurig je lijnen kan droppen. In het begin markeerde ik mijn lijnen en als ik op een bepaalde diepte op bijvoorbeeld een talud dropte, scheelde het nooit meer dan 2 meter naar de ene of de andere kant. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je op een stek vist waar de diepte niet volledig egaal is, maar op de meeste wateren is de bodem toch licht golvend en een lichte golving wordt op de dieptemeter al snel zichtbaar.

Wat ik ook gemerkt met de betreffende boten is dat het doseren van de hoeveelheid voer die gedropt wordt heel lastig is, dit kan op wateren waar constant maar met voerboten gevist wordt uiteindelijk een nadeel worden, de karper weet dan donders goed wat die hoopjes voer betekenen.

Ook is een waarschuwing op z’n plaats t.a.v. de regelgeving. Voor het gebruik van een telegeleide boot is een zendvergunning nodig. Bij eventuele controle kan bij het ontbreken van een zendvergunning de gehele set in beslag genomen worden.

En dan tenslotte het grootste nadeel van zo’n boot is dat je er al weer wat bij hebt om naar je stek te slepen, maar dat heb ik er inmiddels graag voor over om voor kapitein te mogen spelen.

 

Vissterfte 

Laat ik ook maar gelijk beginnen te zeggen dat hetgeen ik hierover ga zeggen ook alleen maar op gissingen berust en absoluut niet op feiten (wat wil je als Marco, vanuit zijn visserijkundige achtergrond er al nauwelijks iets definitiefs over kan zeggen), maar ja, zitten heel veel zaken ten aanzien van de karpervisserij niet zo in elkaar?

Marco houdt een heel verhaal over stress en alhoewel ik het met hem eens ben ten aanzien van de gevaren denk ik niet dat de specifieke sterftes dit voorjaar daar direct aan gerelateerd zijn, uiteindelijk komt Marco ook tot die conclusie. De betreffende wateren worden al jaren bevist en de karper heeft dus constant met die stress te maken.

Wel kan natuurlijk nog eens een extra stress factor de druppel zijn, zoals misschien het geval op de Gavers was met het slaan van die platen. Op Sun vallei zal het ongetwijfeld het spring virus zijn geweest. Weten we eigenlijk zeker dat er op de Gavers geen vissen uitgezet zijn? Vooral ook omdat alleen karpers stierven.

Gelukkig hebben zover ik het inschat de vissen op de meeste wateren in Nederland en Belgie resistentie tegen dit virus, gezien het grote probleem met geïmporteerde vissen in Engeland.

Maar ja, kan dan een slechte conditie van de vissen, zoals Alijn zegt, de vissen misschien alsnog kwetsbaarder maken voor dit virus dan in normale conditie? Alhoewel we dit snel accepteren vanwege het zonder twijfel ontzettend slechte, koude en natte voorjaar, vraag ik mij dan weer af wat hiervan de effecten zijn op de vis. Tenslotte zijn vissen koudbloedig, hebben ze in de winter sowieso een slechtere conditie dan in de zomer (Marco)? Op de 35 in Hofstade viel het gewoon op hoe weinig de vissen hebben gezwommen in het voorjaar, maar duidt dit dan op slechte conditie van de vissen?

Vragen, vragen. Het blijft speculeren en er zijn zoveel factoren die invloed kunnen hebben (hoe wel doorvoed gingen de karpers de winter in, bodemgesteldheid, gelaagdheid van het water, paaiperiode, enz.) dat ik het hier maar bij laat.

Ik ben er wel van overtuigd dat, gezien de ouderdom van de meeste populaties en natuurlijke sterfte, we gewoon moeten accepteren (hoe moeilijk soms ook) dat er ieder jaar een aantal karpers gaan sterven en het ene jaar zal dat meer opvallen dan andere. En gevoelsmatig zeg ik dan dat het voorjaar naar de paaiperiode toe en net erna een kwetsbare periode is, maar natuurlijk ook hoogzomer met hoge watertemperaturen. Ook ben ik er van overtuigd dat massale sterftes nagenoeg altijd een oorzaak hebben, waarbij de twee voornaamste zuurstofgebrek en het spring virus zijn.

 

Bijdrage Tonnie Schrijver

Tele geleide boten 

Ik weet niet of het aan mij is om iets te schrijven over tele-geleide boten, immers als bouwer ervan wordt je dan vaak verweten dat het een commercieel verhaal is.

Dit zal ik proberen te voorkomen.

Het gebruik van deze boten is zoals gezegd nogal omstreden, "dat heeft toch niets meer met vissen te maken", is een veel gehoorde kreet.

Misschien hebben deze mensen wel gelijk, maar het is onder bepaalde omstandigheden wel een fantastisch alternatief en op de koop toe ook een wel verdomd leuk speelgoed!

In bepaalde gevallen is het zelfs onmisbaar, denk maar eens aan lange afstand visserij (Alijn).

Ook bij het vissen tegen een oever met overhangende bomen, met gooien kom je in het gunstigste geval net tot voor de bomenrand; maar met zo’n bootje kun je net iets verder tot tussen de takken komen. Zodoende ligt je aas op een plek waar een karper nog nooit gehaakt is en dus zal hij die plek ook als veilig beschouwen.

Nadelen heeft een tele geleide boot ook, waarvan misschien de prijs wel het grootste nadeel is. Ook de andere door zowel John als Alijn aangehaalde zaken onderken ik ten volle en zal daarom niet nog eens in herhaling vallen.

Maar ook in het gebruik kom je soms nare dingen tegen, waarvan hier een relaas.

Ik viste op een Nederlands cultuurwater waar ‘s morgens vroeg een aantal hyperactieve mensen hun overtollige energie probeerden kwijt te geraken, door wat baantjes over en weer te zwemmen.

Onder deze mensen bevond zich een individu dat met lange krachtige slagen van links mijn lijn naderde die ik op dat moment net aan het uitvaren was, deze onwetend oppakte en er enigszins in verstrikt raakte; dus: onraad! Nadat de persoon als een ware ‘Houdini’ zichzelf had weten te bevrijden uit deze precaire situatie , gaf het mijn tele nog een ferme klap op z’n kop (slagvast polyesther), waarna ze zich omkeerde en naar de kant kwam.

Ja, U leest het goed ZE. Vrouwelijk, 1.95m lang, 100+ kg zwaar, confectiematen 125-120-160 en beginnende baardgroei!

Kortom, precies de kenmerken van een ‘POLDERPONY’, en als er iets is wat je als karpervisser niet wilt dan is het wel ruzie met een ‘POLDERPONY’.

Nu in mijn geval is het allemaal nog met een sisser afgelopen daar ik ongeveer van dezelfde maten ben voorzien als HAAR; maar ik kan me voorstellen, nee... ik moet er niet aan denken dat m’n goede vriend Alijn dit zou zijn overkomen. De gevolgen laten zich dan raden.

Kortom, dit voorval mag dus wel terdege worden betiteld als een nadeel van tele’s.

Laat u niet beïnvloeden door dit relaas maar overweeg zelf of een tele geleide boot in de toekomst ook tot uw uitrusting zal gaan behoren.

Nog een goede vangst toegewenst.