Flavours
en geurstoffen
Voor velen een onmisbaar goedje.
Laten we dus maar hier mee beginnen. Een flavour is een
middel waarmee we de aandacht van de karper kunnen
trekken en een 'signaal' uitzenden in de zin van : 'hier
ligt voedsel'. Nagenoeg alles wat wij kunnen smaken kan
ook een karper smaken. Echter niet alles wat wij ruiken
kan een karper waarnemen door chemoreceptie. Dit komt
door de omgeving waarin we leven.

Sommige geuren verspreiden zich wel in de lucht maar
niet in het water. Een ander fabeltje is dat flavours
karpers zouden aantrekken. Met uitzondering van de 'creams'
en 'maple' zullen dit er weinige zijn. Er is in verband
hiermee vooral in de zestiger jaren veel research gedaan
in de U.S.A. Hierbij kwam de synthetische 'maple' als
eerste uit de bus. Men flavourde er maïs mee. Deze werd
niet gebruikt om karper te vangen, maar om hem te
verdelgen in combinatie met gifstoffen. Er worden meer
karpers gevangen omwille van hun nieuwsgierige aard dan
men zou vermoeden. Flavours kunnen hierbij een voordeel
zijn. Wij trachten maar al te vaak karper te vangen of
te onderscheppen op plaatsen waar ie normaal niet komt
of niet aast. Een geurige boilie kan hun
nieuwsgierigheid prikkelen. Wanneer we een boilie op een
aasplek deponeren vangen we dan omwille van de
onweerstaanbaarheid van de boilie of omdat we net aan
het vissen waren waar de karper zich toevallig bevond?
Flavours kunnen zowel in negatieve als positieve zin een
functie uitoefenen op basis van zijn herkenning. Wanneer
we een bepaalde stek aanvoeren kan men de karper
aanleren om een bepaalde aassoort in verband te brengen
met een bepaalde geur. Spijtig genoeg kan dit na verloop
van tijd in ons nadeel werken wanneer de karpers deze
geur in verband gaan brengen met gevaar. Overschakelen
op een andere flavour? Jammerlijk genoeg werkt dit niet
altijd. Vooral flavours op basis van polyglycol hebben
wat dit betreft een slechte naam. Dit oplosmiddel heeft
een eigen smaak waardoor het voor de karper snel
herkenbaar word. En zodra de flavour langzaam begint te
verdwijnen wat is dan nog het verschil met een andere PG
flavour?
Veel flavours (oplosmiddelen) vertonen eveneens een
bittere nasmaak waardoor overdoseringen voor een nadelig
resultaat kunnen zorgen. Soms zijn we genoodzaakt om
deze bittere nasmaak weg te moffelen door een sweetener.
In de handel zijn eveneens geurversterkers (flavour
enhancers) te verkrijgen, maar daar zijn eenvoudiger
methoden voor toe te passen zoals bijv. gewoon
naflavouren. Op wateren waar veel natuurlijk voedsel
voorkomt daarentegen is het aan te raden om lagere
doseringen te gebruiken. Ook het te gebruiken
flavourmerk is belangrijk. Een aantal van hen zijn
namelijk mengelingen. Wanneer een bepaalde fiavour van
een bepaald merk hoog scoort, ik denk hierbij aan bijv.
'scopex' dan word deze naam dikwijls klakkeloos
overgenomen door de concurrentie. Dat zij veelal een
compleet verschillend mengsel onder de zelfde naam
uitbrengen zal hen worst wezen. Het is dus steeds
interessant te weten welke de originele en welke de
copie(én) zijn. Een optimale flavour / attractie
situatie is moeilijk te behalen omdat na verloop van
tijd de geurconcentratie zal verminderen. Ook tijdens
het koken verdampt er veel flavour, en daarom kan het
nuttig en interessant zijn om een mix te verdelen en de
afzonderlijke partijen een verschillende kookduur te
geven. Bijv.: 30/60/90/120 sec. Ook verschillende
boilieformaten creéren en ander effect :

kleine boilies
hebben een groter oppervlak t.o.v. grotere (per
gewichtseenheid). Waardoor attraktoren gemakkelijker
vrijkomen. Wat tegenwoordig ook frequent word toegepast
is om een combinatie van flavours te gebruiken. Deze
kunnen bestaan uit een flavour op basis van olie gemengd
met bijv. een esterflavour. Deze zullen mekaar
aanvullen, en wanneer de ene aan actie inboet zal de
andere het over nemen. Wanneer we de flavours
onderverdelen kunnen we dit in eerste instantie doen in
vloeibare en poedervorm. Over deze laatste kunnen we
kort zijn: ze hebben nooit echt een plaats veroverd op
de markt, de dosering is te moeilijk omdat ze meestal
geconcentreerd zijn. De winsten van de fabrikant ligt
waarschijnlijk ook een stuk hoger wanneer hij ze onder
een oplosmiddel verkoopt dan onder de pure vorm. Ze
worden wel vaak door de fabrikant toegevoegd aan
allerlei additieven zoals poedersweetners,
smaakversterkers, eetlustopwekkers enz. Waarschijnlijk
verkoopt een lekker ruikend potje nu eenmaal beter. Ook
in attracaps werden ze ooit toegepast, dit zijn gelatine
capsules die mee aan de rig werden bevestigd. Een succes
zijn ze nooit geweest. De vloeibare flavours worden
onderverdeeld volgens het gebruikte oplosmiddel, deze
basis word echter niet altijd vermeld en soms worden er
combinaties gebruikt. Bijv.: Polyglycol, propylene,
glycerine, glycerol, isopropylalcohol, ethylalcohol,
alcohol, triacetine, tocopherol, plantaardige olie,
esters en water. Polyglycol is één van de meest
gebruikte. Om u een idee te geven van dit spul: glycols
worden normaal gebruikt voor toepassingen gaande van
antivries tot compressoroliën! Een bepaalde eigenschap
komt steeds weer naar voor : bij inname hebben ze een
sterk laxerend effect.
Door de vissen zijn ze eveneens zeer goed te herkennen.
Glycerol daarentegen is één van de meest natuurlijke
en onschadelijk voor de vis bij normale doseringen. Het
is tevens een attraktor op zichzelf. Glycerol op
natuurlijke basis kan vooral in de winter met goed
gevolg gebruikt worden als emulsifier.
De alcoholflavours zijn zeer vluchtige oplosmiddelen,
door sommigen aangeraden voor meer winterse
omstandigheden, omdat het sneller vrijkomt. Tijdens het
koken verdampen er veel geurcomponenten, daarom word
soms het flavouraandeel in het flesje verhoogd en
aangevuld met hittebestendige grondstoffen. Door hun
sterkte dienen dan meestal lagere doseringen gebruikt te
worden. Ethylalcohol is toxisch, maar bij normale
doseringen onschadelijk voor de vissen, het is tevens
een atraktor op zichzelf. Wanneer boilies als pop-ups
worden gebruikt (microgolf, grillen, bakken) mag men de
dosis met 1/3 opvoeren. De esters bestaan uit
geraffineerde alcohols waarvan de meeste kookpunten
hebben boven de 100'C. Ze zijn zeer fijn in hun opmaak
en hebben een lage oppervlaktespanning waardoor er een
maximale dispersie van geuren ontstaan ongeacht de
temperatuur. Aas dat enkele uren te water heeft gelegen,
ruikt vaak sterker dan voorheen. Esterflavours worden
vooral aanbevolen om de natuurlijke geuren in het water
te overheersen die ontstaan tijdens rottingsprocessen
van afstervend wier of vallende bladeren. Ze zijn
eveneens zeer effectief bij lagere watertemperaturen.
Persoonlijk gebruik ik ze graag in combinatie met andere
flavours, maar dan wel in een aangepaste dosis.
Essential oils en
etherische oliën
Dit zijn de organische substanties
die aan planten hun specifieke geur verlenen. Ze worden
verkregen door distillatie of persing uit kruiden,
bloemen, gewassen en bomen. In hoge dosissen zijn ze
toxisch. Ze zijn zeer gevoelig voor licht en worden
daarom meestal geleverd in amberkleurige flesjes. Door
hun sterke concentratie worden ze d.m.v. een
druppeldoseerder toegevoegd. Niet alle etherische olién
hebben een instant werking, hun actie kan sterk
verbeterd worden wanneer ze worden gecombineerd met een
gewone flavour. Neem in dit geval slechts een percentage
van elk i.p.v. de maximum dosering. Op zich zijn E.O.
zeer voedzaam en ze vormen vooral een ideale basis voor
lange termijn aas. Dus vooral geschikt bij
voercampagnes. Bij sommigen dient men 's winters wel een
emulgator te gebruiken.

Bewaren van flavours
Flavours dienen bewaard te worden
op een koele donkere plaats. Ideaal is de ijskastdeur (temp.
c.a. 7'C ), niet in het vriesvak! Plaats ze ook nooit in
de zon, extreme warmte of koude. Ook licht kan schade
berokkenen
Hou je vooral aan de opgegeven doseringen,
een teveel is meestal nadelig. Goede flavourcombinaties kan men
vooral vinden in de catalogen van fabrikanten. Slechts met weinig
flavours kan men overdoseren, de negatieve etfecten overschrijden
dan vaak de positieve. Wanneer er sterk geurende ingrediénten of
kruiden in de mix gebruikt worden kunnen we het ook stellen zonder
flavours.
Sweetners
In het natuurlijk biotoop van de
karper komen geen sweeteners voor. Toch is het zo dat
karpers zich door zoetigheid laten verleiden. In een
boilie is de sweetener dan ook een van de sterkste
aantrekkingsmiddelen. In het begin werd er nog veel met
sacharine gewerkt, een wit kristalpoeder dat meer dan
500 keer zoeter is dan suiker. Op zichzelf heeft het
geen voedingswaarde en het wordt al meer dan een eeuw
kunstmatig aangemaakt. Ook producten die in de menselijk
voeding worden toegepast zoals bijv. hermesetas zijn
heel goed bruikbaar.
Dit product mag toegevoegd worden in een dosering van
2-3 ml./500 gr. droge mix. Hou steeds rekening met de
samenstelling van je mix. Indien er ingrediënten
gebruikt worden die al veel suikers bevatten
(koekjesmeel, zoet maïsmeel) dient men de hoeveelheden
te verminderen.
En beslist niet overdrijven want de meeste kunstmatige
sweeteners hebben een bittere nasmaak. Men kan ook met
natuurlijke producten zoals fructose (vruchtensuiker) en
lactose (melksuiker) aan de slag. Vloeibare melasse mag
gebruikt worden aan een dosering van 6-12 ml./500 gr.
mix. Sommige flavours bestaan voor 80 % uit
oplosmiddelen waardoor het aas een bijsmaak krijgt.

Deze kan weggewerkt worden door gebruik te maken van een
sweetener. Ook hier echter oppassen voor de bittere
nasmaak. Opletten geblazen is het ook wanneer men
smaakversterkers e.d. gebruikt waarin reeds een
zoetmaker verwerkt zit, dosering aanpassen is de
boodschap. Nooit overdoseren, liever weinig of geen
sweetener dan teveel. De vloeibare stoffen hebben de
neiging te gaan oplossen (uit te lekken) en een
smaakspoor te leggen, terwijl de poederversies de zoete
smaak veel langer in de boilie houden. Beiden kunnen ook
perfect gecombineerd worden. Sweeteners zijn zeer
gemakkelijk te herkennen voor karpers, wat in ons nadeel
kan spelen op dressuurwateren. Het kan natuurlijk ook
best zonder, denk maar aan de vismeelmixen waar ze
weinig of geen toepassingsgebied hebben
Eetlustopwekkers
en smaakversterkers.

Alhoewel dit twee totaal
verschillende dingen zijn worden ze nogal eens samen of
door elkaar gebruikt. Ze verschillen van merk tot merk
en hierdoor is het moeilijk om ze op de juiste plaats
onder te brengen. Multi Functional Palatants (MFP) zijn
geen attractoren, ze worden aan het aas toegevoegd om de
smaak te verbeteren. Sommige zijn geflavourd en dragen
bij tot de specifieke geur van het aas. MFP's bedotten
de karper voor een deel: ze geven hen de indruk dat een
bepaald aas een goede voedselbron is, aas dat hen anders
onverschillig zou laten. In de dierenvoeding wordt er
heel veel gebruik gemaakt van dit soort dingen. Kuikens
leert men bijv. meel eten i.p.v. insecten, kalveren en
lammeren geeft men substituten met PFP waardoor ze de
indruk krijgen dat ze toch moedermelk ontvangen.
Voor karpers zouden MFP's nutteloos zijn indien de
juiste ingrediënten zouden toegepast worden en deze
steeds vers zijn, wat niet altijd het geval is.
Voor karper is nodig: nucleotiden zijnde, adenosine
monosphosphate (AMP) en inosine monophosphate (IMP).
Vroeger werd er veel gewerkt met MSG (monosodium
glutaminaat) een witachtig kristalpoeder dat nog steeds
in de menselijke voeding wordt gebruikt.
De smaakversterkers verhogen de aantrekkingskracht van
het aas doordat ze de smaakreceptoren van de vis
stimuleren en ze gevoeliger maken voor geur en smaak. Ze
zorgen er tevens voor dat ons aas lang op smaak blijft
en zijn geur blijft houden. Soms zijn ze echter al
verwerkt in mixen. Al naargelang het type mix zijn er
verschillende samenstellingen gebruikt.
Deze zijn:
- Savoury: vis, vlees
- Fish : vis
- Sweet : zoet
- Fruity : fruit
- Dairy : melk
- Meaty : vlees
- Spice : kruiden
Toepassing
Volg de aangegeven dosering van
het desbetreffende merk op. Overdoseren werkt averechts.
Persoonlijk gebruik ik steeds een of andere appetizer in
m'n mixen. Liefst geen twee verschillende merken samen
gebruiken in een mix.

Vitaminen &
Mineralen
Deze zijn samen met sporenelementen
de voedingsstoffen die noodzakelijk zijn voor de
celstofwisseling van de vis. Ze leveren een belangrijke
bijdrage aan de groei, herstel en behoud van de
gezondheid. Voor een optimaal functioneren is aanvoer
via de voeding noodzakelijk. Door tal van omstandigheden
kunnen tekorten ontstaan. Bijv. door slechte of
eenzijdige voeding, verkeerde bereiding, omstandigheden
(stress, kwetsuren). Er zijn specifiek voor vissen
mengsels samengesteld, doch goedkoper en gemakkelijker
te verkrijgen zijn deze die in de dierenvoeding gebruikt
worden.
Deze kleine uitgave moeten we zeker voor onze vissen
over hebben, vooral bij langdurige voercampagnes.
Wat doen met
vitaminen en mineralen?
- Vit. B1: Werkt als een
co-enzym om de groei te bevorderen. Het helpt de
vertering en het zenuwstelsel en zorgt bij het hart
en spieren voor een normale werking.
- Vit. B2: Helpt het
zicht, zorgt voor gezonde huid en vinnen. Helpt het
metabolisme met proteïnen, vetten en koolhydraten.
- Vit. B6: (Pyridoxine)
assimileert eiwitten, helpt de omzetting van
Tryptophan in niacine, verminderd spierkrampen.
Bouwt weerstand op tegen infecties.
- Vit. B12: (cobalamin)
eetlustopwekker, verbeterde spiergroei en het
evenwicht. Regenereert de rode bloedcellen.
- Vit. D: vit. D wordt
opgeslagen in de lever. Karper heeft geen behoefte
aan extra vit. D toevoeging. Sommigen raden een
kleine hoeveelheid vit. D aan, al zijn er niet echt
gegevens bekend wat Vit. D doet.
- Vit. E: vit. E
verhinderd biologische oxidatie en kan problemen
voorkomen van geoxideerde vetten in het metabolisme.
- P: (Rutine) helpt de
circulatie en weerstand tegen infectie, verhinderd
vit. C oxidatie.
- IJzer: (Citrate) tegen
moeheid, ziekte, weerstand. Verbeterd de groei en de
vruchtbaarheid, verhinderd de afbraak van de vit. E
reserve.
- Manganese: (Sulphate)
helpt het metabolisme met het aminozuur Tyrosine.
Essentieel voor de huid. Helpt de omzetting van
ijzer en hemoglobine. Tegen stress in de paaitijd.
Alle vitaminen 'verouderen'
tijdens opslag, zelfs invriezen of bewaarmiddelen kunnen
dit proces niet stoppen. Ze worden eveneens gedeeltelijk
afgebroken wanneer ze blootgesteld worden aan hitte
(koken), licht, UV straling, oxidatie of bewaring in een
vochtige omgeving
Toepassing
:
Zeker bij langdurige voercampagnes
te gebruiken. Liefst geen geconcentreerde vit.
gebruiken, de dosering is moeilijker en een teveel hoeft
niet. Bij vit. uit de diervoeding gebruik je best
ongeveer 25 gr. op een kilo mix. Indien
aminozuurmengsels gebruikt worden even controleren of ze
ook al niet de noodzakelijke vitamines bevatten.

Aminozuren
In het water komen veel aminozuren
voor die op grote schaal vrijkomen. Organismen, gaande
van fotoplankton, zooplankton tot dierlijk leven zorgen
hiervoor. Dit is de reden waarom in het water aminozuren
de achtergrond vormen. In zijn werking kan men
aminozuren het best vergelijken met vitamines. Bij
vitamines is er steeds een werking naar een bepaald
lichaamsdeel toe bijv. het hart, huid, lever enz. Bij
aminozuren is de werking eerder gericht naar een bepaald
zintuig. Ze geven signalen naar de hersenen door die een
bepaalde actie tot gevolg heeft. Het is bijv. bewezen
dat een combinatie van L-alamine, L-valine en L-glycine
een sterk effect heeft op de attractie en het
onderzoeksgedrag van de karper. Spijtig genoeg zijn
boilies niet helemaal geschikt om deze optimale
voedingsrespons af te dwingen bij de karper. Reeds door
het kookproces al worden in eerste instantie enkele
aminozuren afgebroken. Ook het vrijkomen in het water
gebeurd op een onregelmatige basis. Daarom is het beter
om aminos en ook enzymen pas na het koken toe te voegen.
Een groot deel van de chemische aantrekking ontstaat
wanneer HNV ingredienten gebruikt worden. Elk ingrediënt
heeft zijn specifieke structuur en er is er steeds wel
een die weinig afsteekt tegen de achtergrond, zelfs
wanneer deze veranderd.
Karpers kunnen deze aminozuren waarnemen, het is
hun manier om voedsel te vinden in die wirwar van
vrijkomende aminos in het water. Elk bepaald voedsel
bevat uit zichzelf aminozuren, sommigen hebben zelfs wat
men omschrijft als 'een zeer goed aminozuur profiel'.
Dit is een reden te meer om verschillende ingrediënten
in een mix te gebruiken. De voeding wordt gevarieerder,
maar ook completer. Veel leveranciers bieden een mengsel
aan waarin 16 tot 18 aminozuren verwerkt zouden zijn.
Een karper heeft slechts 10 aminozuren in een bepaalde
verhouding nodig. Waarom er dan 18 toevoegen? Ook op dit
punt vertonen ze een overeenkomst met de vitamines. De
niet essentiële aminozuren kunnen zelf door het lichaam
aangemaakt worden, terwijl de essentiële via de voeding
moeten worden ingenomen, Het lichaam kan deze vrije
vormen van aminos snel en direct gebruiken omdat geen
voorvertering nodig is Bij een niet evenwichtige
voeding, stress, extra inspanningen (paaitijd) wordt de
behoefte aan aminozuren duidelijk verhoogd. Bepalend
voor een goede omzetting van aminozuren tot
lichaamseigen eiwitten Is de aanwezigheid van een
voldoende hoeveelheid vit B6 Om een enkelvoudige
aminozuur deficiëntie te voorkomen zijn glycine en
glutamine zeer belangrijk gebleken.
Wat doen de afzonderlijke
aminozuren bij karper?
- Glutamine en Glucose:
(niet essentieel AZ) zorgt voor brandstof in de
hersenen
- METHIONINE: Verzorgt de
opname vanuit het darmkanaal
- CARNITINE: (afgeleid
AZ) is noodzakelijk voor het transport van vetzuren
waar later oxidatie (verbranding) plaats vind en
daarmee energie vrijkomt. (Vermijd spierzwakte)
- PHENYLALAMINE: Bevorderd
het vrijmaken van het hormoon cholecystokinine. Dit
hormoon is verantwoordelijk voor het verzadigings
signaal naar de hersenen (Stop eten) Het wordt
trouwens veel toegepast in vermageringsmiddelen.
- LYSINE:heeft in de
hersenen een bepaald effect dat de
consumptiebehoefte van koolhydraten verminderd.
- ARGININE, ORNITHINE, GLYSINE,
TRYPTOPHAAN: deze AZ stimuleren de hersenen tot
het vrijmaken van groeihormonen, ze remmen de
afbraak van eiwitten en bevorderen de opbouw van
nieuwe. Het zijn groeihormonen die de spiermassa
vergroten.
- LEUCINE, GLUTAMINE,
ORNITHINE: (niet essentiële AZ) helpen in het
lichaam de opbouw van de andere niet essentiële AZ.
Een eiwit kan nl. niet gevormd worden wanneer een
van de bouwstenen ontbreekt
Toepassing
Het is duidelijk wanneer we al
deze eigenschappen bekijken, het zeer moeilijk zal zijn
om zelf een mengsel samen te stellen Wanneer we dan nog
weten dat deze in een welbepaalde en zeer kleine
hoeveelheid moet worden toegevoegd is het haast
onbegonnen werk om dit zelf te doen Dit verklaart voor
een deel de slechte respons die bij testen verkregen
werd (o.a. door Kevin Maddocks). Neem daarbij het feit
dat zuivere AZ zeer duur en weinig stabiel zijn (sommige
poeders worden na verloop van tijd gelachtige massa). We
zullen vlug besluiten om enkel nog de in de handel
verkrijgbare AZ mengsels te gebruiken Eigenlijk zijn
deze helemaal niet zo duur indien men even de prijzen
van zuivere AZ navraagt. Men mag ze tevens in grotere
hoeveelheden gebruiken. Om dit te verklaren kunnen we
best een van de catalogussen bekijken:
bijv. Bio-ade ASP (Cotswold baits)
bevat lever- en miltextract, maagsap, mineralen,
vitaminen, garnaalextracten en alle essentiële AZ.
Nu weet ik niet hoe u erover denkt, maar ik
geloof dat dit mengsel het ook zonder ÄZ niet slecht
zal doen.
Neem daarbij nog ze allemaal verdund worden in een
oplosmiddel (de meesten zouden 70% suikers bevatten) en
we zullen onze conclusies wel kunnen trekken.
Diegenen die deze mengsels samenstellen huldigen
eveneens de gouden regel waarom iets uitvinden dat al
uitgevonden is. Zij gaan daarom ten rade bij de
farmaceutische industrie.
Deze produceren ondermeer vloeibaar voedsel voor zieken
en ouden van dagen die geen vast voedsel meer kunnen
innemen of verdragen. Deze vloeistof is eigenlijk een
complete voeding met alles erop en eraan. Ze is tevens
zeer gemakkelijk te verteren. Het is dan ook niet te
verwonderen dat ze zeer goed kunnen gebruikt worden om
boilies te soaken of te dippen, zelfs in de pure
vloeistof. De vraag zal dan ook steeds blijven: zijn het
de AZ die het hem doen of zijn het de extracten e.
d. die ervoor zorgen.
Feit is en blijft echter ze doen het bijzonder goed en
ze geven je vaak dat stapje voor, wanneer het wat
moeilijker wordt
Oliën &
vetten

Een olie kan men beschouwen als de
vloeibare vorm van een vet. Ze worden normaal verkregen
door destillatie of persing van dierlijk of plantaardige
producten (vismeel, granen, zaden). Er wordt een
onderscheid gemaakt tussen verzadigde en onverzadigde
vetzuren, waarvan de laatsten vooral van belang zijn
voor ons. De opneembare onverzadigde vetzuren en
bijbehorende hulpstoffen als fosfolipiden komen vooral
voor in zuiver geraffineerde plantaardige oliën en
lecithinesoorten. Men zegt wel eens: een vette karper,
maar karpers hebben geen vetlaag en vissen in het
algemeen bevatten minder verzadigde dan onverzadigde
vetzuren. Waarom dan eigenlijk vetten en oliën
toevoegen zult u zich afvragen? Op het eerste zicht
lijkt het net zoals vitaminen en mineralen een nutteloos
toevoegsel in onze mixen.
Wel, vet is de meest efficiënte energiebron die er is
en energie is de levensbehoefte! Wanneer men een mix
verrijkt met oliën en vetten hoeven karpers de eiwitten
hiervoor niet aan te spreken, deze kunnen dan gebruikt
worden voor groei en herstel van weefsel en spiermassa.
Een rijke maar gebalanceerde mix komt de karper dus meer
ten goede dan een eenzijdige zelfs hoge proteïne mix.
Over het normale vetgehalte in de karpervoeding durven
de meningen nogal eens te verschillen. Velen geven 5 %
als maximum aan terwijl anderen zelfs tot 8% durven
te gaan. Algemeen wordt aangenomen dat er bij hogere
watertemperaturen een hogere dosis kan aangewend worden.
Dit verklaart voor een deel het succes van notenmixen in
de zomerperiode. In de handel zijn er speciaal gemixte
oliën te verkrijgen, vaak voorzien van een geurstof,
bepaalde extracten of zelfs AZ combinaties. Gewoonlijk
vermeld men in de dosering hoeveel er mag toegevoegd
worden per ei dat gebruikt word, bijv. 5 ml./ei. Voor
een doorsnee mix kan dit misschien opgaan, maar zeker
niet voor een mix waarvan de ingrediënten reeds zeer
veel vetten bevatten zoals bijv.: hennepzaad, hondevoer
(15-21 %), vismeel (12 %), eieren (12 % vet), vette
soyabloem, pindameel (52 %), volle melkpoeder (25 %). In
dit geval is het natellen geblazen. Hou dit percentage
wel even in de gaten want een overdosis oliën en vetten
kan niet alleen nefast zijn voor goede resultaten maar
kan eveneens schadelijk zijn voor de gezondheid van de
karper. Vissen kunnen sterven door een overdosis
vismeel/oliën wanneer ze volledig op dit aas
overschakelen en weinig of geen natuurlijk voedsel tot
hun beschikking hebben om dit te compenseren. Vismeel en
oliën kunnen eveneens giftig worden bij een verkeerde
behandeling, blootstellen aan warmte of aan lucht.

Daarom de oliën best bewaren in goed gesloten flessen
op een donkere en koele plaats, in de koelkast indien
mogelijk. De meeste oliën bevatten chemische
bewaarmiddelen om oxidatie tegen te gaan en hun
levensduur te verlengen. Goed gedroogde boilies die
gedrenkt (gesoakt) worden in olie blijven hierdoor ook
langer gevrijwaard van schimmel. De olie houdt tevens
het vocht buiten. Heel anders is het gesteld met de
vetten. In vele meelsoorten zijn zij aanwezig.
Zolang de zaden of granen niet vermalen zijn, zijn ze
afhankelijk van de soort, soms jaren houdbaar. Vooral
een goede behandeling na de oogst (droging) en een goede
bewaring en opslag zijn hier van belang. In het verleden
zijn er bijv. reeds meermaals problemen geweest met
pinda's die giftig werden nadat ze aangetast waren door
schimmel.
Wanneer ze vermalen worden valt hun natuurlijke
bescherming helemaal weg en is de houdbaarheid beperkt
afhankelijk van de verpakking en de opslag. Maak u
hierover geen al te grote illusies, voor de meeste
producten is de houdbaarheid beperkt tot enkele maanden.
koop dus nooit meer dan u kunt verbruiken, liefst
in een zaak met een redelijke omzet. Indien u dit niet
kunt waarmaken, denk er dan eens ernstig over na om een
'kant en klaar' mix te gebruiken. Meestal is de omzet
(en de versheid) hiervan veel groter, zodat er minder
risico's worden gelopen. Nog een opmerking om mee af te
sluiten: om de gezondheid van een karper niet te schaden
bij het gebruik van extra oliën dient er steeds
voldoende vit. F. voorhanden te zijn in de mix, dit om
het eventuele overschot aan olie niet de kans te geven
te oxideren op de darmwand. Dit kan spierdystrofie,
gewichtsverlies en zelfs de dood tot gevolg hebben. Tot
zover de voor - en eventuele nadelen van oliën en
vetten voor de vissen. Maar welke voordelen bieden ze
ons visser? Op de eerste plaats is daar natuurlijk de
attractie. Door het gebruik van speciaal voor de
visserij samengestelde oliën kan men aan de boilie een
persoonlijk tintje meegeven. Hierdoor kan succes op
lange termijn worden geboekt. Een goede olie kan
eveneens de smaak van een boilie verbeteren en de
voedingswaarde verhogen. Een water kan 'overgenomen'
worden wanneer er veel mee (in vismeelboilies) gevoerd
word. Hoe warmer het water is, hoe effectiever de olie
zal werken. In de winter moet je een 'winterised' olie
gebruiken of emulsifiëren. Olie is nl. niet oplosbaar
in water, men kan echter wel de druppeltjes verder
afbreken door een emulsifer te gebruiken.
Hierdoor krijgt men een betere verspreiding in het
water. Vele meelsoorten met een hoog vetgehalte hebben
een laxerend effect. Nadeel is echter meestal dat ze
eveneens verzadigend werken. Het gebruik van een weinig
olie in de mix verbeterd vaak de rolbaarheid tijdens het
maken van boilies. Oliën kunnen eveneens gebruikt
worden om flavours te verdunnen of om te gebruiken als
glug, soak en dip, waarover later meer.
De
meest gebruikte soorten zijn:
- Bulk fish oils zoals
haring-, makreel-, sardine en levertraanolie.
- Blended fish oils
- Fish feed inducing
oils
- Maïs-, tarwekiem en
soyaolie.
Kleurstoffen
Vroeger als onmisbaar beschouwd, nu
een product dat haast niet meer gebruikt wordt, tenzij
dan om boilies te camoufleren. Het stond wel mooi die
felgekleurde boilies. Nu worden ze hoofdzakelijk nog
toegepast in 'preserved' boilies. Het oog wil ook wel
wat en waarschijnlijk verkopen gekleurde boilies gewoon
beter. Kleurstoffen worden vnl. toegepast om op de
karper een visuele aantrekkingskracht uit te oefenen
.zodat ie het aas makkelijker kan vinden. Het mag
intussen wel voor iedereen duidelijk zijn dat dit enkel
in de beginfase werkt, in helder water en dan nog
overdag. Inmiddels is het echter zover gekomen dat de
meeste karpers in een boog omheen de felgekleurde
voerplekken zwemmen. De natuurlijke kleur van boilies
hangt af van de gebruikte ingrediënten.
Melkeiwitten geven licht gekleurde boilies. Indien men
deze onopvallender wil maken kan men zijn toevlucht
zoeken tot kleurstoffen. Sommige birdfoods geven gele
boilies, indien men ze rood wil krijgen volstaat het om
Robin Red toe te voegen. Men kan kleurstoffen zowel in
poeder- als in vloeibare vorm verkrijgen. De kleuren van
de boilie vervagen meestal in het water omdat ook de
kleurstoffen uitspoelen. Men kan op deze manier eveneens
testen hoe snel de boilie zijn attractie verliest.
Snijdt daarom een gekleurde boilie open die een aantal
uur te water gelegen heeft en vergelijk het
kleurenverschil.