Genetische achtergrond Karper

 

 

 

 

 

 

De erfelijke factor (gen) voor beschubbing wordt aangeduid met de letter S, van het Latijnse woord squamus (= beschubd). In een organisme is de plaats waar het gen zich kan bevinden, in tweevoud aanwezig, namelijk op elk gepaard chromosoom een locatie. Is de factor voor beschubbing op een chromosoom aanwezig, dan geeft men dat aan met een grote letter S, bij ontbreken met de kleine letter s. Er zijn dus drie combinaties (ofwel genotypen) mogelijk: SS, Ss en ss. Omdat de beschubbingsfactor overheersend is, geven zowel de samenstellingen SS en Ss een schubkarper; het 'genotype' ss geeft een spiegelkarper. De door de OVB geproduceerde 25%-wildbroedhybride, kan worden gekweekt door de nakomelingschap van een beschubde 'edelkarper' (het oude ras) en een 'wilde' karper hetzij nogmaals met een edelschubkarper (SS), hetzij met een spiegelkarper (ss) te kruisen. In beide gevallen krijg je schubkarpers met 25% 'wildbloed', maar in het eerste geval met het genotype SS en in het andere met het genotype Ss.


Eenmaal uitgezet in een viswater is het niet uitgesloten dat een Ss-karper kruist met een andere Ss-karper. Bij deze 'terugkruising' kunnen karpertjes worden geboren met de genotypen SS en Ss (schubkarper, driekwart van de nakomelingen) en genotype ss (spiegelkarper, een vierde deel van de nakomelingen). Bij een bestand van schubkarpers en spiegelkarpers zal na verloop van tijd de spiegel een steeds kleiner deel uit maken van het totaal. Niet alleen is de kans dat een spiegelkarper met een spiegelkarper kruist klein. De jonge spiegeltjes zijn daarnaast over het algemeen minder goed aangepast aan hun omgeving dan schubkarpers met 'wilde' kenmerken, zoals het bezitten van de dominate S-factor.

Hoe zit het nu met rijen- en naaktkarpers? Hier is een tweede gen in het spel, de zogehete N-factor (van nudus = naakt), die de vorming van schubben tegengaat. De N-factor leidt in wisselwerking met de S-factor tot (deels) schubloze karpers. Een SS- of Ss-vis ('schubkarper') met een N-factor geeft een rijenkarper, een ss ('spiegelkarper') met de N-factor geeft een naaktkarper.


Nu is het zo dat de N-factor de levensvatbaarheid van de karper sterk doet verminderen en de vis gevoelig maakt voor infecties. Bij het dubbel optreden van het gen (NN) gaan de larven zelfs al in een pril stadium dood. Rijen- en naaktkarpers hebben dus altijd het genotype Nn.
De zwakke gezondheid van rijen- en naaktkarpers is destijd een van de redenen geweest om de teelt deze rassen te Valkenswaard te beëindigen. Dat je in sommige wateren, met name in het buitenland, nog altijd grote naakt- en rijenkarpers tegen komt, lijkt tegenstrijdig met die genoemde zwakke gezondheid. Het wordt aannemelijker wanneer men beseft dat het vissen betreft die ooit uitgezet zijn bij een formaat waarbij de kinderziekten al achter de rug zijn en 'het kaf van het koren' is gescheiden.

Kruisingsschema's van de OVB-schubkarper-teeltlijn en de spiegelkarper-teeltlijn. Uit beschubde karpers met 'spiegelbloed' kunnen weer spiegelkarpers voortkomen (onderste plaatje).