| Familie
indeling |
|
| Wetenschappelijke
naam |
|
| Bijnaam/soorten |
- Boerekarper,
Wilde Karper, Schubkarper, Lederkarper, Spiegelkarper, Rijenkarper,
Naaktkarper
- Wilde-karper of Boerenkarper:Een
slank gebouwde karpersoort die hierdoor erg snel en wendbaar in het
water is. Van oorsprong komt deze vis (de oervorm van de karper)
voor in natuurlijke wateren zoals de polders in de Zaanstreek.
- schubkarper:Deze vis is het meest
bekend bij de karpervissers en wordt gekweekt door de OVB. Deze
vis is afkomstig van de boerenkarper en is iets minder slank. Dit
type karper is, net als de boerenkarper volledig geschubd met
kleine ronde schubben. Deze vis wordt ook wel 25% wildbloedhybride
genoemd omdat deze in 1966 is ontstaan uit de kruising tussen een
50% wildbloedhybride (50% Wild) en een spiegelkarper. Bij dit type
karper is weinig variatie in het schubbenpatroon te herkennen, ze
lijken hierdoor erg op elkaar.
- Spiegelkarper:Deze vis is voor veel
karpervissers een mooiere vangst dan de bovengenoemde schubkarper
(zeldzamer dan de schubkarper). De spiegelkarper is te herkennen
aan het lage aantal schubben dat zich op het lijf bevindt. Meestal
bevinden deze schubben zich als kleine groepjes rond de
staartwortel en de rugvin en enkele grote schubben verspreid over
de zijflanken. Deze vis is vroeger met zo min mogelijk schubben
gekweekt omdat dit het schoonmaken voor consumptie een stuk
makkelijker maakte.
- Volschubspiegelkarper:
De
volschubspiegel is een zeldzame variatie op de bovengenoemde
spiegelkarper. En wordt gekenmerkt door het volledig met
onregelmatige spiegelschubben bedekte lichaam. Echter zoals eerder
vermeld is dat een zeer zeldzame vis die graag gezien wordt.
- Rijenkarper:
Deze
karpervariatie is te herkennen aan een regelmatige rij
spiegelschubben over de zijlijn van de vis, deze rij loopt van de
staartwortel tot aan de kieuwdeksels. Deze karpersoort blijft in
groei meestal achter bij zijn naaste familie. Maar dit maakt deze
vis er niet minder mooi op. Deze vis is ook zeer zeldzaam in
Nederland.
- Leder- of naaktkarper:
Dit
type karper is in Nederland helemaal een zeldzaamheid en wordt
gekenmerkt door een lijf met weinig tot geen schubben. Net als de
rijenkarper zouden deze vissen minder snel groeien dan hun geschubde
en spiegelkarper broers en zussen.

|
| Buitenlandse
namen |
- Carp
(GB)
Carpe (Fr)
Karpfen (D)
Carpa (Sp)
|
| oorsprong |
- De oorspronkelijke
wilde karper is een zelfstandige vissoort, wetenschappelijk bekend
als Cyprinus carpio L., welke in diverse stroomgebieden van Oost-Europa
en Midden-Azië voorkomt en bijvoorbeeld in de delta van de Donau
en andere op de Zwarte Zee uitmondende rivieren één
der belangrijkste vissoorten is. Uit deze wilde karper zijn door toedoen
van de mens de diverse 'gedomesticeerde' (= tot 'huisdier' gemaakte)
karperstammen ontwikkeld. Aanvankelijk nog in hoofd- zaak als volledige
beschubde 'edelkarper', maar naderhand, gebruik maken van toevallig
optredende 'mutaties' (= veranderingen in het erfelijk materiaal).
Systematisch genetisch onderzoek (genetica = erfelijkheidsleer) heeft
aan het licht gebracht dat er vier van deze beschubbingstypen bestaan,
te weten : 1. schubkarper 2. spiegelkarper 3. rijenkarper 4. naaktkarper
 |
| Uiterlijk |
- De Gewone
Karper heeft een cilindervormig lijf, is erg krachtig en heeft een
opvallend lange rugvin. Wat opvalt zijn de 4 baardharen bij de bek,
waarbij er twee als een snorretje en twee in de mondhoeken gedragen
worden. De flanken zijn goudgeel en de rug is donker en hij heeft
een licht gele buik. De grote rugvin is grijsblauw. Naar mate men
de karper in warmere streken aantreft het visbestand groter zijn.
De groeisnelheid en de maximale lengte van de vis is daar sterk van
afhankelijk.
|
| Voortplanting |
- Als de
Karper 4 of 5 jaar oud is, is hij geslachtsrijp. De eitjes worden
in mei en juni gelegd, vlak onder de oever. De eis die ze echter aan
het water stellen is dat deze minimaal 15o C is, maar liever nog 18o
C. Ze komen dan ook tot enorme prestaties. Een wijfje legt met gemak
50.000 tot 1.500.000 eitjes per jaar. Na 5 dagen komen de eitjes uit.
In hij eerste levensdagen blijven de larven tussen de waterplanten
hangen. Na dat hun dooierzak is opgegeten verorberen de larven kleine
organismen die tot het zoetwaterplankton behoren.Naast dierlijk voedsel
versmaad de Karper geen zaden en plantendelen.

|
| De
zintuigen van de karper met betrekking tot de voedselopname zijn: |
-
Zicht: de mogelijkheid om voedsel te ontdekken met zijn ogen.
-
Aanraking: de mogelijkheid om voedsel te onderzoeken met zijn baarddraden.
-
Gehoor: de mogelijkheid om geluid te onderscheiden via zowel de zwemblaas
als de laterale lijn.
-
Reuk: een andere mogelijkheid om voedseldeeltjes te ontdekken, naast
gehoor of aanraking.
-
Smaak: de mogelijkheid om onderscheid te maken tussen verteerbaar
en onverteerbaar voedsel
- Karpers
zijn omnivoren. Zij zullen dan ook alles wat ze tegenkomen en wat
ook maar enigzins op voedsel lijkt, onderzoeken.
|
| op welke
manieren neemt de karper voedsel op? |
- Door
opname tussen de lippen:
De karper stulpt zijn bek volledig uit en zachtjes, bijna met een
licht zuigende beweging, neemt hij het voedsel in. Dit gebeurt meestal
bij inname van grote afzonderlijke voedseldelen
- Door
opzuigen en uitspuwen:
Wanneer de karper tot deze actie overgaat, zal een bepaald volume
water in zijn bek verdwijnen evenals alles wat zich in die hoeveelheid
water bevindt. De karper sluit zijn bek om de voedseldeeltjes binnen
te houden en automatisch wordt de overvloed aan water uit de bek afgevoerd
naar de kieuwen. Bij deze manier van voedselopname nemen de karpers
vrijwel alleen kleine voedseldeeltjes tot zich. De manier van opzuigen
en uitspuwen bij karpers varieert van water tot water. Eveneens verschilt
het naar gelang de grootte van de individuele vis en zijn capaciteit
tot het creëren van een vacuüm in zijn bek.
|
| waar kunnen
we karper vinden? |
- Karper
is een liefhebber van water met een hogere temperatuur. En omdat de
watertemperatuur afhankelijk is van factoren als jaargetijde, weersomstandigheden,
vorm en diepte van het water en de aanwezigheid van waterplanten,
bepalen die in hoge mate waar de karper zich in het viswater zal ophouden
|
| Voeding |
- Karpers
leven van waterplanten, op de bodem levende insectenlarven, slakken,
kreeftachtigen en wormen.
|
| Max. Lengte
(M/F) |
|
| De organen |
- Als een karper zijn dikke lippen
opent, dan doet hij dat voornamelijk om voedsel op te nemen of om te
ademen. het water passeert niet de keel, maar verdwijnt zijwaarts
door de kieuwdeksels. Door de kieuwdeksels te openen en te sluiten
pompt de vis zuurstofrijk water langs de bloedrood gekleurde
kieuwaanhangsels die zich op de benige kieuwbogen bevinden. Hierbij
vindt de voor het leven noodzakelijke uitwisseling van zuurstof
plaats. De in het water opgeloste zuurstof komt via het dunne huidje
van de kieuwaanhangsels in de bloedsomloop, en wordt vervolgens door
het gehele lichaam getransporteerd. Het kooldioxide, het afvalgas
van het lichaam, verdwijnt via de kieuwen in het water. De snelheid
waarmee deze gasuitwisseling plaatsvindt, is afhankelijk van het
verschil in gasdichtheid en van de beschikbare kieuwoppervlakte. De
capaciteit van een kieuw is groter naarmate de oppervlakte waar het
water langs kan stromen groter is. Het is dus duidelijk waarom een
kieuw niet uit één enkel bloedvat, maar uit ontelbare fijne
kieuwblaadjes bestaat, waardoor het totale kieuwoppervlak vele malen
groter wordt.
- Het hart, de uit spierweefsel
bestaande motor die het zuurstofrijke bloed door het lichaam en het
met kooldioxide verrijkte bloed weer naar de kieuwen pompt, ligt
direct achter de kieuwen, ongeveer ter hoogte van de borstvinnen.
Het bestaat slechts uit twee ruimten. Vanuit de ene ruimte wordt het
bloed dat uit het lichaam komt naar de kieuwen gepompt, en van
daaruit weer terug naar het lichaam. Het zuurstofarme en
kooldioxiderijke bloed komt weer terug in de andere ruimte. Het hart
is van de andere ingewanden gescheiden door een deel van het
buikvlies, vergelijkbaar met het menselijk middenrif. Nadat de
karper zijn voedsel heeft opgenomen, wordt het tussen de keeltanden
en de kauwplaat fijngewreven en met slijm glibberig gemaakt. De
speekselklieren die spijsverteringssappen uitscheiden, bevinden zich
echter niet in de mondholte. Direct achter de keelholte bevindt zich
een korte, gespierde slokdarm. Van daaruit loopt een verbindingsgang
(Ductus pucumaticus) naar de zwemblaas. We zullen vergeefs zoeken
naar een maag, die overigens bij alle karperachtigen ontbreekt. Als
gevolg daarvan moet een karper het bij de spijsvertering stellen
zonder verterende werking van het maagzuur. Pepsine, dat eiwitten
aantast, ontbreekt eveneens. Het is daarom uiterst belangrijk dat
het voedsel reeds in de mondholte mechanisch zo fijn mogelijk wordt
gemaakt.
-
Hoewel de maag bij
de karper dus ontbreekt, zijn de darmen van een volwassen karper
vrij lang. Terwijl de darmen hij de karperbroed nog alleen maar de
vorm van een iets naar boven gebogen buisje vertonen, hebben zich
bij ongeveer 5 cm lange karpertjes reeds talrijke windingen gevormd.
Het spijsverteringskanaal loopt door de buikholte in meerdere
lussen, die de vorm hebben van een dubbele S. Bij volwassen karpers
kan de totale
-
darmlengte het
drievoudige van de lichaams lengte bedragen. De aarsopening bevindt
zich kort voor de aarsvin.Als men aan één kant de lichaamsholte
blootlegt door een halfcirkelvormige snede, die van achter het
kieuwdeksel over de zijlijn tot kort voor de aarsvin loopt, dan is
het nog niet mogelijk de gehele darm te zien liggen. Meerdere grote
organen, evenals vetweefsel, belemmeren het uitzicht.
- Bij paairijpe vissen nemen de
geslachts-organen (gonaden) het grootste gedeelte van de
lichaamsholte in beslag en bedekken de meeste andere organen. Zowel
de geelgroene eierstokken (ovaria) alsook de helderwitte, mannelijke
geslachtsorganen zijn gepaard en liggen links en rechts van het
darmkanaal. Bij éénzomerige vissen zijn de geslachtsorganen nog
slechts dunne draden, en zonder microscoop kan men niet vaststellen
of het om een mannelijk of om een vrouwelijk exemplaar gaat.
- De geslachtsorganen monden samen
met de urineleider uit in een gemeenschappelijke opening. Als men de
omvangrijke geslachtsorganen alsmede een deel van het vetweefsel
verwijdert, worden de meeste andere organen in de lichaamsholte
zichtbaar. Even onder de wervelkolom liet de zwemblaas die door een
vernauwing is verdeeld is in een groot voor- en een iets kleiner
achtergedeelte.De zwemblaas loopt van de voorkant van de
lichaamsholte tot aan de aarsopening. Op dat ogenblik nog
onzichtbaar loopt van het achterste deel van de zwemblaas een fijn
buisje naar de slokdarm, de reeds eerder genoemde verbindingsbuis.
Met behulp daarvan vullen de karperlarven voor de eerste maal hun
zwemblaas door aan de oppervlakte lucht in te slikken
|
| Max.
Gewicht |
|