Wintervissen op karper

Wanneer men 's winters karper ziet en hun kan observeren, is alles tamelijk eenvoudig. Dat is helaas echter maar zeer zelden het geval. Kent u kristalhelder water, dan moet je beslist tijd vrij maken om dat water uiterst geconcentreerd te observeren. Laat vooral je aandacht uitgaan naar het water in de buurt van obstakels, afgestorven lelievelden etc. Hier kunt u interessante dingen ontdekken, en je bespaart zich de moeite om op het verkeerde tijdstip achter je hengels te blanken. Het type water wat u uitzoekt, bepaalt in hoge mate wat u kunt verwachten. De vissen zijn inderdaad een stuk trager, en hebben daarom minder voedsel nodig. Vandaar dat je vooral niet te veel mag voeren.Omdat de kans van het kunnen observeren van karpers tot een gelijkwaardig daalt met de temperatuur is het verstandig om een strategische stek aan het water te kiezen om in de wintermaanden te vissen.Deze keuze laat van verschillende factoren afhankelijk  zoals: bodemgesteldheid, weersinvloeden, trekroutes en hot spots.

Een andere niet te onderschatten factor is de invloed van het weer op een bepaalde plaats. Karpers zijn nu eenmaal warmteliefhebbers en zullen dus in de winter meestal in de buurt van het warmste water zijn. Dit is meestal dus niet op de kant waar de koude Noorden of Oosten wind op staat, puur om het feit dat deze wind het water te veel zal afkoelen. Het is dan ook vaak verstandig om een stek te keizen die in de winter een aflandige wind heeft, uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Er zijn nu eenmaal verschillende wateren die windvissen bevatten, deze vissen liggen graag met hun kop in de wind.

Afhankelijk van de temperatuur kunnen winters ofwel uitzonderlijk productief zijn (vooral voor de grotere vissen) ofwel je reinste tijdverspilling heten. Het al dan niet inzetten van vorst speelt hier een cruciale rol. Hoe langer die uitblijft hoe beter. Zeker wanneer die aanhoudt kan je het na verloop van tijd (op niet verwarmd water welteverstaan) schudden.

Stromend water is over het algemeen een betere optie dan stilstaand, want zeker met scheepvaart moeten de vissen in beweging blijven. Is er dan ook nog eens een warmwaterlozing, zoals op het KK. Dan zal je in ieder geval een goede kans maken op een vis.

Concentreer je wat meer op opvallend en extra attractief haakaas. Locatie is natuurlijk altijd al de belangrijkste factor in het vissen, maar in de winter des te belangrijker. Bedenk ook dat veel wateren een stuk helderder zijn in de winter en dus meer observatie mogelijkheden bieden

Karpers hebben net als andere vissen trouwens, de neiging om veel meer dan anders samen te scholen en zich op een beperktere oppervlakte op te houden. Dikwijls in de buurt van obstakels en meestal op diepe(re) plaatsen. Weinig maar regelmatig voeren geeft je de beste kansen op een vis. Opvallend is dat vissen, hoe raar dat ook mag klinken eerder ‘s nachts actief zijn, dan overdag. De aasperiode is meestal kort. Je kan je visserij hier op afstellen en in een minimum aantal tijd een maximum resultaat halen. Partikels zijn rond deze tijd van het jaar op misschien zoete maïs na, een slecht idee. Als je voor honderd procent zeker bent op de vis te zitten en de mogelijkheid dient zich aan om met levend aas te vissen (en te voeren) zoals bijv. maden, moet je dat zeker en vast eens proberen. Probeer eens om met een dunnere lijndikte te vissen. De plantengroei is rond deze tijd van het jaar meestal op z’n laagst, dus is de kans op breuk kleiner.

Ondiepere plassen en kleinere afgesloten putten reageren veel sneller op temperatuurschommelingen. Ze zijn in regel ook vroeger in het voorjaar productief dan de langzaam opwarmende diepe en grote plassen.Trekroutes zijn er wel op elk water. Op het ene water valt dit beter op als op een ander, maar weet je de route geheel of gedeeltelijk is dit in je voordeel. Je kan dan namelijk een gedeelte van het water afschrijven waar de vissen niet of nauwelijks komen en zo je kansen op het vangen van vis vergroten. Want de routes die de vissen in de zomer afleggen zullen vaak in de winter hetzelfde zijn.Er zijn altijd plaatsen op een water waar de vissen er liever uit blijken te komen als op andere stekken, dit met een al dan niet aantoonbare rede. Deze hot spots zijn ook vaak plaatsen waarin de winter karper te vangen valt. Laat het dus zeker niet om deze stekken een kans te geven in de winter. Plaatsen zoals afgestorven wierbedden, mosselbanken, overhangende bomen, etc. zijn nog steeds in trek bij onze grootschubbige vrienden. Dit omdat hier natuurlijk in de winter nog steeds wat voedsel te vinden valt.

Wie het geluk heeft te kunnen vissen op verwarmd water zit natuurlijk op rozen en op dergelijk water gelden dezelfde regels als voor de zomervisserij.

Probeer de aasperiode(n) te ontdekken en ga enkel dan vissen, dat bespaart je een hoop tijd. Tracht de vissen eerst te lokaliseren, interessant om weten is dat winterhotspots jaar na jaar dezelfde zijn, (obstakels, diepe kuilen, rondom plateaus etc.) vis met  klein aas en voer. De plaats waar de karper zich ophoudt, bevind zich meestal in de diepere gedeeltes van het water waar je vist maar er zijn altijd uitzonderingen op de regel.

Tevens is het me op verschillende wateren opgevallen dat er een constante bestond, van water tot water wel te verstaan, in de aasperiodes. Meestal zijn ze uiterst kort, maar uur gebonden. Korte sessie zijn dikwijls even produktief als lange. Ik heb een paar vangstgegevens nagekeken en daaruit kwam dit resultaat overduidelijk naar voor. Tweeëntwintig uur per etmaal gebeurt er niks en plotseling is die aasperiode daar. Indien je die weet te achterhalen kan je doelgericht gaan vissen.

Kleinere en minder boilies zullen de kansen op een aanbeet vrijwaren. Wat de oplosbasisen en dergelijke meer van de flavours betreft ben ik kort:' Het maakt helemaal niks uit'. Of het nu op basis van ethyl alcohol, propylene alcohol, iso-propyl alcohol enz. is, voor de karpers maakt het geen verschil uit. Kies voor een water met een groot bestand, de kans dat de vis langer en frequenter aast ligt hoger.

Wanneer het warme water afkoelt en onder de 18o C daalt (17 o C-16o C), gaat de vertering van het voedsel al duidelijk trager. Het aas blijft langer in het lichaam van de karper. Terwijl in de zomerse periode een vis na de vangst nauwelijks resten van het aas in zijn ontlasting heeft, komt dit nu regelmatig voor. Dit beeld versterkt zich bij 15o C en 14 o C. De karper is nog wel zeer actief bij 17 o C tot 14 o C. Met een relatief kleine hoeveelheid voer kan veel bereikt worden. Bij deze watertemperaturen boekten wij vaak zeer goede vangsten, zowel in het voorjaar als in het najaar. Respectievelijk de maanden april-mei en september-oktober geven dit verloop in watertemperatuur te zien. Dit geldt soms ook voor een koele (regenachtige) periode in de zomer. Daalt de temperatuur nog verder tot 13 o C dan wordt het kritiek. Bij 12o C treedt de voorbode van het wintergedrag op. De stofwisseling gaat zeer traag, de activiteit neemt af en het verspreidingsgebied wordt beperkter. De lokalisatie wordt belangrijker. De hoeveelheid aas luistert nauw en er wordt snel te veel gevoerd. Voor mijzelf beschouw ik 12 o C als de scherpe grens en het begin van de echte wintervisserij. Bij 11,5 C en lager blijkt er op verschillende wateren een duidelijke overeenkomst te bestaan. De karper vertoont nu voor het eerst echt wintergedrag: bij zoekt zijn winter verblijfplaats (en) op. 

Bij tragere vertering zijn ook de voedingsvezels een zeer belangrijke factor

Wanneer de watertemperatuur eenmaal onder 12 o C is gedaald, ontstaat er een eenduidig beeld, een situatie met duidelijke kenmerken. Zeker is, dat je nu met de winterse benadering het meeste succes boekt. Daarentegen faalt een zomerse kijk op de zaak grotendeels. Koud is koud en of het nu 10 o C of 5o C is maakt niet zoveel uit. De stofwisseling van de karper is zeer laag en de rustige runs en het slome vechten zijn tekenend. De karper neemt weinig voedsel tot zich en is gedurende korte periodes actief. De vangplaatsen zijn vooral op groot water moeilijk te vinden. Voor de meeste vissers is naast het vinden van vangplaatsen het grootste probleem de weersgesteldheid, het trotseren van de elementen

In de winterperiode is het gebruik van partikels niet essentieel en niet nodig op een voerstek. Bij lage watertemperaturen heeft de karper het aas een zeer lange tijd in zijn lichaam en een goede voedingswaarde plus een goede darmpassage zijn dan van het hoogste belang. Kortom: goede eiwitten, vetten, goed ontsloten koolhydraten en een juiste hoeveelheid ruwe celstof zijn een vereiste.

Zorg ervoor dat je het warm hebt. Wintervissen staat of valt met een minimum aan comfort. Regen en windvaste fleece kleding zijn een absolute must. Evenals thermisch schoeisel. Warme dranken en warm eten en eventueel een (veilige!) warmtebron voor in de bivy. Kies een water waar je met jouw mogelijkheden succesvol kan zijn. Dan alleen kan je verblijf en je plezier in het vissen behouden.

Ook informatie die specifiek gericht is op het water dat je bevist in van een onschatbare waarde. Ga niet alleen te rade bij de lokale karpervissers want die zijn vaak geneigd om de lippen op elkaar te houden. Voor hen ben je immers een (potentiële) concurrent.

Wat nu eigenlijk zo aantrekkelijk is aan het karpervissen in de winter? Ik denk dat de onvergelijkbare schoonheid van de vissen van doorslaggevende betekenis is. De vissen zijn dan ook in opperbeste conditie.