Marie Braun

Rotterdam 22 juni 1911 - Gouda 23 juni 1982

Met haar grootse prestaties zette Marie Braun Nederland definitief op de internationale zwemkaart. Als eerste individuele Nederlandse sportster won zij in 1928 Olympisch goud. Zij zou een grote kans hebben gemaakt om haar titel vier jaar later te prolongeren, als een plotselinge ziekte - veroorzaakt door een geheimzinnige steek in haar been - geen roet in het eten had gegooid. 

zwemclub

ODZ
 

Marie Braun: de ongebreidelde passie van een dochter van een zwempionier

 

'Wat ze in Amsterdam kunnen, moeten wij ook in Rotterdam leren, en beter', zo dacht Ma Braun, toen ze in 1922 de zwemsters van de Hollandse Dames Zwemclub (HDZ) een demonstratie zag geven. Ze voegde prompt de daad bij het woord en richtte nog datzelfde jaar, op 1 mei 1922, de Onderlinge Dames Zwemclub (ODZ) op. De dominante en am- bitieuze Ma Braun-Voorwinde (1881 - 1956) was een opvallende verschijning binnen de internationale zwemwereld. Ze liet geen mogelijkheid onbenut om nieuwe indrukken op te doen en haar kennis ten aanzien van zwemtechniek en trainingsmethodiek te vergroten. Dat was niet eenvoudig, gezien de gebrekkige informatievoorziening en de schaarse internationale contacten in die dagen. Maar Ma Braun was niet voor één gat te vangen. Zo was ze in 1921 naar Parijs getogen om zich door Madame Dumont, de trainster en voorzitster van zwemvereniging Les Mouettes, te laten inwijden in de geheimen van de crawlslag, welke in die dagen nog lang geen vanzelfsprekendheid was. De Olympische Spelen van 1924 in Antwerpen werden door Ma Braun dan ook aangegrepen om haar ogen goed de kost te geven. Het optreden van de Amerikaanse zwemsters, die op bijna alle afstanden zegevierden, maakte op haar een diepe indruk. Ma Braun nam zich vanaf dat moment voor om haar dochter naar het de top te leiden. 

.

Voor Marie - bijgenaamd 'Zus' - Braun brak een periode van noeste trainingsarbeid aan. De geboren Rotterdamse bleek een groot talent. Al op haar derde had ze haar eerste zwemdiploma bemachtigd. Zwemmen was Zus dan ook met de paplepel ingegoten. Haar vader was een niet onverdienstelijk schoonspringer en waterpoloër, en haar moeder had als zwemonderwijzeres van zwembad De Kous reeds vele Rotterdammers de zwemkunst bijgebracht. Het was nu aan Zus om een glorieus hoofdstuk aan het familieverhaal toe te voegen. Onder leiding van Ma Braun, die met harde hand en een  tuchtig  trainingsregime - tegenspraak werd niet geduld - haar pupillen vormde, groeide ODZ uit tot een bijkans onneembare zwemveste, welke in de jaren twintig en dertig het nationale en internationale vrouwenzwemmen domi- neerde. Naast Zus Braun werden onder meer Marie Baron, Willie den Turk en later Rie Mastenbroek klaar gestoomd voor het mondiale gevecht om de zwemmedailles. Al tijdens het eerste grote toernooi - de Europese Kampioenschap- pen van 1927 - bleek de vernieuwende en harde trainingsaanpak van Ma Braun zijn vruchten af te werpen. Zus won in Bologna een gouden medaille op de 400 m vrije slag en achter Willie den Turk een zilveren plak op de 100 m rugslag. Mitsgaders veroverde de Nederlandse estafetteploeg op de 4 x 100 m vrije slag de tweede plek. 

.

Dit bleek een goede opmaat naar de Olympische Spelen van 1928 in Amster- dam. Tijdens de halve-finale kwalificeer- de Zus Braun zich met een wereldrecord als snelste voor de eindstrijd van de 100 m rugslag, en was daarmee de grote favoriete voor de eindoverwinning. De finale kende een zinderend verloop. Elf- duizend toeschouwers zagen Zus Braun na 50 meter als vierde keren. De span- ning werd nu zelfs haar moeder te veel. Een journalist vermeldde: 'Ze zweept haar dochter op, ze loeit, knielt, staat weer op, stampvoet, wordt geel, groen, paars.' Zus Braun stelde echter in de tweede helft van de race orde op zaken en passeerde met een overweldigende eindsprint het hele veld. De Olympische titel was binnen, de missie geslaagd. Met het zilver op de 400 m vrije slag bekroonde Zus Braun haar toch al geslaagde toernooi.  

.

Marie Braun met links van haar Marie Baron.

.

De Spelen van Amsterdam vormden evenwel niet het slotakkoord van haar zwemcarrière. Hoewel ze op 24 september 1931 in het huwelijk trad met Herman Philipsen en het er naar uit zag dat zij een punt zou zetten  achter haar loop- baan, onderwierp de Rotterdamse zwemster zich na 1928 nog vier jaar - met succes - aan de zware trainingen van haar moeder. In die periode scherpte zij niet alleen het wereldrecord op de 100 m rugslag aan, maar  dook zij ook als eerste vrouw onder de drie minuten op de 200 m rugslag. Daarnaast verlegde zij de mondiale toptijd op de 400 m rugslag en de 500 m vrije slag. Zo af en toe waagde Zus ook een uitstapje naar het langebaanzwemmen. In 1929 won zij bij- voorbeeld de drie kilometerrace in de Delfshavensche Schie. Haar tijd van 53:57.0 betekende - uiteraard - een nieuw record. 

.

Maar haar grootste successen boekte zij toch in het zwembad. De Europese Kampioenschappen van Parijs in 1931 vormden een nieuw hoogtepunt. Zowel op de 100 m rugslag, als de 400 m vrije slag was Zus Braun ongenaakbaar. Op beide afstanden veroverde zij met glans de titel. De feestvreugde nam nog verder toe, toen Zus met de estafetteploeg op de 4 x 100 m vrije slag haar derde gouden medaille behaalde. De kenners dichtten haar dan ook grote kansen toe op de Olympische Spelen van Los Angeles in 1932. Het zou echter  anders uitpakken. Hoewel Zus zich kwalificeerde voor de finale op de 100 m rugslag, zou zij nimmer in de gelegenheid worden gesteld om haar titel te verdedigen. Eén dag voor de halve-finale op de 400 m vrije slag, voelde zij op de tribune een geheimzinnige steek, die haar twee maanden in een Amerikaans ziekenhuis hield. Haar been zwol op en de zwemster kampte met hoge koortsen. Volgens de officiële lezing zou Zus zijn gestoken door een insect. Zelf geloofde ze daar niet in. Aan Het Volk vertelde zij bij terug- komst in Hoek van Holland: 'Er wordt in Amerika zwaar gegokt op iedere wedstrijd. Er waren mensen die er belang bij hadden als ik niet won. Het kan ook zijn dat vriendjes van mijn concurrente Eleanor Holm aan het werk zijn geweest. Zij kon een filmcontract krijgen, maar dan moest ze wel een gouden medaille winnen.' Hoe het ook zij, in 1932 zette Zus Braun definitief een punt achter haar succesvolle zwemcarrière. Terwijl haar moeder tot aan haar dood in 1956 nauw betrokken zou blijven bij de zwemsport, keerde Zus het zwemmen voorgoed de rug toe. In 1967 en 1980 kregen moeder en dochter evenwel de internationale erkenning die zij verdienen. Hun ongebreidelde passie voor de zwemsport bracht hen samen in de International Swimming Hall of Fame.

De Olympisch Kampioene 100 m rugslag werd op de schouders genomen. Rechts van haar staat haar moeder de befaamde Ma Braun.

.

 

resultaten

 

Nederlandse Kampioenschappen 

1927

goud op de 100 m vrije slag in 1:18.1
. . goud op de 200 m vrije slag in 2:56.2
. . goud op de 400 m vrije slag in 6:22.8
. . goud op de 1500 m vrije slag in 25.53.0
. . goud op de 5 x 50 m vrije slag in 3:01.4
. . goud op de 4 x 100 m vrije slag in 5:29.2
. . goud op de 4 x 50 m wisselslag in 2:38.2 (rugslag, schoolslag, zijslag, vrije slag)
. 1929 goud op de 200 m vrije slag in 2:55.0
. . goud op de 400 m vrije slag in 6:41.6
. . goud op de 1500 m vrije slag in 24:24.4
. . goud op de 4 x 100 m vrije slag in 5:26.0
. . goud op de 4 x 50 m wisselslag in 2:34.4
. . zilver op de 100 m vrije slag in 1.14.6
. . zilver op de 5 x 50 m vrije slag in 2:52.4
.

1932

goud op de 100 m rugslag in 1:23.8
. . goud op de 400 m vrije slag in 5:54.6
 

Europese Kampioenschappen lange baan

1927 goud op de 400 m vrije slag in 6:11.8
.

.

zilver op de 100 m rugslag in 1:26.2
.

.

zilver op de 4 x 100 m vrije slag in 5:11.6
. 1931 goud op de 400 m vrije slag in 5:42.0
. . goud op de 100 m rugslag in 1:22.8
. . goud op de 4 x 100 m vrije slag in 4:55.0
. . 4de op de 100 m vrije slag in 1:14.4 (finale)
 

Olympische Spelen

1928 goud op de 100 m rugslag in 1:22.0 
. . zilver op de 400 m vrije slag in 5:57.8
. . diskwalificatie op de 4 x 100 m vrije slag
. 1932 niet gestart in de finale van de 100 m rugslag
. . niet gestart in de halve finale van de 400 m vrije slag
 

overige onderscheidingen

1980 opgenomen in de International Swimming Hall of Fame.
 

records

 

wereldrecords 

100 m rugslag             

1:21.6 Amsterdam

11 augustus 1928

.

.

1:21.4 Brussel

20 april 1929

.

.

1:21.0 Den Haag

27 november 1929

.

200 m rugslag             

2:59.2

Brussel

24 november 1928

. 400 m rugslag . . .
. .

6:16.8

Parijs 27 december 1928
.. 500 m vrije slag

7:18.0

Brugge 23 maart 1930
 

Europese records

100 m vrije slag 1:13.4 Utrecht 7 juli 1928

 .

. 1:13.2 Den Haag 28 november 1928
. . 1.11.8 Den Haag 29 oktober 1929
. 200 m vrije slag 2:42.8 Parijs 2 maart 1929
. . 2:40.8 Amsterdam 21 september 1931
. 300 m vrije slag 4:19.0 Amsterdam 23 juni 1929
.  

4:17.4

Brugge 23 maart 1930
. 400 m vrije slag 6:11.8 Bologna

2 september 1927

. . 5:53.6 Amsterdam

4 augustus 1928

. . 5:46.0 Den Haag 19 februari 1930
. . 5:42.0 Parijs 30 augustus 1931
. 500 m vrije slag

7:51.6

 Utrecht

23 augustus 1929

 

Nederlandse records lange baan

400 m vrije slag    6:31.2 Amsterdam 5 augustus 1927

.

 

6:16.8 Bologna 1 september 1927

.

 ER

6:11.8

Bologna

2 september 1927

.

       ER

5:53.6

Amsterdam

4 augustus 1928

.

                            ER

5:42.0 Parijs 30 augustus 1931
. 500 m vrije slag 

8:18.0

Amsterdam

5 augustus 1927

.

        ER

7:51.6

 Utrecht

23 augustus 1929

. 1000 m vrije slag

17.48.2

Amsterdam

5 augustus 1927

. .

16:15.0

Utrecht

23 augustus 1929

. 1500 m vrije slag 25:53.0

Amsterdam

5 augustus 1927
. . 24:24.4

Utrecht

23 augustus 1929
. . . . .
.

100 m rugslag          WR

1:21.6

Amsterdam

11 augustus 1928

. . . . .
. 4 x 100 m vrije slag

4:55.0

Parijs

29 augustus 1931

 

Nederlandse records korte baan

100 m vrije slag         ER

1:13.4 Utrecht 7 juli 1928
.

ER

1:13.2 Den Haag 28 november 1928
.

ER

1:11.8 Den Haag 29 oktober 1929
. 200 m vrije slag 2:53.2 Amsterdam 22 augustus 1926
. . 2:47.8 Brussel 24 november 1928
.

?ER

2:47.2 Amsterdam 23 juni 1929
.

ER

2:42.8 Parijs 2 maart 1930
.

ER

2:40.8 Amsterdam 21 september 1931
.

300 m vrije slag         ER

4:19.0 Amsterdam 23 juni 1929
.

        ER

4:17.4

Brugge 23 maart 1930
. 400 m vrije slag 6:31.2 Amsterdam 5 augustus 1927*
. . 6:22.8 Amsterdam 6 augustus 1927
. . 6:16.8 Bologna 1 september 1927*
.

ER

6:11.8 Bologna 2 september 1927*
. ER 5:53.6 Amsterdam 4 augustus 1928*
. ER 5:46.0 Den Haag 19 februari 1930
. ER 5:42.0 Parijs 30 augustus 1931*
.

500 m  vrije slag      WR

7:18.0

Brugge 23 maart 1930
. . . . .
.

100 m rugslag          WR

1:21.6 Amsterdam

11 augustus 1928*

.

WR

1:21.4 Brussel

20 april 1929

.

WR

1:21.0 Den Haag

27 november 1929

.

200 m rugslag          WR

2:59.2

Brussel

24 november 1928

.

400 m rugslag          WR

6:16.8

Parijs 27 december 1928
. . . . .

estafetterecords voor clubs

5 x 50 m vrije slag

3:01.4

Amsterdam 7 augustus 1927
. . 2:52.6 Amsterdam 9 oktober 1928
. . . . .
. 4 x 100 m vrije slag

5:29.2

Amsterdam 6 augustus 1927
. .

5:26.0

Utrecht 24 augustus 1929
. . . . .
. 4 x 50 m wisselslag

2:37.0

Utrecht 4 augustus 1929
. . 2:36.2 Amsterdam 24 juni 1929
. . 2:34.4 Utrecht 24 augustus 1929
. . 2:31.8 Den Haag 29 oktober 1929
. . . . .
 

* Deze tijden zijn gezwommen in een 50 meterbad. Doordat zij sneller bleken te zijn dan de toen bestaande besttijden in een 25 meterbad, golden zij destijds tevens als records voor de korte baan.