|
|
|
Iet
van Feggelen |
|
Amsterdam
1921 |
|
Aan
het einde van de jaren '30 heerste Irene, 'Iet', van
Feggelen samen met Cor Kint op de rugslag. Door het uitbreken van de
Tweede Wereldoorlog bleef Olympische roem echter uit. Dat zij
niettemin een doorzetster was, bleek wel toen zij als Irene Koster-
Van Feggelen in 1947, negen jaar na haar eerste Europese
optreden in 1938, het brons behaalde op de 100 m rugslag. |
|
zwemclub |
Het IJ en De Meeuwen |
| |
|
Een
onverzettelijke Amsterdamse |
| |
Dat Ietje van
Feggelen goed kon zwemmen, was al vroeg duidelijk.
Aanvankelijk zag het er naar uit, dat zij zich zou toeleggen
op de schoolslag, maar al gauw bleek dat Iet meer aanleg had
voor de rugslag. Met haar lange armen doorkliefde zij de
waterspiegel. De Olympische Spelen van 1936 waren voor haar
dan ook het ultieme doel. Maar de concurrentie in Nederland
was op dat moment enorm. Met grootheden als Rie
Mastenbroek en Nida Senff was het bijna onmogelijk een
plaatsje te verwerven in de nationale ploeg. Bovendien vond
haar vader, dat zij eerst maar eens het eindexamen
moest halen. De Olympische droom spatte uiteen. Iet van
Feggelen weigerde echter bij de pakken neer te zitten. Deze
tegenslag bracht juist, zoals het ware kampioenen betaamt, het
beste in haar boven. Vastberaden verdubbelde zij haar inzet en
haar ijver, wat spoedig zijn vruchten begon af te werpen. Nida
Senff bleef weliswaar nog een maatje te groot, maar voor de
rest van het deelnemersveld hoefde Iet niet onder te
doen. |
| . |
Op 13 februari
1938 beleefde Iet van Feggelen dan eindelijk haar nationale en
internationale doorbraak. In Amsterdam verbeterde zij het
wereldrecord op de 400 m rugslag en stapte daarmede uit de
schaduw van haar grote voorgangsters. Daarna ging het snel.
Een reeks van wereldrecords volgde. Het Vaderland berichtte op
19 december na weer een verbetering van de mondiale besttijd:
'Deze zwemster gaat telkenmale zoo rustig, zoo gelijkmatig,
zoo soepel door het water dat men geen oogenblik de idee
krijgt, dat het werkelijk zoo snel gaat.' |
|
. |
Het was juist in
deze periode dat een andere befaamde rugslagzwemster
nadrukkelijk van zich liet horen. De Rotter- damse Cor Kint
was bezig aan een stormachtige opkomst, die de internationale
zwemwereld versteld deed staan. Net nu Iet van Feggelen de top
had bereikt, dreigde ze alweer van de troon te worden
gestoten. Samen met Cor Kint domineerde zij het internationale
rugslagzwemmen. Soms won ze, vaak ook moest ze de eindoverwinning
aan haar 'eeuwige rivale' laten. Zo ook tijdens
de Europese Kampioenschappen in Londen in 1938. Iet van
Feggelen eindigde daar als tweede, net achter Cor Kint. Iet, die het vooral
ook van
haar kracht moest hebben, bleek veelal niet opgewassen tegen de
technisch zeer begaafde, en soepel zwemmende Rotterdamse. Met
name op de keerpunten verloor ze veel terrein. Desalniettemin
behoorde Iet van Feggelen in die jaren tot de absolute
zwemsterren van Nederland. Internatio- naal bestond er veel
belangstelling voor de Nederlandse zwemdames, die met enige
regelmaat werden geïnviteerd voor prestigieuze wedstrijden en
zwemtournees. Op uitnodiging van de Italiaanse zwembond toog
Iet van Feggelen in februari 1939 bijvoorbeeld naar Italië,
waar zij samen met ADZ-trainster mevrouw De Dood, en
collega-zwemsters Rie van Veen en Jopie Waalberg hun kunsten
mochten vertonen. Dagblad het Vaderland meldde: 'Ook lieten de drie Nederlandsche meisjes
haar trainingsmethoden zien, bestaande uit het zwemmen alleen met de
armen, alleen met de beenen en het nemen van keerpunten.' |
|
. |
|

|
|
Irene
van Feggelen samen met haar moeder I. van Feggelen-Hogendijk,
haar broer Ruud, en haar vaderG.J.M. van Feggelen in
1941. |
|
|
. |
De Tweede
Wereldoorlog maakte een abrupt einde aan het internationale
sportvertier. Olympische roem, haar grote droom, was Iet van
Feggelen weer niet gegund. Opnieuw toonde zij echter een
doorzetster te zijn. In de
oorlogsjaren bleef zij zo goed en zo kwaad als het kon door
trainen in het Sportfondsenbad-Oost. Af en toe waagde Iet zich
ook aan een partijtje waterpolo, het spel waarmee haar broer
Ruud in de jaren veertig en vijftig furore zou maken. Met haar
club de Meeuwen verloor ze de finale om het landskampioenschap
van 1943. Ironisch genoeg behaalde de Amsterdamse zwemster
juist in deze periode, nationaal gezien, haar grootste
successen. Drie maal achtereen veroverde zij de Nederlandse
titel op de 100 m rugslag. |
|
. |
Ofschoon Iet van
Feggelen inmiddels was getrouwd met waterpoloër Ko Koster -
hun huwelijk had in 1943 plaats gehad -, bleef zij - mede
dankzij haar verrichtingen tijdens de bezetting - ook na de
Tweede Wereldoorlog nog met veel succes actief op het
zwempodium. In 1947 veroverde zij samen met Nel van Vliet en
Hannie Termeulen het wereldrecord op de 3 x 100 m
wisselslag, en werd zij uitgenodigd om deel te nemen aan de
Open Amerikaanse Kampioenschappen, een grote eer voor een
buitenlandse zwemster. Haar grootste individuele succes
behaalde zij evenwel bij de Europese titelstrijd van 1947 in
Monaco. Negen jaar na dato stond ze andermaal op het
ereplatform. De bronzen medaille op de 100 m rugslag had een
gouden randje en was een
schitterende bekroning van een, zeker voor die dagen,
imposante carrière. |
|
. |
Wie dacht dat
Irene Koster - Van Feggelen na haar pensionering als actief
wedstrijdzwemster de zwemwereld gedag zou zeggen, kwam
bedrogen uit. Door haar reis naar Amerika was ze in aanraking
gekomen met het kunstzwemmen, een passie die ze niet meer
kwijt zou raken. Een nieuwe loopbaan in dienst van de zwembond
diende zich aan. Samen met Jan Ambrust introduceerde zij het
'waterballet' in Nederland. Reeds in 1948 richtte Iet bij haar
zwemclub de Meeuwen een afdeling 'kunstzwemmen' op, waarmee
zij een basis legde voor de latere Nederlandse successen in de
jaren zestig en zeventig in deze betrekkelijk jonge
zwemdiscipline. Van 1957 tot in de jaren zeventig begeleidde
zij het nationale team op internationale toernooien, een
omgeving waarin deze onverzettelijke Amsterdamse zich maar al
te thuis voelde. |
|
|
.
|
|
resultaten |
|
.
|
|
Nederlandse
Kampioenschappen lange baan
|
1940 |
zilver
op de 100 m rugslag in een tijd boven de 1:15.0 |
|
n
|
1941 |
goud
op de 100 m rugslag in 1:18.6 |
| . |
1942 |
goud
op de 100 m rugslag in 1:17.5 |
| . |
1943 |
goud
op de 100 m rugslag in 1:19.0 |
|
.
|
|
Europese
Kampioenschappen lange baan
|
1938 |
zilver
op de 100 m rugslag in 1:15.9 |
| . |
1947 |
brons
op de 100 m rugslag in 1:18.0 |
|
.
|
|
Olympische
Spelen
|
1940 |
afgelast
door het uitbreken van de Tweede Wereld Oorlog |
|
.
|
|
overige
onderscheidingen
|
1938 |
Gouden
medaille van Verdienste van de KNZB |
|
.
|
|
records |
|
.
|
|
wereldrecords
|
100
m rugslag |
1:13.2 |
Amsterdam |
10
november 1938 |
| . |
. |
1:13.0 |
Den
Haag |
21
november 1938 |
| . |
. |
1:12.9 |
Antwerpen |
16
november 1938 |
| . |
150
yards rugslag |
143.3 |
Amsterdam |
10
november 1938 |
| . |
200
m rugslag |
2:40.6 |
Düsseldorf |
26
oktober 1938 |
| . |
. |
2:39.0 |
Amsterdam |
18
december 1938 |
| . |
400
m rugslag |
5:41.4 |
Amsterdam |
13
februari 1938 |
| . |
. |
. |
. |
. |
| . |
3
x 100 m wisselslag |
. |
. |
1947 |
|
.
|
|
Nederlandse
records korte baan
|
100
m rugslag
WR
|
1:13.2 |
Amsterdam |
10
november 1938 |
| . |
.WR
|
1:13.0 |
Den
Haag |
21
november 1938 |
| . |
.WR
|
1:12.9 |
Antwerpen |
16
november 1938 |
| . |
200
m rugslag
WR
|
2:40.6 |
Düsseldorf |
26
oktober 1938 |
| . |
WR
|
2:39.0 |
Amsterdam |
18
december 1938 |
| . |
400
m rugslag WR
|
5:41.4 |
.Amsterdam |
13
februari 1938 |
| . |
. |
. |
. |
. |
| . |
3
x 100 m wissel WR
|
. |
. |
1947 |
| . |
.
|
. |
. |
. |
|
estafetterecords
voor clubs |
3 x 50 m wissel
|
1:41.4 |
Amsterdam |
28
april 1940 |
|
.
|
|
|