(©
W.M. van
Poelje 2005
dit werk is auteursrechtelijk beschermd)
Yoga is een verzamelnaam voor de spirituele voorschriften en technieken die gedurende duizenden jaren in India zijn ontstaan. Het woord yoga is afkomstig van het Sanskriet Yuj, dat juk betekent. Als zodanig betekent yoga dus aanspannen, onder het juk brengen, verbinden, verenigen. Gezien de lange en rijke geschiedenis van yoga zijn er veel definities:
Yoga is het verenigen van de individuele zelf met het hogere Zelf. (Yoga Yajnavalkya I-43)
Yoga is de beëindiging van de identificatie met de wervelingen van de geest. (Yoga Sutra I-2)
Yoga is extase (samadhi). (Yoga Bhashya I-1)
Yoga is evenwicht. (Bhagavad Gita II-48)
Yoga is vaardigheid in handelen. (Bhagavad Gita II-50)
Yoga is het beëindigen van de identificatie met het lijden (Bhagavad Gita VI-23)
De vereniging van het individu (het zelf) met het hogere (Zelf) is een vroege definitie van yoga uit de Vedanta. In de latere, klassiek yoga heet yoga de beëindiging van onze identificatie met de wervelingen van de geest. In beeldspraak: wij denken dat wij de golven van de geest zijn - gedachten, gevoelens, impulsen, herinneringen, het ego. In werkelijkheid zijn wij niet deze onrustige golven maar een oceaan van rust. Onze ware bestemming is om dat te doorgronden, waardoor we in staat zijn de dingen te zien zoals ze zijn en ons lijden te beëindigen. Yoga is tegelijkertijd een doel als een weg naar dat doel - een praktische bevrijdingsweg. Het is een ervaringswetenschap.Yoga is primair iets dat beoefend dient te worden.
De yogageschiedenis is doordrongen van een veelheid van spirituele praktijken om de uiteindelijke waarheid te onthullen en ons lijden te beëindigen.
Yoga is ontstaan op het Indiase subcontinent waarvan we nu de geschiedenis zullen bekijken. We zullen de geschiedenis van yoga beschrijven vóór, tijdens en na de bloeitijd van de klassieke yoga van Patanjali (200 - 500 n.Chr.). Zie Tabel 1 over de geschiedenis van yoga.
|
Datum |
Periode |
Kenmerken |
Details |
|
400000 v.Chr. 6500 - 2000 v.Chr. |
|
Eerste mensen in India |
|
|
tot 1900 v.Chr. |
Vroege Indus beschaving Bloeitijd Indus beschaving |
3000 – 2600 v.Chr. 2600 – 1900 v. Chr. |
|
|
1500 - 700 v.Chr. |
Rig Veda Samaveda, Atharvaveda, Zwarte Yajurveda Witte Yajurveda |
1700 - 1500 v. Chr.
voor 900 v. Chr. 800 v. Chr. |
|
|
tot 200 n. Chr. |
Brahmanas Aranyakas Upanishads (vroegste) |
vanaf 800 v. Chr. 700 - 600 v. Chr. 500 - 300 v. Chr. 100 - 200 n. Chr. |
|
|
200 - 500 n. Chr. |
~ 200 n. Chr.
|
||
|
500 – 1893 |
Shankara Goraksha
(Hatha
yoga)
Yoga Upanishads Sritattvanidhi |
800 500 – 1200
9e – 10e eeuw 10e – 14e eeuw 14e eeuw 17e eeuw 18e eeuw vroege 19e eeuw |
|
|
1893 - nu |
Vivekananda spreekt in Chicago Paramahansa
Yogananda Ramana
Maharshi Sivananda Kuvalayananda Yogendra Sri Krishnamacharya (met leerlingen B.K.S. Iyengar, T.K.V. Desikachar,
Pattabhi Jois, Indra Devi, Srivatsa Ramaswami, A.G. Mohan) |
1863 - 1902 1893 - 1952 1879 - 1950 1887 - 1963 1883 - 1966 1879 - 1989 1888 - 1998 |
|
|
1978 |
|
Oprichting Vereniging van Yogaleerkrachten in Nederland (VvYN) |
heet vanaf 2010: Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN) |
TABEL 1: DE GESCHIEDENIS VAN YOGA
De mens is al vierhonderdduizend jaar aanwezig op het Indiase subcontinent. De vroegste nederzetting is gevonden in Mehrgarh (Pakistan) en die ontstond rond 6500 v.Chr.. De artefacten in Mehrgarh vertonen gelijkenissen met de beschaving die later in de Indusvallei ontstond. De bewoners van Mehrgarh beoefenden landbouw en veeteelt. In het begin was het een neolithische beschaving zonder keramiek. In latere perioden werd keramiek en koper gebruikt. In de graven zijn vele objecten gevonden o.a. vrouwelijke en mannelijke terracotta beeldjes en geofferde geiten.
Eén van de vier oudste menselijke beschavingen ontstond rondom de Indus rivier. Die staat ook wel bekend als de Harappacultuur naar een van de belangrijkste nederzettingen. Zowel Harappa als Mohenjo-Daro – een tweede belangrijke vindplaats - liggen in het huidige Pakistan. Beide plaatsen getuigen van een bloeiende beschaving met huizen van meerdere verdiepingen, een geavanceerd rioleringssysteem en geometrisch aangelegde straten waarvan de bakstenen gestandaardiseerde maten hebben. De wanden van de openbare badplaats in Mohenjo-Daro werden waterdicht gemaakt met bitumen. Schattingen gaan uit van ongeveer 35000 inwoners in beide steden. Er waren nog minstens 1600 andere nederzettingen. Op basis van de uniformiteit in artefacten is te zien dat de Harappa-cultuur een gebied van ruwweg zevenhonderdduizend vierkante kilometer bestreek, een oppervlak vergelijkbaar met het huidige Pakistan en tien keer zo groot als de Benelux. Binnen dit gebied werden uniforme maten en gewichten gebruikt wat duidt op een behoorlijke bestuurlijke organisatiegraad. Er werd handel gedreven met het Midden-Oosten (Soemeriërs). Zowel in Harappa als in Mohenjo-Daro zijn spekstenen zegels gevonden met daarop mensen in een yoga zithouding (zie afbeelding 1). Dat wil echter niet zeggen dat er (hatha) yoga beoefend werd. De archeologische vondsten tonen aan dat dierlijke goden (b.v. de eenhoornige buffel) en de moedergodin werden vereerd. De beschaving in de Indus-valei bereikte haar hoogtepunt tussen 2600 en 1900 v.Chr.. Daarna kwam zij nogal abrupt tot een einde. De mensen trokken weg naar de Ganges-vallei en Centraal-Indië. De redenen voor de neergang zijn niet bekend. Het is mogelijk dat er droogte ontstond door een klimaatverandering.
|
|
Dit
is de oudst bekende afbeelding van een yogazithouding.
Het betreft een spekstenen zegel van ca. 2,7 x 2,7 cm groot
gevonden te Mohenjo-Daro in de Indusvallei.
De figuur zit in een yogahouding (bhadrasana of gorakshasana),
heeft armbanden om en is gekroond met de horens van een waterbuffel en een
tak met drie bladeren van een vijgenboom (ficus religiosa). Figuur 1: de oudste yogi
|
De stadsbeschaving uit het Indus-tijdperk werd opgevolgd door een agrarische dorpscultuur. Deze cultuur werd waarschijnlijk beïnvloed door een langzame migratie van Indo-Europeanen (Ariërs) vanuit het huidige Afghanistan. Zij spraken een oude vorm van Sanskriet. Hun religieuze kennis bestond uit de Veda's. De Rig-Veda is de oudste van deze heilige Sanskriet teksten. Het woord Rig betekent prijzen en veda betekent kennis, met dezelfde stam als ons “weten”. De hymnen zijn eeuwenlang mondeling doorgegeven, maar dateren waarschijnlijk uit 1500 - 1000 v.Chr.. Een latere datum wordt uitgesloten omdat de Veda's ijzer niet noemen, een metaal dat vanaf 1000 v. Chr. in deze streek werd gebruikt. Een eerdere datum is in strijd met de ondergang van de Harappa-cultuur, die andere religieuze motieven had dan de Veda's (b.v. zoömorfische i.p.v. antropomorfische goden). De Rig-Veda noemt yoga slechts een paar keer in de betekenis van “onder het juk brengen” of “discipline”, echter zonder verdere uitleg. De andere drie, recentere Veda’s zijn de Yajur-Veda, de Sama-Veda en de Atharva-Veda. Allen getuigen van een offercultuur met geformaliseerde rituelen. Oogst en dieren worden geofferd om de goden gunstig te stemmen en de kosmologische orde (rita) te bewaren. De jongste Veda – de Atharva-Veda (15e boek) - maakt ook gewag van yoga als “onder het juk brengen” maar dan gaat het over adembeheersing waardoor de zangnoten langer aangehouden kunnen worden.
Uit het vedische tijdperk ontstond het brahmanisme. Dit stelsel was gebaseerd op de macht van de priesters, brahmanen, de hoogste kaste. Zij voerden de offerrituelen uit. Een andere pijler was de erkenning van Brahman als het grondbeginsel van alles, de enige werkelijkheid tussen de veelheid der dingen. De Brahmanas en Aryankas zijn teksten uit deze tijd. De Brahmanas geven uitleg aan de rituelen en hymnes uit de vedas. De Aryankas zijn rituelen voor degenen die verkozen om zich in het woud terug te trekken.
Yoga komt meer tot zijn recht in de Upanishads. De naam Upanishad betekent het zitten bij een leraar om lering te ontvangen. Er zijn meer dan 200 Upanishads, waarvan maar een handvol oudste teksten voor 700 – 600 v.Chr. is ontstaan. Deze geschriften stellen dat ieder mens een onvergankelijke kern heeft, het Atman (letterlijk adem). De kerngedachte van de Upanishads is dat Brahman (het Al) en het Atman (het Ik) in wezen één zijn. Anders geformuleerd: Tat tvam asi (Gij zijt Dat). Wie dit principe realiseert is voor altijd bevrijd van de cyclus van geboorte en dood (samsara). Deze cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte is een belangrijk principe in de Upanishads. Je handelingen in dit leven (karma) bepalen de aard van je wedergeboorte.Als je goede daden verricht dan word je herboren in de baarmoeder van een vrouw van een hogere kaste. Als je slechte daden verricht dan kan je als varken, hond of iemand van een lagere kaste terugkeren. Slecht karma kan opgeheven worden door rituelen, meditatie, handelen zonder te hechten aan het resultaat van de handeling en verzaking. In de latere Upanishads wordt yoga genoemd als het pad van verzaking (samnyasa).
In de Upanishads wordt yoga wordt gezien als een pad om verlossing te bereiken, het zei door rituele handelingen (karma yoga), het reciteren van het woord "Om", of door studie van de geschriften (jnana yoga). De Upanishads zijn in één opzicht duidelijk verschillend van de Veda’s. Terwijl de Veda’s uitgaan van externe offers aan de goden vragen de Upanishads om een inwendig, mystiek offer van het kleine zelf (het ego) aan het hogere Zelf. De Upanishads worden ook wel Vedanta genoemd (letterlijk het einde van de Veda’s) en liggen aan de basis van deze filosofische stroming.
Eén vroege Upanishad is zeker het vermelden waard: de Maitrayaniya-Upanishad. In het 6e hoofdstuk wordt een zesvoudige yoga genoemd van adembeheersing, beheersing van de zintuigen, meditatie, concentratie, reflectie en extase. Dit is een voorbode van de klassieke, achtvoudige yoga. Ook wordt het verenigen van adem, geest en het woord "Om" genoemd als middel om de energie door de wervelkolom naar boven te leiden. Dit is zelfs een vroege formulering van gevorderde hatha yoga.
De meest geliefde verhandeling over yoga is zonder twijfel de Bhagavad Gita (letterlijk het Lied van de Heer). Deze tekst is opgenomen in de Mahabharata - een groot heldenepos. De Bhagavad Gita wordt gebracht in de vorm van een dialoog tussen Krishna en Arjuna. Krishna is een avatar, een incarnatie van de god Vishnu. Arjuna is een krijgsheer behorend tot de familie van de Pandavas. De dialoog vindt plaats op een slagveld waar de legers van de Pandavas en de Kauravas tegenover elkaar opgesteld staan. Als Arjuna twijfelt en neerslachtig wordt bij de aanblik van het slagveld en de vele familieleden die gedood zullen worden leert Krishna hem dat hij zijn plicht als krijger (dharma) moet vervullen. Hier gaat het over de yoga van handeling (karma yoga), het belangeloos handelen zonder te hechten aan de resultaten. Krishna exposeert ook de jnana yoga, de yoga van wijsheid en kennis waarbij het intellect de onwetendheid verjaagt die het Atman versluiert. De latere hoofdstukken van de Gita gaan over bhakti yoga, de devotie voor Krishna. Ook door liefde, toewijding en verering van de godheid kan men eenwording bereiken. De synthese van karma, bhakti en jnana yoga is één van de krachten van de Bhagavad Gita.
Met klassieke yoga wordt de raja yoga (koninklijke yoga) bedoeld, zoals die is beschreven door Patanjali. Over Patanjali is nagenoeg niets bekend. Hij voltooide zijn werk waarschijnlijk vóór 200 n. Chr.. Het toont duidelijke invloeden van de Upanishads, het Boeddhisme en de Sankhya filosofie. De Sankhya is - net als yoga - één van de zes Indiase wijsgerige scholen (darshana’s = zienswijzen). Yoga en Sankhya zijn nauw met elkaar verbonden met als groot verschil dat yoga een god erkent (Ishvara) terwijl de Samkhya niet theïstisch is. Net als de Samkhya presenteert Patanjali een dualistisch beeld van de kosmos. Enerzijds is er purusha, zuiver bewustzijn dat onveranderlijk, en onvergankelijk is. Daarnaast bestaat er prakriti, de oermaterie die veranderlijk en vergankelijk is. Wij zouden purusha geest noemen en prakriti natuur of materie en energie. Prakriti staat los van purusha. Prakriti verandert onder invloed van haar drie hoedanigheden (guna’s), namelijk sattva (zuiverheid), rajas (energie) en tamas (traagheid).
Patanjali schreef zijn Yoga Sutra's in korte spreuken die niet meer dan de draad (sutra) van het verhaal weergeven. Ze zijn dan ook bedoeld om uit het hoofd geleerd te worden. Om ze te begrijpen is uitleg van een guru of een van de vele commentaren onontbeerlijk. Het eerste commentaar is van Vyasa (~500 n.Chr.). Er zijn 195 sutra’s, verdeeld over vier boekdelen: Samadhi (contemplatie), Sadhana (beoefening), Vibhuti (vermogens) en Kaivalya (verlossing).
In de klassieke yoga wordt een andere definitie van yoga gegeven dan in de Vedanta. Patanjali definieert yoga als de beëindiging van de identificatie met de wervelingen van de geest. Dan verblijft zuiver gewaarzijn in haar ware aard. In beeldspraak: wij denken dat wij de golven van de geest zijn - gedachten, gevoelens, impulsen, herinneringen. Wij identificeren ons hiermee. In werkelijkheid zijn wij niet deze onrustige golven maar een oceaan van rust en zuiver gewaarzijn. Onze ware bestemming is om dat te mogen ervaren en aldus ons lijden te beëindigen. Patanjali beschreef een achtvoudig stelsel om de staat van yoga te bereiken:
Yama: maatschappelijke gedragsregels waaronder geweldloosheid en waarachtigheid
Niyama: persoonlijke voorschriften zoals tevredenheid en studie
Asana: lichaamsbeheersing
Pranayama: beheersing van de ademhaling en levensenergie (prana)
Pratyahara: beheersing van de zintuigen
Dharana:
concentratie
Dhyana:
meditatie
Samadhi: contemplatie, zelfverwerkelijking
Naast het beschrijven van dit pad van koninklijke yoga geeft Patanjali een uitleg van kriya yoga - de yoga van handeling. De inleidende stappen bestaan uit zelfdiscipline (tapas), studie (svadhyaya) en toewijding aan god (Ishvara). In hoofdzaak is raja yoga echter een yoga van meditatie. De ethische voorschriften, lichaamshoudingen en ademoefeningen zijn een voorbereiding op meditatie. In sutra II-46 stelt Patanjali dat de lichaamshouding zowel stevig als comfortabel moet zijn. Als de lichaamshouding volmaakt is dan volgt beheersing van de ademhaling en van de zintuigen. De drievoudige beoefening van concentratie, meditatie en contemplatie resulteert - mits gedisciplineerd en onthecht beoefend - uiteindelijk in zelfverwerkelijking.
|
|
Hier wordt
Patanjali afgebeeld als halfmens - halfslang.
De drie windingen van de slang symboliseren de kundalini-kracht.
Patanjali heeft twee handen gevouwen in anjali mudra –
teken van verering. De
rechterhand houdt een chakra vast, teken van verlichting.
De linkerhand houdt een schelp vast.
De windingen van de schelp symboliseren de oneindigheid van waaruit
de oerklank Aum ontspringt. Figuur 2:
Patanjali
|
Filosofisch gesproken vertolkte Patanjali een dualisme. Dat is uniek in de Indiase geschiedenis, want de vroegere Veda’s en de Bhagavad-Gita waren monistisch van aard net als de latere stromingen. Monisme gaat uit van één uiteindelijke werkelijkheid (Brahman) en niet van twee - purusha en prakriti. Hoewel de overgang niet goed te dateren is verloor Patanjali’s dualisme terrein terwijl zijn achtvoudige pad in ere bleef. Het maakte plaats voor monisme, zoals bijvoorbeeld vertolkt door Shankara in de Advaita Vedanta. Het woord advaita betekent zelfs “niet-twee”.
Na de 6e eeuw n.Chr. heeft een nieuwe stroming in India aan kracht gewonnen - het tantrisme. Deze stroming is een reactie op het wereldontkennende karakter van de klassieke yoga en op de abstracte aard van Shankara’s leer. Het woord tantrisme is afgeleid van de wortel tan (uitbreiden). Het tantrisme gaat over dat wat de kennis over het wezen van de mens uitbreidt. De kloof tussen het zinnelijke en het goddelijke leven wordt door het tantrisme gedicht. De wereld van de verschijnselen zelf is goddelijk (nirvana is samsara). Die goddelijke wereld bestaat uit twee aspecten – de polariteiten van het mannelijke en het vrouwelijke (Shiva en Shakti) - die met elkaar verenigd moeten worden. Er komt ruimte voor andere technieken (mudra’s en bandha’s, yantra’s, mandala’s) en ook voor het beleven van seksuele rites. Men tracht zich te verenigen met het hogere maar wel in het volle besef dat dit gerealiseerd moet worden in het lichaam en met het lichaam als instrument. Het tantrisme verspreidde zich door alle lagen van de bevolking en over een groot gebied. Zo ontstond er zowel een boeddhistisch tantrisme als een hindoeïstisch tantrisme.
Vanuit de aandacht voor het fysieke lichaam kon ook de hatha yoga tot bloei komen. Hatha yoga komt voort uit het tantrisme maar bevat ook elementen van boeddhisme, alchemie en de verering van Shiva. Hatha yoga verscheen pas vrij laat in de yoga geschiedenis, rond de 9e of 10e eeuw. Dat is slechts duizend jaar geleden en meer dan drieduizend jaar na de bloei van de Indus-beschaving. Hatha yoga ontwikkelde zich als een reeks technieken om een sterk en gezond lichaam te kweken als voorbereiding op spirituele oefening.
Het woord Hatha heeft twee betekenissen. Het kan symbolisch opgevat worden als bestaande uit ha (zon) en tha (maan). Hatha yoga gaat dan om het verbinden van de zonne-energie (mannelijk, rechterneusgat, pingala) en de maanenergie (vrouwelijk, linkerneusgat, ida). In westerse terminologie gaat het om het evenwicht tussen het sympatische en parasympatische zenuwstelsel. Het sympatische zenuwstelsel brengt het lichaam in staat van paraatheid - de hartactie en ademhaling worden gestimuleerd en de spijsvertering wordt vertraagd. Dit komt overeen met dynamiek, fysieke energie en extroversie - dus met zonne-energie (pingala). Hierbij zal de ademstroom in het rechterneusgat domineren. Het parasympatische zenuwstelsel werkt tegengesteld en zorgt voor herstel, rust en de instandhouding van het lichaam door de spijsvertering. Dit komt overeen met innerlijke rust, mentale activiteit en introversie - dus met maanenergie (ida). De adem gaat dan voornamelijk door het linkerneusgat. Door de beoefening van hatha yoga kan er evenwicht en een gevoel van gelijkmoedigheid ontstaan. De ademstroom gaat dan gelijkelijk door beide neusgaten, door de sushumna zeggen de yogi's. Dat is een gunstig moment voor meditatie en spirituele beoefening.
De andere betekenis van hatha is “kracht”, “gedwongen” en dan zou hatha yoga de yoga van de krachtige inspanning kunnen betekenen. De werkelijke betekenis van hatha yoga is echter de yoga van de "kracht". Het gaat dan om de kundalini kracht – de vrouwelijke, als een slang opgerolde, latente kracht aanwezig aan de basis van de wervelkolom (Shakti) . Als die kracht opstijgt en zich verenigt met de mannelijke kracht bij de kruin (Shiva) dan wordt de yoga beoefenaar bevrijd.
De vader van de hatha yoga is zondermeer Goraksha. Hij leefde waarschijnlijk in de 9e of 10e eeuw n.Chr.. Hij werd gezien als een groot leraar, een heilige en als wonderdoener. Hij was de stichter van de sekte van de Natha-yogi, een sekte die zich over heel India verspreidde. De sekte vereerde een godheid met de naam Adinatha, die – gezien zijn ornamenten – gelijk staat aan Shiva. Sindsdien is Shiva ook de godheid die geassocieerd wordt met yoga. Goraksha introduceerde een aantal sleutelbegrippen in de hatha yoga. Hij beschreef zes lagen van het menselijk lichaam – van het grofstoffelijke fysieke lichaam tot aan het transcendente lichaam. Hij beschreef ook de zeven chakra’s en 16 meditatie-objecten in het lichaam (adhara), bijvoorbeeld de grote teen, het hart chakra, en het derde oog.
De 14e -eeuwse yogi Svatmarama noemde zichzelf een discipel van Goraksha ook al leefde hij vele eeuwen later. Hij schreef de tekst Hatha Yoga Pradipika (Klein Licht op Yoga). Deze tekst geeft een heel duidelijk beeld van de toenmalige hatha yoga beoefening. Er zijn vier delen: (1) asana, (2) pranayama, (3) bandha’s en mudra’s en (4) samadhi. In het eerste deel wordt de yogi aangespoord om te leven in een klein huisje gelegen op een eenzame plaats die vrij van stenen is en ook vrij van vuur en water. Het huisje moet zuiver zijn, goed bepleisterd met koemest en vrij van insecten. Er moet een waterbron zijn en het geheel wordt omgeven door een muur. Daarna worden vijftien asana’s beschreven, waarbij siddhasana als de beste zithouding wordt aanbevolen. Na vervolmaking van de asana’s en het volgen van een matig en gezond dieet kan de yogi tot pranayama overgaan. Er worden acht pranayama oefeningen beschreven,want wanneer de adem rustig is dan is ook het denken rustig en bereikt de yogi de kracht van de stilte. Als tekenen van perfectie in yoga krijgt de yogi een slank lichaam, een helder gelaat en wordt hij nooit meer ziek. In het volgende hoofdstuk worden tien mudra’s beschreven met de drie bandha’s - gereedschappen om de levensenergie te beheersen. Al deze technieken staan in dienst van het bereiken van samadhi. Samadhi is de staat van evenwicht die bereikt wordt door vereniging van jivatman (de individuele ziel) en paramatman (de universele ziel) waarbij er een einde komt aan alle denkbeeldige verlangens.
Gheranda en Siva Samhitas, Sritattvanidhi
In de 17e - 18e eeuw verschenen de Gherandha Samhita en de Siva Samhita. Beiden borduren voort op het werk van Svatmarama. In de Gheranda Samhita staan een aantal reinigingstechnieken, 32 asana’s en 25 mudra’s, elk met een korte beschrijving. Na een hoofstuk over pranayama volgt een uiteenzetting van samadhi. Gheranda beweert dat samadhi wordt verkregen door bijzonder groot geluk en door de genade en goedheid van de guru. De Siva Samhita heeft een vergelijkbare inhoud. Daarnaast beschrijft zij de zeven chakra’s en de yogi wordt aangemoedigd om op die centra te mediteren. De Sritattvanidhi is in de vroege 19e eeuw geschreven in opdracht van de prins van Mysore. Het bevat 122 asana's met gestileerde afbeeldingen. De latere Krishnamacharya heeft zeker van dit document gebruik gemaakt.
Nogal arbitrair wordt 1893 gezien als het begin van moderne yoga. Vanaf dat jaar begon de opmars van yoga in het westen. Natuurlijk was het westen al langer geïnteresseerd in India, eigenlijk al vanaf Alexander de Grote. In 1489 landde Vasco da Gama in India en vanaf die tijd bestudeerden missionarissen de Indiase cultuur. Het contact werd intensiever door de Britse handel en de daarop volgende kolonisatie van India. In de 19e eeuw raakten westerse filosofen geïnteresseerd in het hindoeïsme (Schopenhauer, Nietzsche). De Bhagavad Gita inspireerde de Amerikaanse schrijvers Thoreau en Emerson. Andere bekende namen zijn Blavatsky, Besant en Leadbeater, allen oprichters van de Theosophische Vereniging. Kortom, toen Vivekananda in 1893 voor het World Parliament of Religions te Chicago sprak viel zijn betoog over raja yoga in vruchtbare bodem. Na een even enthousiast ontvangen tournee door Europa richtte Vivekananda de Vedanta Society of New York op. Ook Yogananda, auteur van Autobiografie van een Yogi, werd populair met zijn kriya yoga en richtte de Self-Realisation Fellowship op in Californië. De jnana yogi Ramana Maharshi en Krishnamurti oogstten veel bijval.
Ondertussen leefde de hatha yoga in India op, vooral door toedoen van Krishnamacharya (Mysore), Kuvalayananda (Poona), Yogendra (Mumbai) en Sivanada (Rishikesh). Het is bijzonder dat allen sterk zijn beïnvloed door Europese disciplines die toentertijd in India populair waren: bodybuilding en gewichtheffen (Sandow) en gymnastiek (Ling uit Zweden, Bukh uit Denemarken). Het is aannemelijk dat de meeste staande yogahoudingen alsmede de zonnegroet zo tot stand zijn gekomen. De middeleeuwse hatha yoga kende namelijk nauwelijks staande houdingen. Krishnamacharya kan met recht de vader van de moderne yogahoudingen genoemd worden. Na een zevenjarige opleiding bij een Tibetaanse yogi, was Krishnamacharya jarenlang werkzaam in het paleis van Mysore. Daar werd hij beïnvloed door de Britse gymnastiek die in een belendende oefenzaal van het paleis werd onderwezen. Zijn leerlingen (Iyengar, Desikachar, Indra Devi en Patthabi Jois) verspreidden zijn leer en inspireerden vele Europeanen en Noord Amerikanen. Miljoenen mensen in het westen houden zich heden ten dage bezig met hatha yoga.
Hatha
yoga werd in de Lage Landen vooral populair door toedoen van Rama Polderman,
André van Lysebeth en Jan Rijks (Saswitha).
Polderman richtte de Stichting Yoga Nederland op (later Stichting Yoga en
Vedanta). Uit die stichting kwam in
1998 de Yoga Academie Nederland (YAN) voort. Op dit moment zijn er in Nederland meer dan 850 erkende yogaleraren. Zij
zijn georganiseerd in de Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN).
Na duizenden jaren geschiedenis is yoga nog springlevend. Nederland is gezegend met twee yogatijdschriften, een groeiende aandacht voor yoga in de pers en de opkomst van allerlei specialisaties voor bijzondere doelgroepen zoals kinderyoga en yogatherapie. Yoga is voldoende flexibel gebleken om mee te gaan met de tijd. Er zullen altijd mensen zijn die de zegeningen van yoga met liefde door willen geven aan een groeiende kring van enthousiaste beoefenaars.
{1} Feuerstein, G., The Yoga Tradition, Hohm Press, Prescott, 1998.
{2} Doniger, W., The Hindus, an alternative history, Oxford University Press, 2010
{3} Singleton, M., Yoga Body The Origins of Modern Posture Practice, Oxford 2010
{4} Sjoman, N.E., The Yoga Tradition of the Mysore Palace, New Delhi, 1996.
{5} Worthington, V., A History of Yoga, Arkana, London, 1982.