|
|
De voorschiften
Onze beoefening is groter dan zitmeditatie. Sterker nog, zazen beoefenen is de voorschriften beoefenen. En de voorschriften beoefenen is zazen. De voorschriften geven de geest van de Boeddha weer. Zo handelt een ontwaakte in de wereld. Daarom worden tijdens de dharma-transmissie de voorschriften doorgegeven, als de bloedlijn van Boeddha. De voorschriften kunnen op drie niveaus beschouwd worden: (1) letterlijk, (2) mededogend en (3) absoluut. Als we het eerste grote voorschrift letterlijk nemen, dan staat er "niet doden". Dat volg je dan ook naar de letter. Toch is het - alleen al uit mededogen met je eigen leven - nodig om te eten. En om te eten moeten er planten gedood worden. Of, aangaande het vierde voorschrift - "een leugentje om bestwil" kan gepaster zijn dan de naakte waarheid. Op het niveau van mededogen zijn vriendelijkheid en compassie dus grotere drijfveren dan de letterlijke voorschriften. En dan is er nog het onuitspreekbare, mysterieuze aspect van de voorschriften. Het niveau waarop de voorschriften een koan worden. Vanuit het relatieve standpunt (vorm) bestaan leven en dood. Maar vanuit het absolute zijn het lege concepten (leegte). Leven en dood zijn niet onafhankelijk van elkaar. Het leven wordt geen dood, net zomin als brandhout as wordt (zie Genjokoan). Het leven kent een vol-ledigheid in dit moment. Dit standpunt integreert het relatieve en het absolute (vorm is leegte). Het is onmogelijk om het leven te doden. Op dit bevrijdende niveau kan je vrij en spontaan handelen, los van alle beperkingen. Alle handelen is het handelen van een Boeddha. | ||||||||||||||||||||||||||||||||