bewegen naar innerlijke rust

 

Omhoog

 

Verzen van het Midden

W.M. van Poelje 2010 dit werk is auteursrechtelijk beschermd)

Inleiding

Nagarjuna, een Indiase monnik en wijsgeer, schreef deze verzen rond de 2e eeuw van onze jaartelling.  Er zijn ongeveer 450 verzen verdeeld over 27 hoofdstukken.  Ze staan bekend als de Mulamadhyamakakarika (fundamentele verzen van het midden). Nagarjuna behandelt de grote boeddhistische thema's zoals causaliteit, aggregaten, karma, het zelf, lijden, de vier edele waarheden, nirvana en de Boeddha.  

Hieronder volgt een selectie van zestien hoofdstukken - het zijn de hoofdstukken die mij het meest aanspraken. Samen geven ze een goede indruk van het hele werk. Mijn vertaling is vrij naar de Engelse versies van en een onbekende auteur op Wikipedia {1}, Stephen Batchelor {2,3} en Jay L. Garfield {4}. Zowel Garfield als Batchelor hebben de verzen vertaald uit het Tibetaans terwijl Nagarjuna oorspronkelijk in het Sanskriet schreef. De uitleg in de lezingen van Norman Fischer heeft mij in het begin veel geholpen {5}  Halverwege het vertaalwerk kwam ik er achter dat er al twee Nederlandse vertalingen bestaan {6,7}. Deze vertalingen heb ik niet geraadpleegd.

Nagarjuna wordt door Mahayana boeddhisten beschouwd als een tweede Boeddha. In de eeuwen na de Boeddha hield men zich voornamelijk bezig met het behouden en catalogiseren van de boeddhistische leer. En toen kwam Nagarjuna.  Hij verduidelijkte de leer van de Boeddha in een geheel eigen filosofische taal. Zijn taal is bondig, cryptisch. De hoofdredenering is vaak impliciet. Hij voert dikwijls fictieve tegenstanders op wiens argumenten hij ontkracht. Hij gebruikt daar bij de boeddhistische logica (het tetralemma) en reduceert hiermee alle andere argumenten tot het absurde. Beste lezer, U bent gewaarschuwd: de teksten zijn niet gemakkelijk.  Ik las ergens dat je van Nagarjuna hoofdpijn kunt krijgen en dat heb ik zelf ook ondervonden. Echter, zodra je de logica van Nagarjuna begint te doorzien worden de teksten wonderlijk schoon. Vooral de laatste verzen van elk hoofdstuk bevatten een kern die je diep kan raken.

De drie belangrijkste thema's die Nagarjuna behandelt zijn: leegte (sunyata), onderlinge verwevenheid (pratitya samutpada) en de doctrine van de twee waarheden (het relatieve en het absolute). Met leegte wordt bedoeld dat verschijnselen geen eigen aard (svabhava) hebben. Eigen aard wordt vaak vertaald als essentie of substantie.  Dingen met een eigen aard worden niet gefabriceerd uit andere dingen. Ze zijn onveranderlijk en onafhankelijk van andere verschijnselen. Lege verschijnselen - daarentegen - kennen geen eigen, tijdloos en onafhankelijk bestaan. Bijvoorbeeld, een boom is een boom alleen bij gratie van zonlicht, aarde, takken, bladeren, het woord "boom" en mijzelf.  Het begrip leegte is daarom nauw verwant met de leer van onderlinge verwevenheid (onderling afhankelijk co-ontstaan, pratitya samutpada). Deze theorie wordt in de boeddhistische sutra's geformuleerd als {8,9}:   

Wanneer dit is, is dat.

Van het ontstaan van dit, komt het ontstaan van dat.

Wanneer dit niet is, is dat niet.

Van het eindigen van dit, komt de beŽindiging van dat.

 

We kunnen "dit" en "dat" vervangen door iedere denkbare dualiteit om een idee te krijgen van wat pratitya samutpada inhoudt, zoals:  als er hitte is dan is er koelte, of als het goede ontstaat, dan dan verschijnt het kwade, enzovoort. Pratitya betekent afhankelijkheid. Dingen verschijnen in afhankelijkheid van elkaar, bestaan kortstondig en verdwijnen weer. Dus het gaat om condities - het verband houden met elkaar. Deze visie op de causaliteit is alomvattend en gaat verder dan ons gebruikelijke lineaire denken in oorzaak en gevolg. Oorzaak en gevolg bestaan bij Nagarjuna niet als onafhankelijke entiteiten. Integendeel, alle condities zijn met elkaar verweven, afhankelijk van elkaar, van onze taal  en van onze geest.

Nagarjuna beschrijft ook de twee waarheden. Enerzijds is er de alledaagse, conventionele werkelijkheid die wij met onze taal kunnen omschrijven (samsara).  Anderzijds is er een ultieme, absolute werkelijkheid die onuitsprekelijk is (nirvana). Vanuit de absolute visie is alles wederzijds afhankelijk en leeg. Verschijnselen hebben geen essentie en bestaan alleen maar via onze conventies, zoals de taal. Uiteindelijk is zelfs het begrip leegte leeg. Daarom is het ook niet mogelijk om uitspraken te doen over de aard van het absolute. De twee werelden zijn echter nauw met elkaar verbonden, zij zijn slechts twee visies op dezelfde werkelijkheid.  Je kunt de wereld zien zoals zij is (nirvana) of zoals zij zich aan ons voordoet (samsara).

Nagarjuna is te lezen als filosofie.  Maar het is wellicht nuttiger om zijn werk te lezen als upaya - een doeltreffende leermethode om ons van onwetendheid en lijden te verlossen.  Daar waar Zen uitgaat van de directe ervaring, gebruikt Nagarjuna logica en analyse. Hij laat ons zien dat wij in het dagelijks leven allerlei begrippen gebruiken om onze ervaringswereld te ordenen. Dat is nuttig en het geeft zekerheid. Maar uiteindelijk blijken al onze begrippen slechts taalconventies te zijn, zonder enige grond. Daar waar wij zekerheid en vastheid willen zien is er slechts afhankelijkheid, ambiguÔteit en veranderlijkheid.  Bij een eerste kennismaking is dit ongemakkelijk, confronterend, beangstigend, zelfs ontzagwekkend. Wij zoeken immers naar zekerheid. Anderzijds gaat er ook een grote schoonheid en vrijheid van uit. Mysterium tremendum et fascinans. Niet voor niets zei de Boeddha dat onze conceptuele constructies een bron zijn van conflict. Ware vrede komt voort uit het doorzien van onze neiging om ons vast te grijpen aan overtuigingen. Slechts voorbij die vastgeroeste overtuigingen zien wij Nagarjuna's werkelijkheid - "vredig, ondenkbaar, onuitspreekbaar, ondeelbaar."

Inhoudsopgave

Inleiding

Toewijding

Zintuigen

Aggregaten

Elementen

Uiterste tijdsgrenzen

Lijden

Verandering

Verbinding

Essentie

Daden en hun vruchten

Het zelf en de dingen

Tijd

Ontstaan en vergaan

Tathagata

Vier edele waarheden

Nirvana

Twaalf schakels

Naschrift

Bronnen

 

 

Toewijding

 

Ik buig voor Boeddha

Die onderlinge verwevenheid onderwijst

(Geen dood, geen geboorte,

Geen vernietiging, geen eeuwigheid,

Geen aankomst, geen vertrek,

Geen identiteit, geen verschil)

En standpunten afzwakt.

onderlinge verwevenheid, onderling afhankelijk co-ontstaan, pratitya samutpada 

 

Dood en geboorte enz. zijn geen essenties en bestaan niet onafhankelijk van elkaar. Dit wordt later uitgelegd (bv. hoofdstuk 14, 21).

 

standpunten, conceptuele constructies, prapaŮca.  De vrede ligt voorbij het grijpen naar conceptuele constructies (hoofdstuk 25). 

 

Zintuigen (3)

 

Zien, horen, ruiken

Proeven, aanraken, en de geest

Zijn de zes zintuigen.

Hun objecten zijn zichtbare vormen, enzovoort.

 

Het zien ziet zichzelf niet.

Hoe kan iets dat zichzelf niet ziet

Iets anders zien?

 

Het zien ziet niets

En niet-zien ziet zeker niets.

En dat geldt ook voor de ziener.

 

Los van het zien bestaat er geen ziener.

Los van de ziener bestaat er geen zien.

Hoe kan je iets zien en wat zou je zien

Zonder ziener?

 

Omdat ogen en vormen niet onafhankelijk bestaan 

Bestaan bewustzijn, contact, gevoel en begeerte ook niet,

Evenals grijpen, wording, geboorte, ouderdom en dood.

 

Zieners die vormen zien verklaren

Toehoorders die geluiden horen,

Proevers die smaken proeven,

Ruikers die geuren ruiken,

Voelers die vormen voelen

En denkers die gedachten denken.

Perceptie is een belangrijk thema in het boeddhisme. De geest wordt er als het zesde zintuig beschouwd. In de rest van het gedicht wordt "zien" als voorbeeld voor alle zes zintuigen gebruikt. Zien (perceptie) is het proces waarbij de mens (subject) met een oog (orgaan) een  zichtbare vorm (object) ziet. 

 

 

 

Het zien kan niet onafhankelijk bestaan.

 

 

De ziener kan niet onafhankelijk bestaan.

 

Wat gezien wordt is niet onafhankelijk van ziener en zien. Visuele perceptie is een relationeel proces.

 

Als het zien niet onafhankelijk bestaat geldt dat ook voor de overige zintuigen en dat wat er mee waargenomen wordt (met als voorbeeld enkele van de twaalf schakels, zie hoofdstuk 26).

 

 

 

 

Wederzijdse afhankelijkheid van subject, perceptie en object geldt voor alle zes zintuigen.

 

 

Aggregaten (4)

 

Zonder een pupil

Is er geen oog.

En zonder het oog

Is er geen pupil.

 

Zonder de pupil

Zou het oog niet bestaan.

Buiten het oog

Kan de pupil niet bestaan.

 

Bestond het oog uit zichzelf (of niet)

Dan was de pupil overbodig.

Een pupil zonder oog is zinloos.

Het is dus ongepast om over

De essentie van het oog te denken.

 

Ik kan niet zeggen,

"Het oog is als de pupil"

Noch kan ik zeggen,

"Het oog is iets anders."

 

Gevoelens, percepties,

Drijfveren, bewustzijn en stof

Zijn als het oog,

In ieder opzicht.

 

Leegte valt niet

Te betwisten 

Of te weerleggen.

Volgens het boeddhisme bestaat onze  ervaring uit vijf aggregaten (skandha's), te weten  rupa (vorm, stof, materie), vedana (gevoel), samjŮa (perceptie), samskara (drijfveren) en vijŮana (bewustzijn). Nagarjuna onderzoekt in dit hoofdstuk of de aggregaten een onafhankelijk en onvergankelijk bestaan kennen. Nagarjuna bespreekt eerst  rupa (materie) tezamen met de oorzaken van materie.  Om het beeld duidelijker te maken heb ik hier een oog (vorm) en haar onderdeel pupil (een oorzaak van de vorm) gebruikt. Dit naar het voorbeeld van Batchelor met lichaam en lichaamsdelen.

 

 

 

 

 

 

Het oog is dus afhankelijk van de pupil.  Materie is afhankelijk van haar oorzaken, en dus leeg.

 

De overige aggregaten  zijn ook leeg - net als het oog kennen ze geen onafhankelijk bestaan.

 

 

Als je beweert dat vorm niet leeg is, dan zou het dus een onafhankelijk bestaan kennen. In dit hoofdstuk wordt nu juist bewezen dat vorm afhankelijk is van haar oorzaak. Vorm is dus afhankelijk en dus leeg.

 

 

Elementen (5)

 

Vůůr de uitgestrektheid die haar beschrijft,

Bestaat er geen ruimte.

Zou ruimte ontstaan vůůr haar kenmerken,

Dan zou zij - hoe onmogelijk! - ontstaan zonder kenmerken.

 

Ruimte zonder uitgestrektheid

Heeft nooit bestaan.

Niets ontbeert aan kenmerken -

Waar komen die kenmerken dan vandaan?

 

Uitgestrektheid ontstaat niet in de ruimte,

Noch in een ruimte zonder kenmerken.

Noch in iets anders.

 

Als uitgestrektheid niet verschijnt,

Dan kun je ruimte niet veronderstellen.

Zonder ruimte

Bestaat haar uitgestrektheid ook niet.

 

Dus is er geen ruimte

En geen uitgestrektheid

Noch enig ander ding

Behalve ruimte en haar uitgestrektheid.

 

Als er geen dingen bestaan,

Wat is dan "niet-bestaand"? 

Los van bestaande en niet-bestaande dingen,

Wie kent er "bestaand" en "niet-bestaand"?

 

Ruimte is niet iets 

En niet niets.

Niet gekenmerkt en niet zonder kenmerken.

Evenzo aarde, water, vuur, lucht en bewustzijn. 

 

Dwazen zien de dingen

Als iets en niets

En missen zo  

De wereldvrede. 

Het boeddhisme onderscheidt zes elementen:  aarde, water, vuur, lucht, ruimte en bewustzijn. Dit hoofdstuk onderzoekt dingen en hun eigenschappen. Is het mogelijk om dingen en gebeurtenissen te splitsen in onafhankelijke eigenschappen? Of in onafhankelijke elementen? Of is alles leeg - afhankelijk van elkaar?  Ruimte is het voorbeeld dat Nagarjuna gekozen heeft. Als voorbeeld van een kenmerk heb ik uitgestrektheid genomen. De idee om een voorbeeld van een eigenschap op te nemen komt van Batchelor ("lack of obstruction" as a property of "space").

 

 

 

 

 

 

 

Een ding (ruimte) en haar kenmerken (uitgestrektheid) kennen geen onafhankelijk bestaan. Er is volgens de laatste twee regels ook geen ander ding of eigenschap die een ding met deze eigenschap kunnen vervangen. 

 

Nagarjuna veralgemeniseert de conclusie uit het vorige vers.  De eigenschappen  "bestaand" en  "niet bestaand" zijn net zo afhankelijk als alle andere eigenschappen en dingen.

 

 

 

 

 

 

 

Als je de dingen en hun kenmerken objectiveert en er naar grijpt dan ga je voorbij aan de vrede.

 

 

Uiterste tijdsgrenzen (11)

Gevraagd naar het begin,

Zei de grote Wijze:

Samsara is grenzeloos

En dus zonder begin of einde.

 

Hoe kan er een midden zijn

Als er geen begin of einde bestaat?

"Voor" en "na" en "tijdens" zijn

Ongeschikte begrippen.

 

Met geboorte voorheen en de dood nadien,

Zou geboorte onsterfelijk zijn.

Met dood voorheen en geboorte er na,

Zouden ongeborenen sterven.

 

Geboorte, ouderdom en dood

Kunnen niet tegelijkertijd bestaan.

Borelingen zouden stervenden zijn,

En zowel geboorte als dood zonder oorzaak.

 

Als verleden, heden en toekomst niet

Kunnen bestaan,

Waarom ben je dan gefixeerd door

Geboorte, ouderdom en dood?

 

Samsara, oorzaak en gevolg,

Een kenmerk en het gekenmerkte,

Gevoel en voeler, alle dingen -

Zijn zonder begin.

Volgens de Wijze (Boeddha) is een aantal metafysische vragen onbeantwoordbaar:  b.v. de vraag naar het begin of einde van de wereld of van ons bewustzijn. Samsara is de kringloop van leven en dood, ons normale dagelijkse bestaan.

 

 

Het is volgens Nagarjuna onzinnig om begin en einde te verabsoluteren. Als je het bestaan van de dingen een absoluut begin of einde toekent is het alsof je ze een essentie toekent. Nagarjuna probeert juist aan te tonen dat alles zonder essentie maar wederzijds afhankelijk en leeg is.  En dat geldt ook voor onze arbitraire conventies over de tijd.  Op welk moment wordt een mens geboren?  Tijdens de gemeenschap, de bevruchting, bij 24 weken, de eerste weeŽn, de bevalling, de eerste ademtocht, het eerste woord ...?  En wanneer sterft een mens?  En zijn deze vragen niet net zo moeilijk te beantwoorden voor ons hele bestaan in samsara?

 

Lijden (12)

Sommigen zeggen dat lijden zichzelf voortbrengt,

Of door een ander wordt veroorzaakt, of door beiden, 

Of dat zij zonder oorzaak ontstaat.

Lijden is niet iets dat veroorzaakt wordt.

 

Als lijden zichzelf voortbrengt,

Dan zou het niet afhankelijk ontstaan.

Toch is dit lijden afhankelijk

Van mijn lichaam en geest.

 

Ware mijn lijden anders dan mijn lichaam en geest,

Of mijn lichaam en geest anders dan mijn lijden,

Dan zou dit lijden niet door zichzelf veroorzaakt worden

Maar door iets anders.

 

Als lijden door mijzelf werd veroorzaakt -

Wie zou mijn persoon zijn

Die dit lijden veroorzaakt,

Maar zelf vrij van lijden is?

 

Als lijden door een ander werd veroorzaakt -

Wie zou mijn persoon zijn

Die dit lijden van een ander ontvangt,

Maar zelf vrij van lijden is?

 

Als lijden door een ander werd veroorzaakt -

Wie zou die andere persoon zijn

Die dit lijden aanricht, 

Maar zelf vrij van lijden is?

 

Lijden wordt dus niet door zichzelf veroorzaakt.

Maar hoe wordt lijden veroorzaakt door de ander?

Als lijden door een ander werd veroorzaakt,

Dan werd dit lijden immers door een ander zelf veroorzaakt.

 

Lijden wordt niet door zichzelf gemaakt

Want niets veroorzaakt zichzelf.

Als de ander zichzelf niet maakt,

Hoe kan de ander dan lijden veroorzaken?

 

Als lijden door jou en mij wordt veroorzaakt,

Dan zijn wij beiden de oorzaak.

Niet door mijzelf, noch door jou,

Kan lijden dan zonder oorzaak zijn?

 

Lijden is net als kruiken en rollen katoen.

Ook zij worden niet door zichzelf,

Door anderen, door beiden,

Of door niemand veroorzaakt.

"Alles is lijden" is de eerste edele waarheid uit het boeddhisme.  Dit eerste vers somt vier mogelijke oorzaken van lijden op (uit zichzelf, door iets anders, door beiden, of uit het niets). Nagarjuna stelt dat lijden niet veroorzaakt wordt.  Dat is een logisch gevolg van eerdere hoofdstukken (1, 7), waarin hij stelt dat oorzaken leeg zijn en in die zin niet bestaan. Met oorzaken bedoelt Nagarjuna dingen die een essentieel vermogen hebben om een effect teweeg te brengen.  Oorzaken zijn niet identiek, noch inherent verschillend van hun effect. Dit soort oorzaken bestaat volgens hem niet.  Condities bestaan wel. Condities zijn dingen die onderling afhankelijk zijn van andere dingen en die deze dingen kunnen verklaren (Garfield p104).

 

Als lijden uit zichzelf zou ontstaan, dan was het onafhankelijk van mijn begeerte en dus in tegenspraak met de tweede edele waarheid ("Lijden wordt veroorzaakt door begeerte."). Lijden kan dus niet uit zichzelf ontstaan.

 

Het is mogelijk zijn dat lijden door iets anders wordt veroorzaakt. Maar een essentiŽle en echte oorzaak moet verschillen van degene die lijdt.  Welk deel van mijn persoonlijkheid is vrij van lijden en kan toch mijn lijden veroorzaken? Lijden wordt dus niet door mijzelf veroorzaakt.

 

Of:  welk deel van een anders persoonlijkheid is vrij van lijden en kan toch mijn of haar eigen lijden veroorzaken? Lijden wordt dus niet door een ander veroorzaakt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lijden wordt niet door mijzelf en door een ander veroorzaakt.  Noch is lijden zonder oorzaak.

 

 

Alle vier mogelijkheden zijn onhoudbaar. Lijden wordt niet veroorzaakt, maar ontstaat in onderlinge afhankelijkheid.  Dat geldt niet alleen voor lijden, maar voor alle dingen zoals kruiken en rollen katoen.  De idee om kruiken en rollen katoen als voorbeeld te gebruiken is naar Nagarjunas hoofdstuk 10, vers 15 en Batchelor.  Nagarjuna vervangt oorzaak en gevolg door een beroep op wederzijds afhankelijke condities.

 

 

Verandering (13)

 

De Gezegende heeft gezegd dat 

Alles wat veranderlijk is, onwaar is.

Samengestelde factoren zijn allen veranderlijk

Daarom zijn ze onwaar.

 

Als het veranderlijke onwaar is,

Wat is er dan veranderlijk aan?

Wat de Gezegende vertelde is

Een volkomen illustratie van leegte.

 

Dingen hebben geen eigen aard

Want je kunt ze zien veranderen.
Er is niets zonder eigen aard

Want alles is leegte.

 

Als dingen geen eigen aard hebben

Wat verandert er dan?

Als dingen wel een eigen aard hebben

Hoe zouden ze dan kunnen veranderen?

 

Dit ding kan niet zelf veranderen,

Een ander ding ook niet.

Omdat een jonge man niet oud wordt,

En een oude man ook niet oud wordt. 

 

Als iets zelf veranderde,

Dan zou melk zelf boter zijn.

Maar boter zijn is natuurlijk 

Iets anders dan melk zijn.

 

Als er ook maar een spoor van niet-leegte bestond, 

Dan zou er een spoor van leegte bestaan.

Als er geen spoor van niet-leegte bestond,

Hoe kon de leegte dan iets zijn?

 

Boeddha zegt dat leegte 

Het opgeven van alle meningen is.

Zij die geloven in leegte

Zijn onverbeterlijk.

De oorspronkelijke titel is "samengestelde factoren" (samskaras). Dat zijn fenomenen die uit andere fenomenen zijn opgebouwd of fenomenen die afhankelijk zijn van condities (dus geconditioneerd zijn). Voor fenomeen kan je lezen: ding, gebeurtenis, gedachte, enz. Samenstellingen behoren per definitie tot de alledaagse werkelijkheid. Vanuit een absoluut standpunt zou je immers het verschil tussen hun componenten niet kunnen zien (hoofdstuk 4,5,14).  De conventionele, alledaagse werkelijkheid is verraderlijk als je de leegte niet kunt zien.

 

De kern van het hoofdstuk gaat over verandering. Nagarjuna stelt dat dingen geen essentie hebben omdat ze aan verandering onderhevig zijn.  Een opponent (cursief gedrukt) vraagt zich vervolgens af wat er dan kan veranderen. En of leegte niet de essentie van alle dingen is.

 

 

Iets met een eigen aard (dus onafhankelijk en permanent) kan niet veranderen.  Net als een jonge man, die per definitie jong is en niet oud kan worden (anders was hij immers geen jonge man meer).

  

 

 

 

 

 

Alle dingen bestaan bij gratie van leegte. Leegte bestaat afhankelijk van andere dingen, dus ook de leegte is leeg.

 

 

Leegte heeft geen essentie; het is geen ding of eigenschap van een ding. Het is slechts de afwezigheid van essentie. Als je leegte objectiveert en beschouwt als een eigenschap van dingen dan mis je de kern van de boeddhistische leer.

 

   

Verbinding  (14)

 

Ik de ziener, de vorm die ik zie,

En het zien - 

Paarsgewijs of allen tezamen -

Maken geen contact.

 

Evenals ik die begeer, het begeerde

En het begeren elkaar niet raken.

Evenzo de overige smarten (woede en onwetendheid)

En de zintuigen.

 

Slechts verschillende dingen kunnen elkaar raken.

Wij raken elkaar niet omdat we niet verschillen

Net als de ziener, het zien 

En de kleurrijke vorm.

 

Niet alleen bij het zien

Bestaat zo'n verschil niet.

Steeds als twee dingen samenkomen

Is hun verschil niet aantoonbaar.

 

Ik verschil van jou in verhouding tot jou.

Zonder jou zou ik niet kunnen verschillen.

Steeds als twee dingen van elkaar afhangen

Bestaat er geen essentieel verschil.

 

Ware ik verschillend van jou, 

Dan zou ik slechts los van jou anders kunnen zijn.

Zonder jou kan ik niet anders zijn;

Dus kan ik niets zijn zonder jou.

 

Verschil bestaat niet in jou of mij

Noch in iets anders dan jou of mij.

Omdat het verschil niet bestaat

Bestaan verschillende of gelijke dingen niet.

 

Dit raakt zichzelf niet.

Noch raken verschillende dingen elkaar.

Niemand die aanraakt, geen aanraken

En niets dat wordt geraakt.

Contact of verbinding is een belangrijk thema in het Boeddhisme.  Perceptie (b.v. het zien) wordt beschouwd als het contact tussen sensorisch bewustzijn (visueel bewustzijn), organen (ogen) en dingen (kleurrijke vormen).  Contact is het samenkomen van twee dingen of gebeurtenissen waardoor een samenstelling ontstaat. Contact gaat ook over de relatie tussen de elementen in een samengesteld ding. 

 

 

Als dingen geen eigen aard (essentie) hebben, dan is het onmogelijk om een essentieel verschil tussen twee dingen aan te tonen.  Twee dingen zijn niet gelijk, noch verschillend, noch geen van beiden.

 

 

 

 

 

Het gebruik van "jou" en "mij" komt nauwelijks voor bij Nagarjuna.  Het is een vondst van Batchelor om de verzen persoonlijker te maken.

 

 

 

 

 

 

 

Het is niet mogelijk om een essentieel verschil aan te tonen tussen twee dingen. Noch is dit verschil een eigenschap van ťťn van de dingen. 

 

 

 

Contact heeft geen eigen aard.  Het is wederzijds afhankelijk en leeg. De relatie tussen dingen in een samenstelling is leeg.

 

Essentie (15)

Het kan niet zo zijn 

Dat essenties voortkomen

Uit oorzaken en condities.

Ze zouden gefabriceerd zijn.

 

Hoe kunnen essenties

Gefabriceerd worden?

Essenties worden niet gefabriceerd

En zijn nergens van afhankelijk.

 

Als essenties niet bestaan,

Hoe kunnen dingen dan verschillen?

De essentie van een ander ding

Is een "andere essentie".

 

Hoe kunnen dingen bestaan

Los van essenties of andere essenties?

Als er essenties en dingen bestaan,

Dan zijn de dingen bewezen.

 

Als dingen niet bewezen zijn,

Dan zijn niet-dingen niet bewezen.

Een ding dat veranderde

Noemen de mensen een niet-ding.

 

Zij die essenties en essentiŽle verschillen,

Bestaande en niet-bestaande dingen zien,

Zij zien

De leer van de Boeddha niet.

 

In de Verhandeling met Katyayana.

Weersprak de Gezegende, kenner van

Werkelijkheid en onwerkelijkheid,

Zowel "bestaan" als "niet-bestaan"

 

Dingen met een essentie

Kunnen nooit "niet bestaan".

Een verandering van essentie

Is niet mogelijk.

 

Als essentie niet bestaat,

Wat verandert er dan?

Als essentie bestaat,

Wat verandert er dan?

 

Wie "bestaan" zegt, grijpt naar onvergankelijkheid.

Wie "niet-bestaan" zegt is een nihilist.

De wijze vermijdt

"Bestaan" en "niet bestaan".

 

Dingen met een essentie zijn eeuwig,

Want zij kunnen niet "niet bestaan".

"Dingen die bestonden maar nu niet bestaan" -

Dat is nihilisme.

Essenties (of dingen met een essentie) zijn per definitie tijdloos en onafhankelijk. Nagarjuna zegt hier dat essenties:  1. niet geconditioneerd zijn,  2. niet gefabriceerd worden uit onderdelen of door ze een naam te geven 3. nergens van afhangen. Het begrip essentie (eigen aard) is een tegenhanger van het begrip leegte en daarom van cruciaal belang voor het hele werk. Nagarjuna zal aantonen dat essenties en dingen met een eigen aard niet kunnen bestaan.

 

Als essenties niet bestaan, dan kan er ook geen essentieel verschil bestaan tussen twee dingen.

 

 

 

Met dingen wordt bedoeld: essentiŽle dingen, dingen met een eigen aard.  Zonder essenties kunnen die dingen niet bestaan.

 

 

Niet-dingen zijn dingen met een eigen aard. Als dingen met een eigen aard niet bestaan, dan bestaan niet-dingen ook niet.

 

 

 

Essenties en dingen met een eigen aard zijn in tegenspraak met de leer van de Boeddha over leegte en vergankelijkheid.

 

 

In deze verhandeling heeft de Boeddha het over de middenweg tussen bestaan en niet bestaan.  Dingen objectiveren en een eigen aard toekennen is ťťn extreem.  Ontkennen dat de dingen bestaan is een ander extreem, die van het nihilisme.

 

Dingen met een essentie zijn per definitie tijdloos en dus onveranderlijk. Als we er van uitgaan dat alles vergankelijk is, dan is het onmogelijk dat dingen met een eigen aard (essentie) bestaan.

 

Een opponent vraagt zich af wat er kan veranderen zonder dat essenties bestaan.  Nagarjuna antwoordt dat verandering onmogelijk is als essenties bestaan.

 

De wijze kiest de middenweg tussen "bestaan"  en "niet bestaan", tussen eternalisme en nihilisme.

 

Dingen met een eigen aard zijn tijdloos.  Dingen met een eigen aard die vroeger bestonden maar nu niet bestaan - dat is een contradictie.  Dat soort dingen hebben nooit bestaan.

 

Daden en hun vruchten (17)

Zelfbeheersing en het goede doen

Met een meedogende geest, dat is de dharma.

Dat is het zaad voor vruchten

In huidige en toekomstige levens.

 

De onvolprezen Wijze heeft gezegd dat

Daden intenties of intentioneel zijn.

De veelheid van daden

Werd op veel manieren besproken.

 

Handeling die intentie wordt genoemd

Is een voornemen in gedachten.

Intentioneel verwijst naar 

Gesproken en fysieke daden.

 

Karma is ťťn van de belangrijkste thema's in het Boeddhisme. Karma betekent daad of gevolg van een daad.  De doctrine gaat over het verband tussen daden en hun gevolgen.  De kortste formulering luidt dat goed daden goede gevolgen hebben en slechte daden slechte gevolgen. Nagarjuna beschrijft vier Boeddhistische visies op karma voordat hij zijn eigen visie uitlegt. Visies van anderen dan Nagarjuna  zijn links cursief afgedrukt.

 

Daden zijn gedachten, woorden of handelingen.  Intenties zijn gedachten terwijl woorden en handelingen intentioneel zijn.

 

Spraak, gebaar, 

onbewust loslaten, onbewust vasthouden

Goede en slechte daden voortkomend uit genot

En intentie - dit zijn zeven soorten handeling.

 

Zou een daad bestaan tot het moment van rijpen,

Dan zou deze daad permanent zijn.

Zou de daad stoppen; hoe kan een gestaakte daad

Vruchten dragen?

 

Zaden worden planten die vruchten dragen.

Zonder zaden zou dit niet gebeuren.

Dit proces hangt van zaden af met vruchten als product.

In deze reeks is niets onbestaand, noch onvergankelijk.

 

Gedachten worden gemoedstoestanden die vruchten dragen.

Zonder de intentie zou dit niet gebeuren.

Dit proces hangt af af gedachten met handelingen als product.

In deze reeks is niets onbestaand, noch onvergankelijk.

 

 

 

 

Een opponent van Nagarjuna stelt dat een daad permanent moet zijn om in de toekomst karmische vruchten af te werpen. Met andere woorden, karma is hier in tegenspraak met vergankelijkheid.

Deze opponent lost de paradox op met een karmisch verband tussen daad en gevolg vergelijkbaar met een vrucht die via de plant een product is van een zaadje. Het zaadje verdwijnt, maar er is toch een vrucht.  De opponent kent daardoor een essentie toe aan het hele proces maar niet aan de afzonderlijke stappen ervan (zaad, plant, vrucht of gedachte, gemoedstoestand, daad).

 

De tien zuivere handelingswijzen 

Zijn de manier om de dharma te realiseren.

De vruchten zijn de vijf zintuiglijke genoegens

In dit en verdere levens.

 

 

 

 

Ethisch gedrag volgens de tien voorschriften zijn het boeddhistisch pad.  Zij geven voldoening aan de vijf zintuigen, welzijn aan lichaam en geest. De tien voorschriften zijn: niet doden, niet stelen, geen seksueel wangedrag, niet liegen, geen bedwelmende middelen gebruiken, niet kwaadspreken, geen hoogmoed, geen gierigheid, geen haat, de drie juwelen (Boeddha, dharma, sangha) niet kleineren.

Mocht je deze analyse aanvaarden, 

Dan zouden er vele fouten gemaakt worden.

Daarom is deze verklaring

Niet houdbaar.

 

Ik zal nu uitleggen welke interpretatie

Eer doe aan de feiten;

Een interpretatie die gestaafd wordt door Boeddha,

Zijn discipelen en meer verlichte mensen.

 

Daden zijn als een onherroepbare promesse

En als een schuld.

Ze doordringen alle werelden

En zijn van nature neutraal.

 

Begeerte wordt niet gestaakt door loslaten,

Maar slechts door meditatie.

Daarom ontstaat de vrucht van gehecht handelen

Door de onherroepelijkheid van het niet gestaakte.

 

Als loslaten gebeurde door loslaten

En daden werden getransformeerd,

Dan zou vernietiging van karma

En andere fouten ontstaan.

 

Op dit moment (van geboorte)

Komen alle vroegere handelingen samen.

 

In de zichtbare wereld

Verblijven goede en slechte daden

En hun onuitwisbaarheid

Totdat zij rijpen.

 

Hun vruchten staken door vernietiging of dood.

Deze vruchten zijn zuiver of onzuiver.

 

Deze opponent stelt nogal krachtig dat al het voorgaande geen goede verklaring biedt van het verband tussen daden en vruchten. De traditionele doctrine is misschien te simplistisch. Stel dat goede daden goede gevolgen hebben en slechte daden slechte gevolgen.  Dan wordt iemand een moordenaar omdat hij in een vorige leven slechte daden heeft begaan.  Dit ontslaat hem, in zekere zin, van morele verantwoordelijkheid.

 

Daden zijn als een schuldbekentenis die niet kunnen vergaan. Karma bestaat in alle werelden (dhatu's) - van het fysieke tot aan nirvana. Karma is een neutrale kracht.

Slechts door meditatie en een spirituele praktijk kunnen onze onwetendheid, begeerte en woede losgelaten worden.  Niet door de wil om ze los te laten.

 

 

Karma kan niet overstegen worden.

In ieder moment komen alle voorgaande handelingen samen om tot de (weder)geboorte van een nieuw moment. In dit moment hebben we wel degelijk een morele verantwoordelijkheid, want dit moment is uitgangspunt voor al mijn daden en alle andere daden in de wereld.

Hier maakt de opponent goede en slechte daden en karma toch weer tot iets tijdloos, substantieels zonder leegte. Nagarjuna is het is het daar niet mee eens. 

Leegte en geen vernietiging;

Cyclisch bestaan en vergankelijkheid;

En de onuitwisbaarheid van daden

Werden door de Boeddha onderwezen.

 

Daden ontstaan niet 

Want ze hebben geen eigen aard.

Omdat ze geen eigen aard hebben

Kunnen ze ook niet vergaan.

 

Als daden een eigen aard hadden

Dan zouden ze ongetwijfeld onvergankelijk zijn.

Daden zouden niet gedaan worden

Want het onvergankelijke wordt niet veroorzaakt.

 

Als daden niet gedaan werden

Dan zou je moeten vrezen voor

Iets dat je niet gedaan had.

En zou je je niet kunnen houden aan je geloften.

 

Ongetwijfeld werd jouw 

alledaags handelen onmogelijk;

Het onderscheid tussen goed en kwaad

Zou vervallen.

 

Een daad met een eigen aard

Zou eeuwig bestaan

Zodat haar gevolgen steeds 

Opnieuw zouden rijpen.

 

Deze daden zijn bezoedeld;

Toch bestaan bezoedelingen niet echt.

Als bezoedelingen niet bestaan,

Hoe kan een daad dan bestaan?

 

Er wordt onderwezen dat daden en begeerte

de oorzaak van het (wedergeboren) lichaam zijn.

Als daden en begeerte leeg zijn,

Wat rest er nog te zeggen over lichaam?

 

Hij die - verblind door onwetendheid

En gebonden door begeerte - de vruchten ervaart,

Is niet verschillend van, 

Noch gelijk aan de dader.

 

Omdat een daad niet

Uit condities voortkomt,

Noch zonder deze condities ontstaat,

Bestaat er geen dader. 

 

Zonder daad en dader - 

Vanwaar de vruchten van handeling?

Wie is het die ervaart

Zonder die vruchten?

 

Het is zoals de leraar,

Die door magie,

Illusies creŽert

Die andere illusies opwekken.

 

Zo ook de daad en dader:

De dader is een illusie

En de daad

De illusie van de illusie.

 

Begeerte, daden, lichamen, 

Daders en vruchten zijn

Als luchtkastelen,

Luchtspiegelingen en dromen.

Hier begint de repliek van Nagarjuna.  Daden, gevolgen en hun verband zijn leeg en hebben dus geen eigen aard. Omdat ze geen eigen aard hebben kunnen ze niet echt vernietigd worden. Vanuit het alledaagse cyclische bestaan zijn daden vergankelijk.  Toch zijn ze onuitwisbaar vanwege hun talloze onbekende gevolgen tot in de verre toekomst. En vanwege het feit dat ze niet echt vernietigd kunnen worden. Daden zijn echter niet onvergankelijk (Garfield p. 239).

Alleen dingen met een eigen aard kunnen echt ontstaan en vergaan (hoofdstuk 21). Daden ontstaan niet echt, en kunnen daardoor ook niet verdwijnen.  Karma heeft geen essentie.

Alleen dingen met een eigen aard (essentie, inherent bestaan) zijn permanent en worden niet uit iets anders gefabriceerd.  Daden zijn leeg en dus vergankelijk en veroorzaakt door iets anders.

Als daden niet gedaan werden, dan zou je niet kunnen handelen. Je zou je bijvoorbeeld niet aan je geloften kunnen houden en geen goed of kwaad kunnen veroorzaken.

 

Als daden permanent zouden zijn, dan zouden hun karmische gevolgen steeds maar weer optreden.

Daden zijn bezoedeld door begeerte, haat en onwetendheid.  Een eerder hoofdstuk (12) toont aan dat lijden en de oorzaak van lijden leeg zijn.  De bezoedelingen zijn de oorzaak van lijden, en dus leeg. Als de bezoedelingen niet in essentie bestaan, hoe kunnen daden dan in essentie bestaan?

Een opponent van Nagarjuna verwijst naar de Boeddhistische lessen waarin gesteld wordt dat wedergeboorte afhangt van daden en bezoedelingen.  Als daden leeg zijn, hoe zouden ze dan de wedergeboorte beÔnvloeden? Je kunt wedergeboorte interpreteren als wedergeboorte in een nieuw leven maar ook als het ontstaan van ieder nieuw moment in dit leven.

 

 

Ook een dader kent geen essentie, eigen aard, inherent bestaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Daders, daden, vruchten van daden zijn allen leeg. Dit inzicht is verre van nihilistisch.  Juist vanuit deze onderkenning ontstaat er een groot gevoel van mededogen en verantwoordelijkheid voor ons handelen.

 

 

Het Zelf en de Dingen (18)

 

 

Als mijn zelf lichaam en geest zou zijn,

Dat zou het ontstaan en vergaan net als zij.

Als mijn zelf iets anders zou zijn,

Hebben lichaam en geest er niets mee te maken. 

 

Wat is van mij

Zonder mijzelf?

Door mijn egocentrisme te vergeten

Grijp ik niet meer naar "ik" en "mijn".

 

Het zelf dat niet naar "ik" en "mijn" grijpt,

Bestaat niet meer.

Het zelf dat niet naar "ik" en "mijn" grijpt,

Ziet slecht de leegte.

 

Als gedachten aan een innerlijk en uiterlijk

"ik" en "mijn" gedoofd zijn,

Verdwijnt de grijper, zijn smart en onbezonnen daden

En zijn gebondenheid.

 

Het staken van smart en onbezonnen daden is nirvana. 

Gedachten creŽren smart en daden.

Standpunten creŽren gedachten.

Leegte beŽindigt de standpunten.

 

De Boeddha onderwees

het zelf, 

het niet-zelf

En de leer van zelf en niet-zelf.

 

Wat taal beschrijft bestaat niet

Wat het denken denkt bestaat niet.

Niet-geboren en niet-eindig

Is de aard der dingen.

 

De Boeddha onderwees

Bestaan,

Niet-bestaan,

Bestaan en niet-bestaan,

Noch bestaan noch niet-bestaan.

 

Vredig,

Ondenkbaar,

Onuitspreekbaar,

Ondeelbaar

Is de aard van de werkelijkheid.

 

Wat bestaat afhankelijk van condities

Is niet gelijk noch verschillend 

En daarom niet eeuwig

Noch tijdelijk.

 

De Boeddha, hoeder van de wereld

Onderwees de tijdloze wijsheid:

Geen eenheid, geen veelheid,

Geen eeuwigheid, geen vergankelijkheid.

 

Zelfs als Boeddha's niet verschijnen

En hun discipelen vergaan,

Verrijst de wijsheid van ontwaken

Zonder hen. 

Dit hoofdstuk gaat over het individuele zelf.  Het eerste vers gaat over het zelf en de aggregaten. We zijn de vijf aggregaten (skhanda's) al tegen gekomen in hoofdstuk 4: lichaam, gevoel, perceptie, wilsimpulsen en bewustzijn. Zij vormen samen onze ervaring. "Lichaam en geest"  is een afkorting voor de vijf aggregaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Smart (klesha's ) zoals onwetendheid, woede en begeerte.

 

 

 

De zwerver Vacchagotta vroeg aan de Boeddha of er een zelf bestaat.  En daarna of er geen zelf bestaat.  De Boeddha zweeg beide keren.  Later vertelde de Boeddha aan Ananda dat hij niet in nihilisme (geen zelf) of eternalisme (wel een zelf) wilde vervallen. Zijn zwijgen is de Middenweg.

 

Onze taal is slechts een conventie om de werkelijkheid te beschrijven.  Taal kan de absolute werkelijkheid niet duiden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is een opmerkelijk vers en vrijwel de enige plaats waarin de absolute werkelijkheid in positieve termen wordt beschreven. Zo-heid (tattva) is de aard van de absolute werkelijkheid. 

 

 

 

Tijd (19)

Als heden en toekomst bestaan

Op basis van een verleden,

Dan zouden heden en toekomst

Bestaan in het verleden.

 

Als heden en toekomst

Toen niet bestonden,

Wat is dan hun verband

Met het verleden?

 

Los van het verleden

Bestaan er geen toekomst en heden.

 

Nu begrijp je alles - 

Ook verleden en toekomst,

Onder, midden en boven

En al dies meer.

 

Je kunt de vliedende tijd niet grijpen;

Eťn statisch moment dat je zou grijpen

Is geen tijd.

Hoe meet je de ongrijpbare tijd?

 

Als tijd van dingen afhangt,

Hoe kan zij dan zonder dingen bestaan?

Dingen bestaan niet,

Net als de tijd.

Nagarjuna maakt op drie manieren bezwaar tegen het bestaan van een absolute, essentiŽle tijd:  

i.  Het opsplitsen van de tijd in verleden, verleden en toekomst is onlogisch. Het heden zou reeds aanwezig zijn in het verleden. En als dat niet waar is, dan zou het heden onafhankelijk van het verleden zijn. Er zijn dus geen onafhankelijke tijdperken die je kunt aanduiden als verleden, heden en toekomst.

ii.  Als er ťťn statisch moment in de tijd gevonden zou kunnen worden, dan was de tijd geen (bewegende) tijd meer.

iii.  De tijd staat niet los van dingen en gebeurtenissen, bv. van het tikken van de klok.  Maar ook die dingen zijn onderling verweven en bestaan niet in essentie.

Er bestaat geen absolute tijd, want de tijd is afhankelijk van dingen en gebeurtenissen.  In de fysica wordt de seconde gedefinieerd aan de hand van trillingen in een cesium atoom (een gebeurtenis!). Einstein heeft in zijn relativiteitstheorie aangetoond dat de tijd afhangt van de plaats van gebeurtenissen en hun waarnemers. Verlichte mensen die de leegte van het begrip tijd hebben ervaren spreken over een eeuwig durend "nu".

 

Ontstaan en vergaan (21)

Vergaan bestaat niet zonder,

Maar ook niet tezamen met ontstaan.

Ontstaan bestaat niet zonder,

Maar ook niet tezamen met vergaan.

 

Hoe zou iets vergaan

Zonder ontstaan?

Is er dood zonder geboorte?

Vergaan gaat niet zonder eerder ontstaan.

 

Hoe kunnen vergaan en ontstaan

Gelijktijdig bestaan?

Dood en geboorte

Vallen zeker niet samen.

 

Hoe zou iets ontstaan

Zonder vergaan?

Alle dingen zijn immers

Vergankelijk.

 

Hoe kunnen ontstaan en vergaan

Gelijktijdig bestaan?

Geboorte en dood

Vallen zeker niet samen.

 

Hoe kunnen zaken die

niet zonder of met elkaar 

Bestaan

Bestaan?

 

Wat is vergaan ontstaat niet.

Wat niet is vergaan ontstaat niet.

Wat is vergaan vergaat niet.

Wat niet is vergaan vergaat niet.

 

Ontstaan en vergaan

Bestaan niet zonder de dingen. 

Zonder de dingen

Bestaan ontstaan en vergaan niet.

 

Wat leeg is

Kan niet ontstaan of vergaan.

Wat niet-leeg is 

Kan niet ontstaan of vergaan.

 

Ontstaan en vergaan

Zijn niet hetzelfde.

Ontstaan en vergaan

Verschillen niet.

 

Als je denkt dat je

Ontstaan en vergaan kunt zien,

Dan lijdt je aan

Waanvoorstellingen.

 

Dingen ontstaan niet uit andere dingen.

Dingen ontstaan niet uit niets.

Niets komt voort uit niets.

Niets komt voor uit dingen. 

 

Dingen ontstaan niet uit zichzelf

Noch uit iets anders.

Noch uit zichzelf en iets anders.

Hoe ontstaan zij dan?

 

Zeg je dat de dingen echt bestaan

Dan ben je zowel eternalist als nihilist,

Want dat soort dingen zijn

Zowel onvergankelijk als vergankelijk.

 

Neem je aan dat de dingen bestaan

Dan is er meer dan eternalisme en nihilisme

Want samsara is een kringloop van

Ontstaan en vergaan van oorzaak en gevolg.

 

Met cyclisch bestaan als kringloop van

Ontstaan en vergaan van oorzaak en gevolg,

Zou de oorzaak vernietigd worden

Omdat wat vernietigd werd niet meer ontstaat.

 

Als dingen bestonden als echte dingen,

Dan heeft hun niet-bestaan geen zin.

Tijdens nirvana verdwijnt namelijk het

Cyclisch bestaan door vernietiging.

 

Als het laatste fenomeen verdwijnt

Heeft het bestaan van de eerste geen zin.

Als het einde niet verdwijnt,

Heeft het bestaan van de eerste geen zin.

 

Als het laatste fenomeen verdwijnt,

Terwijl het eerste verschijnt,

Dan zou dat fenomeen tegelijkertijd

Verdwijnen en verschijnen.

 

Absurd is het als dat wat ontstaat

En dat wat verdwijnt hetzelfde zijn.

Dan zou de dood van lichaam en geest

Tegelijkertijd een geboorte zijn.

 

Deze kringloop bestaat niet

In verleden, heden en toekomst.

Als de kringloop in die drie niet bestaat,

Hoe kan de kringloop dan bestaan?

Vergankelijkheid is ťťn van de belangrijkste thema's in het boeddhisme. Alle fenomenen (dingen, gebeurtenissen, gedachten, mijn leven) zijn vergankelijk. Ze ontstaan, verblijven kortstondig en verdwijnen net als de individuele beelden in een film. Nagarjuna onderzoekt hier de leegte van het komen en gaan van fenomenen.

De eerste verzen onderzoeken de paradox dat geboorte en dood niet zonder elkaar, maar ook niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijvoorbeeld: de doden worden niet geboren. De levenden worden niet geboren. De doden sterven niet. En levenden sterven niet. De conclusie is onafwendbaar:  geboorte en dood en  zijn niet onafhankelijk van elkaar en van de dingen. Ontstaan en vergaan zijn leeg. 

 

 

 

Dingen die leeg zijn bestaan niet in essentie. Dus er is niet iets om te ontstaan of vergaan. Dingen die niet leeg zijn kennen een onafhankelijk en dus tijdloos bestaan. Daarom kunnen ze niet ontstaan of vergaan.

Geboorte en dood kunnen niet hetzelfde zijn. Maar omdat geboorte hoort bij de dood en dood bij de geboorte, verschillen ze niet.

 

Dus kan je dood en geboorte niet afzonderlijk van elkaar zien.

 

Nu onderzoekt Nagarjuna het begrip "ontstaan" met het mes der logica. Met dingen wordt hier bedoeld: dingen met een eigen aard, die dus onafhankelijk zijn. Ze kunnen niet uit andere dingen ontstaan. Maar ook ontstaan ze niet uit het niets, of uit zichzelf.  Hoe kunnen de dingen dan ontstaan? 

 

Stel je dat dingen een eigen aard hebben, dan zijn ze per definitie permanent en onderschrijf je de positie dat alles eeuwig is (eternalisme). Omdat alles vergankelijk is hebben de dingen geen eigen aard.  Dus kunnen ze niet bestaan (nihilisme).

Een opponent stelt dat dingen bestaan in een kringloop van ontstaan, verblijven en vergaan.  De dingen zijn zowel vergankelijk als kortstondig bestaand.

Nagarjuna antwoord dat dingen zelfs kortstondig niet inherent kunnen bestaan. 

 

 

Bovendien, stelt Nagarjuna, is bestaan met een eigen aard in tegenspraak met nirvana.  In nirvana zou hun (cyclisch) bestaan moeten verdwijnen.

Tot slot werpt Nagarjuna zich op een reeks van vergankelijke fenomenen in de tijd. Ieder fenomeen volgt het vorige op door een reŽel proces van ontstaan en vergaan.

 

 

 

 

 

Nagarjuna toont aan dat je de werkelijkheid niet kunt beschouwen als een reeks van ontstaan,  verblijven en vergaan van fenomenen.  Alle aspecten van deze visie - ontstaan, verblijven, vergaan en de dingen zelf - zijn onderling afhankelijk en dus leeg. Ze zijn vergankelijk en hebben geen eigen aard.

 

 

 

Tathagata (22)

 

De Tathagata is geen lichaam en geest;

Hij verschilt er niet van; hij huist er niet in;

Zij huizen niet in hem en hij bezit ze niet.

Wat is de Tathagata?

 

Zou de Tathagata van lichaam en geest afhangen,

Dan zou hij geen tijdloos zelf zijn.

Als iets niet als zelf bestaat,

Zou het dan als een ander zelf bestaan?

 

Dat wat van iets anders afhangt,

Is geen zelf met een eigen aard.

Het is niet mogelijk dat de Tathagata

Zonder zelf zou bestaan.

 

Als er geen zelf bestaat, 

Hoe kan er dan een ander zelf bestaan?

Zonder eigen zelf of een ander zelf,

Wat is de Tathagatha?

 

Ware de Tathagatha voorheen niet afhankelijk 

Van zijn van lichaam en geest,

Dan is nu wel hij afhankelijk van lichaam en geest,

Nu en immer afhankelijk.

 

Voor zover er geen Tathagata afhankelijk is 

Van lichaam en geest;

Hoe zou iets dat onafhankelijk was

Later afhankelijk worden?

 

Er is niets dat afhangt van lichaam en geest

En niets wat onafhankelijk is.

Daarom bestaat er geen Tathagata

Zonder afhankelijkheid van lichaam en geest.

 

Na dit vijfvoudig onderzoek -

Hoe kan de Tathagata

Met een zijn eigen of een andere aard

Gezien worden als afhankelijk?

 

Als er afhankelijkheid is,

Bestaat een eigen aard niet.

En als de eigen aard niet bestaat,

Hoe is een andere aard dan mogelijk?

 

Dus afhankelijkheid en de afhankelijke

Zijn volkomen leeg.

Hoe kan je een lege Tathagata

Kennen door wat leeg is?

 

Zeg niet "leeg" of "niet leeg" 

Over de Tathagata, 

Noch "beiden", noch "geen van beiden".

Dat gaat slechts over werelds begrip.

 

Hoe kunnen tetralemma's over

Vergankelijkheid en onvergankelijkheid,

En eindigheid en eindeloosheid

Op gelukzaligheid van toepassing zijn?

 

Traag van begrip

Koester je vastomlijnde gedachten

Over Tathagatha's 

Bestaan en niet-bestaan in nirvana.

 

Leegte is de aard van Boeddha.

Beeld je dus geen verlichte Boeddha in

Die in nirvana

Al dan niet bestaat.

 

Wie zich verlaat op conceptuele constructies

Over de Tathagata

Voorbij deze constructies,

Ziet de Tathagata niet.

 

De aard van de Tathagatha

Is de aard van de wereld.

Tathagatha heeft geen aard,

Net als de wereld.

Tathagata is de benaming die Boeddha voor zichzelf gebruikte. Dit hoofdstuk onderzoekt het verband tussen het zelf van de Boeddha en zijn aggregaten (skandha's, afgekort tot lichaam en geest). Het eerste vers stelt dat het zelf van de Tathagata niet gelijk, noch verschillend, nog onderdeel, nog bezitter is van lichaam en geest. Het tweede vers stelt dat de Tathagata niet afhankelijk van lichaam en geest is.  Dit hele hoofdstuk wordt benut om aan te tonen dan geen van deze vijf logische mogelijkheden houdbaar is. De redenering is nogal omslachtig.  Deze analyse is toepasbaar op het zelf van de Boeddha, op Boeddhanatuur en zelfs op mijn persoonlijke zelf.

 

Met zelf wordt een persoonlijkheid met een eigen aard bedoeld, onveranderlijk en onvergankelijk. Zo'n zelf kan niet afhangen van de aggregaten want die zijn veranderlijk.

Het is tevens onlogisch dat de Boeddha een ander zelf heeft dan dat van de Boeddha.

 

Als de Boeddha zichzelf niet is, een ook niet een ander, wie is dan  de Boeddha die in Lumbini geboren werd?

 

Mocht de Boeddha vroeger onafhankelijk van lichaam en geest hebben bestaan, dan is hij op zijn minst nu en later er van afhankelijk.

 

Maar het is niet logisch dat de Boeddha na zijn verlichting afhankelijker zou worden.

 

en Boeddha met een onafhankelijk zelf kan niet afhankelijk zijn van lichaam en geest.  Tegelijkertijd kon Boeddha niet bestaan zonder lichaam en geest. 

 

 

 

 

 

 

 

De enig mogelijke conclusie is dat de Boeddha geen onafhankelijk zelf is.  Het zelf van de Boeddha is leeg.

 

 

 

 

Dan blijft wel de vraag over hoe je de Boeddha wel zou kunnen beschrijven vanuit het standpunt van leegte.

 

Indiase logica kent het tetralemma:

waar (bevestiging)

onwaar (ontkenning)

zowel waar als onwaar (beiden)

noch waar noch onwaar (geen van beiden)

 

Vanuit het absolute standpunt voegt Nagarjuna  hier aan toe: geen van het bovenstaande.  Het tetralemma behoort tot onze wereldse taal en is niet geschikt om uitspraken te doen over het absolute, de gelukzaligheid en het zelf van de Boeddha.

Dus je kunt vanuit het absolute ook niet stellen dat de Boeddha vergankelijk, onvergankelijk, zowel vergankelijk als onvergankelijk, noch vergankelijk noch onvergankelijk is.  Idem voor eindigheid en zijn bestaan in nirvana.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Tathagata heeft geen eigen aard (onafhankelijk en tijdloos zelf). Hij is leeg, net als de wereld..

 

 

Vier edele waarheden (24)

 

De leer van de Boeddha

Steunt op twee waarheden:

De conventionele waarheid en

De absolute waarheid.

 

Zij die het onderscheid 

Tussen de twee waarheden niet kennen,

Missen de diepte

Van deze leer.

 

Zonder toevlucht tot het conventionele

Kun je het absolute niet onthullen.

Zonder het absolute te doorgronden

Ervaar je geen bevrijding.

 

Onbegrepen leegte

Verwondt de onwijze,

Zoals een verkeerd gegrepen slang

Of een verhakkelde toverspreuk.

 

De Boeddha wilde de dharma

Aanvankelijk niet onderwijzen;

Hij wist hoe ondoorgrondelijk

Zij is.

 

Jouw onjuiste weerleggingen

BeÔnvloeden de leegte niet.

Jouw afwijzing van leegte

Gaat mij niet aan.

 

Als leegte mogelijk is,

Is alles mogelijk.

Als leegte niet mogelijk is,

Dan is niets mogelijk.

 

Als je jouw fouten op mij projecteert

Vergeet je het paard waar je zelf op rijdt.

 

Als je het bestaan der dingen

Slechts in hun essentie wilt zien,

Dan zie je de dingen

Zonder oorzaken en condities.

 

Oorzaken en gevolgen,

Daders en daden,

Ontstaan en vergaan en vruchten

Worden door jou afgewezen.

 

Onderling afhankelijk ontstaan 

Is leegte

Leegte, als een afhankelijke aanduiding,

Is de middenweg.

 

Alles ontstaat in onderlinge afhankelijkheid.

Alles is leegte.

 

Als dit bestaan niet leeg was,

Zou er geen geboorte en dood zijn.

Je zou de verkeerde conclusie trekken 

Dat de vier Edele Waarheden niet bestaan.

 

Als lijden niet in afhankelijkheid ontstond, 

Hoe zou lijden dan ontstaan?

We leren dat lijden vergankelijk is.

Dus ontstaat lijden niet uit haar eigen aard.

 

Zou lijden wel een eigen aard hebben,

Hoe zou het dan ooit ontstaan?

Als je de leegte ontkent,

Ontken je oorzaak van lijden.

 

Als lijden een eigen aard had,

Hoe zou het dan beŽindigd worden?

Lijden met een eigen aard

Kan nooit beŽindigd worden.

 

Als het achtvoudige pad een eigen aard had,

Dan zou beoefening niet aan de orde zijn.

Een pad dat beoefend moet worden

Heeft geen eigen aard.

 

Als lijden, ontstaan en

Vergaan niet bestaan,

Welk pad loopt dan

Naar de beŽindiging van lijden?

 

Als onwetendheid 

een eigen aard had,

Hoe zou jouw begrip dan ontvouwen?

Onwetendheid met een eigen aard is toch onvergankelijk.

 

Volgens dezelfde redenering zouden

Loslaten, realisatie, meditatie 

En de vier vruchten 

Onmogelijk zijn.

 

Wie kan vruchten bereiken

Als die van nature onbereikbaar zijn?

Zonder beoefenaars die vruchten realiseren

Bestaat er geen sangha.

Zonder de Edele Waarheden, geen dharma.

Hoe ontstaat een Boeddha zonder sangha en dharma?

 

Voor jou zou een Boeddha verschijnen

Onafhankelijk van verlichting.

Of verlichting verscheen voor jou

Onafhankelijk van een Boeddha.

 

Voor jou zou iemand die van nature onverlicht is,

Zelfs door beoefening niet verlicht worden.

 

Bovendien zou je geen 

Goed of kwaad kunnen doen;

Zonder leegte kun je immers niet handelen.

Iets met essentie kan niet gemaakt worden.

 

Jij zou de vruchten van goed en kwaad plukken

Zonder het verrichten van goede en kwade daden.

Als een vrucht uit goed of kwaad handelen voortkwam,

Dan zou die vrucht volgens jou niet bestaan.

 

Hoe zou een vrucht van jouw handelen, 

Anders dan leeg kunnen zijn?

 

Ontkennen van onderling afhankelijk ontstaan

Is de afwijzing van leegte.

Hierdoor ontken je

Alle wereldse conventies.

 

Ontkenning van leegte

Leidt tot dadeloosheid.

Daden zonder aanvang,

Daders zonder daden.

 

Een wereld met een eigen aard is zonder condities.

Geen geboorte, geen dood.

Een onveranderlijke, statische wereld,

Bevroren in de tijd.

 

Als de wereld niet leeg zou zijn,

Zou je niets bereiken.

Het einde van leiden, smart en bezoedeling

Zou niet bestaan.

 

Wie onderlinge afhankelijkheid ziet,

Ziet lijden, haar oorzaak,

Haar beŽindiging

En de weg.

De eerste zeven verzen zijn overgeslagen. Ze bevatten een polemiek over de leegte en zijn minder interessant dan wat volgt - de kern van Nagarjuna's hele werk.  

 

De conventionele of alledaagse waarheid - de dingen zien zoals ze aan ons verschijnen.

De absolute waarheid - de dingen zien zoals ze zijn (leeg).

 

 

Je kunt het absolute niet beschrijven zonder bijvoorbeeld taalconventies.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In deze context betekent dharma de boeddhistische leer.

 

 

 

 

 

 

 

 

Alles bestaat bij gratie van leegte.

 

 

 

Zoals een ruiter die een kudde paarden telt en vergeet zijn eigen paard mee te tellen. Dit is een Indisch voorbeeld van zinsbegoocheling, net als de stok die voor een slang wordt aangezien.

 

Als je de dingen slechts met een eigen aard (met een essentie) wilt ziet, dan ontken je het feit dat dingen afhankelijk zijn van condities en daders en dat ze vergankelijk zijn en dus ontstaan en vergaan.

 

 

 

 

In deze beroemde verzen legt Nagarjuna het verband tussen (Garfield p. 304):

i. onderling afhankelijk co-ontstaan (pratiya samutpada);: dingen ontstaan in afhankelijkheid van elkaar. 

ii  leegte (sunyata):  dingen hebben geen permanente en onafhankelijke aard;

iii. taalconventies: de namen van dingen zijn niet meer dan dat.

Nagarjuna stelt hier dat de middenweg gelijk is aan onderling afhankelijk ontstaan en leegte, waarbij het begrip leegte slechts een benoeming is die naar de leegte verwijst.  Alles is onderling afhankelijk en leeg, zelfs het begrip leegte. Bijvoorbeeld:

 

Deze appelboom bestaat echt.  Maar de appelboom is veranderlijk, geboren uit een zaadje en afhankelijk van de aarde en zonlicht en haar onderdelen -  bladeren, takken en wortels.  Uiteindelijk wordt de boom gekapt.  Het woord "appelboom" verwijst naar deze appelboom.  We kennen aan deze benaming geen ideŽle of tijdloze waarde toe los van de appelboom.  Vanwege hun afhankelijkheid en vergankelijkheid zijn zowel deze appelboom als het woord "appelboom" leeg. Zelfs de begrippen afhankelijkheid en leegte zijn leeg.

 

Hierdoor kiest  Nagarjuna de middenweg tussen eternalisme en nihilisme.  Dingen objectiveren en een onveranderlijke eigen aard toekennen is eternalisme.  Ontkennen dat de dingen Łberhaupt bestaan is nihilisme. Als je de dingen objectiveert dan mis je hun vergankelijkheid en dat lijdt tot grijpen, begeerte en lijden. Als je de empirische werkelijkheid der dingen ontkent, dan heeft niets meer zin. Je roept lijden af door je verantwoordelijkheid voor jezelf en anderen te veronachtzamen. 

 

De vier Edele Waarheden zijn:

1e: "Lijden bestaat", 

2e: "Lijden wordt veroorzaakt door begeerte", 3e: "Lijden kan beŽindigd worden". 

4e: "Het 8-voudige pad beŽindigt lijden".

 

Zou lijden een tijdloze, onafhankelijke en onveranderlijke aard hebben, dan heeft het geen oorzaak, kan niet ontstaan, noch eindigen.

 

De vier vruchten zijn de vier Edele Waarheden die tot vervulling zijn gekomen. B.v. "Lijden wordt begrepen" is de vrucht van de 1e waarheid.

 

 

 

 

Boeddha, Sangha (spirituele gemeenschap van beoefenaren), dharma (leer).  Samen de drie juwelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vier Edele Waarheden kunnen alleen bestaan bij gratie van leegte en onderling afhankelijk co-ontstaan.

 

 

Nirvana (25)

 

Als er geen leegte was,

Dan zou niets ontstaan of vergaan.

Wat zou er gestaakt of losgelaten moeten worden

Om nirvana te bereiken?

 

Geen loslaten, geen bereiken,

Geen vernietiging, geen eeuwigheid,

Ongeboren, niet vergaan - 

Aldus de beschrijving van nirvana.

 

Nirvana is niet "iets",

Want dan zou het

Verouderen en sterven

Als alle dingen.

 

Als nirvana "iets" zou zijn,

Dan zou het geconditioneerd zijn,

Net als alle dingen.

 

Als nirvana "iets" zou zijn,

Dan zou het afhankelijk zijn.

Net als alle dingen.

 

Als nirvana niet "iets" is,

Hoe kan het dan "niets" zijn?

Als een ding niet bestaat,

Dan kent het ook geen niet-bestaan.

 

Als nirvana niet bestaat,

Hoe kan nirvana dan onafhankelijk zijn?

Er bestaat geen "niets"

Dat onafhankelijk is.

 

Dat wat komt en gaat

Is afhankelijk en veranderlijk.

Dat wat onafhankelijk en onveranderlijk is

Wordt gezien als nirvana.

 

De Leraar sprak van het loslaten

Van worden en niet-worden.

Dus is nirvana logischerwijs

Niet "iets" noch "niets".

 

Als nirvana zowel

Zou bestaan als niet bestaan,

Dan zou uitdoving - onjuist -

Zowel "iets" en "niets" zijn.

 

Als nirvana zowel 

Iets en niets zou zijn,

Dan zou nirvana van beiden afhangen

En dus niet onafhankelijk zijn.

 

Hoe kan nirvana 

Zowel iets en niets zijn?

Nirvana is niet samengesteld.

Iets en niet zijn dat wel.

 

Hoe kan nirvana 

Zowel iets als niets zijn?

Deze kunnen niet gelijktijdig bestaan,

Net als licht en donker.

 

De bewering dat nirvana 

Noch iets noch niets is,

Zou waar zijn als of nirvana niets zou zijn,

Of nirvana iets zou zijn.

 

Stel dat nirvana 

Noch iets noch niets zou zijn

Wie zou dit zich dat

Voor kunnen stellen?

 

Nadat de Boeddha nirvana bereikte, 

Zei men niet 

Dat hij bestond of niet bestond,

Noch beiden, noch geen van beiden.

 

Tijdens het leven van de Boeddha,

Zei men niet

Dat hij bestond of niet bestond,

Noch beiden, noch geen van beiden. 

 

Er bestaat niet het geringste verschil 

Tussen samsara en nirvana.

Er bestaat niet het geringste verschil

Tussen nirvana en samsara.

 

De einder van nirvana

Is de einder van samsara.

Zonder het geringste verschil;

Zonder het subtielste verschil.

 

Meningen over het hiernamaals, 

Onsterfelijkheid en vernietiging

Zijn afhankelijk van een nirvana 

Begrensd door een begin en einde.

 

Ten midden van lege verschijnselen:

Wat is eindigheid? Of oneindigheid?

Wat is eindig en oneindig?

Wat is noch eindig noch oneindig?

 

Wat is identiteit?  En wat is verschil?

Wat is vergankelijk en wat is onvergankelijk?

Of beiden?

Of geen van beiden?

 

Vrede is het einde van alle objectivering

en van alle conceptuele constructies.

De Boeddha onderwees niets,

Nergens en aan niemand.

Als het alledaagse (samsara) onafhankelijk (niet leeg) was, dan zou het niet kunnen verdwijnen om nirvana te laten verschijnen. Nirvana is het uitdoven van alle begeerte. Zonder leegte - afhankelijkheid en veranderlijkheid - zou er geen nirvana zijn. 

 

Het is niet mogelijk om nirvana in woorden te vatten omdat het voorbij de wereld van taalconventies ligt. Hier wordt slechts beschreven wat nirvana niet is.

 

De volgende verzen trachten te bewijzen dat nirvana niet iets is, niet niets is, niet iets en niets is, noch iets noch niets is.  De redenering heeft de vorm van een dit tetralemma: waar (bevestiging), onwaar (ontkenning), zowel waar als onwaar (beiden) noch waar noch onwaar (geen van beiden)

 

Nirvana is geen ding want het kan niet geboren worden of sterven.

 

Nirvana is geen ding want het is niet geconditioneerd (afhankelijk van condities of voorwaarden). 

 

Nirvana is geen ding, want het is niet van iets afhankelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier eindigt het tetralemma.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nirvana is het bezien van samsara - de dagelijkse, conventionele werkelijkheid - door de bril van leegte, wederkerige afhankelijkheid en vergankelijkheid.  Nirvana is niet een andere werkelijkheid of een andere plaats. Samsara is nirvana.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boeddha noemt conceptuele constructies (prapaŮca) als een oorzaak van conflicten (MN 18, DN21).  Ware vrede ligt voorbij het grijpen naar concepten en dingen. In die zin onderwees de Boeddha ook niets, niet "iets".

 

 

Twaalf schakels (26)

 

Verduisterd door onwetendheid

Strompel ik naar een toekomst

Vol wedergeboortes

Gebrandmerkt door impulsieve daden.

 

Mijn onbezonnen daden en neigingen

Vormen mijn bewustzijn

Door het contact met een wereld

Vol vormen en namen.

 

Kleurrijke vormen en oog

Doen mijn aandacht ontluiken

Voor alle zes zintuigen

En hun objecten.

 

Contact is het samenkomen

Van oog, vorm en gewaarzijn.

Mijn bewustzijn hangt af

Van vormen en namen.

 

Uit deze perceptie

Door oog, vorm en bewustzijn

Ontstaat mijn gevoel

Van afkeur en voorkeur.

 

Door mijn gevoel ontstaat begeerte.

Ik begeer het gevoelde.

Deze begeerte doet mij grijpen

Naar objecten, gevoelens, gedachten en zelf.

 

Het grijpen is de basis

Van mijn wording tot grijper.

Zonder grijpen zou ik

Vrij zijn van wording.

 

Mijn wording tot bewust, willend, 

denkend, voelend, lichamelijk wezen,

Maakt mij onderhevig aan lijden,

geboorte, ouderdom en dood, 

 

Kwelling, weeklagen, pijn,

Depressie en rusteloosheid.

Zo ontstaat door geboorte

De wording van een massa lijden.

 

Dwazen vormen neigingen en daden

Vanwege hun onbezonnenheid.

Wijzen handelen zo niet

Vanwege hun inzicht.

 

Wanneer verwarring plaats maakt voor inzicht

Staakt het onbezonnen handelen.

Verwarring eindigt door de beoefening

Van meditatie en wijsheid.

 

Door het breken van ťťn schakel

Verschijnt de hele keten niet.

En de massa van lijden

Verdwijnt zo volledig.  

De twaalf schakels zijn de traditionele uitleg van de Boeddha over afhankelijk co-ontstaan (pratitya samutpada). De schakels en de ketting zijn leeg.  Ze tonen een weg naar bevrijding. Ik heb de afzonderlijke schakels vet afgedrukt. 

 

 

Naschrift

 

Ik buig voor Gautama

Die met compassie

De dharma onthulde

Die alle standpunten wegvaagt.

Siddharta Gautama, eigennaam van de Boeddha

De dharma is de boeddhistische leer.

standpunten, conceptuele constructies, prapaŮca 

 

 

 

Bronnen

  1. Anon, Nargarjuna's MulamadhyamakaKarikas And Vigrahavyavartani, Wikipedia 2010.

  2. S. Batchelor, Verses from the Center, A Buddhist Vision of the Sublime, Riverhead Books, NY 2000

  3. S. Batchelor, Verses from the Centre, Romanization and Literal English Translation of the Tibetan Text, Shapram College 2000. 

  4. J. L. Garfield,  The Fundamental Wisdom of the Middle Way, Oxford Universtity Press, 1995.

  5. N.  Fischer, Verses from the Center, five dharma talks in 2001.  www.everydayzen.org 

  6. S. Batchelor, Verzen uit Het Midden, Verkenning van het Sublieme. Asoka, 2010.

  7. E. Hoogcarspel, Grondregels van de Filosofie van Het Midden, 2010.

  8. Majjhima Nikāya II.32.

  9. Samyutta Nikāya II.28.