Yoga Sutra's van Patanjali

(© W.M. van Poelje 2008 dit werk is auteursrechtelijk beschermd)

Vooraf

Deze klassieke tekst over raja yoga - de yoga van meditatie - werd geschreven door Patanjali, waarschijnlijk vóór de tweede eeuw van onze jaartelling.  Hij schreef zijn Yoga Sutra's in korte spreuken die niet meer dan de draad (sutra) van het verhaal weergeven. Ze waren dan ook bedoeld om uit het hoofd geleerd te worden. Om ze te begrijpen is uitleg van een leraar of één van de vele commentaren onontbeerlijk. Er zijn 195 sutra's, verdeeld over vier boekdelen:  Samadhi (contemplatie), Sadhana (beoefening), Vibhuti (vermogens) en Kaivalya (verlossing).

 

Patanjali definieert yoga als de beëindiging van de identificatie met de wervelingen van de geest. Dan verblijft de geest in haar ware aard. In beeldspraak:  wij denken dat wij de golven van de geest zijn - gedachten, gevoelens, impulsen, herinneringen. In werkelijkheid zijn wij geen onrustige golven maar een oceaan van rust. Onze ware bestemming is om dat te ervaren, waardoor we in staat zijn de dingen te zien zoals ze zijn en ons lijden te beëindigen. Het achtvoudige pad naar die bestemming beschrijft Patanjali in het tweede hoofdstuk. Bij hatha yoga ligt het accent meestal op de derde en vierde stappen van het pad - lichaamshouding en adembeheersing - alhoewel de beginselen van meditatie soms ook aan bod komen. Hatha yoga bloeide pas eeuwen na Patanjali op. Toch zijn enkele van Patanjali's sutra's zeer relevant voor hedendaagse hatha yogi.

achtvoudig pad van Patanjali

  1. Yama: maatschappelijke gedragsregels waaronder geweldloosheid en waarachtigheid

  2. Niyama: persoonlijke voorschriften zoals tevredenheid en studie

  3. Asana: lichaamsbeheersing

  4. Pranayama: beheersing van de ademhaling en de levensenergie (prana)

  5. Pratyahara: beheersing van de zintuigen

  6. Dharana: concentratie

  7. Dhyana: meditatie

  8. Samadhi: contemplatie, zelfverwerkelijking

 

Sutra's voor hatha yogi uit hoofdstukken I en II

asana

II-46   De zithouding (asana) is stabiel en aangenaam.

II-47   Dit wordt bereikt door het verminderen van de inspanning, het beheersen van de natuurlijke rusteloosheid van de ademhaling en door vereenzelviging met het oneindige.

II-48   Dan wordt men niet langer gehinderd door de paren van tegenstellingen. 

 

pranayama

 

I-34   De geest kan ook gekalmeerd worden in de pauze na het krachtig uitstoten van de adem.

 

II-49   Als men meester is van de houding dan volgt adembeheersing (pranayama) als vanzelf door het stoppen van de bewegingen van in- en uitademing.

II-50   De adempauzes - na uitademing, na de inademing, of halverwege - kunnen gereguleerd worden in plaats, tijdsduur en aantal en worden daardoor lang en subtiel.

II-51   Door de vierde soort adempauze verdwijnt het verschil tussen de inwendige en de uitwendige adembeweging.

II-52   Dan verdwijnt de sluier die het innerlijk licht verhult.

II-53   En wordt de geest geschikt voor concentratie.

Commentaar

Het is van belang om de structuur van de tekst te doorzien. Na een definitie volgt de methode (hoe?) en daarna het resultaat van de beoefening.  

Patanjali geeft eerst de definitie van een asana: de houding is stabiel en aangenaam. Het gaat hier vermoedelijk om zithoudingen voor meditatie, zoals de lotushouding of siddhasana. Toch zijn deze sutra's onverminderd van toepassing op de houdingen uit de latere hatha yoga. Daarna beschrijft Patanjali de methode om stabiliteit en gemak te bereiken:  verminderen van de inspanning en vereenzelviging met het oneindige. Verminderen van inspanning betekent dat je slechts 70% van je vermogen gebruikt. Het betekent ook dat je alleen die spieren gebruikt die nodig zijn voor de houding. Vaak kunnen nekspieren en aangezichtspieren nog ontspannen. De ademhaling kan rustig worden.  Span je zeker niet in om een resultaat te bereiken,  wees daar vrij van. Eigenlijk maant Patanjali tot het leveren van een sattvische inspanning, een harmonische inspanning die niet voortkomt uit een prestatiegericht ego. Vooruitgang in yogahoudingen wordt slechts door regelmatige, langdurige en onthechte beoefening bereikt. 

Na het verminderen van de inspanning roept Patanjali je op om je gewaar te worden van de oneindige stroom van het leven waar je deel van uit maakt. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat je door de lucht die je nu inademt verbonden bent met alle levende wezens op aarde, zowel vroegere als toekomstige wezens. Zo ben je verbonden met het grenzenloze en het tijdloze. Vanuit de ontspanning en de aandacht voor de oneindigheid bereik je het resultaat van de beoefening: je wordt minder gevoelig voor de paren van tegenstellingen - en die kunnen zowel fysiek (hitte en koude) als mentaal zijn (lof en blaam, winst en verlies, plezier en pijn).  Door de juiste beoefening van asana wordt je dus een evenwichtig mens die bovendien geschikt is voor pranayama.

In het eerste hoofdstuk gaat er één vers over de adem. Patanjali zegt dat de geest in de leegtepauze na de uitademing tot rust kan komen.  In het tweede hoofdstuk gaan vijf aforismen over de ademhaling met dezelfde tekststructuur als bij asana. Eerst de definitie: pranayama is het stoppen van de adembeweging. Er zijn drie soorten adempauzes: uitwendig (na de uitademing), inwendig (na de inademing) of ergens halverwege de adembeweging. Dan de methode: de ademhaling kan beheerst worden in plaats, tijdsduur en aantal. Bij plaats gaat het om een bepaalde plaats in of buiten het lichaam, bijvoorbeeld het gevoel van de adem in de hartstreek of de afstand die de ademstroom vóór de neus bereikt.  Tijdsduur gaat over de lengte van de inademing, van de uitademing of van de adempauze. Voor de tijd van klokken en horloges was het moeilijk om de tijdsduur te meten; de tijd werd bijvoorbeeld gevolgd door het opzeggen van een mantra. Bij aantal gaat het over het aantal ademhalingsrondes. Een voorbeeld:  volg je ademhaling in de hartstreek (plaats).  Je ademt gedurende 4 seconden in en uit (tijdsduur). Doe dit gedurende 20 ademhalingsronden (aantal).  

Dan volgt het resultaat: bij langdurige beoefening worden de adempauzes lang en subtiel, dus zonder inspanning.  Uiteindelijk wordt de ademhaling zo traag en onmerkbaar dat het verschil tussen in- en uitademing lijkt te verdwijnen. In deze vierde vorm van adempauze ervaart de beoefenaar de subtiele energie die onder de adembeweging leeft.  Dit resultaat wordt met een zeker respect verwoord - de sluier die het innerlijk licht verhult wordt opgeheven en de leerling is geschikt voor gevorderde yogabeoefening - concentratie, meditatie en contemplatie.

Verder lezen

De Yoga Sutra's geven een beschrijving van het spirituele pad in het Sanskriet. De verzen zijn zo bondig dat er - zelfs als je het Sanskriet beheerst - commentaar van een goede leraar bij nodig is.  Het is gebruikelijk om de sutra's te lezen met een aantal vertalingen naast elkaar.  Door regelmatige studie (svadhyaya), bijvoorbeeld het overdenken van één sutra per dag,  wordt Patanjali's zienswijze uiteindelijk helder. Mijn favoriete vertalingen zijn die van Mukunda Stiles en Chip Hartranft. Mukunda's vertaling is poëtisch en gaat uit van een godsbesef (zie sutra I-23). Chips vertaling slaat de brug tussen yoga en boeddhisme:  hij beschrijft alles vanuit het standpunt van zuiver gewaarzijn. Op het internet zijn nog vele andere vertalingen te vinden.

 

Voorbehoud:  Pranayama is een bijzonder waardevolle en krachtige beoefening  uit de hatha yoga.  Ze is echter niet uit boeken, dvd's of van internet te leren.  Beoefen pranayama alleen onder rechtstreeks toezicht van een bevoegd leraar!