Documentatie betreffende de “Van Raalte trek” naar de VS in 1846.

 

http://www.encyclopediedrenthe.nl/Raalte

(Wanneperveen 1811 - Holland, Michigan 1876) Een van de voormannen van de Afscheiding in Overijssel. Bekend geworden door de naar hem genoemde Van Raalte-trek, waarin een groep Drentse afgescheidenen in 1846 emigreerde naar de Verenigde Staten.

Van 1840 tot 1844 stond hij als afgescheiden predikant in Ommen; van daaruit had hij contact met geestverwanten, vooral in Sleen en omgeving. Hij wilde aanvankelijk emigreren naar de hooglanden van Java in Nederlands Oost-Indië. Toen de minister van Koloniën geen garantie van godsdienstvrijheid wilde geven, koos hij voor Noord-Amerika. In de staat Michigan stichtte hij tussen Kalamazoo en de Grand River in 1847 de nederzetting Holland. In drie jaar tijd (1845-1847) emigreerden er vanuit Drenthe 303 personen, waarvan 214 behoorden tot de Afgescheiden Kerk, 28 rooms-katholieken en 22 hervormden. De Sleener predikant ds. Otto Schultz pleegde in 1852 zelfmoord, indirect als gevolg van de scheuring in de dorpsgemeenschap.

Ter herinnering aan de Van Raalte-trek is op 16 juni 1948 aan de gevel van het gemeentehuis een gebeeldhouwde kop 'De Ziener' onthuld door Herman Baruch, ambassadeur van de Verenigde Staten in ons land. In 1997 is in Holland (Michigan) het A.C. van Raalte Institute opgericht als onderdeel van het Hope College als historisch onderzoekscentrum van de Nederlands-Amerikaanse geschiedenis in de 19e en 20e eeuw.

 

Albertus Christiaan van Raalte (1811-1876)

Albertus Christiaan van Raalte werd geboren op 17 oktober 1811 in Wanneperveen, als zoon van Albertus van Raalte en Catharina Christina Harking. Hij stamde uit een groot gezin, waarvan een aantal kinderen vroeg overleed. Zijn vader was eveneens predikant .
Albertus Christiaan studeerde theologie in Leiden, maar officieel dominee werd hij niet. De commissie die hem toe zou laten tot het ambt stelde de vraag of hij zich kon verbinden aan de regels van het kerkelijk bestuur. Van Raalte antwoordde dat hij die regels niet allemaal kende, maar hij geloofde niet dat ze in strijd waren met de geloofsformulieren. Helemaal onbegrijpelijk was die vraag niet. Van Raalte behoorde tot de zogenaamde club van Scholte, een aantal theologiestudenten uit Leiden, die onrust brachten in de gezapige Hervormde kerk door hun ideeën over de scheiding van kerk en staat en hun wensen terug te keren tot de voorschriften van de Dordtse synode.
Hij werd niet toegelaten tot het ambt en daarmee in de armen van de Afscheiding gedreven.
Uiteindelijk leidde dit tot de scheuring van 1834, ooit in gang gezet door Hendrick de Cock uit Ulrum in Groningen, die overigens niet tot die groepering behoorde. De Cock had gestudeerd in Groningen.

Van Raaltes eerste gemeente in 1835 was in de nabijheid van zijn geboorteplaats: Genemuiden en Mastenbroek. Op 11 maart 1836 trouwde hij in Leiden met Johanna Christina de Moen. In 1840 vertrok hij naar Ommen, waar hij behalve predikant ook anderen opleidde tot ‘leraar’ en overal in en buiten de provincie predikbeurten hield. Meer dan eens werd hij gearresteerd, kreeg hij huisarrest of werd daadwerkelijk opgesloten. Het weerhield hem niet van wat hij zag als zijn roeping: de mensen het geloof prediken.

De veertiger jaren van de 19e eeuw waren economisch gezien ongelooflijk slecht: de aardappelen, volksvoedsel nummer een, leden aan de zogenaamde aardappelziekte, een schimmelziekte, die grote nood in heel Europa te weeg bracht. Daar kwam bij dat het klimaat behoorlijke schommelingen kende, strenge winters, natte zomers, veel te weinig zon. Voor de bevolking van Nederland had het grote gevolgen, ook omdat de overheid niet in staat was in te grijpen met afdoende maatregelen. Wel hanteerde diezelfde overheid strenge belastingmaatregelen waardoor grote onrust ontstond in het hele land. Bekend zijn de gruttersoproeren in de grote steden, waarbij door het leger soms met scherp werd geschoten.

In 1840 wist senator Groen van Prinsterer de kamer zover te krijgen dat de Afgescheidenen werden erkend als zelfstandige kerkgemeenschap naast de Hervormden en de Katholieken.
Dat hield niet in dat de zorgen voorbij waren. Plaatselijke ongeregeldheden hielden aan, de nood onder het volk eveneens. Dat alles bij elkaar maakte dat Van Raalte geen verbetering voorzag van de economische situatie in Nederland en begon te denken over emigratie. Dat idee kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Emigratie waaide in die jaren als een soort ideaal over Europa. Het was begonnen toen Hessische soldaten terugkeerden van de slagvelden in Amerika en verhaalden over dat immense grote land waar ruimte was voor iedereen. De jonge Verenigde Staten van Amerika, nog maar driekwart eeuw zelfstandig, probeerden landverhuizers te trekken met beloftes van bijna kostenloze overtochten, gratis land en vooral vrijheid van godsdienst.

Samen met zijn collega uit de Achterhoek, Ds. Anthony Brummelkamp schreef Van Raalte een pamflet over emigratie en verspreidde dat onder zijn aanhangers en andere delen van de bevolking. Velen meldden zich aan om een toekomst te gaan zoeken in den vreemde.
Van Raalte was in eerste instantie gecharmeerd van Indie, maar dan zat hij onder Nederlands bestuur. Daarna richtte hij de blik op Zuid Afrika, maar Zuid Afrika kende al maatregelen tegen emigratie, met name onder de boeren. Er was te weinig land voor hen. In die jaren vestigden de Zuid Afrikaanse boeren zich al in het noorden van Zuid Afrika, in Natal. Bovendien was de overtocht onbetaalbaar voor zijn mensen. Het werd dus Amerika.
In 1846 vertrok hij met een groep mensen, voornamelijk uit Ommen en Hellendoorn. Er waren hem al groepen uit Winterswijk en omgeving voorgegaan. Het was zijn bedoeling om zich in Wisconsin te vestigden, vandaar kwamen redelijke optimistische berichten van Achterhoekse landverhuizers. Maar onderweg, na een zware stormachtige overtocht, besloot hij, op advies van de dominee van Albany om naar Michigan te gaan. Daar stichtte hij de stad Holland. In 1847 en 1848 kwamen meerdere groepen naar Holland, Michigan, o.a. uit Zeeland, Bentheim, Overijssel, Groningen en Friesland. De eerste jaren waren ongelooflijk zwaar voor de nieuwe kolonie. Vele landverhuizers stierven door ontbering en ziektes.

Van Raalte was niet alleen predikant, hij was advocaat, bestuurder, kadasterambtenaar, financieel deskundige, rechter. Hij deed alles voor zijn volgelingen. Hij kreeg ook kritiek, niet alleen van eigen mensen, die vonden dat hij de teugels te strak hield, ook van buitenstaanders, die hem beschuldigden van zakkenvullerij: hij verkocht de grond aan zijn volgelingen duurder dan de officiële prijs, die de Amerikaanse overheid vroeg. Hij verdedigde zijn methode omdat er kerken en scholen en zelfs een weeshuis zouden moeten worden gebouwd.

Van Raalte sloot zich aan bij de Dutch Reformed church van Amerika, de oude Nederlands hervormde kerk, die al bestond sinds 1610. Dat nam niet iedereen hem in dank af. Die oude kerk hadden ze in Nederland juist met alle narigheid en ellende achter zich gelaten en Van Raalte sloot zich er weer bij aan. Het werd een splijtzwam en in 1857 moest Van Raalte aanzien hoe de eerste scheiding een feit werd: Dutch Reformed en Christian Reformed.
Hij had in 1851 in Holland het Hope College gesticht, een school voor opleiding tot leraren en predikanten. Prompt stichtte de Christian Reformed Church het veel bekender geworden Calvin College in Grand Rapids.
In 1871 stierf zijn echtgenote, aan wie hij een grote steun had gehad gedurende zijn hele leven.
In 1876 volgde hij haar het graf in. Hij was niet echt oud, 65 jaar.