Heupdysplasie

 

Heupdysplasie is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten die daarvan geen last lijken te hebben.
De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan verkregen worden met behulp van een röntgenfoto.

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond, in rugligging, nodig:
-een opname met gestrekte achterbenen (positie I)

Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van deze röntgenfoto. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan wordt de foto teruggestuurd naar de dierenarts, die de foto gemaakt heeft, met een aantekening over wat er aan mankeert en een verzoek om een nieuwe foto. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de foto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst door de HD­Commissie, terug bij de dierenarts. Deze kan dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het vervaardigen van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe HD-foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht,

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling. De aanduiding HD ­ (= negatief) betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
HD Tc (= overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend. De aanduiding HD +/- (= licht positief) of HD + (= positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden. Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD ++ (= positief in optima forma).

De Raad van Beheer heeft besloten zich te conformeren aan de afspraak die binnen de FCI is gemaakt ten aanzien van een internationale normering en certificering van het Heupdysplasie onderzoek. Dat betekent dat per 1 mei 2002 alleen nog de FCI normeringen A, B, C, D en E zullen worden gehanteerd
Dit betekent dat in Nederland, net als in het buitenland, de beoordeling op één foto (positie 1, gestrekte positie) zal plaatsvinden.

HD a1HD e2

Beoordeling A1                Beoordeling   E2


De F.C.I. beoordeling is niet anders dan een vertaling van de HD­beoordeling naar een internationaal geldende code waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit de genoemde landen met elkaar te vergelijken.
A1               =    -           =        Negatief, geheel gaaf
A2               =    -           =        Negatief, niet geheel gaaf
B1/B2          =    Tc         =        Transitional case =overgangsvorm
C1/C2          =    +/-        =        Licht positief
D1/D2          =    +           =        Positief
E1/E2           =    ++         =        Positief optima forma

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de kommen, de aansluiting van de koppen in de kommen, en de aanwezigheid van eventuele botwoekeringen langs de randen van de gewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde", die wordt gemeten op de foto in positie I. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30.

heup1.gif (3381 bytes)
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90', geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht (3). De Norbergwaarden van linker en rechtergewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden" die op het rapport vermeld is.     

Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet {dwz dat de gewrichtsspleet niet overal even breed is) of een onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een licht) positieve beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruisen van "slechte aansluiting".

Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "botafwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen leiden tot de beoordeling B1/B2, lichte botafwijkingen leiden tot de beoordeling C1/C2, en ernstige botafwijkingen leiden tot de beoordeling D en E.
De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld maar heeft over het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de definitieve beoordeling.

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling waarbij het meest ongunstige onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD­beoordeling kan dan ook gebaseerd zijn op uitsluitend de diepte van de heupkommen, op de aansluiting van de gewrichtsdelen, op de aanwezigheid van botwoekeringen, of op een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het HD-rapport vermeld zijn.