
Rasstandaard
Temperament
Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil zijn baas te behagen,
nooit agressief tegen mens of dier. Vriendelijk karakter, met geen spoor van
agressie of ongepaste schuwheid. Het temperament van de Labrador is een
evengroot kenmerk van het ras al de 'otter'staart. Agressiviteit tegen mensen of
andere dieren, of enig teken van schuwheid bij een volwassen hond, moet streng
worden aangepakt.
Hoofd
Het hoofd heeft een brede schedel met een duidelijk stop, scherp besneden
zonder vlezige wangen. Kaken middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend.
Neus breed, neusgaten goed ontwikkeld.
Ogen
De ogen zijn middelmatig groot, met een intelligente en vriendelijke
uitdrukking. De kleur is donkerbruin bij zwarte en gele labradors en bruin en
hazelnootkleurig bij chocoladekleurige honden. De oogranden zijn zwart bij
zwarte en gele labradors en bruin bij chocoladekleurige. Oogranden zonder
pigment zijn een diskwalificatie.
Oren
Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar
achteren geplaatst.
Mond
Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend
gebit, dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heen
vallen en recht in de kaak staan. Na het wisselen, de hond is dan vijf à zes
maanden, is het complete gebit voorzien van 42 elementen. 12 snijtanden (incisivi),
4 haaktanden (caninus), 16 premolaren en 10 molaren.
Nek
Droog, sterk, krachtig, geplaatst op goedliggende schouders. Een droge nek
wil zeggen dat de huid geen ruime plooien mag hebben. De nek moet voldoende
lengte hebben om het voor de hond mogelijk te maken wild te apporteren. De nek
moet met een matige boog sterk uit de schouders oprijzen. Een korte, dikke nek
of een lange, dunnen hals is incorrect.
Lichaam
De hoogte
van een Labrador reu moet 56-57 cm zijn. Teven meten 54-56 cm. Borstkas van
goede breedte en diepte, met goed gewelfde, tonvormige ribben. Horizontale
bovenbelijning. Lendenen breed, kort en sterk.
Voorhand en achterhand
De
voorhand
moet gespierd, goed gecoördineerd en in balans met de achterhand zijn. De
schouders zijn lang en schuinliggend. Naar binnen of naar buiten gerichte
ellebogen belemmeren de bewegingen en zijn ernstige fouten.
De
achterhand
is breed,
gespierd en goed ontwikkeld van de heup tot aan de hak, met goed gehoekte
kniegewrichten en laaggeplaatste hakken. De achterhand is beslist niet naar de
staart aflopend.
Voeten
Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen. Naar binnen
of naar buiten gedraaide voeten zijn ernstige fouten.
Staart
De staart wordt vrij uitgebreid beschreven in de standaard. Deze is ook zeer
kenmerkend voor de Labrador. Erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar
de punt, van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed
met een korte, dikke, dichte vacht, waardoor de ronde vorm ontstaat die
beschreven wordt als "otterstaart". Mag vrolijk gedragen worden, maar mag niet
over de rug krullen.
Fouten
Iedere
afwijking van de hierboven vermelde punten moet als fout worden aangemerkt, de
mate waarin moet in verhouding tot de ernst van de fout staan.
Reuen moeten twee normaal uitziende testikels hebben, die volledig in het
scrotum zijn ingedaald.