Ontstaan Stichting Magdala

In het kader van haar afstuderen aan de Voortgezette Opleiding Maatschappelijk Werk deed Tineke Ferwerda in 1988 onderzoek naar relaties van vrouwen met priesters. Zij deed een opvallende oproep in het dagblad Trouw met de vraag of vrouwen met positieve of negatieve, geheime of open, bestaande of gebroken relaties met priesters wilden meewerken aan dit onderzoek. Het was geen alledaags onderwerp, zeker niet in die periode. N.a.v. een enquete volgden er een aantal bijeenkomsten voor vrouwen die hieraan durfden en wilden meewerken. Zij kreeg enorm veel brieven en reacties, zodat ze besloot haar scriptie om te zetten in het boek Zuster Philothea, ziet gij nog niets komen? dat in 1989 verscheen bij uitgeverij An Dekker. (zie ook: Boeken ) Dit boek en het daaruit ontstane netwerk Philothea is een eerste belangrijke bijdrage geweest om het bestaan van priesterrelaties in Nederland zichtbaar te maken, het taboe te doorbreken en te streven naar meer openheid. Het was ook de eerste stap voor vele vrouwen om met hun geheim naar buiten te komen en elkaar te steunen. Een relatie met een celibatair-plichtige is immers geen alledaagse relatie, het mag niet, er heerst een taboe op.Vrouwen/vriendinnen van priesters moeten vaak onzichtbaar blijven, omdat de buitenwereld niets van die relatie mag of wil weten. Voor de meeste vrouwen betekent dit dat zij zich niet kunnen laten zien zoals zij zouden willen, dat zij zich moeten aanpassen aan hun partner en zijn werk. Verder betekent het vaak dat zij door de geheimzinnigheid die deze relatie omgeeft in een isolement raken. Menige vrouw denkt dat zij de enige is die in een dergelijke situatie verkeert en in veel gevallen durft zij haar relatie niet aan anderen openbaar te maken, laat staan dat zij bij iemand terecht kan als er problemen rijzen. En helaas moeten wij ook erkennen dat geheimhouding regelmatig leidt tot misbruik binnen die pastorale relaties.

In maart 1991 volgde de eerste nieuwsbrief, bedoeld om betrokkenen en belangstellenden te informeren over de laatste ontwikkelingen wat betreft relaties tussen vrouwen en priesters. In de nieuwsbrieven die volgden werd getracht de moeilijke positie waarin deze vrouwen verkeren onder de aandacht te brengen door middel van persoonlijke verhalen, ondersteunende berichten en aanverwante artikelen. Eenmaal per jaar werd er een Philothea dag georganiseerd, waarin vrouwen hun verhalen met elkaar konden delen.
Zo groeide het netwerk uit tot een stichting en in 1995 werd de naam Philothea gewijzigd in Magdala. Inhoudelijk werd dezelfde koers gevolgd: vrouwen ondersteunen in hun al dan niet geheime, bestaande of verbroken relaties met priesters, hen in contact brengen met lotgenoten en hen tijdens telefoongesprekken of bijeenkomsten een hart onder de riem steken en sterker maken. Want leven met een geheim eist zijn tol en hoe langer men zwijgt, des te hoger wordt de prijs. Een zeer belangrijk gegeven was en is nog steeds: het respecteren en bewaren van ieders anonimiteit zolang de persoon in kwestie dat zelf wil.

Een jaar later echter dacht het bestuur een volgende stap te moeten zetten om haar doel te bereiken, te weten: publieke erkenning van deze relaties door derden. Met andere woorden: Magdala mag niet de enige ‘derde’ blijven. Geheimhouding op langere termijn is geen goede zaak, het staat de ontwikkeling van een levensvatbare en stimulerende verhouding in de weg, het schaadt bovendien de persoonlijkheid van beide mensen. Mede dankzij het werk van Philothea, verminderde de maatschappelijke weerstand tegen liefdesrelaties met priesters sterk.
In dit mildere klimaat zou die volgende stap moeten zijn: van ‘leren leven met een geheim’ naar ‘leren leven zonder geheim’, door te proberen iets meer uit de anonimiteit te komen, door elkaar te stimuleren, door de nieuwsbrief door te geven of stukjes ervan te laten opnemen in een parochie- of bisdomblad, maar ook door open te staan voor niet op sensatie gerichte publiciteit. (Zie ook: Media) En dit laatste heeft wel degelijk zin. Het is een manier om meer vrouwen te bereiken en dus ook te kunnen ondersteunen in hun streven naar erkenning, het verwerken van hun verdriet of het strijden tegen misbruik, maar ook om meer openheid, begrip en visie t.a.v. priesterlijke relaties en de celibaatwet teweeg te brengen.

We kunnen gerust zeggen dat in de loop van al deze jaren steeds kleine stukjes van onze doelstellingen verwezenlijkt worden. Veel vrouwen stellen hun priesterpartners voor een duidelijkere keuze te maken of zij maken zelf een keuze. Het taboe op priesterpartners is voor een groot deel doorbroken. Vriendschappen worden door de omgeving gemakkelijker geaccepteerd en zelfs gesteund. Steeds vaker worden, bij het overlijden van priester, ook vriendinnen vermeld en zijn zij zichtbaar aanwezig bij uitvaarten.
De ontmoetingsdagen dragen daar zeker toe bij. In de eerste jaren kwamen er veel vrouwen naar deze bijeenkomsten, die twee keer per jaar werden gehouden. De laatste jaren is de opkomst wat afgenomen. Toch proberen we met enige regelmaat in (kleine) groepen bij elkaar te komen rondom een thema of gewoon om even bij elkaar te zijn en ervaringen te delen (zie ook: Ontmoetingsdagen). Wel is er nog steeds veel vraag naar individuele telefonische of persoonlijke gesprekken of soms gewoon even een luisterend oor. (Zie ook: Contact).
Een opmerkelijke ontwikkeling was de internationale bijeenkomsten met zusterorganisaties. De eerste jaren hadden we vooral een plezierige samenwerking met ons Zuster Philothea netwerk in België. Deze groep heeft nooit een bestuur gehad, maar kwam regelmatig als kleine groep bij elkaar. Bijzonder was dat zij bijeenkomsten organiseerden samen met hun priesterpartners. Op 20 en 21 april 2002 vond in Parijs de eerste internationale bijeenkomst plaats van vrouwen die een relatie hebben, geheim of niet geheim, met een priester. Twee van onze bestuursleden waren daar aanwezig en hebben inmiddels ook in september 2003 de tweede Europese bijeenkomst in Augsburg meegemaakt. Solidariteit en het zoeken naar nieuwe wegen waarin zowel mannen als vrouwen tot hun recht komen zijn onderwerpen die er aan de orde komen. De derde en laatste ontmoeting vond in 2005 plaats in Zwitserland. Dat wil niet zeggen dat er onderling geen contact meer is. Allesbehalve! Het verloopt nu voornamelijk via internet en via de nieuwsbrief houden we onze leden hiervan op de hoogte. (Zie ook: Internationaal).

Door de hele situatie rondom het seksueel misbruik binnen de kerk in 2010, werd er ook nogal eens een beroep gedaan op de stichting Magdala. Een enkele keer heeft Adrie, onze voorzitter, een geluid in de pers laten horen. Wij zijn er voor vrouwen die al dan niet een geheime relatie met priesters hebben, maar zijn ons bewust dat ook hier regelmatig sprake is van misbruik, juist vanwege die geheimhouding. Op verzoek van de Stichting Magdala heeft de commisie Deetman laten weten dat ze ook het celibaat in het onderzoek zullen meenemen.

Gedreven door enthousiaste bestuursleden die soms vele jaren de stichting Magdala in hun hart en op hun schouders meedragen, bestaan we inmiddels al ruim twintig jaar. En we zijn nog lang niet van plan om te stoppen! (Zie ook: Bestuur).
Wij hopen middels deze website steeds meer vrouwen en belangstellenden te ontmoeten en zo ons doel, publieke erkenning van priesterrelaties, te bereiken, zowel in het klein als in het groot.

Website bijgewerkt maart 2011.