Tsjechische Stellerkopper
Land van oorsprong: Tsjechië Slb: CZ / 345
Krap middelgrote kropper, weinig opgerichte houding (minder dan 45 graden). Peervormige ballon ,
buitengewoon glanzende bevedering.
Type: “Ouderwets” kroppertype (boerenkropper)
Stand: Laag, houdingweinig opgericht.
Kop: Breed, hoog en relatief steil voorhoofd; ongekapt.
Ogen: Parelkleurig, weinig doorbloed met zuiver witte ring om de pupil; parelkleurig of
donker bij wit; donker bij wit met snip en geëksterd.
Oogranden: Glad, vurig rood.
Snavel: Middellang, sterk aan de basis; licht en zuiver bij alle kleurslagen.
Neusdoppen: Glad, weinig ontwikkeld.
Hals: Relatief lang; middelgrote, peervormige ballon met licht afgezette taille; achterhals licht uitgebogen.
Borst: Vol bespierd; niet opvallend.
Rug: Breed, licht afhellend.
Vleugels: Krachtig., brede slagpennen, vleugeldracht normaal.
Staart: Smal; staartdracht normaal.
Benen: Bijna middellang.
Bevedering: Glad
- Wit, zwart, rood, geel;
- blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband,
Bruinzilver geband;
- blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver gekrast;
- zwart-, rood-, geel-, blauw en isabel witgeband;
- blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband,
Bruinzilver geband; blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver gekrast witgesnipt;
- blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband,
Bruinzilver geband; blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver gekrast witpen;
- wit zwart-, rood-, geel-, blauw-, (lahore)zilver-, en bruin gesnipt;
- wit zwart-, rood-, geel-, blauw-, (lahore)zilver-, en bruin kleurstaart;
- zwart-, rood-, geel-, blauw-, (lahore)zilver-, en blauw gekrast geëksterd;
- blauw-, roodzilver-, en geelzilver schimmel;
- zwart-, rood-, geel-, blauw donkergetijgerd;
- zwart-, rood-, geel-, blauwlichtgetijgerd;
- wit roodgeband, wit geelgeband.
Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief,
Respectievelijk zuiver.
Zwart: met groene glans, op de rug (staal)blauw tot blauwviolet.
Rood: roodviolette glans met een groene zweem, op de rug blauwviolet.
De volgende kleuren moeten alleen op de ballon glans tonen:
Wit een rozige glans, blauw een groene glans, roodzilver een rode tot violette glans, geel een
goudgele glans met rozige zweem, geelzilver een goudrossige glans, zilver een zilverglans, bruinzilver
een olijfgroene glans, isabel een lichtroze glans.
Banden lang, schoon en gescheiden; bij gekrast bij voorkeur gelijkmatig en scherp vleugelpatroon.
Witpen: aan elke vleugel 3 – 8 aaneengesloten buitenste slagpennen wit.
Gesnipt: de snip aan de neusdoppen aangezet, ongeveer tot boven het midden van de ogen reikend
en de snavelhoeken niet rakend.
Donkergetijgerd: op gekleurde grondkleur bij voorkeur gelijkmatig verdeelde witte tekening aan de
kop en bovenste derde deel van de ballon, op de bovenste deel van de vleugelschilden, schouders en
rug. De overige bevedering gekleurd.
Lichtgetijgerd: witte tekening tot de helft van de ballon en op het hele vleugelschild. De overige
bevedering gekleurd.
Geëksterd: ekstertekening, gekleurde rug, witte kop met gekleurde amandelvormige snip en een
middelgrote witte slab; gekleurde kiel.
Kleurstaart: staart, bovenstaartdek gekleurd, regelmatig afgetekend.
Klein of lang lichaam; te hoge stand; horizontale of opgerichte houding; korte hals; kleine of verkeerd
gevormde ballon; lange of kruisende vleugels; brede of lange staart; geknikte of bevederde benen;
ernstige afwijkingen in tekening, kleur of glans; ronde of smalle kop; donkere snavel of neusdoppen,
te onzuivere iris, bleke oogranden.
Na het algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van
betekenis:
- Type en stand
- Actie
- Ballon
- Kleur, glans
- Tekening
- Oogkleur en oogranden
- Snavelkleur
Ringmaat: 8 mm
Temperamentvol.
Typische vlucht met tegen elkaar slaande vleugels en in de vlucht naar beneden vallen met naar
boven samengevouwen vleugels.