Het ontstaan van de Steigerkropper.
Gefokt werd de Steigerkropper in Schlesien en in de Duitstalige gebieden,o.a.in Mahren en Noord- Oost Bohmen.Vanaf 1885 werd met de kweek begonne.
De voorouders werden allang in die streken gefokt,de Stellerkropper ook wel Glanskropper genoemd. In Mahren en Bohmen ook wel BlascherSteller genoemd. Het waren langgerekte zeer goed blazende kroppers,vlieglustig en bij het opvliegen klapten zij met de vleugels tegen elkaar,om daarna omhoog te stijgen.Bij het naar beneden komen deden zij de vleugels hoog tegen elkaar,aan dit gedrag hebben de dieren de naam Stellerkropper te danken. De naam Glanskropper,komt voort uit de mooie kleuren die de dieren lieten zien zoals,Smaragdgroen, Safierblauw, Goudgroen, Violet en Purper maakten het gevederte glanzend. De Stellerkropper had toen ook witte ogen met rode adering, om een goed wit pareloog zonder rode adering te krijgen,werd de Stargarder tuimelaar ingekruist,dit kwam het Blaaswerk en stand en kleur niet ten goede.
Eind 1800 begin 1900 ontstond de naam "Steigerkropper".
De dieren die in 1912 - 1913 in Leipzig op de tentoonstelling waren ingezonden waren alle zwart, de Steigerkroppers waren vlak in stand, kort in de benen en hadden nog geen mooi blaaswerk.
Jammer genoeg gingen deze dieren in de eerste wereldoorlog van 1914 - 1918 bijna allemaal verloren. Met de tweede start begon men in het midden van 1921 in Schlesien,met alles wat voor handen was werd hier gefokt en geéxperimenteerd. Men deed er van alles aan om stand,kleur,ogen en oogranden te verbeteren. Ook in Bohmen en Mahren ging men van start de Steigerkropper werd steeds meer gelieft in Duitsland. Men kon de Liefhebbers op een hand tellen die zich voor 100% inzette voor de steigerkropper. Er waren nog vele tegenslagen te overwinnen, in stand,ogen, kleur en snavelkleur. Op 14 - 15 December 1924 was in de Tsjechische kreisstad Rakonitz in Bohmen een duivententoonstelling waar over de 400 Stellerkroppers in alle kleuren zaten ,met witte pennen en snip isabellen en blauwzilvers met witte banden. Er waren enkele Duitse liefhebbers die daar stellerkroppers in diverse kleurslagen kochten om deze in te kruisen met de steigerkropper. De stellers die daar gekocht werden hadden een mooie vaste stand, goed gevormd blaaswerk en vurige rode oogranden met een wit zuiver pareloog, zeer mooie kleur en een mooie heldere snavel. De dieren werden gekruist met zwarte, rode, gele en witte Steigerkroppers, na het derde jaar waren de dieren in alle opzichten verbeterd. In het begin van de dertiger jaren zaten er Steigerkroppers in Leipzig op de tentoonstelling met goed type en blaaswerk, zeer goede stand en mooie parelogen, de rode waren iets minder in kleur, toen kwam de tweede wereldoorlog en alweer verdwenen er veel goede dieren. In 1949 bij de eerste Bayerische tentoonstelling zaten er voor het eerst weer Steigerkroppers in de kleurslagen zwart, rood, geel en wit, met de zwarten ,gele en witte kon men tevreden zijn, maar met de rode was het minder gesteld vooral in kleur en stand. In de jaren 50 werd de Engelse kropper ingekruist om een hogere stand te krijgen en de grote van 40cm te bereiken. Maar men kreeg terugslag in oogkleur en beenbevedering die vandaag de dag nog terug te vinden is bij de Steigerkropper. Het is beter de Franse kropper in te kruisen en met name de gele kleurslag want deze kleur is voor alle kleurslagen te gebruiken. Van een moderne Steigerkropper verlangen wij een hoge stand, met een hoogte van 40 a 45cm, de snavel blank, parelogen zo wit mogelijk zonder rode adertjes en met een smalle vuurrode oogrand. Bij de beoordeling moeten wij rekening houden dat het predikaat wordt uitgemaakt door 60% stand en type, 40% door snavel, ogen, kleur en oogranden.